Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4694

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-11-2017
Datum publicatie
02-07-2018
Zaaknummer
200.205.712/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van tussenarrest 18 juli 2017. Aan bevel zekerheidstelling is niet voldaan. De appellant is daarom niet ontvankelijk in zijn hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrest

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.205.712/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/591575 / HA ZA 15-695

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 14 november 2017

inzake

[appellant] ,

wonend te [woonplaats],

appellant in de hoofdzaak,

advocaat: mr. S.J.H.G.M. Schils te Maastricht,

tegen:

HOTEL DE L’EUROPE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde in de hoofdzaak,

advocaat: mr. D.M. Gouweloos te Amsterdam.

Partijen worden hierna wederom [appellant] en De L’Europe genoemd.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Het hof heeft op 18 juli 2017 een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding in hoger beroep tot die datum wordt naar dat arrest verwezen. Bij dat arrest heeft het hof [appellant] bevolen uiterlijk op 22 augustus 2017 zekerheid te stellen voor een bedrag van € 23.533,- ter zake van de proceskosten waarin hij in hoger beroep veroordeeld zou kunnen worden, zulks in de vorm van een door een Nederlandse bank af te geven bankgarantie.

Bij akte van 29 augustus 2017 heeft De L’Europe primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van [appellant] in de hoofdzaak, met veroordeling van [appellant] in de kosten van het incident en de hoofdzaak en in de nakosten met wettelijke rente, uitvoerbaar bij voorraad. Subsidiair heeft De L’Europe geconcludeerd tot het aan haar verlenen van een nader uitstel voor het nemen van een memorie van antwoord.

Aan [appellant] is een termijn verleend voor het nemen van een antwoordakte. Van deze gelegenheid heeft [appellant] geen gebruik gemaakt, waarna verval is verleend van het recht op het nemen van deze akte.

Vervolgens is wederom arrest gevraagd.

2 Beoordeling

2.1.

Bij het hiervoor genoemde tussenarrest heeft het hof bepaald dat [appellant] in de hoofdzaak niet-ontvankelijk zal worden verklaard, indien hij niet tijdig, te weten uiterlijk op 22 augustus 2017, de bevolen zekerheid zal hebben gesteld.

2.2.

De L’Europe heeft bij akte meegedeeld dat zij de vereiste bankgarantie niet heeft ontvangen en dat door [appellant] evenmin op andere wijze is gereageerd op de bevolen zekerheidstelling.

2.3.

Nu (de advocaat van) [appellant] noch bij antwoordakte noch op enig ander moment het hof (onder overlegging van een kopie van de vereiste bankgarantie) heeft bericht dat hij uiterlijk op 22 augustus 2017 zekerheid heeft gesteld voor een bedrag van € 23.533,-, zal het hof [appellant] niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep.

2.4.

De kosten van het hoger beroep, waaronder de kosten van het incident, komen voor rekening van [appellant].

3 Beslissing

Het hof:

verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het hoger beroep;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van De L’Europe begroot op € 5.213,- aan verschotten en € 6.870,- aan salaris advocaat en op € 131,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 68,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, vermeerderd met de wettelijke rente over de nakosten vanaf veertien dagen na aanzegging van de nakosten aan [appellant] tot de dag der voldoening;

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, J.C. Toorman en J.F. Aalders en is door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 14 november 2017.