Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:461

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-02-2017
Datum publicatie
25-04-2017
Zaaknummer
200.193.534/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussenarrest. vernietiging scheidsrechtelijk vonnis in appel; artikel 1064a lid 1 Rv; bevoegdheid gerechtshof; op arbitrages die aanhangig zijn of waren voor 1 januari 2015 is de rechtbank bevoegd; verwijzing naar rechtbank. Zie ECLI:NL:GHAMS:2017:1462.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.193.534/01

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 14 februari 2017

(bij vervroeging)

inzake

[X] BOUW- EN AANNEMINGSBEDRIJF B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres,

advocaat: mr. A. F.J. Jacobs te Amsterdam,

tegen

MUSEUM HOTEL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

1 Het verloop van het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [X] en Museum Hotel genoemd.

[X] heeft bij dagvaarding van 2 juni 2016 Museum Hotel gedagvaard voor het gerechtshof Amsterdam naar aanleiding van het tussen partijen gewezen scheidsrechterlijk vonnis in hoger beroep van de Raad van Arbitrage voor de Bouw van 2 maart 2016 (hierna: het scheidsrechterlijk vonnis in appel), onder zaaknummer 71.983 gewezen tussen haar als geïntimeerde in principaal appel, tevens appellante in incidenteel appel en Museum Hotel als appellante in principaal appel tevens geïntimeerde in incidenteel appel. Op de eerst dienende dag heeft [X] producties in het geding gebracht.

Vervolgens heeft Museum Hotel een memorie van antwoord met producties ingediend.

[X] heeft geconcludeerd, kort gezegd, dat het hof bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard arrest het scheidsrechterlijk vonnis in appel zal schorsen, althans partieel zal vernietigen, met beslissing over de proceskosten.

Museum Hotel heeft geconcludeerd tot bekrachtiging, met beslissing over de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.

2. De feiten

De feiten, zoals vastgesteld in het scheidsrechterlijk vonnis in appel, zijn in deze procedure niet in geschil, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan.

3 Bevoegdheid

3.1

[X] beroept zich voor de bevoegdheid van dit hof op artikel 1064a lid 1 Rv, dat bepaalt dat de vordering tot vernietiging wordt ingesteld bij het gerechtshof van het ressort waarin de plaats van arbitrage is gelegen, in dit geval de statutaire vestigingsplaats van de Raad van Arbitrage voor de Bouw te Amsterdam.

3.2

Hoewel Museum Hotel de bevoegdheid van dit hof niet bestrijdt, dient het hof ambtshalve na te gaan of het bevoegd is van deze zaak kennis te nemen.

3.3

Het door [X] ingeroepen artikel 1064a Rv, dat per 1 januari 2015 in werking is getreden, is ingevolge artikel IV lid 1 van de Wet van 2 juni 2014 tot wijziging van Boek 3, Boek 6 en Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek en het Vierde Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de modernisering van het Arbitragerecht van toepassing op arbitrages die aanhangig zijn geworden op of na de datum van inwerkingtreding van die wet. Op arbitrages die aanhangig zijn of waren voor de datum van inwerkingtreding van voornoemde wet, blijft ingevolge artikel IV lid 2 van die wet het Vierde Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing, zoals dat voor 1 januari 2015 gold. [X] heeft de in geding zijnde arbitrageprocedure aanhangig gemaakt op 12 december 2013, derhalve voor 1 januari 2015. Dit betekent dat in beginsel niet het gerechtshof Amsterdam maar de rechtbank Amsterdam de bevoegde instantie is om van de vordering tot vernietiging van het scheidsrechterlijk vonnis in appel kennis te nemen.

3.4

Alvorens te beslissen tot verwijzing naar de rechtbank Amsterdam stelt het hof partijen in de gelegenheid zich gelijktijdig bij akte over de (on)bevoegdheid van dit hof uit te laten. Partijen wordt verzocht hun conceptakte uiterlijk een week voor de hierna te noemen roldatum aan de wederpartij toe te zenden, opdat partijen desgewenst over en weer reeds bij voorbaat op elkaars akte kunnen reageren. Er zal in beginsel geen gelegenheid worden gegeven voor een antwoordakte.

4 De beslissing

Het hof:

verwijst de zaak daartoe naar de rol van 7 maart 2017 voor het gelijktijdig nemen door partijen van de hiervoor onder 3.4 bedoelde akte;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.M. Aarts, J.C.W. Rang en E.M. Polak, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2017 door de rolraadsheer.