Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4482

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-11-2017
Datum publicatie
16-11-2017
Zaaknummer
23-004070-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

gemotiveerde vrijspraak van het slaan met een baksteen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004070-16

datum uitspraak: 3 november 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 oktober 2016 in de strafzaak onder parketnummer

13-150617-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 oktober 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 29 maart 2016, te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, deze [slachtoffer] met een baksteen, althans enig voorwerp, heeft geslagen tegen het gezicht, in elk geval op het hoofd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:
hij, op of omstreeks 29 maart 2016, te Amsterdam, [slachtoffer] heeft mishandeld door deze met een baksteen, althans enig voorwerp, tegen het gezicht, in elk geval op het hoofd, te slaan.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt ten aanzien van de vraag of het ten laste gelegde al dan niet bewezen kan worden dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ten aanzien van het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld, tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe als volgt.

De verdachte heeft op de terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij het slachtoffer weliswaar heeft geslagen, maar dat hij op dat moment de baksteen – die hij naar eigen zeggen eerder ter bescherming had gepakt – niet meer in zijn hand had. De baksteen zou hem door iemand uit zijn handen zijn geslagen, direct nadat hij daarmee naar buiten was gelopen. De camerabeelden en het bij de aangever vastgestelde letsel kunnen op dit punt geen uitsluitsel geven. Het hof constateert voorts dat de aangifte van [slachtoffer] op onderdelen niet ondersteund wordt door of zelfs in tegenspraak lijkt te zijn met de gang van zaken zoals die uit de camerabeelden en de overige getuigenverklaringen in het dossier naar voren komt. Al met al kan het hof niet met voldoende mate van zekerheid vaststellen wat zich tussen de aangever en de verdachte precies heeft afgespeeld en hoe de aangever aan zijn verwonding is gekomen. Dit geldt met name waar het erom gaat – zoals uitdrukkelijk in alle varianten van het ten laste gelegde is opgenomen – dat de verdachte de aangever met een baksteen of een ander voorwerp zou hebben geslagen. Het hof heeft niet de overtuiging bekomen dat de verdachte dat heeft gedaan.

Nu uit de tekst van de tenlastelegging valt op te maken dat het verwijt dat de verdachte wordt gemaakt nu juist het slaan met enig voorwerp betreft, ziet het hof geen mogelijkheid om – zonder denaturering van die tenlastelegging – het enkele slaan (met de hand) bewezen te achten.

Het hof zal daarom de verdachte vrijspreken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. J.L. Bruinsma en mr. A.M. Ruige, in tegenwoordigheid van

mr. S.M. Schouten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

3 november 2017.