Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4477

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
01-06-2017
Datum publicatie
16-11-2017
Zaaknummer
23-004227-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Jeugdzaak. Overval op winkel met nepvuurwapen en gebruik van geweld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004227-16

datum uitspraak: 1 juni 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 3 november 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-684086-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,

adres: [adres 1].

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 4 primair, 4 subsidiair en 5 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 mei 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover in hoger beroep nog aan de orde – ten laste gelegd dat:

1. primair:
hij op of omstreeks 14 februari 2015 te Uithoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een winkel, gelegen aan/bij de [adres 2]) heeft weggenomen (in/uit een kassa(lade)) een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk gewelddadig en/of dreigend (in voornoemde winkel) (zulks terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) zijn/hun gezichten had(den) afgeschermd/afgedekt teneinde herkenning te voorkomen en/of een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bij zich had(den) teneinde vrees aan te jagen)

- tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd en/of geroepen: "Dit is een overval", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of (toen en/of nadat voornoemde [slachtoffer 1] hem, verdachte en/of diens mededader(s) wilde tegenhouden en/of vasthield)

- met voornoemde [slachtoffer 1] in worsteling en/of gevecht is/zijn geraakt (waardoor voornoemde [slachtoffer 1] tegen een vitrinekast terecht kwam) en/of

- eenmaal of meermalen schoppende en/of trappende en/of trekkende en/of rukkende bewegingen heeft/hebben gemaakt in de richting van en/of tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of

- eenmaal of meermalen heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen in/tegen het gezicht en/of lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] (terwijl bovengenoemde geweldshandelingen (deels) op de Admiraal Tromplaan, althans op een openbare weg, heeft/hebben plaatsgevonden);

1. subsidiair:
hij op of omstreeks 14 februari 2015 te Uithoorn, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een winkel, gelegen aan/bij de [adres 2]) weg te nemen een geldbedrag, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan dat misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar en/of in voornoemde winkel is gegaan waarna hij verdachte en/of zijn mededader(s) (zulks terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) zijn/hun gezichten had(den) afgeschermd/afgedekt teneinde herkenning te voorkomen en/of een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bij zich had(den) teneinde vrees aan te jagen)

- tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd en/of geroepen: "Dit is een overval", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of (toen en/of nadat voornoemde [slachtoffer 1] hem, verdachte en/of diens mededader(s) wilde tegenhouden en/of vasthield)

- met voornoemde [slachtoffer 1] in worsteling en/of gevecht is/zijn geraakt (waardoor voornoemde [slachtoffer 1] tegen een vitrinekast terecht kwam) en/of

- eenmaal of meermalen schoppende en/of trappende en/of trekkende en/of rukkende bewegingen heeft/hebben gemaakt in de richting van en/of tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of

- eenmaal of meermalen heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen in/tegen het gezicht en/of lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] (terwijl bovengenoemde geweldshandelingen (deels) op de Admiraal Tromplaan, althans op een openbare weg, heeft/hebben plaatsgevonden);

1. meer subsidiair:
hij op of omstreeks 14 februari 2015 te Uithoorn, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] (werkzaam in een winkel, gelegen aan/bij de [adres 2]) te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar en/of in voornoemde winkel is gegaan waarna hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (zulks terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) zijn/hun gezichten had(den) afgeschermd/afgedekt teneinde herkenning te voorkomen en/of een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bij zich had(den) teneinde vrees aan te jagen)

- tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd en/of geroepen: "Dit is een overval", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of (toen en/of nadat voornoemde [slachtoffer 1] hem, verdachte en/of diens mededader(s) wilde tegenhouden en/of vasthield)

- met voornoemde [slachtoffer 1] in worsteling en/of gevecht is/zijn geraakt (waardoor voornoemde [slachtoffer 1] tegen een vitrinekast terecht kwam) en/of

- eenmaal of meermalen schoppende en/of trappende en/of trekkende en/of rukkende bewegingen heeft/hebben gemaakt in de richting van en/of tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of

- eenmaal of meermalen heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen in/tegen het gezicht en/of lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] (terwijl bovengenoemde geweldshandelingen (deels) op de Admiraal Tromplaan, althans op een openbare weg, heeft/hebben plaatsgevonden);

2:
hij op of omstreeks 10 februari 2015 te Uithoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een tankstation, gelegen aan/bij de [adres 3]) heeft weggenomen (in/uit een kassa(lade)) een geldbedrag (van ongeveer 500,- euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk gewelddadig en/of dreigend (zulks terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) zijn/hun gezichten had(den) afgeschermd/afgedekt teneinde herkenning te voorkomen en/of teneinde vrees aan te jagen)

- een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend en/of dreigend voorwerp aan voornoemde [slachtoffer 2] heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of gehouden en/of gericht op het lichaam van voornoemde [slachtoffer 2] en/of

- tegen voornoemde [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "Geld,geld,geld" en/of "Geld, nu nu", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

3 primair:
hij op of omstreeks 15 januari 2015 te Uithoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een woning, gelegen aan/bij de [adres 4]) heeft weggenomen twee Playstation consoles en/of twee joysticks en/of twee headsets en/of een mobiele telefoon en/of een kluis (inhoudende een of meer horloges en/of een geldbedrag), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk gewelddadig en/of dreigend (zulks terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) gezichtsbedekkende kleding droegen teneinde schrik (in tegenwoordigheid van voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 3]) aan te jagen en/of om herkenning te voorkomen)

- ( nadat voornoemde [slachtoffer 3] de deur van voornoemde woning had geopend) voornoemde woning is/zijn binnengegaan en/of

- eenmaal of meermalen (met kracht) voornoemde [slachtoffer 3] in/tegen diens buikstreek en/of lichaam heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of

- voornoemde [slachtoffer 3] om geld heeft/hebben gevraagd en/of tegen voornoemde [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd: "Geen beweging of ik schiet je" en/of "Weet je waar het geld is?", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend en/of dreigend voorwerp aan voornoemde [slachtoffer 3] heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of gericht op voornoemde [slachtoffer 3];

3 subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 15 januari 2015 tot en met 17 januari 2015, althans in of omstreeks de periode van 15 januari 2015 tot en met 5 maart 2015 te Uithoorn en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, een kluis (inhoudende onder meer een geldbedrag en/of een of meer horloges) heeft verworven, en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Vrijspraken

Voor het onder 2 ten laste gelegde is naar het oordeel van het hof onvoldoende wettig bewijs. De verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] is belastend voor de verdachte, maar vindt onvoldoende steun in de overige bewijsmiddelen. De zendmastgegevens kunnen daartoe niet dienen, nu daaruit geen relevante conclusie kan worden getrokken omtrent de locatie van de verdachte. De bij de verdachte aangetroffen schoenen van het merk Nike vertonen weliswaar gelijkenis met de op de camerabeelden waar te nemen schoenen, doch zijn onvoldoende onderscheidend om aan de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] een voor bewezenverklaring voldoende mate van steun te bieden.

Naar het oordeel van het hof is het onder 3 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. De appberichten vragen om een uitleg, die de verdachte ook ter terechtzitting in hoger beroep niet heeft willen of kunnen geven. Het enkele gegeven dat de verdachte vroeg of een kluis was opengemaakt en informeerde hoeveel hij zou krijgen rechtvaardigt echter niet de conclusie dat hij als mededader betrokken is geweest bij de ten laste gelegde woningoverval. De notitie in de telefoon van [naam 1] en het vrij algemene signalement dat uit de aangifte naar voren komt, maken dat niet anders en ook overigens bevat het dossier onvoldoende bewijs voor een zodanige betrokkenheid van de verdachte. Dat de verdachte de bij deze overval weggenomen kluis voorhanden heeft gehad kan uit het dossier evenmin worden afgeleid, zodat het onder 3 subsidiair ten laste gelegde naar het oordeel van het hof evenmin wettig en overtuigend is bewezen.

Gelet op het voorgaande zal de verdachte van het aan hem onder 2, 3 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging

Met de rechtbank overweegt het hof geen reden te hebben te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Zij hebben bij de politie en ten overstaan van de rechter-commissaris verklaard de overval op Expert met de verdachte te hebben gepleegd. Ter terechtzitting in eerste aanleg zijn zij – gehoord als getuigen – bij deze verklaringen gebleven.

De verklaring van de verdachte, kort gezegd inhoudende dat hij medeverdachte [medeverdachte 1] wel kent maar niet met hem deze overval heeft gepleegd en dat hij medeverdachte [medeverdachte 2] in het geheel niet kent, schuift het hof als ongeloofwaardig terzijde. Het hof slaat daarbij acht op de telefoongegevens, waaruit blijkt dat het telefoonnummer van de verdachte in de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] stond en dat het telefoonnummer van medeverdachte [medeverdachte 1] op de ochtend van de overval uitgaand contact heeft gehad met het telefoonnummer van de verdachte.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 14 februari 2015 te Uithoorn tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel, gelegen aan de [adres 2], heeft weggenomen uit een kassalade een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden, dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk gewelddadig en dreigend in voornoemde winkel, zulks terwijl hij, verdachte en zijn mededaders hun gezichten hadden afgedekt teneinde herkenning te voorkomen en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bij zich hadden teneinde vrees aan te jagen

- tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft geroepen: “Dit is een overval”, en toen en nadat voornoemde [slachtoffer 1] hem, verdachtes mededader, wilde tegenhouden en vasthield

- met voornoemde [slachtoffer 1] in worsteling is geraakt, waardoor voornoemde [slachtoffer 1] tegen een vitrinekast terechtkwam en

- heeft geschopt en geslagen tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 1].

Hetgeen onder 1 primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 primair, 2 en 3 primair bewezen verklaarde veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 1 jaar, met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, onder de bijzondere voorwaarde van een meldplicht bij Jeugdbescherming Regio Amsterdam (hierna: JBRA).

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair, 2 en 3 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 153 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, onder verschillende bijzondere voorwaarden en tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen jeugddetentie.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een overval, waarbij een nepvuurwapen is meegebracht en geweld is gebruikt. De verdachte heeft zich enkel bekommerd om zijn eigen financiële gewin en is volledig voorbijgegaan aan de schade en overlast die hij de winkelier heeft bezorgd. De ervaring leert dat een dergelijke overval doorgaans nadelige psychische gevolgen voor het slachtoffer met zich brengt en bijdraagt aan gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 1 mei 2017 is hij niet eerder strafrechtelijk onherroepelijk veroordeeld.

Het hof heeft bij het bepalen van de straf acht geslagen op de volgende de verdachte betreffende rapporten:

  • -

    Pro Justitia rapporten, inhoudende psychologisch onderzoek, van 24 april 2015 opgemaakt door [naam 2] en [naam 3] en – aanvullend – van 19 januari 2017, opgemaakt door [naam 4];

  • -

    een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 26 januari 2017, alsmede eerdere rapporten;

  • -

    een rapport van JBRA van 31 maart 2017;

  • -

    een rapport van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: JBRR) van 16 mei 2017.

Voorts heeft het hof gelet op hetgeen de vertegenwoordigers van de Raad en JBRR ter terechtzitting in hoger beroep naar voren hebben gebracht. Sinds de schorsing van de verdachte in een andere strafzaak en zijn daaropvolgende verblijf bij zijn grootouders in Rotterdam is er sprake van een zeer positieve ontwikkeling. De verdachte houdt zich aan de afspraken en JBRR is zeer tevreden over de houding en de inzet van de verdachte. Hij gaat om de week naar Palier en leert veel van zijn gesprekken aldaar. De verdachte houdt zich ook strikt aan zijn Elektronisch Toezicht. De schoolgang is goed en de verdachte luistert ook naar zijn grootouders. Verder is de verdachte niet meer met politie en justitie in aanraking gekomen.

Het hof is, gezien de ernst van het feit, van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Het hof houdt bij het bepalen van de straf in het kader van de toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening met een recente bestraffing. Er is naar het oordeel van het hof onvoldoende aanleiding voor het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel, mede gelet op de nog langdurig lopende proeftijd ten aanzien van een aanzienlijk voorwaardelijk strafdeel in het kader van voornoemde recente bestraffing. Om te voorkomen dat de positieve lijn die is ingezet wordt doorbroken, zal het hof geen jeugddetentie van langere duur dan het voorarrest opleggen. Het hof acht, alles afwegende, daarnaast een forse taakstraf in de vorm van een werkstraf passend en geboden, wederom rekening houdend met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en het strafmaximum in jeugdzaken.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.410,09. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 2.006,99. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

Het hof stelt voorop dat de schadeposten die betrekking hebben op het vervangen van glasplaten en het reinigen van de vloer slechts tot de hoogte van het bedrag exclusief BTW voor vergoeding in aanmerking kunnen komen, nu de benadeelde partij de BTW kan verrekenen.

Dat tot het in zoverre gevorderde bedrag als direct gevolg van de overval reinigingskosten zijn gemaakt acht het hof aannemelijk, zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Ten aanzien van de schadepost die betrekking heeft op het vervangen van glasplaten overweegt het hof dat voldoende is gebleken dat de benadeelde partij schade heeft geleden tot een bedrag van € 147,50, zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. Voor het overige is deze schadepost onvoldoende onderbouwd.

Ten aanzien van de schadepost die betrekking heeft op het kasverschil overweegt het hof dat, nu niet begrijpelijk is hoe de overval een kasverschil ten aanzien van pintransacties ten gevolge kan hebben gehad, alleen het kasverschil ten aanzien van contante betalingen voor vergoeding in aanmerking kan komen. Voorts blijkt uit de aangifte dat bij de overval alleen briefgeld uit de kassa is weggenomen, zodat het in zoverre geconstateerde kasverschil van € 110,45 evenmin als geheel aan de overval kan worden toegeschreven. Het hof is aldus van oordeel dat een bedrag van € 110,00 euro thans voor vergoeding in aanmerking komt, zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Ten aanzien van de schadeposten die betrekking hebben op wasmachines, personeelskosten en gederfde winst overweegt het hof dat deze posten, gezien de gemotiveerde betwisting door de verdediging, onvoldoende zijn onderbouwd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof aldus voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 950,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 500,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 2 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3].

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 810,95. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 2 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 36f, 63, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77gg en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 4 primair, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2, 3 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen jeugddetentie.

Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 1 (één) maand.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Expert Uithoorn B.V. ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 406,26 (vierhonderdzes euro en zesentwintig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd Expert Uithoorn B.V., ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 406,26 (vierhonderdzes euro en zesentwintig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Verklaart de benadeelde partij R.C. [slachtoffer 2] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3].

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Kengen, mr. P.F.E. Geerlings en mr. J.H. de Graaf, in tegenwoordigheid van mr. S. Ourahma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 juni 2017.

Mr. J.H. de Graaf is buiten staat dit arrest te ondertekenen.