Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4405

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
01-11-2017
Datum publicatie
17-11-2017
Zaaknummer
23-003793-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verduistering in dienstbetrekking door ambtenaar provincie Noord-Holland, valsheid in geschrift, het opzettelijk en wederrechtelijk veranderen van computergegevens en gewoontewitwassen. Uitleg begrip ambtenaar. BP N-O. Strafmaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003793-16

datum uitspraak: 1 november 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 4 oktober 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15-870015-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] in [geboortedatum],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 oktober 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek

van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 december 2010 tot en met

12 december 2012 te Haarlem en/of Amsterdam, althans in Nederland, - (een) formulier(en) van subsidieverplichting (ten laste) van de Provincie Noord-Holland (te weten (onder meer) het formulier subsidieverplichting, betreffende [naam 1], met registratienummer 2010-69719), zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte in strijd met de waarheid, al dan niet in zijn, verdachte, persoonlijke dienstbetrekking als medewerker van de afdeling Administratieve en Financiële Dienstverlening van de Provincie Noord-Holland en/of (hierbij) gebruikmakende van macht en/of gelegenheid en/of middel(en) hem door zijn ambt geschonken, in voornoemd(e) formulier(en):

- het bankrekeningnummer van de subsidiegerechtigde verwijderd en/of gewijzigd in het bankrekeningnummer van (een) niet-subsidiegerechtigde (te weten [bankrekeningnummer 1] op naam van [naam 2] en/of [bankrekeningnummer 2] op naam van [naam 3]) en/of

- het registratienummer verwijderd en/of gewijzigd en/of

- het totaalbedrag aan subsidie verwijderd en/of gewijzigd in een te hoog subsidiebedrag, althans een niet door/namens de Provincie Noord-Holland vastgesteld subsidiebedrag en/of

- het/de voorschotbedrag(en) van die subsidie(s) verwijderd en/of gewijzigd in (een) te ho(o)g(e) subsidiebedrag(en), althans een niet door/namens de Provincie Noord-Holland vastgesteld(e) voorschotbedrag(en),

zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

2:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 december 2010 tot en met

12 december 2012 te Haarlem en/of Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Provincie Noord-Holland heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en), te weten:

- ( op 10 december 2010) een geldbedrag van 9.462,00 euro (te weten: subsidie [naam 4]) en/of

- ( op 14 december 2010) een geldbedrag van 26.331,00 euro (te weten: [bedrijf 2]) en/of

- ( op 04 januari 2012) een geldbedrag van 11.600,00 euro (te weten: [naam 1]) en/of

- ( op 04 mei 2012) een geldbedrag van 11.600,00 euro (te weten: [naam 1]) en/of

- ( op 26 juli 2012) een geldbedrag van 11.600,00 euro (te weten: [naam 1]) en/of

- ( op 12 december 2012) een geldbedrag van 11.600,00 euro (te weten: [naam 1]),

althans een (totaal)bedrag van (ongeveer) 82.193,00 euro, in elk geval van enig(e) goed(eren),

hebbende verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s), (telkens) met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, al dan niet in zijn, verdachte, persoonlijke dienstbetrekking als medewerker van de afdeling Administratieve en Financiële Dienstverlening van de Provincie Noord-Holland en/of (hierbij) gebruikmakende van macht en/of gelegenheid en/of middel(en) hem door zijn ambt geschonken,

- in het (betalings)systeem (SAP) van de Provincie Noord-Holland de registratie van het bankrekeningnummer van [naam 4] (te weten: [bankrekeningnummer 4]) bewerkt en/of gewijzigd, althans (een vals) bankrekeningnummer geregistreerd, althans doen bewerken en/of wijzigen en/of (een vals) bankrekeningnummer doen registreren (te weten: [bankrekeningnummer 2], op naam van

[naam 3]) en/of

- in het (betalings)systeem (SAP) van de Provincie Noord-Holland de registratie van het bankrekeningnummer van [bedrijf 2] (te weten: [bankrekeningnummer 3]) bewerkt en/of gewijzigd, althans (een) (vals(e)) bankrekeningnummer(s) geregistreerd, althans doen bewerken en/of wijzigen en/of (een vals) bankrekeningnummer doen registreren (te weten: [bankrekeningnummer 1], op naam van [naam 2]) en/of

- in het (betalings)systeem (SAP) van de Provincie Noord-Holland de registratie van de bankrekeningnummer(s) van [naam 1] (te weten: [bankrekeningnummer 7]) bewerkt en/of gewijzigd, althans (een vals) bankrekeningnummer geregistreerd, althans doen bewerken en/of wijzigen en/of (een vals) bankrekeningnummer doen registreren (te weten: [bankrekeningnummer 1], op naam van [naam 2]) en/of

- ( vervolgens) de subsidieverplichting(en)/-verstrekking(en) ten aanzien van of [naam 4] en/of [bedrijf 2] en/ [naam 1] bewerkt en/of gewijzigd, althans doen bewerken en/of wijzigen, althans de subsidieverplichting(en)/-verstrekking(en) verhoogd en/of doen verhogen (terwijl [naam 4] en/of [bedrijf 2] en/of [naam 1] geen recht op had(den) op verhoging(en) van de subsidieverplichting(en)/-verstrekking(en)) en/of

- ( vervolgens) een of meerdere (te weten: zes (6)) (valse) betalingsopdracht(en) (aan)gemaakt, althans doen (aan)maken (op naam van de [naam 4] en/of [bedrijf 2] en/of [naam 1]) en/of

- ( vervolgens) die betalingsopdracht(en) geaccordeerd en/of ondertekend, althans doen accorderen en/of ondertekenen en/of

- ( vervolgens) die betalingsopdracht(en) verwerkt, althans doen verwerken, in het (betalings)systeem ("SAP") van de Provincie Noord-Holland, waardoor de Provincie Noord-Holland (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

3:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 december 2010 tot en met

12 december 2012 te Haarlem en/of Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen en/of worden verwerkt en/of overgedragen, te weten opgeslagen gegevens in het (betalings)systeem van de Provincie Noord-Holland (SAP), althans in computer(s) en/of computerserver(s) en/of het computernetwerk van de Provincie Noord-Holland,

immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s), al dan niet in zijn, verdachte, persoonlijke dienstbetrekking als medewerker van de afdeling Administratieve en Financiële Dienstverlening van de Provincie Noord-Holland en/of (hierbij) gebruikmakende van macht en/of gelegenheid en/of middel(en) hem door zijn ambt geschonken,

- de registratie van het bankrekeningnummer van de [naam 4] (te weten: [bankrekeningnummer 4]) gewist en/of veranderd, althans doen wissen en/of veranderen, in het bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 2] (op naam van [naam 3]) en/of

- de registratie van het bankrekeningnummer van [bedrijf 2] (te weten: [bankrekeningnummer 3]) gewist en/of veranderd, althans doen wissen en/of veranderen, in het bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 1] (op naam van [naam 2]) en/of

- de registratie van het bankrekeningnummer van [naam 1] (te weten: [bankrekeningnummer 7]), g veranderd, althans doen wissen en/of veranderen, in het bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 1] (op naam van [naam 2]) en/of

- de registratie van (de hoogte van) de subsidieverplichting(en)/- verstrekking(en) van de Provincie Noord-Holland aan de [naam 4] en/of [bedrijf 2] en/of [naam 1] gewist en/of veranderd, althans doen wissen en/of veranderen, door de subsidieverplichting(en)/-verstrekking(en) te verhogen (terwijl de [naam 4] en/of

[bedrijf 2] en/of [naam 1] geen recht op had(den) op verhoging(en) van de subsidieverplichting(en)/- verstrekking(en));

4 primair:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 oktober 2011 tot en met

15 oktober 2014 te Haarlem en/of Amsterdam, althans in Nederland, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft/hebben weggenomen een of meerdere geldbedrag(en), te weten:

- 500,00 euro (op 21 oktober 2011) en/of

- 500,00 euro (op 04 november 2011) en/of

- 500,00 euro (op 23 februari 2012) en/of

- 500,00 euro (op 08 maart 2012) en/of

- 500,00 euro (op 11 april 2012) en/of

- 500,00 euro (op 22 juni 2012) en/of

- 500,00 euro (op 11 juli 2012) en/of

- 500,00 euro (op 20 juli 2012) en/of

- 500,00 euro (op 27 september 2012) en/of

- 500,00 euro (op 23 november 2012) en/of

- 500,00 euro (op 22 januari 2013) en/of

- 500,00 euro (op 05 maart 2013) en/of

- 500,00 euro (op 04 juli 2013) en/of

- 500,00 euro (op 28 augustus 2013) en/of

- 500,00 euro (op 03 september 2013) en/of

- 250,00 euro (op 24 september 2013) en/of

- 500,00 euro (op 15 oktober 2014),

althans een (totaal)bedrag van (ongeveer) 8.250,00 euro, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de Provincie Noord-Holland, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) zich het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door (telkens) met een bankpas behorende bij ABN AMRO Bank ten name van de Provincie Noord-Holland (te weten: bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 6]) en het intoetsen van de bijbehorende pincode bij een (aantal) geldautoma(a)t(en) geldbedrag(en) te pinnen, bij het begaan van welk strafbaar feit hij, verdachte, (telkens) gebruik heeft gemaakt van macht en/of gelegenheid en/of middel(en) door zijn ambt geschonken;

4
subsidiair:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 oktober 2011 tot en met 07 april 2015 te Haarlem en/of Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk een of meerdere geldbedrag(en) (totaalbedrag ongeveer 8.250,00 euro), althans enig(e) geldbedrag(en), in elk geval enig(e) goed(eren), die/dat geheel of ten dele toebehoorde aan de Provincie Noord-Holland, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) uit hoofde van zijn/hun persoonlijke dienstbetrekking als medewerker(s) van de afdeling Administratieve en Financiële Dienstverlening van de Provincie Noord-Holland, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend, bij het begaan van welk strafbaar feit hij, verdachte, (telkens) gebruik heeft gemaakt van macht en/of gelegenheid en/of middel(en) door zijn ambt geschonken;

5:
hij in of omstreeks de periode van 10 december 2010 tot en met 07 april 2015, te Haarlem en/of Amsterdam, althans in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) voorwerp(en), te weten:

- ( op 10 december 2010) een geldbedrag van 9.462,00 euro (te weten: [naam 5]) en/of

- ( op 14 december 2010) een geldbedrag van 26.331,00 euro (te weten: [bedrijf 2]) en/of

- ( op 04 januari 2012) een geldbedrag van 11.600,00 euro (te weten: [naam 1]) en/of

- ( op 04 mei 2012) een geldbedrag van 11.600,00 euro (te weten: [naam 1]) en/of

- ( op 26 juli 2012) een geldbedrag van 11.600,00 euro (te weten: [naam 1]) en/of

- ( op 12 december 2012) een geldbedrag van 11.600,00 euro (te weten: [naam 1]) en/of

- ( in de periode van 21 oktober 2011 tot en met 07 april 2015) een of meerdere geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 8.250,00 euro (te weten: gelden uit de kleine kas), althans een (totaal)bedrag van (ongeveer) 90.443,00 euro, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of

de verplaatsing van bovenomschreven voorwerp(en) heeft/hebben verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben verborgen en/of bovenomschreven voorwerp(en) heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen en/of heeft/hebben omgezet, althans van een of meer voorwerp(en), te weten een (grote) hoeveelheid geld, gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij, verdachte, (telkens) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Gedeeltelijke vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is, conform de vordering van de advocaat-generaal, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 4 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Bespreking van een in hoger beroep gevoerd verweer

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van schending van de ambtsplicht en dat de verdachte van dit onderdeel dient te worden vrijgesproken. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat de functie van verdachte, medewerker basisadministratie, louter intern is gericht en geen openbaar karakter draagt.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Voorop wordt gesteld dat het begrip ‘ambtenaar’ ruim dient te worden uitgelegd. Iemand kan als ambtenaar worden aangemerkt als hij door het openbaar gezag is aangesteld tot een openbare betrekking om een deel van de taak van de staat of zijn organen te verrichten. In de jurisprudentie wordt door de Hoge Raad daarnaast mede als ‘ambtenaar’ begrepen degene die onder toezicht en verantwoording van de overheid is aangesteld, in een functie waaraan een openbaar karakter niet kan worden ontzegd.

De verdachte was in de tenlastegelegde periode door de Provincie Noord-Holland (het openbaar gezag) aangesteld als medewerker basisadministratie bij de Afdeling Administratieve en Financiële Dienstverlening bij de Provincie Noord-Holland en dient derhalve reeds uit dien hoofde als ambtenaar

te worden aangemerkt. Overigens merkt het hof op dat de verdachte in het kader van het uitoefenen van die functie misbruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid en middelen die hem door zijn ambt zijn geschonken, nu het verstrekken van subsidies en subsidiegelden en het uitgeven van algemene middelen bij uitstek behoort tot het domein van de overheid in casu de provincie.

Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij in de periode van 10 december 2010 tot en met 12 december 2012 te Haarlem (een formulier

van subsidieverplichting ten laste van de Provincie Noord-Holland, te weten het formulier subsidieverplichting, betreffende [naam 1], met registratienummer 2010-69719, zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen heeft vervalst, immers heeft verdachte in strijd met de waarheid, in zijn, verdachtes, persoonlijke dienstbetrekking als medewerker van de afdeling Administratieve en Financiële Dienstverlening van de Provincie Noord-Holland en hierbij gebruikmakende van macht en gelegenheid en middelen hem door zijn ambt geschonken,

in voornoemd formulier:

- het bankrekeningnummer van de subsidiegerechtigde gewijzigd in het bankrekeningnummer van een niet-subsidiegerechtigde, te weten [bankrekeningnummer 1] op naam van [naam 2] en

- het registratienummer gewijzigd en

- het totaalbedrag aan subsidie gewijzigd in een te hoog subsidiebedrag, althans een niet door de Provincie Noord-Holland vastgesteld subsidiebedrag en

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en door anderen te doen gebruiken;

2:
hij op tijdstippen in de periode van 10 december 2010 tot en met 12 december 2012 te Haarlem , telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, telkens door een of meer listige kunstgrepen de Provincie Noord-Holland heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, te weten:

- op 14 december 2010 een geldbedrag van 9.462,00 euro (te weten: subsidie [naam 4]) en

- op 14 december 2010 een geldbedrag van 26.331,00 euro (te weten: [bedrijf 2]) en

- op 04 januari 2012 een geldbedrag van 11.600,00 euro (te weten: [naam 1]) en

- op 04 mei 2012 een geldbedrag van 11.600,00 euro (te weten: [naam 1]) en

- op 26 juli 2012 een geldbedrag van 11.600,00 euro (te weten: [naam 1]) en

- op 12 december 2012 een geldbedrag van 11.600,00 euro (te weten: [naam 1]), hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid, in zijn, verdachte, persoonlijke dienstbetrekking als medewerker van de afdeling Administratieve en Financiële Dienstverlening van de Provincie Noord-Holland en hierbij gebruikmakende van macht en gelegenheid en middelen hem door zijn ambt geschonken,

- in het betalingssysteem SAP van de Provincie Noord-Holland de registratie van het bankrekeningnummer van [naam 4], te weten: [bankrekeningnummer 4], doen bewerken

en een bankrekeningnummer doen registreren, te weten: [bankrekeningnummer 2], op naam van [naam 3], en

- in het betalingssysteem SAP van de Provincie Noord-Holland de registratie van het bankrekeningnummer van [bedrijf 2], te weten: [bankrekeningnummer 3] doen bewerken

en een bankrekeningnummer doen registreren,te weten: [bankrekeningnummer 1], op naam van [naam 2], en

- in het betalingssysteem SAP van de Provincie Noord-Holland de registratie van het bankrekeningnummer van [naam 1],te weten: [bankrekeningnummer 7] doen bewerken en een bankrekeningnummer doen registreren, te weten: [bankrekeningnummer 1], op naam van [naam 2] en

- vervolgens de subsidieverplichtingen ten aanzien van of [naam 4] en

[bedrijf 2] verhoogd, terwijl [naam 4] en [bedrijf 2] geen recht hadden op verhogingen van de subsidieverplichting en

- vervolgens zes valse betalingsopdrachten aangemaakt op naam van de [naam 4] en [bedrijf 2] en

- vervolgens die betalingsopdrachten doen accorderen en vervolgens die betalingsopdrachten verwerkt in het betalingssysteem SAP van de Provincie Noord-Holland, waardoor de Provincie Noord-Holland telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgiften;

3:
hij op tijdstippen in de periode van 10 december 2010 tot en met 12 december 2012 te Haarlem, telkens opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen en worden verwerkt en overgedragen, te weten opgeslagen gegevens in het betalingssysteem van de Provincie Noord-Holland (SAP), heeft veranderd of doen veranderen, immers heeft verdachte in zijn, verdachtes, persoonlijke dienstbetrekking als medewerker van de afdeling Administratieve en Financiële Dienstverlening van de Provincie Noord-Holland en hierbij gebruikmakende van macht en gelegenheid en middelen hem door zijn ambt geschonken,

- de registratie van het bankrekeningnummer van de [naam 4], te weten: [bankrekeningnummer 4], doen veranderen, in het bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 2] op naam van [naam 3] en

- de registratie van het bankrekeningnummer van [bedrijf 2], te weten: [bankrekeningnummer 3], doen veranderen in het bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 1] op naam van [naam 2] en

- de registratie van het bankrekeningnummer van [naam 1], te weten: [bankrekeningnummer 7], doen veranderen, in het bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 1] op naam van [naam 2] en

- de registratie van de hoogte van de subsidieverplichtingen van de Provincie Noord-Holland aan de [naam 4] en [bedrijf 2] veranderd door de subsidieverplichtingen te verhogen, terwijl de [naam 4] en [bedrijf 2] geen recht hadden op verhogingen van de subsidieverplichtingen;

4 subsidiair:
hij op tijdstippen in de periode van 21 oktober 2011 tot en met 15 april 2014 te Haarlem telkens opzettelijk geldbedragen (een totaalbedrag van 8.250,00 euro), dat toebehoorde aan de Provincie Noord-Holland, welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als medewerker van de afdeling Administratieve en Financiële Dienstverlening van de Provincie Noord-Holland, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, telkens wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, bij het begaan van welk strafbaar feit hij, verdachte, telkens gebruik heeft gemaakt van macht en gelegenheid

en middelen door zijn ambt geschonken;

5:
hij in de periode van 10 december 2010 tot en met 15 oktober 2014, te Haarlem en/of Amsterdam,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, voorwerpen,

te weten:

- op 14 december 2010 een geldbedrag van 9.462,00 euro, te weten: [naam 5] en

- op 14 december 2010 een geldbedrag van 26.331,00 euro, te weten: [bedrijf 2] en

- op 04 januari 2012 een geldbedrag van 11.600,00 euro, te weten: [naam 1] en

- op 04 mei 2012 een geldbedrag van 11.600,00 euro, te weten: [naam 1] en

- op 26 juli 2012 een geldbedrag van 11.600,00 euro, te weten: [naam 1] en

- op 12 december 2012 een geldbedrag van 11.600,00 euro, te weten: [naam 1] en

- in de periode van 21 oktober 2011 tot en met 15 oktober 2014) een geldbedrag van in totaal 8.250,00 euro, te weten: gelden uit de kleine kas verworven en overgedragen, terwijl hij, verdachte, telkens wist, dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.

Hetgeen onder 1, 2, 3, 4 subsidiair en 5 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep

in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2, 3, 4 subsidiair en 5 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde levert op:

de voortgezette handeling van

valsheid in geschrift, terwijl bij het begaan van het feit gebruik is gemaakt van macht, gelegenheid en middel hem door zijn ambt geschonken

en

opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen en worden verwerkt en worden overgedragen, veranderen, terwijl bij het begaan van het feit gebruik is gemaakt van macht, gelegenheid en middel hem door zijn ambt geschonken, meermalen gepleegd

en

oplichting, terwijl bij het begaan van het feit gebruik is gemaakt van macht, gelegenheid en middel hem door zijn ambt geschonken,

meermalen gepleegd.

Het onder 4 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, terwijl bij het begaan van het feit gebruik is gemaakt van macht, gelegenheid en middel hem door zijn ambt geschonken,

meermalen gepleegd.

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1, 2, 3, 4 subsidiair en 5 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2, 3, 4 subsidiair en 5 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2, 3, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte primair verzocht te volstaan met de oplegging van een taakstraf, subsidiair heeft hij verzocht een voorwaardelijke gevangenisstraf, eventueel in combinatie met een taakstraf op te leggen en meer subsidiair heeft hij verzocht het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf te matigen. Hiertoe heeft hij het volgende betoogd.

De verdachte is voordat de tenlastegelegde feiten zijn ontdekt uit eigen beweging gestopt en heeft

zelf geen voordeel verkregen. Hij heeft - kort samengevat - het geld weggenomen om zijn in Mauritanië door overstromingen getroffen familie, die daardoor in een uitzichtloze situatie was komen te verkeren

en die een dringend beroep op hem deed, te helpen. Niet helpen was, gegeven hetgeen van familieleden

in het buitenland wordt verwacht, geen optie. Dit alles maakt zijn handelen niet goed, maar in moreel opzicht meer verdedigbaar dan verduistering voor eigen gewin. De strafrechtelijke gevolgen nog daargelaten, is hij zijn baan kwijtgeraakt, waardoor hij zich zag genoodzaakt naar Afrika terug te keren en gedurende een geruim aantal maanden op grote afstand van zijn echtgenote te leven.

De verdachte heeft inzicht gegeven in zijn handelen, heeft spijt van zijn daden en hij wil het benadelingsbedrag aan de Provincie Noord-Holland terug betalen. Tot slot heeft de raadsman gewezen op de ouderdom van de feiten en het gegeven dat de verdachte een first offender is.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich gedurende een periode van twee jaren schuldig gemaakt aan het oplichten van de Provincie Noord-Holland, waar hij als medewerker basisadministratie bij de Afdeling Administratieve Financiële Dienstverlening werkzaam was. De verdachte heeft zich in dit verband eveneens schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en het veranderen van computergegevens, waardoor de Provincie Noord-Holland in totaal zes keer is bewogen geldbedragen - van in totaal € 82.193,00 - naar een bankrekeningnummer over te maken dat niet correspondeerde met het bankrekeningnummer van de begunstigde van de subsidie. Voorts was de verdachte uit hoofde van zijn dienstbetrekking kasbeheerder van de kleine kas van de Provincie Noord-Holland, waardoor hij de beschikking had over een pinpas waarmee hij telkens een geldopname tot een bedrag van € 500,00 kon verrichten. De verdachte heeft gedurende een periode van vier jaren meermalen geld opgenomen en verduisterd, ter hoogte van een totaalbedrag van € 8.250,00.

De verdachte heeft voornoemde geldbedragen naar eigen inzicht besteed, waarmee hij zich eveneens schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen.

Het hof stelt vast dat de verdachte met zijn handelen stelselmatig en op grove wijze misbruik heeft gemaakt van zijn positie bij de Provincie Noord-Holland. Hiermee heeft hij niet enkel het vertrouwen van zijn werkgever ernstig beschaamd, maar heeft hij eveneens het vertrouwen dat de samenleving mag hebben in de integriteit van een overheidsdienst en in het bijzonder van medewerkers van de overheid, ernstig geschaad. Voorts geldt de verdachte de Provincie Noord-Holland aanzienlijke schade heeft toegebracht.

Het hof is - gelet op het vorenstaande - van oordeel dat niet kan worden volstaan met de oplegging van een taakstraf, dan wel een volledig voorwaardelijke gevangenisstraf. Daarbij neemt het hof in aanmerking de tijd gedurende welke de strafbare feiten zijn gepleegd, de geraffineerde werkwijze van de verdachte en in het bijzonder de hoogte van het benadelingsbedrag. De persoonlijke omstandigheden noch het gegeven dat de verdachte niet puur heeft gehandeld uit direct persoonlijk financieel gewin, legt voldoende gewicht in de schaal tot een ander oordeel te komen.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Het hof zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat de verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

Vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 210.632,31, later kennelijk naar beneden bijgesteld tot een bedrag van

€ 111.407,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor een bedrag van € 11.407,00. Daarnaast heeft de advocaat van de benadeelde partij, mr. M.C. Jonkman, verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

In een reeds tussen de provincie (als eiseres) en de verdachte en zijn echtgenote (als gedaagden) gevoerde civiele procedure, waarin de provincie een bedrag van € 210.632,31 vorderde, welke

procedure heeft geleid tot het vonnis van 11 mei 2016 zijn gedaagden - kort samengevat - veroordeeld tot (terug)betaling van het bedrag dat de verdachte zich onrechtmatig heeft toegeëigend alsmede tot betaling van € 20.000,00 aan onderzoekskosten. Dit laatste bedrag achtte de rechtbank redelijk en redelijkerwijs noodzakelijk, waarbij de rechtbank - kort samengevat - overwoog dat in het licht van het uitgebreide verweer het op de weg van de provincie had gelegen haar stellingen nader te onderbouwen. Het hof stelt voorop dat de provincie er kennelijk vanaf heeft gezien van voornoemd vonnis in hoger beroep te gaan (waarbij de vordering had kunnen worden aangepast) en constateert dat de provincie in de strafprocedure een nieuwe schadepost aanbrengt, te weten interne kosten strafzaak [naam 6] ad € 11.406,86. Deze vordering wordt onderbouwd door een bijlage waarin ten aanzien van drie provinciemedewerkers wordt aangegeven dat hun inzet ieder 36 uren was en ten aanzien van een medewerker dat de inzet 72 uren was, overeenkomend met één werkweek respectievelijk twee werkweken, waaruit het hof afleidt dat stelposten worden gehanteerd in plaats van een (deugdelijke) tijdregistratie. In het licht van hetgeen eerder in de civiele procedure met betrekking tot de noodzakelijk te maken kosten is overwogen en gezien de magere onderbouwing van de in hoger beroep ingediende vordering is het hof van oordeel dat, aangezien de vordering gemotiveerd is betwist, de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom niet in de vordering worden ontvangen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 44, 56, 57, 225, 322, 326, 350a en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 4 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4 subsidiair en 5 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij

Verklaart de benadeelde partij in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S. Clement, mr. A.M. van Amsterdam en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van mr. M.M.C. Glismeijer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof

van 1 november 2017.