Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4392

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-10-2017
Datum publicatie
06-11-2017
Zaaknummer
23-001301-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vernietiging. Diefstal, geen medeplegen. Strafmaatoverweging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001301-17

datum uitspraak: 31 oktober 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 maart 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-247916-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

17 oktober 2017.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 8 december 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (winkel)pand ([adres 2]) heeft weggenomen een (mobiele) telefoon (waarde circa 149,00 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Media Markt, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Partiële vrijspraak

Het hof acht met de advocaat-generaal niet bewezen dat de verdachte de diefstal tezamen en in vereniging met een ander heeft gepleegd, nu het dossier daarvoor onvoldoende aanknopingspunten biedt en de verdachte ontkent het feit met een ander te hebben gepleegd. De verdachte zal derhalve van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 8 december 2015 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkelpand ([adres 2]) heeft weggenomen een mobiele telefoon (waarde circa 149,00 euro), toebehorende aan Media Markt.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De verdachte heeft het hof verzocht aan hem een voorwaardelijke straf op te leggen. Ter onderbouwing van dit verzoek heeft de verdachte in het kader van zijn persoonlijke omstandigheden onder meer naar voren gebracht dat het beter met hem gaat. Hij heeft een intensieve behandeling voor zijn verslavingsproblematiek ondergaan, heeft inmiddels een fulltime baan als loodgieter, een eigen woning en is bezig met het aflossen van zijn schulden.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van een diefstal in Media Markt. Winkeldiefstal veroorzaakt schade en overlast voor het gedupeerde winkelbedrijf. De verdachte heeft er blijk van gegeven geen respect te hebben voor het eigendomsrecht van anderen.

Het hof heeft voorts acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 3 oktober 2017, de verdachte betreffend, waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van misdrijven, hetgeen meeweegt in het nadeel van de verdachte.

In strafmatigende zin weegt het hof mee dat het leven van de verdachte een wending ten goede lijkt te hebben genomen nu hij werk heeft en een woning, aan zijn verslavingsproblematiek heeft gewerkt en bezig is met het aflossen van schulden. Om deze positieve ontwikkeling niet te doorkruisen zal het hof in plaats van een in beginsel passend te achten onvoorwaardelijke gevangenisstraf als opgelegd door de politierechter, een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.

Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Met deze straf wordt enerzijds de ernst van het feit tot uitdrukking gebracht terwijl deze straf anderzijds een prikkel voor de verdachte vormt om niet opnieuw een strafbaar feit te begaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in

artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht,

voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. W.M.C. Tilleman en mr. M.B. de Wit, in tegenwoordigheid van L. Bähr, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 31 oktober 2017.

Mr. W.M.C. Tilleman en mr. M.B. de Wit zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.