Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4383

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-09-2017
Datum publicatie
01-11-2017
Zaaknummer
23-001256-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van hennep en diefstal van elektriciteit. Tevens tekortgeschoten in het dragen van voldoende zorg voor zijn hond. Verklaring dat de kat de hond heeft aangevallen vindt geen steun in de bewijsmiddelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001256-17

datum uitspraak: 19 september 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 maart 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-040918-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

adres: [adres 1] .

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de politierechter in de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 3 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

5 september 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, ten laste gelegd dat:

1:
hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 september 2015 tot en met 18 november 2015, in elk geval in Nederland opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 213 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2:
hij op of omstreeks 17 november 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, geen voldoende zorg heeft gedragen voor het onschadelijk houden van (een) onder zijn hoede staande gevaarlijk(e) dier(en), te weten een hond (Bull Mastiff, genaamd [hond] ), immers heeft deze hond toen aldaar een (lapjes)kat (oranje/grijze vlekken) naam [kat] eenmaal of meerdere malen gebeten (ten gevolge waarvan deze kat [kat] aan haar verwondingen is overleden);


4:
hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 september 2015 tot en met 18 november 2015, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan [adres 2] , heeft weggenomen een hoeveelheid electriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak op of verbreking van een of meer zegel(s) van de hoofdaansluitkast in voornoemde woning.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bespreking van verweer ter zake van feit 2

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij zijn hond had losgelaten op een veldje waar altijd honden loslopen en dat hij hem niet had aangelijnd omdat de hond naar hem luistert. De kat viel echter zijn hond aan, waardoor de hond zich heeft moeten verdedigen. De verdachte heeft verklaard dat hij niet veel kon doen in deze situatie. Het gebeurde heel snel en hij had geen tijd om zijn hond aan te lijnen.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Het hof is ten eerste van oordeel dat uit de inhoud van de bewijsmiddelen blijkt dat de hond ‘ [hond] ’ een gevaarlijke hond was. [hond] had eerder, te weten op 3 februari 2015 een kat doodgebeten. De verdachte wist dit ook. Het hof is daarom van oordeel dat de verdachte is tekortgeschoten in het dragen van voldoende zorg voor het onschadelijk houden van [hond] . Hij had die hond, die onder zijn hoede stond, moeten aanlijnen terwijl hij met hem buiten liep. Als de verdachte de hond wel had aangelijnd, zou hij hebben kunnen voorkomen dat [hond] de kat zou bijten, zelfs als zijn verklaring dat de kat de hond aanviel waar zou zijn. Hij had hem dan alleen maar hoeven wegtrekken.

Het hof overweegt ten overvloede dat de verklaring van de verdachte, dat de kat de hond heeft aangevallen, niet aannemelijk is geworden. Die verklaring vindt geen enkele steun in het dossier.

Het hof verwerpt derhalve het verweer.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij in de periode van 1 september 2015 tot en met 18 november 2015, in Nederland opzettelijk heeft geteeld een hoeveelheid van in totaal ongeveer 213 hennepplanten;

2:
hij op 17 november 2015 te Amsterdam geen voldoende zorg heeft gedragen voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier, te weten een hond (Bull Mastiff, genaamd [hond] ), immers heeft deze hond toen aldaar een lapjeskat (oranje/grijze vlekken) naam [kat] gebeten ten gevolge waarvan deze kat [kat] aan haar verwondingen is overleden;

4:
hij in de periode van 1 september 2015 tot en met 18 november 2015, in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan [slachtoffer] , waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking van zegels van de hoofdaansluitkast in voornoemde woning.

Hetgeen onder 1, 2 en 4 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2 en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

onvoldoende zorg dragen voor een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1, 2 en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte veroordeeld voor het in eerste aanleg onder 1 en 4 bewezen verklaarde tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis en ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot een geldboete ter hoogte van € 350,-, te vervangen door 7 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 4 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis en dat de verdachte voor het onder 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot 1 week voorwaardelijke hechtenis met een proeftijd van 2 jaren onder de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zijn honden bij het uitlaten te allen tijde dient aan te lijnen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van een aanzienlijke hoeveelheid hennep. Gezien de hoeveelheid van 213 aangetroffen planten kan het niet anders dan dat de hennep voor verdere verspreiding bedoeld was. Het gebruik van hennep kan schadelijke gevolgen meebrengen voor de gezondheid van gebruikers. Bovendien leidt de teelt van hennep veelal tot negatieve maatschappelijke effecten en overlast voor buurtbewoners. In soortgelijke gevallen wordt voor een dergelijk misdrijf meestal een taakstraf van ongeveer 120 uur en een maand voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd.
Voorts heeft de verdachte gedurende enige tijd onrechtmatig elektriciteit afgetapt. Diefstal is een kwalijk feit, dat schade veroorzaakt. Daarnaast overweegt het hof dat het een feit van algemene bekendheid is dat het illegaal aftappen van elektriciteit vaak leidt tot gevaarlijke situaties als kortsluiting en brand. Ook daarvoor zijn een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats.

Verder heeft de verdachte onvoldoende zorg gedragen voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier, waardoor een kat het leven heeft moeten laten. Dat is, anders dan de twee hiervoor besproken feiten, geen misdrijf maar een overtreding. Daarom wordt daarvoor afzonderlijk straf opgelegd. Op deze overtreding stelt de wet een maximumstraf van zes maanden hechtenis of een hoge geldboete. Ter terechtzitting heeft de verdachte bestreden dat [hond] gevaarlijk was en opgemerkt dat hij zijn (andere) honden, onder wie een Pitbull die hij zelf als agressief bestempelt, nog altijd los laat rondlopen. Dit getuigt er niet van dat de verdachte de ernst van de situatie en zijn eigen verantwoordelijkheid inziet, hetgeen het hof aanleiding geeft een deels voorwaardelijke straf op te leggen. Het hof kiest daarbij voor een straf in de vorm van hechtenis, ten eerste vanwege de ernst van het feit en ten tweede omdat de verdachte zo weinig inkomsten heeft, dat het opleggen van een hoge geldboete weinig zinvol is. Om te bevorderen dat de verdachte zich meer dan nu van zijn verantwoordelijkheid bewust wordt en zich houdt aan zijn verplichtingen, zal het hof aan het opleggen van de voorwaardelijke hechtenis de bijzondere voorwaarde verbinden dat de verdachte zijn honden bij het uitlaten aanlijnt.

Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf, een taakstraf en een voorwaardelijke hechtenis, met de daaraan verbonden bijzondere voorwaarde, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 62, 63, 310, 311 en 425 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Ten aanzien van het onder 1 en 4 bewezen verklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde

Veroordeelt de verdachte tot hechtenis voor de duur van 1 (één) week.

Bepaalt dat de hechtenis niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de proeftijd zijn honden bij het uitlaten altijd dient aan te lijnen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.M. Steinhaus, mr. A.E.M. Röttgering, en mr. S.M.M. Bordenga, in tegenwoordigheid van T. van den Honert, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

19 september 2017.