Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4382

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-09-2017
Datum publicatie
01-11-2017
Zaaknummer
23-001397-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak overtreding artikel 8, tweede lid, APV Purmerend 2003. Niet blijkt dat ten tijde van het gegeven bevel sprake was van dreigende wanordelijkheden en enige betrokkenheid van een of meer andere personen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001397-17

datum uitspraak: 19 september 2017

VERSTEK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Zaanstad van 10 mei 2016 in de strafzaak onder parketnummer

96-257124-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 september 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 7 september 2014, in de gemeente Purmerend, op of aan de weg, te weten de Koemarkt, bij enig voorval waardoor er wanordelijkheden ontstonden of dreigden te ontstaan en/of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor er wanordelijkheden ontstonden of dreigden te ontstaan, aanwezig was en/of zich heeft bevonden in een samenscholing, niet heeft voldaan aan een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie, om zijn weg te vervolgen en/of zich in de door voornoemde ambtenaar aangewezen richting te verwijderen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de kantonrechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de kantonrechter zal bevestigen.

Vrijspraak

Blijkens het proces-verbaal van bevindingen van 7 september 2014 bevonden verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zich op 6 september 2014 omstreeks 23.50 uur op de Koestraat te Purmerend naar aanleiding van een melding dat de verdachte een poort probeerde open te breken op de Plantsoenstraat. Aldaar troffen zij de verdachte aan onder invloed van alcohol. Hierop hebben de verbalisanten hem gevorderd om zich niet meer op de Koemarkt op te houden tot 7 september 2014 te 07.00 uur.

Op 7 september 2014 omstreeks 00.30 uur zagen de verbalisanten de verdachte op de Koemarkt. Aan de verdachte is nogmaals verteld en uitgelegd dat hij hier niet aanwezig mocht zijn tot bovengenoemd tijdstip. Nadat de verdachte omstreeks 01.50 uur die nacht werd aangetroffen in een horecagelegenheid gelegen aan de Koemarkt, is hij aangehouden.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij artikel 8 lid 2 Algemene Plaatselijke Verordening Purmerend 2003 zou hebben overtreden. Deze bepaling is opgenomen in het hoofdstuk “Openbare orde”, afdeling 1: “Orde en veiligheid op de weg”, paragraaf 1: “Bestrijding van ongeregeldheden”, met als nadere aanduiding “Samenscholing en ongeregeldheden”, en luidt als volgt:

“Een ieder die op of aan de weg aanwezig is bij enig voorval, waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis, waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.”

Blijkens haar bewoordingen ziet deze bepaling op situaties waarin sprake is van een gebeurtenis die aanleiding geeft, dan wel dreigt te geven, tot ordeverstorend gedrag door meer personen en/of van samenscholing. Ook het woord ‘ongeregeldheden’ in de titel van de paragraaf waarin deze bepaling is opgenomen en de woorden ‘samenscholing en ongeregeldheden’ in de titel van het artikel duiden daarop.

Uit bovengenoemd proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten blijkt niet dat op het moment van het gegeven bevel sprake was van dergelijke (dreigende) wanordelijkheden, nu daaruit slechts kan worden opgemaakt dat aan de verbalisanten was meegedeeld dat de verdachte zich misdroeg en dat zij hem aantroffen onder de invloed van alcohol. Niet blijkt daaruit van enige betrokkenheid van een of meer andere personen. Ook overigens houdt het dossier niets in waaruit kan blijken van enig voorval waardoor dergelijke wanordelijkheden ontstonden of dreigden te ontstaan, of van een samenscholing.

Een en ander leidt het hof tot de conclusie dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E.M. Röttgering, mr. R.M. Steinhaus en mr. S.M.M. Bordenga, in tegenwoordigheid van T. van den Honert, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 september 2017.