Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4340

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-10-2017
Datum publicatie
30-10-2017
Zaaknummer
200.218.176/01 en 200.220.343/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Toewijzing nachtslots op Schiphol. Rol burgerlijke kort geding-rechter. Artikel 8.18 Wet Luchtvaart. De bij ontbrekende overeenstemming in Operationeel Schiphol Overleg door Schiphol vastgestelde capaciteitsdeclaratie zomer 2017 gaat uit van maximaal 32.000 nachtbewegingen in 2017 (2016: 34.000). Handelt slotcoördinator onrechtmatig jegens luchtvaartmaatschappij door bij slottoewijzing uit te gaan van de door Schiphol vastgestelde capaciteitsdeclaratie? Beleidswijziging bij de toewijzing van slots? Is deze tijdig meegedeeld? Taakopdracht slotcoördinator (artikel 4 lid 2 sub c Slotverordening (Verordening (EEG) nr. 95/93). Zie ECLI:NL:GHAMS:2017:3217.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2017/1173
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummers : 200.218.176/01 SKG en

200.220.343/01 SKG

zaaknummers rechtbank Noord-Holland : C/15/258295/KG ZA 17-317 en

C/15/260023/KG ZA 17-444

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 24 oktober 2017

in de zaak met zaaknummer 200.218.176/01 SKG

STICHTING AIRPORT COORDINATION NETHERLANDS,

gevestigd te Schiphol,

appellante in principaal appel,

geïntimeerde in (voorwaardelijk) incidenteel appel,

advocaat: mr. A.H. Gaastra te Schiphol,

en

ROYAL SCHIPHOL GROUP N.V.,

gevestigd te Schiphol,

gevoegde partij aan de zijde van STICHTING AIRPORT COORDINATION NETHERLANDS,

advocaat: mr. A.A. Kleinhout te Amsterdam,

en

KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

gevoegde partij aan de zijde van STICHTING AIRPORT COORDINATION NETHERLANDS,

advocaat: mr. P.V. Eijsvogel te Amsterdam,

tegen

1 CORENDON DUTCH AIRLINES B.V.,

gevestigd te Lijnden,

2. CORENDON INTERNATIONAL TRAVEL B.V.,

gevestigd te Schiphol,

geïntimeerden in principaal appel,

appellanten in (voorwaardelijk) incidenteel appel,

advocaat: mr. R. Elkerbout te Amsterdam,

in de zaak met zaaknummer 200.220.343/01 SKG

1 CORENDON DUTCH AIRLINES B.V.,

gevestigd te Lijnden,

2. CORENDON INTERNATIONAL TRAVEL B.V.,

gevestigd te Schiphol,

appellanten,

advocaat: mr. R. Elkerbout te Amsterdam,

tegen

STICHTING AIRPORT COORDINATION NETHERLANDS,

gevestigd te Schiphol,

geïntimeerde,

advocaat: mr. A.H. Gaastra te Schiphol.

Partijen worden hierna SACN, KLM, Schiphol en (in vrouwelijk enkelvoud) Corendon c.s. genoemd.

1 Het geding in hoger beroep

in de zaak met zaaknummer 200.218.176/01 SKG

SACN is bij dagvaarding van 16 juni 2017 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Holland van 19 mei 2017, hersteld bij vonnis van 24 mei 2017, in kort geding gewezen tussen Corendon c.s. als eiseres en SACN als gedaagde. De appeldagvaarding bevat de grieven en gaat vergezeld van producties.

Bij tussenarrest van 8 augustus 2017 heeft het hof Schiphol en KLM toegestaan zich te voegen aan de zijde van SACN. Voor het procesverloop tot dan toe verwijst het hof naar dat tussenarrest.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

  • -

    memorie van antwoord in het incidenteel appel en in het voorwaardelijk incidenteel appel van SACN;

  • -

    memorie in de hoofdzaak van KLM, met producties.

SACN heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog de vorderingen van Corendon c.s. zal afwijzen, met beslissing over de proceskosten en de nakosten, uitvoerbaar bij voorraad.

Corendon c.s. heeft in het principaal appel geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis. In het incidenteel appel concludeert Corendon c.s. dat het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen en alsnog zal bepalen dat SACN een dwangsom verbeurt van € 1.000.000,- dan wel een door het hof te bepalen bedrag, per dag(deel) dat overtreding van het te wijzen arrest plaatsvindt althans voortduurt. Indien en voor zover een of meerdere grieven in het principaal appel slaagt/slagen, wijzigt Corendon c.s. haar eis als aan het slot van hun memorie vermeld. Een en ander met beslissing over de proceskosten en de nakosten, uitvoerbaar bij voorraad.

SACN heeft in het (voorwaardelijk) incidenteel appel geconcludeerd als aan het slot van haar memorie vermeld, met beslissing over de proceskosten en nakosten met rente, uitvoerbaar bij voorraad.

KLM heeft in het principaal appel geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en afwijzing van de vorderingen van Corendon c.s. en in het (voorwaardelijk) incidenteel appel tot niet-ontvankelijkverklaring van Corendon c.s., met beslissing over de proceskosten.

Schiphol heeft in het principaal appel geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en de vorderingen van Corendon c.s. alsnog zal afwijzen, met beslissing over de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.

in de zaak met zaaknummer 200.220.343/01 SKG

Corendon c.s. is bij dagvaarding van 24 juli 2017 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Holland van 11 juli 2017, in kort geding in de hoofdzaak gewezen tussen Corendon c.s. als eiseres en SACN als gedaagde. De appeldagvaarding bevat de grieven en gaat vergezeld van producties.

Bij rolbeslissing van 3 augustus 2017 heeft de rolraadsheer bepaald dat de zaak gezamenlijk zal worden behandeld met de zaak met zaaknummer 200.218.176/01.

SACN heeft daarna een memorie van antwoord ingediend.

Corendon c.s. heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen, met beslissing over de proceskosten en de nakosten, uitvoerbaar bij voorraad.

SACN heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met beslissing over de proceskosten en de nakosten met rente, uitvoerbaar bij voorraad.

In beide zaken:

Partijen hebben de zaken ter zitting van 1 september 2017 doen bepleiten, SACN door mr. Gaastra voornoemd en mr. F.W. Webbink, advocaat te Schiphol. Corendon c.s. heeft de zaken doen bepleiten door mr. Elkerbout voornoemd en mrs. G.J. de Vos en G.A. Smit, advocaten te Amsterdam. Schiphol heeft de zaak doen bepleiten door mr. Kleinhout voornoemd. Ieder van genoemde advocaten heeft gepleit aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. KLM heeft de zaak doen bepleiten door mr. Eijsvogel voornoemd.

Ten slotte is arrest bepaald op heden.

2 Feiten

in beide zaken

Samengevat komen de feiten, die volgen uit niet weersproken stellingen van partijen dan wel de niet (voldoende) bestreden inhoud van producties waarnaar zij ter staving van hun stellingen verwijzen, neer op het volgende.

2.1.

Corendon Dutch Airlines B.V. is een Nederlandse luchtvaartmaatschappij die hoofdzakelijk vluchten uitvoert voor de reisorganisatie Corendon International Travel B.V.. Corendon Dutch Airlines is een van de drie Nederlandse luchtvaartmaatschappijen die Schiphol als thuisbasis heeft. Haar vloot bestaat uit drie Boeing 737-800 Next Generation vliegtuigen.

2.2.

Corendon International Travel B.V. is een touroperator die reizen organiseert naar Turkse en andere populaire bestemmingen binnen en buiten Europa. Zij maakt deel uit van de Corendon Holiday Group.

2.3.

Corendon c.s. realiseert 80% van haar omzet en ruim 90% van haar winstmarge tijdens het zomerseizoen.

2.4.

Een groot deel van de reizen van Corendon c.s. begint en/of eindigt met een vlucht die op de luchthaven Schiphol vertrekt of aankomt tussen 23:00 uur en 06:59 uur, de zogenoemde nachtvluchten.

2.5.

In Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad van 18 januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van “slots” op communautaire luchthavens (hierna: de Slotverordening), zoals gewijzigd, is onder meer het volgende opgenomen:

Artikel 1

Werkingssfeer

1. Deze verordening is van toepassing op communautaire luchthavens.

(…)

Artikel 2

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. a) „slot”: door een coördinator overeenkomstig deze verordening gegeven toestemming om op een welbepaalde datum en tijd de gehele voor de uitvoering van een luchtdienst noodzakelijke luchthaveninfrastructuur op een gecoördineerde luchthaven te gebruiken om te

landen of op te stijgen, zoals toegewezen door een coördinator overeenkomstig deze verordening;

(…)

g) „gecoördineerde luchthaven”: elke luchthaven waarop een luchtvaartmaatschappij of andere exploitant van vliegtuigen, om te kunnen landen of opstijgen, moet beschikken over een door een coördinator toegewezen slot, met uitzondering van overheidsvluchten, noodlandingen en humanitaire vluchten;

(…)

Artikel 4

De bemiddelaar inzake de dienstregelingen en de coördinator

(…)

2. De lidstaat die verantwoordelijk is voor een luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregelingen of een gecoördineerde luchthaven, zorgt ervoor dat:

(…)

b) de coördinator op een gecoördineerde luchthaven onafhankelijk is, doordat deze functioneel los staat van elke belanghebbende partij. (…)

c) de coördinator zijn taken overeenkomstig deze verordening op onpartijdige, niet-discriminerende en transparante wijze verricht,

(…)

5. De coördinator is als enige verantwoordelijk voor de toewijzing van slots. Hij wijst de slots in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening toe en treft de nodige voorzieningen om slots in dringende gevallen buiten de kantooruren te kunnen toewijzen.

(…)

8. 8. De coördinator stelt op verzoek binnen een redelijke termijn de volgende informatie gratis in schriftelijke of andere gemakkelijk toegankelijke vorm voor raadpleging aan belanghebbenden, in het bijzonder aan leden en waarnemers van het coördinatiecomité, ter beschikking:

(…)

d) de nog beschikbare „slots”;

e) alle details over de bij de toewijzing gehanteerde criteria.

Artikel 6

Coördinatieparameters

1. Op een gecoördineerde luchthaven draagt de verantwoordelijke lidstaat er zorg voor dat de parameters voor de toewijzing van slots tweemaal per jaar worden vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met alle relevante technische, operationele en milieubeperkingen en de eventuele veranderingen die hierin zijn opgetreden.

Hierbij wordt uitgegaan van een objectieve analyse van de mogelijkheden om het luchtverkeer te verwerken, rekening houdend met de verschillende types verkeer op de luchthaven, de congestie van het luchtruim die tijdens de coördinatieperiode waarschijnlijk zal optreden en de capaciteitssituatie.

De parameters worden tijdig vóór de eerste toewijzing van slots ter voorbereiding van de planningsconferenties meegedeeld aan de luchthavencoördinator.

(…)

Artikel 8

Procedure voor de toewijzing van slots

1. Reeksen slots worden uit de slotpool aan luchtvaartmaatschappijen die een aanvraag hebben ingediend, toegewezen als toestemming om de luchthaveninfrastructuur te gebruiken om te landen of op te stijgen gedurende de dienstregelingsperiode waarvoor zij zijn aangevraagd. Na afloop van deze dienstregelingsperiode worden zij teruggegeven aan de overeenkomstig artikel 10 gevormde slotpool.

2. Onverminderd de artikelen 7, 8 bis, 9, artikel 10, lid 1, en artikel 14, is lid 1 niet van toepassing wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

- een reeks slots is door een luchtvaartmaatschappij gebruikt voor de uitvoering van geregelde en geplande niet-geregelde luchtdiensten, en

- de luchtvaartmaatschappij kan tot tevredenheid van de coördinator aantonen dat zij de door de coördinator toegewezen slots in kwestie voor ten minste 80% heeft geëxploiteerd in de dienstregelingsperiode waarvoor zij zijn toegewezen.

In dat geval geeft de reeks slots de betrokken luchtvaartmaatschappij aanspraak op dezelfde reeks slots in de volgende overeenkomstige dienstregelingsperiode, mits binnen de in lid 1 van artikel 7 gestelde termijn door deze luchtvaartmaatschappij aangevraagd.

3. Wanneer niet tot tevredenheid van de betrokken luchtvaartmaatschappijen aan alle aanvragen voor slots kan worden voldaan, wordt onverminderd artikel 10, lid 2, voorrang verleend aan commerciële luchtdiensten, inzonderheid aan geregelde diensten en geplande niet-geregelde diensten. In geval van concurrerende aanvragen binnen dezelfde dienstencategorie wordt prioriteit gegeven aan diensten die gedurende het hele jaar worden uitgevoerd.

(…)

6. Indien niet aan een aanvraag voor een slot kan worden voldaan, geeft de coördinator de betrokken luchtvaartmaatschappij hiervan de redenen op en deelt hij tevens het beste alternatieve beschikbare slot mee.

7. Naast de geplande toewijzing van slots voor de dienstregelingsperiode poogt de coördinator te voldoen aan afzonderlijke slotaanvragen die op korte termijn worden ingediend voor elk soort luchtvaart, inclusief de algemene luchtvaart. Hiertoe kan gebruik worden gemaakt van de na de verdeling onder de gegadigde maatschappijen resterende slots in de in artikel 10 bedoelde pool en van op korte termijn beschikbaar komende slots.

(…)

Artikel 10

Slotpool

1. De coördinator vormt een pool die alle slots bevat die niet volgens artikel 8, leden 2 en 4, zijn toegewezen. Alle nieuwe slotcapaciteit die overeenkomstig artikel 3, lid 3, is bepaald, wordt in de pool geplaatst.

2. Een reeks slots die aan een luchtvaartmaatschappij is toegewezen voor de exploitatie van een geregelde luchtdienst of een geplande niet-geregelde luchtdienst geeft die luchtvaartmaatschappij niet het recht op dezelfde reeks slots in de volgende overeenkomstige dienstregelingsperiode, wanneer de luchtvaartmaatschappij de coördinator niet overtuigend kan aantonen dat zij de slots, zoals vrijgegeven door de coördinator, in de dienstregelingsperiode waarvoor zij toegewezen zijn, voor ten minste 80 % van de tijd heeft geëxploiteerd.

(…)

2.6.

De (reeksen) slots waarover historische rechten kunnen worden opgebouwd op grond van artikel 8 lid 2 juncto artikel 6 lid 1 van de Slotverordening worden aangeduid als historische slots en slots waarbij dit niet mogelijk is op grond van artikel 8 lid 7 van de Slotverordening als non-historische slots.

Corendon c.s. beschikt niet over historische slots.

2.7

Schiphol is een gecoördineerde luchthaven in de zin van de Slotverordening artikel 2 onder g.

2.8.

SACN is coördinator in de zin van de Slotverordening onder artikel 4. SACN heeft de exclusieve bevoegdheid voor toewijzing van slots op Schiphol.

2.9.

In het Besluit slotallocatie van 24 november 1997, houdende regelen met betrekking tot de toewijzing van slots op communautaire luchtvaartterreinen, Stb. 1997, 635 (hierna: het Besluit slotallocatie) is als volgt bepaald:

(…)

Artikel 3

3. De exploitant stelt overeenkomstig artikel 6, eerste lid, tweede alinea, van de verordening coördinatieparameters vast welke ten grondslag liggen aan het door Onze Minister telkenmale vastgestelde gebruiksplan, waarin op voorstel van de exploitant adequate marges zijn opgenomen.

(…)

5. Het derde lid is niet van toepassing op de luchthaven Schiphol.

(…)

Artikel 5

1. De exploitant van een krachtens artikel 2, eerste lid, onderdeel a, aangewezen luchthaven of van een luchthaven die niet is aangewezen op grond van artikel 2, voert een grondige capaciteitsanalyse ten behoeve van het burgerluchtverkeer uit:

(…)

2. De exploitant van een krachtens artikel 2, eerste lid, onderdeel b, aangewezen burgerluchthaven of van het burgergedeelte van een krachtens artikel 2, eerste lid, onderdeel b, aangewezen militaire luchthaven is gehouden coördinatieparameters als bedoeld in artikel 3, derde lid, twee maal per jaar vast te stellen ten behoeve van het burgerluchtverkeer.

3. Ten aanzien van de luchthaven Schiphol rust de in het tweede lid bedoelde verplichting op de in artikel 8.18 van de Wet Luchtvaart bedoelde betrokkenen.

(…)

2.10.

De Wet Luchtvaart luidt, voor zover van belang:

(…) Artikel 8.17

1 Het luchthavenverkeerbesluit bevat regels omtrent het luchthavenluchtverkeer voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid, de geluidbelasting, de lokale luchtverontreiniging en de geurbelasting.

(…)

4 De regels bevorderen het realiseren van een beschermingsniveau, waarbij de in het besluit beschreven grenswaarden met betrekking tot de door het luchthavenluchtverkeer veroorzaakte belasting ten aanzien van veiligheid, geluid en lokale luchtverontreiniging niet worden overschreden.

(…)

Artikel 8.18

De exploitant van de luchthaven, de verlener van luchtverkeersdiensten en de luchtvaartmaatschappijen bevorderen het goede verloop van het luchthavenluchtverkeer overeenkomstig het luchthavenverkeerbesluit. Zij treffen daartoe zelf en in onderlinge samenwerking de voorzieningen die redelijkerwijs van hen kunnen worden gevergd om te bewerkstelligen dat de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer de in artikel 8.17, vierde lid, bedoelde grenswaarden niet overschrijdt.

(…)

2.11.

Schiphol, de verlener van luchtverkeersdiensten, de Luchtverkeersleiding Nederland (hierna: LVNL) en de luchtvaartmaatschappijen werken met het oog op de in artikel 8.18 Wet Luchtvaart vastgelegde verplichting in verbinding met artikel 5 lid 3 Besluit slotallocatie samen in het Operationeel Schiphol Overleg (hierna: OSO). Deelnemers aan het OSO zijn: Schiphol, LVNL, KLM, Transavia, Martinair, TUIfly, Corendon, EasyJet, Schiphol Airline Operators Committee en de Board of Airline Representatives in The Netherlands (hierna: BARIN). SACN neemt als toehoorder deel aan het OSO. In het OSO worden de capaciteitsdeclaraties voor het aantal uit te voeren vluchten voor het (komende) winter- en zomerseizoen vastgesteld.

2.12.

De capaciteit als bedoeld in de capaciteitsdeclaraties is bepaald in vliegbewegingen. Een vliegbeweging gedurende de nachtperiode (een nachtbeweging) is een vlucht met een actuele baantijd (take-off/landing tijd) tussen 23.00 uur tot 07.00 uur.

Een slot – te onderscheiden in nachtslots en dagslots – geeft het recht om op een bepaalde datum op te stijgen of te landen. Slottijden zijn gebaseerd op on- en off-black tijden (het tijdstip dat een vliegtuig aankomt op of vertrekt van de gate). In verband met gemiddelde taxitijden worden nachtslots uitgegeven 20 minuten vóór en 20 minuten ná de nachtperiode (de ‘schouders’). Aldus worden nachtslots voor vertrek uitgegeven tussen 23.00 uur en 07.20 uur, terwijl nachtslots voor aankomst worden uitgegeven tussen 22.40 uur en 07.00 uur. In die periode worden geen dagslots uitgegeven. Derhalve leidt niet ieder nachtslot tot een nachtbeweging. Zo kan een nachtslot geannuleerd worden of kan een geopereerd nachtslot uiteindelijk niet leiden tot een nachtbeweging omdat het vliegtuig buiten het nachtregime opstijgt of landt. Daarnaast vinden ongeplande nachtbewegingen plaats doordat tijdens het nachtregime vliegtuigen landen/opstijgen zonder dat over een daartoe strekkend nachtslot wordt beschikt.

SACN heeft een situatieschets opgesteld van het aantal uitgegeven en geopereerde nachtslots en het aantal nachtbewegingen in seizoen Winter 2015/2016 en Zomer 2016 (tezamen 2016) . Samengevat was de situatie in 2016 als volgt:

Realisatie/bewegingen

Gealloceerde nachtslots

Geopereerd in nachtperiode

Geopereerd in dagperiode

Niet geopereerd

#

#

%

#

%

#

%

Totaal

38.043

31.002

81%

6.602

17%

439

1%

Ongepland

2.521

7,5% van alle nachtbewegingen is ongepland

Totaal bewegingen

33.523

2.13.

Het Aldersakkoord is een in 2008 door bewoners, Schiphol, KLM en lokale overheden gesloten convenant waarin een maximumcapaciteit van het aantal vliegbewegingen op Schiphol is opgenomen van 500.000 per jaar, vanaf 2015 tot aan 2020, inclusief 32.000 nachtbewegingen per jaar.

2.14.

Het verslag van het OSO van 14 april 2016 vermeldt onder meer:

(…)

4. Capaciteitsdeclaratie Winter 2016/2017

(…)

De heer … [KLM – hof] stelt dat op basis van het huidige wettelijke kader in de capaciteitsdeclaraties per gebruiksjaar ongeveer 34.000 slots beschikbaar worden gesteld. De heer … [Schiphol – hof] geeft aan dat de afspraak om vooruitlopend op de formele inwerkingtreding de operatie conform de regels van het nieuwe stelsel uit te voeren, ook inhoudt dat kan worden gegroeid naar 500.000 bewegingen. Hierbij moet de grens van 32.000 nachtbewegingen echter eveneens in acht worden genomen.

(…)

Mevrouw … [Schiphol – hof] merkt op dat met het in de huidige capaciteitsdeclaraties beschikbaar gestelde aantal van ongeveer 34.000 nachtslots het aantal gerealiseerde nachtbewegingen in het afgelopen gebruiksjaar iets boven 32.000 is uitgekomen. Met de voorstelde aangescherpte monitoring en aanpassingen van de capaciteitsdeclaratie neemt de sector binnen de wettelijke kaders zijn verantwoordelijkheid en doet wat in zijn mogelijkheden ligt om de gemaakte afspraken gestand te doen.

(…)

Mevrouw ….[SACN – hof] geeft aan dat ongeveer 10% van de uitgevoerde nachtvluchten ongeplande nachtvluchten betreft. Dit is voor een deel te verklaren door de (tijdelijke) nachtsluiting van de luchthaven van Nairobi (…). Daarnaast wordt echter voor ongeplande nachtbewegingen steeds meer aanspraak op overmacht gedaan. De criteria voor ‘overmacht’ zullen worden aangescherpt, wat zal bijdragen aan het begrenzen van het aantal nachtvluchten.

(…)

2.15.

De door het OSO vastgestelde en op 23 mei 2016 aan SACN gezonden capaciteitsdeclaratie voor het winterseizoen 2016/2017 (hierna: W16/17) vermeldt onder meer:

Deze tekst stond ook in de capaciteitsdeclaratie voor het zomerseizoen van 2015.

2.16.

Het verslag van het OSO van 18 augustus 2016 vermeldt onder meer:

(…)

4. Nachtbewegingen

(…)

Mevrouw …[SACN – hof] geeft aan dat het aantal ongeplande nachtvluchten de afgelopen tijd sterk is toegenomen. (…)

Mevrouw …[Schiphol-hof] vraagt hoe groot het probleem van het toenemende aantal nachtvluchten is. Mevrouw … [SACN-hof] verwacht dat de realisatie voor W15/16 en S16 (totaal 53 weken) uitkomt op ca. 33.800 nachtbewegingen. Dit ligt dicht bij het aantal beschikbare (historische) nachtslots. SACN geeft daarom sinds juli geen ad hoc nachtslots meer uit.

(…)

Indien het niet lukt om het aantal nachtbewegingen tot maximaal 32k terug te brengen, kan het noodzakelijk zijn om het aantal nachtslots in de capaciteitsdeclaratie te reduceren.

(…)

2.17.

Het verslag van het OSO van 29 september 2016 vermeldt onder meer:

(…)

3. Capaciteitsdeclaratie Zomer 2017

(…)

Mevrouw … [Schiphol – hof] concludeert dat het niet mogelijk is gebleken om in het OSO overeenstemming over de capaciteitsdeclaratie te bereiken. Op grond van haar eindverantwoordelijkheid, namens AAS [Schiphol – hof], voor de capaciteitsdeclaratie stelt zij daarom de capaciteitsdeclaratie Zomer 2017 zoals voorgelegd aan de vergadering vast (…).

(…)

Mevrouw …[ SACN-hof] stelt dat SACN zich zal baseren op de capaciteitsdeclaratie zoals nu door AAS is voorgesteld.

(…)

2.18.

Bij brief van 4 oktober 2016 heeft Schiphol de capaciteitsdeclaratie voor het zomerseizoen van 2017 (hierna: S17) aangeboden aan SACN, waarbij onder meer is vermeld:

(…)

The capacity declaration for summer 2017 has been determined by Amsterdam Airport Schiphol, (…) after it was concluded from in-depth discussions that no unanimous agreement could be reached in the ‘Operationeel Schiphol Overleg’ (…)

(…)

2.19.

In de S17 is onder meer vermeld:

Voorts is vermeld als een van de aanvullende voorwaarden:

(…)

3. The upcoming legally binding limits on the number of aircraft movements of 500,000 for the twenty-four hours period and 32,000 for the night period (excluding General Aviation) are considered as targets that should not be exceeded when releasing and allocating slots that are not eligible for historic precedence.

(…)

In de begeleidende brief schrijft Schiphol onder meer het volgende:

(…) In the allocation of night slots it has been common practice to take into consideration that a certain percentage of the operations for which a night slot has been allocated, will eventually not result in a night movement. This gives the possibility to accommodate requests of airlines as much as possible, without resulting in a realization that exceeds the limitations of the capacity declaration. You are requested to take the expected realization of night movements into account in the allocation of night slots for summer 2017. (…)

2.20.

SACN heeft op haar website haar beleid voor het zomerseizoen 2017, gedateerd 5 april 2017, gepubliceerd dat is vastgelegd in het document Working procedure non-historic night slot allocation (hierna: de Working procedure). Daarin is onder meer vermeld:

(…)

1. Introduction

1.1.

The capacity declaration of Amsterdam Airport Schiphol (AMS) for S17 stipulates that “The upcoming legally binding limits on the number of aircraft movements […] 32,000 for the night period […] are considered as targets that should not be exceeded when releasing and allocating slots that are not eligible for historic precedence.” Airlines should take into account that night slot availability may reduce in respect of previous seasons due to this target and increased demand.

1.2

ACNL (SACN, opm hof) is of the opinion that it is the responsibility of the slot coordinator to allocate slot capacity as determined in the capacity declaration and that ACNL is not able to comply with a target in a number of actual night movements, as these can be the result of factors outside the coordinator’s control. Due to the fact that the framework of the current night model does not provide adequate tools and given the working procedure as applied in the past seasons, ACNL applies the working procedure below for allocating non-historic night slots for S17.

2. Evaluating slot availability

2.1.

Slot availability for non-historic allocation is evaluated by taking into account several factors such as but not limited to:

- - target of 32.000 night movements;

- - developments in and with regard to previous seasons;

- - realisation of night movements up until the moment of evaluation;

- - estimated realisation of night movements from allocated slots;

- - estimated unplanned night movements.

2.2.

ACNL periodically allocates non-historic night slots whenever there are available once the season is in progress. The table below shows the envisaged moments of communication and allocation and the estimated maximum provisional percentage of slot availability open for allocation. This table will be updated after allocation.

Daaronder is de volgende tabel weergegeven:

2.21.

Corendon c.s. hebben voor de zomer van 2016 in totaal 957 nachtslots op Schiphol aangevraagd en verkregen. Corendon c.s. hebben voor de zomer van 2017 991 nachtslots op Schiphol aangevraagd.

2.22.

Op 6 maart, 7, 19 en 25 april 2017 hebben Corendon c.s. respectievelijk 56, 20, 1 en 1 nachtslots verkregen, waarmee zij tot 12 (dan wel 14) mei 2017 konden vliegen. In de jaren 2011 tot en met 2016 is aan Corendon nooit een aangevraagd nachtslot geweigerd.

2.23.

Bij brief van 24 april 2017 hebben Corendon c.s. SACN onder meer als volgt geschreven:

(…)

Wij beschikken voor de zomer van 2017 thans over 78 nachtslots. Daarmee beschikken we bij lange na niet over het minimale aantal nachtslots, te weten 991, die wij deze zomer nodig hebben om onze reizigers te vervoeren naar hun vakantiebestemmingen. Zoals het er nu naar uitziet, kunnen we onze passagiers – in het beste geval en ondanks alle noodmaatregelen die wij in gang hebben gezet (zoals overheveling van slots etc.) – nog enkele weken, namelijk tot 12 mei, vervoeren. Daarna zijn onze nachtslots op en komt onze operatie in onmiddellijk gevaar. Mogelijk krijgen we er de komende weken nog een paar ad hoc nachtslots bij, maar dat zal naar wij begrijpen van u een zeer beperkte hoeveelheid zijn die het desastreuze tekort aan nachtslots niet oplost.

De reden dat wij op dit moment een continuïteitsbedreigend tekort aan nachtslots hebben, is gelegen in de omstandigheid dat SACN deze zomer voor het eerst weigert om alle initieel gealloceerde, maar niet gevlogen nachtslots opnieuw uit te geven en daarbij zoals gebruikelijk ook te anticiperen op slots die in de loop van het seizoen vrijvallen. U wijkt hiermee af van de bestendige beleidslijn die ervoor heeft gezorgd dat wij als home carrier, die sterk afhankelijk is van deze vrijgevallen nachtslots, in de afgelopen zes jaar steeds al onze nachtvluchten hebben kunnen uitvoeren ondanks het feit dat we niet beschikken over historische nachtslots. Wij zijn van mening dat het volstrekt onnodig is om nu plots in het nadeel van Corendon (en andere maatschappijen die niet over historische nachtslots beschikken) van die bestendige beleidslijn af te wijken. Daarmee zorgt u ten onrechte voor een onderbenutting van de gedeclareerde slotcapaciteit op Schiphol en brengt u Corendon, zoals vandaag wederom uitgelegd, in een acute, continuïteitsbedreigende situatie.

(…)

2.24.

Vooruitlopend op een wijziging van de Wet luchtvaart, zal op 1 november 2017 de Tijdelijke regeling volumeplafond nachtvluchten Schiphol (Stcrt. 2017, nr. 25489) in werking treden. Deze regeling bevat vervangende grenswaarden voor de geluidsbelasting voor de nacht die passen bij 32.000 nachtelijke vliegbewegingen.

3 Beoordeling

in de zaak met zaaknummer 200.218.176/01:

3.1.

Corendon c.s. heeft in eerste aanleg gevorderd dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

( i) SACN zal verbieden om het nieuwe slotallocatiebeleid met betrekking tot de verdeling van nachtslots voor 2017, zoals neergelegd in de Working Procedure, in het bijzonder (a) het vasthouden aan de genoemde target van 32.000 nachtbewegingen in de eerste bullet point van artikel 2.1. en (b) het rekening houden met de mogelijke ongeplande nachtbewegingen, uit te voeren; en

(ii) SACN zal gebieden om (evenals voorgaande jaren) ieder niet-gevlogen nachtslot voor de zomer 2017 onmiddellijk hetzij in één keer hetzij in de gebruikelijke batches opnieuw uit te geven – zonder inachtneming van een target van 32.000 nachtbewegingen en zonder rekening te houden met de mogelijke ongeplande nachtbewegingen – tot en met de volledige gedeclareerde nachtcapaciteit van 23.219 nog vermeerderd met de overgehevelde onbenutte nachtslots uit de winter 2016/2017, een en ander waar mogelijk met anticipatie op de gebruikelijke onderbenutting, zoals die volgt uit de Situatieschets van SACN; en

(iii) SACN zal gebieden uiterlijk op 15 mei 2017, een totaal aantal van 913 nachtslots voor de zomer van 2017, althans het minimaal aantal nachtslots dat Corendon c.s. nodig hebben voor de zomer van 2017, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen aantal nachtslots aan Corendon c.s. te verstrekken; althans

(iv) een beslissing te nemen die de voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht;

en in elk van bovenstaande gevallen:

( v) zal bepalen dat SACN een dwangsom verbeurt van € 10.000.000,- per dag dat overtreding van het vonnis plaatsvindt dan wel voortduurt;

(vi) SACN zal veroordelen in de kosten van het geding, inclusief eventuele nakosten te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van twee weken na de datum van het vonnis.

3.2.

De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis, hersteld bij vonnis van 24 mei 2017, de vorderingen onder (i), (ii) en (vi) toegewezen, en het meer of anders gevorderde afgewezen. Tegen deze beslissingen en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komen SACN en Corendon c.s. met hun grieven op.

3.3.

Na en vanwege het bestreden vonnis heeft SACN op 31 mei 2017 en 14 juli 2017 respectievelijk 238 en 606 non-historische nachtslots aan Corendon c.s. toegewezen op basis van het “oude allocatiebeleid” zoals dat in voorgaande jaren werd toegepast en waarbij is uitgegaan van een target van 33.954 nachtbewegingen per jaar. Hiermee zijn alle door Corendon c.s. aangevraagde nachtslots die op de wachtlijst stonden, toegewezen. Ten aanzien van de overige aanvragen op de wachtlijst (van andere maatschappijen dan Corendon c.s.) heeft SACN het allocatiebeleid toegepast zoals vastgelegd in de Working Procedure.

3.4.

In grief 1 in het principaal appel heeft SACN de formulering van enkele door de voorzieningenrechter tot uitgangspunt genomen feiten bestreden. Het hof heeft hiervoor een nieuw overzicht gegeven van de onbetwiste feiten die in hoger beroep het uitgangspunt vormen. Daarnaast heeft SACN aangevoerd dat de voorzieningenrechter haar verweren onvoldoende duidelijk in het vonnis heeft weergegeven althans besproken. Daarbij heeft SACN geen belang, nu de verweren van SACN alsnog in dit hoger beroep aan de orde komen. Grief 1 is voor het overige gericht tegen rov. 3.2 van het bestreden vonnis. SACN heeft geen belang bij bespreking daarvan, omdat die overweging geen oordeel van de voorzieningenrechter inhoudt, maar slechts een weergave van het standpunt van Corendon c.s. betreft. Uit het voorgaande volgt dat grief 1 in al haar onderdelen faalt.

3.5.

Met grief 2 in het principaal appel bestrijdt SACN het spoedeisend belang van Corendon c.s. bij de gevraagde voorzieningen. SACN heeft, samengevat, aangevoerd dat Corendon c.s. haar problemen zelf veroorzaakt heeft door niet tijdig te anticiperen op een verminderde beschikbaarheid van non-historische nachtslots in het zomerseizoen van 2017.

3.6.

De vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, dient beantwoord te worden aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. De omstandigheid dat de eisende partij lang heeft stilgezeten, kan bij die afweging een rol spelen, en de omstandigheid dat een rechts- en/of feitelijke vraag in geschil is waarop het antwoord niet evident is, kan leiden tot behoedzaamheid bij de toewijzing van de gevraagde voorziening, maar deze omstandigheden kunnen noch ieder voor zich noch in onderlinge samenhang het oordeel rechtvaardigen dat de eisende partij geen spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening (meer) heeft.

3.7.

Wat er van het verweer van SACN ook zij, naar het oordeel van het hof heeft Corendon c.s. het vereiste spoedeisend belang bij de gevorderde voorzieningen. (zowel in eerste aanleg als in appel) nu deze zien op de uitgifte van nachtslots voor het zomerseizoen van 2017, dat nog tot 29 oktober 2017 loopt, en Corendon c.s. onweersproken heeft gesteld dat zij voor de uitvoering van haar vluchtschema’s afhankelijk is van vertrek en aankomst in de nacht. Dat is, daargelaten of haar voortbestaan daarvan afhankelijk is (zoals Corendon c.s. ter zitting heeft gesteld doch SACN, KLM en Schiphol hebben bestreden), economisch van groot belang, terwijl ook sprake is van belangen van derden, de betrokken reizigers. Bovendien heeft SACN ter zitting in hoger beroep verklaard dat zij mogelijk reeds toegewezen (maar nog niet gebruikte) nachtslots zal intrekken, afhankelijk van de uitkomst van dit appel. Ook die omstandigheid maakt dat Corendon c.s. thans een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorzieningen in kort geding. De grief faalt derhalve.

3.8.

SACN betoogt met grief 3 in het principaal appel dat de voorzieningenrechter Corendon c.s. in haar vorderingen niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Daartoe voert zij aan dat zowel de S17 als de toekenningsbesluiten moeten worden aangemerkt als appellabele besluiten waartegen met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgangen open stonden. Grief 4 stelt dezelfde kwestie aan de orde.

3.9.

Wat de ontvankelijkheid van Corendon c.s. betreft onderkent het hof dat er gronden zijn om aan te nemen dat de toewijzing van non-historische nachtslots valt te kwalificeren als een besluit waartegen in een, met voldoende waarborgen omklede, bestuursrechtelijke (spoed- voorzieningen)procedure kan worden opgekomen (vgl. ECLI:NL:RBNHO:2017:561, met instemming verwijzend naar ECLI:NL:RBNHO:2017:4831). Dat laat onverlet dat de vraag of toewijzing van nachtslots als een besluit moet worden aangemerkt op dit moment nog niet volledig is uitgekristalliseerd. Het hof verwijst daartoe naar ECLI:NL:RBNHO:2017:2827 waarin de bestuursrechtelijke voorzieningenrechter de vraag of de toewijzing van (historische) nachtslots als besluit (in de zin van de Algemene wet bestuursrecht) moet worden gekwalificeerd uitdrukkelijk in het midden liet. In het licht van de op dit moment nog bestaande rechtsonzekerheid, is het hof van oordeel dat de aanvullende rechtsbeschermende taak van de burgerlijke rechter in kort geding meebrengt dat Corendon c.s. ontvankelijk is in haar vorderingen die zijn gegrond op de stelling dat SACN bij de toewijzing van non-historische nachtslots jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld en dat behoefte bestaat aan een ordemaatregel. De vraag of de S17 moet worden aangemerkt als besluit waartegen in een bestuursrechtelijke rechtsgang kan worden opgekomen, kan daarmee in het midden blijven. De grieven 3 en 4 falen.

3.10.

Met grieven 8 tot en met 10 in het principaal appel bestrijdt SACN het voorshandse oordeel van de voorzieningenrechter dat SACN onrechtmatig heeft gehandeld bij de slotallocatie voor het zomerseizoen van 2017. SACN voert in dit verband aan dat zij geen bevoegdheden heeft ten aanzien van het vaststellen van de beschikbare capaciteit en alleen gaat over de toewijzing van slots. Evenals in de door het OSO vastgestelde W16/17(betreffende het winterseizoen) is het maximum aantal nachtbewegingen in de door Schiphol vastgestelde S17 bepaald, uitgaande van 32.000 per jaar. Dit aantal is afkomstig uit het Aldersakkoord en zal per 1 november 2017 dwingend worden vastgelegd (zie rov. 2.24). Ook indien de S17, bij gebreke van overeenstemming in het OSO, niet (geheel) volgens de geldende procedure is vastgesteld, heeft deze volgens SACN wel degelijk rechtskracht. In elk geval dient deze (door SACN) te worden uitgevoerd. SACN kan zonder capaciteitsdeclaratie immers geen slots toewijzen, en zonder toewijzing zouden geen vluchten vanaf Schiphol kunnen worden uitgevoerd, hetgeen niet acceptabel is. SACN heeft haar slotallocatiebeleid voor non-historische nachtslots gebaseerd op de S17 en vastgelegd in de Working procedure van 5 april 2017 . De Working Procedure wijkt niet wezenlijk af van het “oude allocatiebeleid” dat door SACN in voorgaande jaren werd toegepast (maar niet was gepubliceerd). De bovengrens van 32.000 nachtbewegingen is niet afkomstig uit de Working Procedure, maar uit de S17. Deze bovengrens heeft tot een afname van het aantal beschikbare non-historische nachtslots geleid. Dit was voor alle luchtvaartmaatschappijen kenbaar en voorzienbaar. SACN wijst daartoe op het Aldersakkoord, alsmede op de omstandigheden dat het daarin bepaalde maximum steeds in het OSO is besproken en SACN op basis van W16/17 bij de slotallocatie voor het winterseizoen van 2016/2017 al van dit maximum is uitgegaan. Daarnaast is sprake van een meer terughoudend beleid in het begin van het seizoen; dat hangt samen met het streven het maximum van 32.000, gelet op de maatschappelijke gevoeligheid van het onderwerp, onder geen beding te overschrijden en met de eerst recentelijk ten volle duidelijk geworden problematiek van de ongeplande nachtbewegingen. De kenbaarheid en voorzienbaarheid van bedoelde afname blijkt ook wel uit het feit dat alle luchtvaartmaatschappijen op Corendon c.s. na, hun vluchtschema’s tijdig hebben aangepast, aldus steeds SACN. Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

3.11.

In deze procedure kan in het midden blijven of Schiphol bevoegd was om, bij gebreke van overeenstemming binnen het OSO, de capaciteitsdeclaratie S17 zelf vast te stellen. Ook als dat niet zo was is die vaststelling een feit waarmee partijen werden geconfronteerd en komt het in het kader van deze procedure aan op beantwoording van de vragen of voldoende aannemelijk is dat SACN onrechtmatig jegens Corendon c.s. heeft gehandeld en zo ja, dat onrechtmatig handelen de gevorderde voorzieningen rechtvaardigt.

3.12.

De basis van de vorderingen van Corendon c.s. wordt gevormd door de stelling dat SACN door de non-historische nachtslots op basis van de S17 te alloceren op de wijze zoals zij heeft gedaan anders heeft gehandeld dan bij de allocatie voor de zomer van 2016. SACN heeft bij de verdeling van het aantal nachtslots in 2017 op onjuiste wijze een maximum van 32.000 (nachtbewegingen, niet slots) toegepast en het tot dan toe gehanteerde systeem van overboeking losgelaten, zo volgt uit haar Working Procedure. Het systeem van overboeking houdt in dat bij de toewijzing van het aantal niet-historische nachtslots rekening wordt gehouden met het (ervarings)feit dat niet elk gealloceerd nachtslot leidt tot een nachtbeweging. Deze beleidswijziging was zeer nadelig voor Corendon c.s,, was niet gerechtvaardigd en evenmin tijdig aangekondigd en Corendon c.s. had die in redelijkheid niet hoeven verwachten. Daarbij komt nog dat de Working Procedure ten onrechte rekening houdt met dan wel veel ruimte laat voor ongeplande nachtbewegingen, aldus steeds Corendon c.s..

3.13.

SACN moe(s)t, bij de allocatie van slots, de haar in de regelgeving toebedeelde taak (Slotverordening, art. 4 en 8) niet-discriminerend en transparant vervullen; zij diende daarbij, voor zover mogelijk, mede rekening te houden met de voor haar kenbare belangen en gerechtvaardigde verwachtingen van Corendon c.s. Zij wist dat Corendon c.s. niet beschikte over historische slots, dat Corendon c.s. in oktober 2016 reeds verzocht had om 991 nachtslots, dat Corendon c.s. voor de zomer van 2016 ca. 950 slots in verschillende batches ter beschikking waren gesteld, terwijl ook in de jaren ervoor op ongeveer gelijke wijze nachtslots waren gealloceerd en de door Corendon c.s. aangevraagde nachtslots steeds waren toegewezen.

Het hof acht, op basis van het thans beschikbare materiaal, in elk geval aannemelijk dat SACN bij de allocatie van de nachtslots voor de zomer van 2017 niet hetzelfde heeft gehandeld als bij de allocatie van de nachtslots voor de zomer van 2016.

Die enkele wijziging is echter niet voldoende voor het oordeel dat zij onrechtmatig heeft gehandeld. Haar positie brengt immers mee, dat zij niet alleen met de belangen van Corendon c.s. maar ook met andere belangen rekening heeft te houden. In beginsel stond het SACN dan ook vrij om haar beleid te wijzigen, als daarvoor, gelet op haar voormelde taak, in de gegeven, gewijzigde, situatie voldoende grond aanwezig was. In dat geval diende zij echter tevens rekening te houden met bedoelde belangen en verwachtingen van Corendon c.s., hetgeen meebracht dat zij een dergelijke wijziging tijdig aan Corendon c.s. diende mede te delen.

3.14.

Uit de stellingen van SACN (zie ook rov. 3.10) maakt het hof op dat zij zich bewust was van de gevoeligheid van het aantal nachtbewegingen en dat zij naar eigen zeggen eerst recent nader inzicht had verkregen in het aanzienlijke aantal nachtbewegingen dat plaatsvond zonder dat sprake was van een daartoe gealloceerd nachtslot (de ongeplande nachtbewegingen). SACN heeft zich, zo stelt zij, door de combinatie van de afname van het maximaal aantal toegestane nachtbewegingen van 34.000 naar 32.000, het hoge aantal ongeplande nachtbewegingen en de gevoeligheid van de situatie als geheel genoopt gezien tot het invoeren en toepassen van de nieuwe Working Procedure.

3.15.

Het uitgangspunt voor SACN diende, in deze situatie waar het OSO geen overeenstemming had kunnen bereiken, in de eerste plaats te zijn de capaciteitsdeclaratie S 17 en de begeleidende brief van Schiphol, waarvan Corendon een kopie heeft ontvangen.

Uit de capaciteitsdeclaratie vloeit een afname van het aantal nachtslots voort. Het maximum aantal nachtbewegingen gaat immers van 34.000 naar 32.000. Die verlaging vloeit voort uit het al jaren bestaande Aldersakkoord, waarvan Corendon c.s. op de hoogte was. Voor zover de Working Procedure dus uitgaat van die afname is van een onrechtmatige beleidswijziging geen sprake. Hoewel slots niet gelijk zijn aan bewegingen vloeit uit die afname, naar Corendon c.s. duidelijk moet zijn geweest, in beginsel immers ook een afname van het aantal voor haar beschikbare nachtslots voort; uit de systematiek van slottoewijzing volgt dat een afname van het aantal nachtslots in de eerste plaats ten koste zal gaan van het aantal beschikbare niet-historische nachtslots.

In bedoelde brief van Schiphol is vermeld (rov 2.19) : “In the allocation of night slots it has been common practice to take into consideration that a certain percentage of the operations for which a night slot has been allocated, will eventually not result in a night movement. This gives the possibility to accommodate requests of airlines as much as possible, without resulting in a realization that exceeds the limitations of the capacity declaration. You (SACN – hof) are expected to take the expected realization of night movements into account in the allocation of night slots for summer 2017.

Die brief geeft geen aanleiding om, naast voormelde invloed van het maximum van 32.000, een verdere verlaging van het aantal nachtslots en/of de procedure voor allocatie te verwachten, met name niet op het punt van het alvast, vroeg in het seizoen, toekennen van nachtslots op grond van de bestendige praktijk van overboeking.

Dat de problematiek van de ongeplande nachtbewegingen, al dan niet in combinatie met andere factoren, voldoende reden was om die praktijk van overboeking niet langer, meer terughoudend of anders toe te passen is door SACN (deels gesteund door Schiphol en KLM) gesteld, door Corendon c.s. weersproken en per saldo niet voldoende aannemelijk geworden.

3.16.

Voor wat betreft de hiervoor genoemde tijdigheid van de mededeling van de beleidswijziging geldt, dat niet in geschil is dat SACN eerst begin april 2017 (zie 2.20) de nieuwe Working Procedure aan Corendon c.s. (en anderen) bekend heeft gemaakt. Dat is, gegeven het begin van het zomerseizoen, erg laat en volgens de stellingen van Corendon c.s. wat Corendon c.s. betreft te laat. Of Corendon c.s. eerder wist, althans had kunnen en moeten weten dat SACN haar systematiek zou wijzigen in voor Corendon c.s. ongunstige zin is in geschil; op basis van het thans beschikbare materiaal is dat niet uit te sluiten, maar evenmin vast te stellen.

3.17.

De juistheid van de standpunten van SACN (zowel aangaande de noodzaak van de beleidswijziging als aangaande de kenbaarheid en tijdigheid van mededelingen daaromtrent) wordt ten dele ondersteund door Schiphol en KLM, maar door Corendon c.s. gemotiveerd bestreden. Dit kort geding leent zich, mede gelet op de omstandigheid dat de periode waarop de gevorderde maatregelen zien al bijna verstreken is, niet voor nader feitenonderzoek en/of bewijs.

Nu ervan uitgegaan wordt dat SACN in elk geval een zekere wijziging (verband houdend met het maximum van 32.000 nachtbewegingen) mocht doorvoeren en niet vast is komen te staan dat SACN Corendon c.s., gelet op de bij Corendon c.s. reeds aanwezige kennis, niet tijdig heeft geïnformeerd over de wijziging van het systeem van toewijzing is, gelet op het hiervoor in 3.13 overwogene, onvoldoende aannemelijk dat SACN onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld.

In dat verband is nog van belang dat van Corendon c.s. verwacht mocht worden dat zij, toen zij in april en mei 2017 geconfronteerd werd met het lage aantal toegewezen nachtslots, voor het tweede deel van de zomer, in ieder geval vanaf augustus 2017, maatregelen zou hebben getroffen om het tekort aan nachtslots op te vangen. Corendon c.s. mocht er in mei 2017 niet langer op vertrouwen dat het grootste deel van de aangevraagde nachtslots zou worden toegewezen.

Het voorgaande betekent dat de vorderingen van Corendon c.s. in beginsel moeten worden afgewezen.

3.18.

Ook een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel. Weliswaar had Corendon c.s. een groot belang bij de toewijzing van nachtslots, maar daartegenover staat het belang van SACN en de andere betrokkenen zoals Schiphol, KLM en de andere luchtvaartmaatschappijen en ook dat van de omwonenden. Hun respectieve belangen hielden in dat er duidelijkheid over de geldende allocatieprocedure zou bestaan, dat gelijke gevallen gelijk zouden worden behandeld en dat de norm uit het Aldersakkoord van 32.000 nachtbewegingen, die vooral gebaseerd is op het beperken van geluidsoverlast in de nacht voor omwonenden, niet zou worden overschreden.

In dit appel komt daar nog bij dat inmiddels een groot deel van het seizoen al voorbij is, zodat het belang van Corendon c.s. inmiddels veel geringer is dan ten tijde van de uitspraak in eerste aanleg.

3.19.

Hieruit volgt dat grieven 8 tot en met 10 in het principaal appel slagen. In het voorgaande ligt de bespreking van de in eerste aanleg verworpen en/of niet behandelde gronden en verweren die in hoger beroep niet zijn prijsgegeven, besloten.

Gelet op het voorgaande behoeven de overige grieven in het principaal appel geen (verdere) bespreking.

Deze (spoed)kortgedingprocedure leent zich, zoals reeds overwogen, niet voor bewijslevering zodat het hof aan het bewijsaanbod van partijen voorbij zal gaan.

3.20.

Uit het voorgaande volgt dat de grieven in het incidenteel appel, die zien op de afwijzing van de door Corendon c.s. gevorderde dwangsom, falen en dat het hof niet toekomt aan bespreking van de voorwaardelijke eiswijziging van Corendon c.s..

3.21.

Dit betekent dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en de vorderingen van Corendon c.s. alsnog zullen worden afgewezen. Tussen partijen staat vast, en dat vloeit ook voort uit de aard daarvan, dat reeds gebruikte slots niet kunnen worden teruggenomen of -gegeven; tot het onmogelijke kunnen partijen niet veroordeeld worden. De beslissing werkt derhalve in zoverre niet terug.

3.22.

Corendon c.s. zal als in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van SACN in het geding in beide instanties alsmede in de kosten van Schiphol en KLM in hoger beroep.

in de zaak met zaaknummer 200.220.343/01 SKG:

3.23.

Deze zaak betreft een executiegeschil over de uitleg van het vonnis van 19 mei 2017, zoals hersteld bij vonnis van 24 mei 2017. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van Corendon c.s., die zijn gebaseerd op de door haar voorgestane lezing van het dictum, afgewezen en Corendon c.s. veroordeeld in de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beslissingen en de daarin ten grondslag gelegde motivering heeft Corendon c.s. grieven gericht.

3.24.

Op grond van het hiervoor in de zaak met zaaknummer 200.218.176/01 onder rov. 3.10-3.18 overwogene, wordt het vonnis in die zaak vernietigd. De vorderingen in dit executiegeschil zagen louter op de tenuitvoerlegging van dat vonnis en hebben dus, achteraf bezien, geen basis en Corendon c.s. heeft daarbij geen belang, zodat haar vorderingen worden afgewezen.

3.25.

Corendon c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in hoger beroep.

4 Beslissing

Het hof:

in de zaak met zaaknummer 200.218.176/01:

rechtdoende in principaal en (voorwaardelijk) incidenteel appel:

vernietigt het vonnis waarvan beroep van 19 mei 2017, hersteld bij vonnis van 24 mei 2017,

en opnieuw rechtdoende:

wijst de vorderingen van Corendon c.s. af;

veroordeelt Corendon c.s. in de kosten van het geding in beide instanties, in eerste aanleg aan de zijde van SACN begroot op € 618 aan verschotten en € 816 voor salaris, in principaal appel tot op heden op € 824,91 aan verschotten en € 2.682 voor salaris, in incidenteel appel tot op heden op € 1.341 voor salaris, en op € 131 voor nasalaris, te vermeerderen met € 68 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten in het incidenteel appel;

veroordeelt Corendon c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Schiphol begroot op € 2.682 voor salaris en op € 131 voor nasalaris, te vermeerderen met € 68 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;

veroordeelt Corendon c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van KLM begroot op € 716 aan verschotten en € 2.682 voor salaris en op € 131 voor nasalaris, te vermeerderen met € 68 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

in de zaak met zaaknummer 200.220.343/01 SKG:

wijst de vordering van Corendon c.s. af;

veroordeelt Corendon c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van SACN begroot op € 716 aan verschotten en € 894 voor salaris en op € 131 voor nasalaris, te vermeerderen met € 68 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente;

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, van M.P. van Achterberg en J.M. de Jongh en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2017.