Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4317

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-10-2017
Datum publicatie
26-10-2017
Zaaknummer
23-003485-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terugwijzing Hoge Raad,. Veroordeling dood door schuld, geen roekeloosheid, door een (door)geladen vuurwapen in de richting van het slachtoffer te houden, waarna dit wapen is afgegaan en het slachtoffer dodelijk is getroffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2017/207
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-003485-16

Datum uitspraak: 19 oktober 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen – na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 13 september 2016 – op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 5 maart 2014 in de strafzaak onder parketnummer 15-700279-13 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Procesgang

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest.

Het openbaar ministerie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep bij arrest van 31 december 2014 het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan en de verdachte voor het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van het voorarrest.

De verdachte heeft tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 13 september 2016 het bestreden arrest van het gerechtshof Amsterdam vernietigd maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 ten laste gelegde en de strafoplegging.

De zaak is teruggewezen naar het gerechtshof Amsterdam teneinde de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en, na terugwijzing, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 oktober 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen, en gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging ten laste gelegd dat:

1 primair:
hij op of omstreeks 07 juli 2013 te IJmuiden, gemeente Velsen, in elk geval in Nederland opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet, met een vuurwapen een of meermalen op (het lichaam van) die [slachtoffer] geschoten, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

1 subsidiair:
hij op of omstreeks 07 juli 2013 te IJmuiden, gemeente Velsen, in elk geval in Nederland, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

zulks terwijl hij zich samen met [slachtoffer] bevond in de woonkamer van zijn – verdachtes – woning

- een (doorgeladen) pistool, in elk geval een (doorgeladen) vuurwapen heeft gepakt en/of

- het magazijn/ de patroonhouder voorzien van 6, althans een of meer, kogels (deels) uit dat pistool/ vuurwapen heeft getrokken of verwijderd en/of

- dit pistool/ vuurwapen heeft doorgeladen en/of de trekker heeft overgehaald en/of

- het magazijn/ de patroonhouder voorzien van 6, althans een of meer, kogels in het pistool/ vuurwapen heeft gedaan en/ of

- dit pistool/ vuurwapen heeft gericht en/ of gehouden in de richting van die [slachtoffer] en/of

- ( opnieuw) de trekker van dit pistool/ vuurwapen heeft overgehaald

althans

- een (doorgeladen) pistool, in elk geval een (doorgeladen) vuurwapen heeft gepakt en/of

- het magazijn/ de patroonhouder voorzien van 6, althans een of meer, kogels (deels) uit dat pistool/ vuurwapen heeft getrokken of verwijderd en/of

- dit pistool/ vuurwapen heeft doorgeladen en/of de trekker heeft overgehaald en/of

- het magazijn/ de patroonhouder voorzien van 6, althans een of meer, kogels in het pistool/ vuurwapen heeft gedaan en/ of

- ( vervolgens) het pistool/ vuurwapen heeft laten afgaan, terwijl hij dit pistool/ vuurwapen gericht hield op en/of gehouden heeft in de richting van die [slachtoffer]

waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer] (een) schotwond/schotletsel in het bovenlichaam heeft bekomen, waardoor fors bloedverlies en/of inklemming van de hersenen is opgetreden, met als gevolg dat deze [slachtoffer] is overleden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep, voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring en tot een andere strafoplegging komt dan de rechtbank.

Vrijspraak

Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair is ten laste gelegd. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte met het vuurwapen dat hij in handen had, welbewust een kogel op het lichaam van [slachtoffer] heeft afgevuurd met de bedoeling hem van het leven te beroven, noch dat hij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [slachtoffer] door de wijze waarop hij dit vuurwapen hanteerde, zou komen te overlijden.

De verdachte zal dan ook van het hem onder 1 primair tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Hierbij neemt het hof mede in aanmerking, voor zover in dit verband relevant, hetgeen hieronder ten aanzien van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde is overwogen.

Bewijsoverweging

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit, te weten de dood door schuld waarbij de verdachte roekeloos heeft gehandeld.

Feiten en omstandigheden

Op grond van de zich in het procesdossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep gaat het hof uit van de volgende feitelijke toedracht.

Op 7 juli 2013 om ongeveer 19.00 uur gingen [slachtoffer] en zijn partner [partner slachtoffer] de woning van de verdachte aan het [adres] in IJmuiden binnen. Verdachte, [slachtoffer] en [partner slachtoffer] dronken daar iets. De verdachte heeft gezegd dat hij een pistool te koop had. Omstreeks 19.30 uur verliet [partner slachtoffer] de woning. Op dat moment was de sfeer goed. [slachtoffer] bleef met de verdachte in de woning achter. De verdachte haalde het pistool tevoorschijn. Het pistool ging in zijn hand af en [slachtoffer] is door het schot getroffen. De verdachte belde alarmnummer 112. De politie kwam naar de woning en trof [slachtoffer] daar aan. [slachtoffer] is door de schotverwondingen overleden. Forensisch onderzoek wijst uit dat in de woning van de verdachte geen sporen van een worsteling zijn aangetroffen en dat het betreffende vuurwapen goed functioneerde.

Verklaring verdachte

De verdachte heeft verklaard dat hij het pistool op verzoek van het slachtoffer heeft gepakt om dit aan hem te tonen. De verdachte en het slachtoffer zaten op de hoekbank schuin tegenover elkaar. Bij het tonen van het pistool is het wapen afgegaan.

Overwegingen hof

De verklaring van de verdachte wordt niet weersproken door de forensische onderzoeksbevindingen. Nu er ook overigens geen aanwijzingen zijn voor een ander scenario, gaat het hof uit van de verklaring van verdachte dat hij het pistool aan het slachtoffer heeft willen tonen.

Bewezen is daarom dat de verdachte een doorgeladen pistool heeft gepakt om dit aan [slachtoffer] te laten zien en dat hij dit pistool vervolgens heeft laten afgaan, terwijl hij dit met de loop in de richting van [slachtoffer] hield.

Om te kunnen spreken van roekeloosheid moeten zodanige feiten komen vast te staan dat daaruit is af te leiden dat sprake was van een buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte, waardoor een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen en dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn.

Van dit laatste was in de onderhavige situatie geen sprake. Anders dan de advocaat-generaal is het hof dan ook van oordeel dat de hierboven genoemde gedragingen van verdachte geen roekeloosheid opleveren. Het alcoholgebruik van de verdachte voorafgaand aan het incident maakt dit niet anders nu niet kan worden vastgesteld dat dit van invloed is geweest op zijn handelen.

De verdachte zal dus worden vrijgesproken van de onder 1 subsidiair mede tenlastegelegde roekeloosheid.

Het voorgaande, bezien in samenhang met de feiten en omstandigheden die blijken uit de te bezigen bewijsmiddelen, leidt tot de volgende slotsom.

De verdachte heeft zeer onvoorzichtig en onoplettend gehandeld en het overlijden van [slachtoffer] is daarvan het gevolg geweest, zodat de hem verweten dood door schuld kan worden bewezen als hieronder aangegeven.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


hij op 7 juli 2013 te IJmuiden, gemeente Velsen, terwijl hij zich met [slachtoffer] bevond in de woonkamer van zijn woning, zeer onvoorzichtig en onoplettend een doorgeladen pistool heeft gepakt en vervolgens het pistool heeft laten afgaan, terwijl hij dit pistool heeft gehouden in de richting van [slachtoffer] , waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer] een schotwond in het bovenlichaam heeft bekomen, waardoor fors bloedverlies en inklemming van de hersenen zijn opgetreden, met als gevolg dat deze [slachtoffer] is overleden.

Hetgeen subsidiair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

aan zijn schuld de dood van een ander te wijten zijn.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor de onder 1 subsidiair ten laste gelegde dood door schuld, bestaande uit roekeloosheid, en het aanwezig hebben van verboden wapen en munitie in feit 2, zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 28 maanden, met aftrek van het voorarrest.

De raadsman heeft verzocht de verdachte een straf op te leggen die niet hoger is dan de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte en heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Ten aanzien van feit 2

Het hof bepaalt de straf ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde misdrijf: te weten het voorhanden hebben van een wapen van categorie III en munitie van categorie III, op een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van het voorarrest.

Ten aanzien van feit 1

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van de dood van het slachtoffer. Hij heeft een doorgeladen vuurwapen met bijbehorende munitie in zijn woning bewaard en getoond aan het slachtoffer. De verdachte is zeer onvoorzichtig en onoplettend omgegaan met het vuurwapen, waardoor het is afgegaan. Het slachtoffer is door dit schot van zeer dichtbij in de borst geraakt en is vrijwel onmiddellijk hierna overleden. Door aldus te handelen heeft de verdachte de dood van het slachtoffer veroorzaakt en daardoor de nabestaanden onherstelbaar leed en verdriet aangedaan waarvan de impact op hun dagelijks leven heel groot is. Daarnaast brengt dit handelen gevoelens van angst en maatschappelijke onrust teweeg, met name in de omgeving van het gebeuren.

Het hof houdt rekening met de omstandigheid dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 27 september 2017 niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.

In het voordeel van de verdachte houdt het hof rekening met zijn persoonlijke omstandigheden, zoals deze ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gekomen. Hij stelt dat hij door de voorlopige hechtenis in verband met dit incident zijn huis, zijn werk en zijn sociale netwerk is kwijtgeraakt. De verdachte is bezig zijn leven weer op orde te krijgen en heeft inmiddels werk als vrachtwagenchauffeur.

De verdachte heeft ter terechtzitting berouw en medeleven met de nabestaanden getoond. Hij heeft er blijk van gegeven de aan zijn schuld te wijten dood van het slachtoffer en de gevolgen daarvan voor diens nabestaanden zeer te betreuren. Ook hij zal met deze door hem ongewilde gebeurtenissen en de gevolgen daarvan moeten leven.

Alles overwegende acht het hof voor feit 1 een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden in beginsel een passende en geboden reactie.

Overschrijding redelijke termijn

Het hof constateert dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden, ook indien rekening wordt gehouden met de aard en complexiteit van de procedure.

Daarom zal in plaats van de in beginsel voor de feiten 1 en 2 op te leggen gevangenisstraf van in totaal 21 maanden, een gevangenisstraf van 19 maanden worden opgelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 307 van het Wetboek van Strafrecht en 26 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 19 (negentien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.M.C. Tilleman, mr. F.M.D. Aardema en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. A. Stronkhorst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 oktober 2017.

mr. M.J.A. Duker is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

=========================================================================

[…]