Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4282

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-10-2017
Datum publicatie
25-10-2017
Zaaknummer
23-002874-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vernietiging. Diefstal in vereniging. Bewijsoverweging medeplegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002874-16

datum uitspraak: 13 oktober 2017

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 15 juli 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15-106298-16 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 september 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 20 mei 2016 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen tien elektronische voetvijlen (merk Scholl, Velveth Smooth) en/of vijf navullingen (Scholl Velvet Smooth), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf [winkel] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Bewijsoverweging

De verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zijn bekenden van elkaar. Beiden waren op 20 mei 2016 op hetzelfde moment in het [winkel] in Hoofddorp. Toen en daar i) heeft de verdachte elektrische voetvijlen (Velvet Smooth) gestolen die hij in een geprepareerde tas heeft gestopt en ii) heeft de medeverdachte voor dergelijke vijlen bestemde navullingen in een eveneens geprepareerde tas gestopt en zich aldus de feitelijke heerschappij over deze goederen verschaft. Naar het oordeel van het hof blijkt uit het voorgaande, waaronder het gegeven dat de door de verdachte respectievelijk de medeverdachte gestolen goederen complementair aan elkaar zijn, dat beiden het vooropgezette plan hadden om bedoelde goederen te stelen, aan welk plan zij gezamenlijk uitvoering hebben gegeven. Mitsdien is sprake van diefstal in vereniging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 20 mei 2016 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen tien elektronische voetvijlen (merk Scholl, Velvet Smooth) en vijf navullingen (Scholl Velvet Smooth), toebehorende aan winkelbedrijf [winkel] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 10 dagen, waarvan 7 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van twee jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

De raadsman heeft het hof verzocht de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 dagen. Ter onderbouwing van dit verzoek heeft de raadsman gewezen op de straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd en die zijn weerslag hebben gevonden in de Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het plegen van een diefstal in het Kruidvat. Winkeldiefstal veroorzaakt schade en overlast voor het gedupeerde winkelbedrijf. De verdachte heeft er ook blijk van gegeven geen respect te hebben voor het eigendomsrecht van anderen. Door de verdachte en zijn mededader is bovendien gebruik gemaakt van geprepareerde tassen, hetgeen getuigt van een zekere mate van professionaliteit.

Het hof acht, anders dan de politierechter en de advocaat-generaal, bewezen dat de verdachte de diefstal in vereniging heeft begaan. Gelet hierop en op de hiervoor geschetste ernst van het feit, kan, hoewel de verdachte niet eerder in Nederland strafrechtelijk is veroordeeld, niet volstaan worden met oplegging van de door de advocaat-generaal gevorderde en in eerste aanleg opgelegde straf.

Het hof acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. N.A. Schimmel en mr. C.M. Degenaar, in tegenwoordigheid van

L. Bähr, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 oktober 2017.

Mr. C.M. Degenaar is buiten staat dit arrest te ondertekenen.