Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4200

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-10-2017
Datum publicatie
18-10-2017
Zaaknummer
23-000235-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak poging diefstal met braak, geen daderspoor.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000235-16

datum uitspraak: 16 oktober 2017

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 januari 2016 in de strafzaak onder parketnummer

13/701016-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1991,

adres: [adres] .

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de politierechter in de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 september 2016 en 2 oktober 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte en het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

Het namens het openbaar ministerie ingestelde hoger beroep is op 30 augustus 2016 ingetrokken.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, tenlastegelegd dat:

2:
hij in of omstreeks de periode van 10 juli 2015 tot en met 11 juli 2015 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen in/uit een auto (BWM, type Cabrio met kenteken [kenteken] ) één of meer goed(eren) van zijn gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorend aan [B.V.] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en zich daarbij de toegang tot die auto te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of forcering.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof met betrekking tot de bewijsvraag tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak

Op basis van de stukken van het procesdossier neemt het hof het volgende als vaststaand aan. Tussen vrijdag 10 juli 2015 omstreeks 18:00 uur en zaterdag 11 juli 2015 omstreeks 07:19 uur is op het terrein van BMW-dealer [B.V.] . te Amstelveen gepoogd onderdelen te stelen uit een BMW 428i Cabrio. De koplampen en achterlichten van de desbetreffende BMW bleken daarbij te zijn afgedekt met vuilniszakken. Op de vuilniszak die de linker koplamp van de BMW afdekte, zijn twee dactyloscopische sporen aangetroffen. Deze sporen leverden een match op met de vingerafdruk van de rechterduim van de verdachte.

In het dossier bevinden zich geen andere bewijsmiddelen aan de hand waarvan de betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde feit zou kunnen worden vastgesteld. De verdachte zelf heeft die betrokkenheid ontkend en heeft verklaard dat hij zich ten tijde van het feit in Wijk aan Zee bevond. Hoewel er bij het misdrijf meerdere vuilniszakken zijn gebruikt, zijn slechts op één vuilniszak (voormelde twee) dactyloscopische sporen aangetroffen. Deze sporen bevonden zich op de vuilniszak die de eerste op een rol vuilniszakken moet zijn geweest, nu op de vuilniszak nog delen van het etiket-omhulsel zaten waarmee de rol in onaangebroken toestand bijeen pleegt te worden gehouden. De dactyloscopische sporen bevonden zich op plekken op de vuilniszak, waarvan niet kan worden uitgesloten – maar overigens ook niet met zekerheid kan worden vastgesteld – dat deze daarop zijn aangebracht toen de rol vuilniszakken zich nog in onaangebroken, opgerolde toestand bevond. In het licht van het voorgaande kan de betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde feit naar het oordeel van het hof niet enkel worden vastgesteld aan de hand van de aangetroffen vingerafdruksporen, omdat daarvan – bij gebreke van enig ander bewijsmiddel dat de verdachte met dat feit in verband brengt – niet met voldoende zekerheid kan worden gezegd dat het dadersporen betreffen. Naar het oordeel van het hof is daarom niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 2 is tenlastegelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Hetgeen door de raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep is uitgebeeld en naar voren gebracht, behoeft gelet op het bovenstaande geen verdere bespreking.

Vordering van de benadeelde partij [B.V.]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 31.294,54. De benadeelde partij is in de vordering bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof op de vordering van de benadeelde partij dezelfde beslissing neemt als de politierechter, op de grond dat er onvoldoende rechtstreeks verband bestaat tussen de opgevoerde schade en het onder 2 ten laste gelegde. De raadsvrouw van de verdachte heeft dat standpunt onderschreven.

Het hof overweegt dat de verdachte niet schuldig wordt verklaard. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor het overige en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [B.V.]

Verklaart de benadeelde partij [B.V.] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. J.J.I. de Jong en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van S.D. van der Heiden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 oktober 2017.

Mr. A.M. van Woensel is buiten staat dit arrest te ondertekenen.