Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4148

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-03-2017
Datum publicatie
13-10-2017
Zaaknummer
23-002504-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging van vonnis met uitzondering van de strafoplegging. Rijden met ongeldig rijbewijs en aanrijding met een fietser. Op grond van de ernst van de feiten en de recidive van de verdachte zou een fikse onvoorwaardelijke gevangenisstraf of werkstraf respectievelijk een onvoorwaardelijke hechtenis of geldboete in beginsel een passende reactie zijn.

In het voordeel van de verdachte houdt het hof rekening met zijn persoonlijke omstandigheden. De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten begaan in een periode dat hij ernstig gebukt ging onder het in zeer korte periode overlijden van twee naaste familieleden. De verdachte lijkt het kwalijke van zijn handelen in te zien en lijkt inmiddels doordrongen te zijn van de noodzaak zich te onthouden van het besturen van motorrijtuigen. Ook toont de verdachte zich erg gemotiveerd zijn leven een positieve wending te geven. De verdachte heeft inmiddels een voltijd baan, waarvan hij moeilijk vakantiedagen op kan nemen buiten de daarvoor aangewezen periodes. Het vermogen van de verdachte staat onder bewind. Hij leeft zelf van een zeer beperkte hoeveelheid leefgeld, zodat hij met de opbrengsten van zijn baan zijn hoge schulden af kan betalen. Het hof is dan ook van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of hechtenis de positieve ontwikkeling van de verdachte op onwenselijke wijze zou doorkruisen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-002504-16

datum uitspraak: 27 maart 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van

de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 juni 2016 in de strafzaak onder parketnummer

13-271026-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

13 maart 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van een dag, een werkstraf van 160 uur en een geldboete van € 250,00.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een geldboete van € 250,00 te betalen in termijnen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en

de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft het openbaar gezag ondermijnd door als bestuurder met een motorrijtuig op de openbare weg te rijden, terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Dit is een ernstig feit, waarmee

de verdachte de verkeersveiligheid, ter bescherming waarvan de regels inzake rijbewijzen zijn gegeven,

in gevaar heeft gebracht. Dat gevaar heeft zich ook verwezenlijkt, nu de verdachte tegen een fietser

aan is gereden. Gelukkig heeft dit niet tot ernstig letsel geleid of tot hoge schade, temeer nu onder deze omstandigheden de autoverzekering die kosten niet dekt en niet aannemelijk is dat de verdachte die kosten dan zelf uit eigen middelen had kunnen voldoen. Daarnaast weegt zwaar dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 27 februari 2017, eerder ter zake van verkeersdelicten, waaronder ter zake van het besturen van een motorrijtuig terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, onherroepelijk is veroordeeld. Op grond van de ernst van de feiten en de recidive van de verdachte zou een fikse onvoorwaardelijke gevangenisstraf of werkstraf respectievelijk een onvoorwaardelijke hechtenis of geldboete in beginsel een passende reactie zijn.

In het voordeel van de verdachte houdt het hof rekening met zijn persoonlijke omstandigheden. De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten begaan in een periode dat hij ernstig gebukt ging onder het in zeer korte periode overlijden van twee naaste familieleden. De verdachte lijkt het kwalijke van zijn handelen in te zien en lijkt inmiddels doordrongen te zijn van de noodzaak zich te onthouden van het besturen van motorrijtuigen. Ook toont de verdachte zich erg gemotiveerd zijn leven een positieve wending te geven. De verdachte heeft inmiddels een voltijd baan, waarvan hij moeilijk vakantiedagen op kan nemen buiten de daarvoor aangewezen periodes. Het vermogen van de verdachte staat onder bewind. Hij leeft zelf van een zeer beperkte hoeveelheid leefgeld, zodat hij met de opbrengsten van zijn baan zijn hoge schulden af kan betalen. Het hof is dan ook van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of hechtenis de positieve ontwikkeling van de verdachte op onwenselijke wijze zou doorkruisen.

Het hof acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een geheel voorwaardelijke hechtenis van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c en 62 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 9, 176 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Ten aanzien van het onder in de zaak met parketnummer 13-271026-14 onder 1 bewezen verklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde

Veroordeelt de verdachte tot hechtenis voor de duur van 1 (één) week.

Bepaalt dat de hechtenis niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Amsterdam, mr. S. Clement en mr. M. Gonggrijp-van Mourik, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 maart 2017.

Mr. M. Gonggrijp-van Mourik is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]