Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4123

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-10-2017
Datum publicatie
13-10-2017
Zaaknummer
200.219.499/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; WOR; Besluit tot overdracht van aandelen kennelijk onredelijk. WOR art. 24 lid 1, 25 en 26

Wetsverwijzingen
Wet op de ondernemingsraden
Wet op de ondernemingsraden 24
Wet op de ondernemingsraden 25
Wet op de ondernemingsraden 26
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1233 met annotatie van L.C.J. Sprengers
JOR 2017/292 met annotatie van mr. D.F. Berkhout
JAR 2017/285 met annotatie van mr. S.J. Sterk
TRA 2017/103 met annotatie van mr. dr. I. Zaal
RN 2017/105
AR 2017/5293
JOR 2017/292 met annotatie van mr. D.F. Berkhout
ARO 2017/144
AR 2018/196
RO 2018/11
mr. J.W. Boelhouwer en mr. E.T. Visser annotatie in UDH:TvAO/14662

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.219.499/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 10 oktober 2017

inzake

DE ONDERNEMINGSRAAD VAN DE BESLOTEN VENNOOTSCHAP MET BEPERKTE AANSPRAKELIJKHEID UNIFACE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERZOEKER,

advocaten: mr. S.F.H. Jellinghaus en mr. K.M.J.R. Maessen, beiden kantoorhoudende te Tilburg,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UNIFACE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

advocaat mr. A.A. de Jong, kantoorhoudende te Amsterdam,

VERWEERSTER,

e n t e g e n

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

M4 GLOBAL SOLUTIONS HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. de coöperatie met uitsluiting van aansprakelijkheid

M4 GLOBAL SOLUTIONS HOLDING COÖPERATIEF U.A.,

gevestigd te Amsterdam,

4. de rechtspersoon naar buitenlands recht,

MARLIN EQUITY PARTNERS, LLC,

gevestigd te Hermosa Beach, Verenigde Staten,

VERWEERSTERS,

advocaten: mr. K. Wiersma en mr. Y. el Harchaoui, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.

1 Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg zal verzoeker (ook) worden aangeduid met de ondernemingsraad, verweerster sub 1 met Uniface, verweerster sub 2 met M4 Global Solutions Holding, verweerster sub 3 met M4 Global Solutions Holding Coöperatief, verweerster sub 4 met Marlin, verweersters sub 2, 3 en 4 met de aandeelhouders en verweersters sub 1 tot en met 4 tezamen met verweersters.

1.2

De ondernemingsraad heeft bij op 17 juli 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift, met producties, de Ondernemingskamer verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat verweersters in redelijkheid niet hebben kunnen komen tot het besluit van 5 juli 2017 tot overdracht van alle aandelen in het kapitaal van Uniface, welke door M4 Global Solutions Holding worden gehouden, aan Unite Holdco B.V., (hierna: Unite Holdco), een deelneming van Idera Inc. (hierna: Idera). Hij heeft voorts verzocht bij wijze van voorziening verweersters te gebieden voornoemd besluit in te trekken en – tevens bij wijze van voorlopige voorziening – (i) verweersters te gebieden de gevolgen van het besluit ongedaan te maken en (ii) verweersters te verbieden handelingen te verrichten of te doen verrichten ter uitvoering van het besluit of onderdelen daarvan.

1.3

De aandeelhouders hebben bij op 24 augustus 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift, met producties, geconcludeerd primair tot afwijzing van het verzoek en subsidiair – indien de Ondernemingskamer de verzochte verklaring voor recht zou uitspreken – tot afwijzing van de verzoeken tot het treffen van voorzieningen en van voorlopige voorzieningen.

1.4

Bij brief van 19 juli 2017 heeft mr. Jellinghaus het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen ingetrokken.

1.5

De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 14 september 2017. Bij die gelegenheid hebben mr. Jellinghaus en mr. Wiersma de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde – aantekeningen en wat mr. Jellinghaus betreft onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen gezonden nadere producties. Mr. De Jong heeft zich bij het pleidooi van mr. Wiersma aangesloten. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.

2 De vaststaande feiten

2.1

Uniface is een leverancier van een bedrijfssoftware-applicatietool. Zij heeft werkmaatschappijen over de hele wereld.

2.2

M4 Global Solutions Holding houdt alle aandelen in Uniface. De aandelen in M4 Global Solutions Holding worden gehouden door M4 Global Solutions Holding Coöperatief. Marlin is de uiteindelijk belanghebbende achter deze coöperatie.

2.3

Op 12 mei 2016 heeft Uniface een overeenkomst met Robert W. Baird & Co. Inc. (hierna: Baird) gesloten. In die overeenkomst is aan Baird, als financieel adviseur van Uniface, kort gezegd opdracht gegeven een eventuele verkoop van Uniface voor te bereiden.

2.4

Op 30 mei 2016 heeft Uniface Deloitte opdracht gegeven een vendor due diligence-onderzoek van Uniface te verrichten met het oog op een verkoop van Uniface.

2.5

In de periode van juni tot en met september 2016 zijn 153 partijen benaderd voor verkoop van Uniface en is een “Confidential Information Package” gedeeld met 36 partijen.

2.6

In een overlegvergadering van 26 september 2016 heeft Uniface aan de ondernemingsraad het volgende medegedeeld (met “Principal” wordt hierna steeds de WOR-bestuurder aangeduid): “(…) Principal said that Marlin is investigating opportunities to sell Uniface. The Principal mentioned that the process is [in] an early stage, and he is unaware of any particular buyer. (…)

2.7

In november 2016 heeft L.E.K. Consulting LLC (hierna: L.E.K.) op verzoek van Marlin een conceptrapportage uitgebracht met betrekking tot de interests and priorities van Marlin ten aanzien van een verkoop van Uniface. In diezelfde periode heeft Deloitte het due diligence-rapport uitgebracht. Dat rapport is gedeeld met (potentiële) bieders.

2.8

Op 12 december 2016 heeft Loyens en Loeff op verzoek van Marlin een rapport uitgebracht getiteld “Key legal notes on certain aspects concerning Uniface, Project Unite.”

2.9

Op 12 december 2016 heeft de ondernemingsraad aan Uniface het document “Assessment Points in any forthcoming sale of Uniface by Marlin” (hierna: de “Assessment Points”) doen toekomen. Hierin staan kort gezegd “thougths and concerns” van de ondernemingsraad met betrekking tot de door Marlin voorgenomen verkoop van Uniface. In het document wordt onder meer aandacht gevraagd voor (i) datgene wat volgens de ondernemingsraad behouden dient te blijven ten aanzien van de positie van de werknemers, het product van Uniface en de cultuur binnen Uniface en (ii) het verkoopproces, waarin een centrale rol voor de ondernemingsraad moet zijn weggelegd (“OR plays central role in acquisition, from inception to completion”). Op de “Assessment Points” is door verweersters niet gereageerd.

2.10

In februari 2017 heeft “Magic”, een potentiële koper, zich teruggetrokken uit het biedingsproces.

2.11

In een overlegvergadering van 13 februari 2017 is onder meer het volgende aan de orde geweest: “Principal says that Request for Advice for refinancing is approaching. Principal has requested that we complete this within two weeks. OR objects to this (too short a period). [A] [Ondernemingskamer: HR functionaris van Uniface]: A fund hasn’t been selected, but meetings are being organized with potential lenders. (…)

2.12

Op 14 februari 2017 heeft Uniface de ondernemingsraad advies gevraagd over een voorgenomen besluit met betrekking tot herfinanciering van Uniface, waardoor Uniface als een stand alone-bedrijf zal opereren. Het voorgenomen besluit betreft kort gezegd het aantrekken van krediet ten behoeve van Uniface en het stellen van zekerheden in verband met het aantrekken van dit krediet. Op 27 februari 2017 heeft de ondernemingsraad, onder voorbehoud van een aantal voorwaarden, positief geadviseerd.

2.13

Medio februari 2017 heeft Idera haar bod op Uniface verhoogd.

2.14

In een overlegvergadering van 21 april 2017 heeft Uniface aan de ondernemingsraad het volgende medegedeeld. “Party still interested in acquiring us. Might be appropriate to begin the OR procedure soon, if so, it will be within the next few weeks. Party still has to agree on the terms. (…)Lawyers involved are very aware of OR law; lawyers on both sides will set up the contract. Management will contact OR as soon as anything happens. Financing will be part of the advice. Either buyer will organize financing or we will do it ourselves. (…)”

2.15

Op 26 april 2017 hebben M4 Global Solutions Holding als verkoper en Unite HoldCo als koper een “Signing Protocol” gesloten met betrekking tot de overdracht van de aandelen in Uniface (aangeduid met: “the Proposed Transaction”). In het “Signing Protocol” staat met betrekking tot “Works Council Procedure” onder meer: “If (i) the Works Council fails to render its advice in respect of the Proposed Transaction within a period of 30 (…) calendar days from the date of such request, (ii) the Works Council renders a negative advice in respect of the Proposed Transaction (…), (each, a Negative Advice), then the Seller shall, or shall procure that the Company shall (…) as soon as reasonably practicable inform the Works Council in writing that the Parties nevertheless decided to proceed with the Proposed Transaction (…).

2.16

Op 28 april 2017 heeft Uniface aan de ondernemingsraad advies gevraagd over een voorgenomen besluit dat ziet op “the direct or indirect change of control” van Uniface en daarmee samenhangende voorgenomen besluiten met betrekking tot een kredietarrangement met investeringspartijen en de vestiging van pandrechten op onder meer aandelen in Uniface. Uniface heeft de ondernemingsraad verzocht binnen vier weken advies uit te brengen. Bij de aanvraag zijn geen onderliggende stukken gevoegd.

2.17

Op 10 mei 2017 heeft de ondernemingsraad in reactie op de adviesaanvraag Uniface verzocht hem een in het Nederlands vertaalde adviesaanvraag te doen toekomen. De ondernemingsraad heeft voorts naar voren gebracht dat de adviesaanvraag op wezenlijke punten tekort schiet en in ieder geval – voorzien van ondersteunende documentatie – behoort te bevatten:

1. de beweegredenen;

2. de onderzochte alternatieven;

3. de effecten van de fusie/overname vergeleken met de bestaande situatie;

4. de gevolgen voor het personeel;

5. maatregelen om de gevolgen op te vangen;

6. gedocumenteerde financiële onderbouwing.

In de reactie staat voorts onder meer het volgende. Het is de ondernemingsraad onvoldoende duidelijk waarover de adviesaanvraag gaat en of dit een activa/passiva-transactie betreft, een juridische fusie of een overdracht van aandelen. Bij de adviesaanvraag is geen enkel ondersteunend document geleverd en er worden geen maatregelen genoemd ten aanzien van de gevolgen voor het personeel. De ondernemingsraad leest in de adviesaanvraag slechts een beschrijving op hoofdlijnen van de intentie voor de verkoop en de wijze waarop de keuze voor Idera tot stand is gekomen. De ondernemingsraad heeft in de reactie Uniface onder meer verzocht om documentatie omtrent de onderzochte alternatieven en te motiveren waarom andere partijen zijn afgevallen. Tot slot heeft de ondernemingsraad in zijn reactie naar voren gebracht dat de door Uniface voorgestelde reactietermijn gezien de complexiteit van de adviesaanvraag en de nog door Uniface te verstrekken informatie te kort is en dat hij die termijn wil verlengen met een termijn van vier weken.

2.18

Op 12 mei 2017 heeft Uniface de ondernemingsraad een in het Nederlands vertaalde versie van de adviesaanvraag doen toekomen. In de adviesaanvraag staat onder meer het volgende (met “de Onderneming” wordt Uniface bedoeld):

Zoals u weet hebben recent besprekingen plaatsgevonden tussen de aandeelhouder van de Onderneming enerzijds en Idera Inc. anderzijds over de voorgenomen overdracht van 100% van de aandelen in het kapitaal van de Onderneming aan Idera Inc., (…) dan wel een door haar nieuw op te richten vennootschap (…). M4 Global heeft besloten dat de tijd rijp is om de Onderneming te verkopen. (…) Met Idera meent M4 Global een nieuwe partner voor de Onderneming te hebben gevonden die uitstekend gepositioneerd is om de Onderneming naar een volgende fase te leiden. (…) Idera is een gerenommeerd, internationaal opererend IT-bedrijf dat software oplossingen aanlevert voor het monitoren en managen van data en daarnaast productiviteit- en testtools levert. (…)De internationale focus van Idera sluit aan bij de focus van de Onderneming op Europa, waaronder de Nederlandse markt. (…)Volgend op de beoogde transactie zal het één van de hoofddoelen zijn om de omzet van de Onderneming te verhogen en de operationele effectiviteit te verbeteren. Tegelijkertijd neemt de kans toe dat het huidige klantenbestand van de Onderneming voor de langere termijn wordt behouden, nu de nieuwe organisatie de bestaande klanten van de Onderneming nog meer mogelijkheden zal bieden. De Onderneming zal bij de wenselijke verdere groei gebruik kunnen maken en ondersteund worden door de verschillende faciliteiten die Idera te bieden heeft. (…)

Gezien enerzijds de wens van de huidige aandeelhouder om haar belang in de Onderneming te verkopen en anderzijds de wens van het management van de Onderneming om verdere groei van de Onderneming te stimuleren en zodoende de continuïteit van de Onderneming te ondersteunen, is door M4 Global besloten de mogelijkheid te onderzoeken een nieuwe partner voor de Onderneming te vinden. In dat kader is een zogenaamde controlled auction georganiseerd. Uiteindelijk is Idera overgebleven (…).

Zoals gebruikelijk bij overnames als deze, zal Idera (…) nieuwe financiering aantrekken en worden bestaande financieringsarrangementen afgelost. (…) De gesprekken over de exacte invulling van het Kredietarrangement bevinden zich in een prille fase. Het management zal er op toezien dat (…) de OR hier zorgvuldig en tijdig over wordt geïnformeerd. (…).

Zoals gebruikelijk (…) ligt het in de lijn der verwachting dat na voltooiing van de voorgenomen transactie synergie voordelen behaald zullen worden. (…) Welke specifieke organisatorische wijzigingen nodig zijn, zal pas na de voltooiing van de transactie voldoende duidelijk kunnen worden. (…) De benodigde organisatiewijzigingen en de te behalen synergie voordelen zullen leiden tot een verval van arbeidsplaatsen. (…) De volledige impact op de Onderneming zal na voltooiing van de transactie duidelijk worden. (…)

Er worden geen negatieve gevolgen voor de financieel-economische positie van de Groep verwacht als gevolg van de Voorgenomen Besluiten.

De adviesaanvraag sluit af met het verzoek uiterlijk binnen vier weken te adviseren. De adviesaanvraag bevat geen onderliggende stukken.

2.19

Op 19 mei 2017 heeft Uniface aan de ondernemingsraad de volgende documenten toegestuurd (door de ondernemingsraad op 22 mei 2017 ontvangen):

- een toelichting van Uniface met betrekking tot de visie van Idera naar aanleiding van de vragen en opmerkingen van de ondernemingsraad van 10 mei 2017. In deze toelichting staat onder meer dat door te voeren verwachte veranderingen van toekomstige organisatie pas helder zullen worden na voltooiing van de transactie. Met betrekking tot de gevolgen voor de werknemers wordt vermeld dat arbeidsplaatsen bij met name genoemde afdelingen zullen komen te vervallen en dat in dat verband nog geen definitieve besluiten zijn genomen. Tot slot staat in de toelichting dat inmiddels is gebleken dat Uniface geen partij zal worden bij een kredietarrangement en dat de ondernemingsraad niet langer om advies wordt gevraagd met betrekking tot de financiering;

- een overzicht van het verkoopproces (“Project Unite”) van mei 2017 met daarin onder meer een tijdspad en een overzicht van het biedingsproces en een lijst met bieders.

2.20

In een e-mailbericht van 23 mei 2017 heeft Uniface de ondernemingsraad uitstel verleend tot 9 juni 2017 voor het uitbrengen van een advies.

2.21

Bij e-mailbericht van 24 mei 2017 heeft de ondernemingsraad bezwaar gemaakt tegen de termijn van 9 juni 2017, mede gezien het feit dat de ondernemingsraad pas op 22 mei 2017 kennis heeft genomen van aanvullende informatie.

2.22

Bij e-mailbericht van 29 mei 2017 heeft de ondernemingsraad Uniface geschreven dat hij geen wezenlijke invloed heeft kunnen uitoefenen op het voorgenomen besluit om de onderneming aan Idera te verkopen.

2.23

Bij e-mailbericht van 1 juni 2017 heeft de ondernemingsraad vragen gesteld aan Uniface ten behoeve van een overlegvergadering van 7 juni 2017.

2.24

Bij e-mailbericht van 3 juni 2017 heeft Uniface door de ondernemingsraad gestelde vragen deels beantwoord en aan de ondernemingsraad de volgende documenten toegestuurd:

- Confidential Information Presentation september 2016;

- Deloitte Final Vendor Due Diligence Rapport 15 november 2016;

- Signing Protocol 26 april 2017;

- Baird Engagement Letter 12 mei 2016;

- Commercial VDD 2 november 2016;

- Key legal Notes on certain aspects concerning Uniface van Loyens en Loeff van 12 december 2016;

- Project Unite – Organisational Structure juni 2017 van Baird;

- Baird Engagement letter 13 januari 2017;

- Overview of potential buyers;

- Final Addendum Current Trading Report van Loyens en Loeff.

2.25

Bij e-mailbericht van 6 juni 2017 heeft Uniface antwoorden van Idera op door de ondernemingsraad gestelde vragen aan de ondernemingsraad toegestuurd. Onder meer staat hierin dat aan de ondernemingsraad de koopovereenkomst niet zal worden verstrekt “(a)angezien de koopovereenkomst geen informatie bevat die relevant is voor de rechten van de OR op grond van de WOR (…).

2.26

Op 7 juni 2017 heeft een overlegvergadering van Uniface en de ondernemingsraad plaatsgevonden.

2.27

Bij e-mailbericht van 7 juni 2017 heeft Uniface de termijn waarbinnen de ondernemingsraad zijn advies zal uitbrengen verlengd tot 23 juni 2017.

2.28

Op 23 juni 2017 heeft de ondernemingsraad een negatief advies uitgebracht. Aan dit advies ligt in de kern ten grondslag dat (i) de ondernemingsraad geen wezenlijke invloed heeft kunnen uitoefenen op het voorgenomen besluit, (ii), de ondernemingsraad ten onrechte niet om advies is gevraagd met betrekking tot de adviesopdrachten aan Baird, Deloitte, L.E.K. en Loyens en Loeff, (iii) voorafgaand aan de adviesaanvraag geen tijdig overleg op de voet van artikel 24 lid 1 WOR met de ondernemingsraad heeft plaatsgevonden, (iv) de adviesaanvraag niet naar behoren is gedocumenteerd en gemotiveerd, (v) aan de ondernemingsraad ontoereikende informatie is versterkt en (v) het medezeggenschapstraject onzorgvuldig is verlopen.

2.29

Uniface heeft op 5 juli 2017 aan de ondernemingsraad bekend gemaakt dat Marlin diezelfde dag het besluit heeft genomen.

3 De gronden van de beslissing

3.1

De ondernemingsraad heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat Uniface, M4 Global Solutions Holding, M4 Global Solutions Coöperatief en Marlin bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid niet hebben kunnen komen tot het besluit van 5 juli 2017 tot overdracht van alle aandelen in het kapitaal van Uniface, welke door M4 Global Solutions Holding worden gehouden, aan Unite Holdco. Hij heeft daartoe voor zover relevant en in de kern gesteld dat (i) de ondernemingsraad geen wezenlijke invloed op het besluit heeft kunnen uitoefenen, (ii) verweersters te kort zijn geschoten in hun zorgplicht ten aanzien van een goed verloop van het adviestraject, onder andere omdat zij ontoereikende informatie aan de ondernemingsraad hebben verstrekt, hebben nagelaten de ondernemingsraad te betrekken bij het vragen van advies voor het verstrekken van opdrachten aan deskundigen en zij voorafgaand aan de adviesaanvraag geen tijdig overleg met de ondernemingsraad hebben gevoerd, en (iii) het besluit onvoldoende is gemotiveerd onder andere ten aanzien van de beweegredenen, de keuze voor het type koper en de vraag waarom gekozen is voor verkoop en niet voor herfinanciering van de onderneming.

3.2

Uniface, M4 Global Solutions Holding, M4 Global Solutions Coöperatief en Marlin hebben zich verweerd. De Ondernemingskamer zal hieronder waar nodig op dit verweer ingaan.

3.3

De Ondernemingskamer overweegt als volgt.

3.4

Tussen partijen is niet in geschil dat het besluit ziet op de overdracht van zeggenschap van de onderneming als bedoeld in artikel 25 lid 1 sub a WOR en dus adviesplichtig is. Evenmin is in geschil dat verweersters in het kader van de onderhavige procedure als medeondernemers zijn aan te merken.

3.5

De ondernemingsraad heeft terecht gesteld dat hij geen wezenlijke invloed op het besluit heeft kunnen uitoefenen. Uit de hierboven onder 2.3 tot en met 2.15 weergegeven chronologie van feiten blijkt dat aan de ondernemingsraad niet tijdig om advies is gevraagd om de besluitvorming daadwerkelijk inhoudelijk te kunnen beïnvloeden. Aan dit oordeel liggen de volgende overwegingen ten grondslag. Aan de ondernemingsraad is geen advies gevraagd ten aanzien van het geven van adviesopdrachten aan Baird, Deloitte, L.E.K. en aan Loyens en Loeff. Daarmee was al een belangrijke slag in de medezeggenschap gemist in het kader van de voorbereiding van een (eventuele) verkoop van Uniface. Met betrekking tot de stelling van verweersters dat de ondernemingsraad op de hoogte moet zijn geweest van de betrokkenheid van deskundigen overweegt de Ondernemingskamer nog dat wat daarvan ook zij, het aan verweersters is om het medezeggenschapstraject correct vorm te geven (zie ook hierna). Toen de ondernemingsraad in december 2016 zijn “Assessment Points” aan Uniface heeft doen toekomen, was het veilingproces in feite al in volle gang, zonder dat de ondernemingsraad daarvan voldoende op de hoogte was gesteld. In de overlegvergadering van 26 september 2016 (zie hierboven onder 2.6) was aan de ondernemingsraad slechts medegedeeld dat Marlin de mogelijkheden voor een verkoop aan het onderzoeken was en dat het proces in een “early stage” verkeerde. Wat dat precies inhield en dat inmiddels al een “Confidential Information Package” was gedeeld met 36 partijen is niet aan de ondernemingsraad kenbaar gemaakt. De overlegvergadering van 13 februari 2017 is door Uniface evenmin benut om relevante informatie te verstrekken ten aanzien van het biedingsproces; de aandacht ging toen uit naar een naderende adviesaanvraag met betrekking tot herfinanciering, welke adviesaanvraag op 14 februari 2017 aan de ondernemingsraad is voorgelegd. In die adviesaanvraag wordt niet aan het lopende biedingsproces gerefereerd. Pas in de overlegvergadering van 21 april 2017 is de ondernemingsraad geïnformeerd over de voorgenomen verkoop. Toen was het biedingsproces in feite al afgerond en was Idera de enig overgebleven bieder.

3.6

Uit het voorgaande blijkt dat verweersters artikel 24 lid 1 van de WOR in het kader van de advisering hebben geschonden. Niet is gebleken dat er daadwerkelijk inhoudelijke mededelingen over het besluit dat werd voorbereid in het kader van de overdracht van de zeggenschap in de genoemde overlegvergaderingen – of daarbuiten – zijn gedaan. Evenmin is gebleken dat er afspraken zijn gemaakt over het tijdstip en de wijze waarop de ondernemingsraad in de besluitvorming zou worden betrokken. Op de “Assesment Points” (hierboven onder 2.9) is geen reactie gekomen. Toen op 28 april 2017 respectievelijk 12 mei 2017 aan de ondernemingsraad advies is gevraagd over het voorgenomen besluit met betrekking tot de verkoop was het “Signing Protocol” met Idera (Unite HoldCo) reeds gesloten (zie hierboven onder 2.15). De stelling van verweersters dat het “Signing Protocol” onder opschortende voorwaarde van het afronden van het adviestraject is gesloten en dat daarmee de rechten van de ondernemingsraad voldoende zijn gewaarborgd, wordt door de Ondernemingskamer verworpen. Uit de onder 2.15 weergegeven bepaling blijkt immers dat ook bij een negatief advies het proces dat moet leiden tot de “Proposed Transaction” zal worden voortgezet. Dat het “Signing Protocol” ook nog bepalingen bevat die zien op de situatie na een oordeel van de Ondernemingskamer waarin het beroep van de ondernemingsraad gegrond is verklaard, is in dat verband niet relevant. Het gaat immers om de vraag of voorafgaand aan het bestreden besluit de ondernemingsraad in staat is gesteld op dat besluit wezenlijke invloed uit te oefenen. Dat is hier niet het geval geweest. Alleen al hierom luidt de conclusie dat verweersters in redelijkheid niet tot het bestreden besluit hebben kunnen komen.

3.7

Daarnaast is de Ondernemingskamer van oordeel dat verweersters ontoereikende informatie hebben verstrekt met het oog op een goed verloop van de medezeggenschap. De adviesaanvragen van 28 april 2017 en de vertaalde versie van 12 mei 2017 bevatten geen onderliggende documenten, zodat hetgeen in die adviesaanvragen naar voren is gebracht voor de ondernemingsraad niet verifieerbaar was. Op 22 mei 2017 heeft de ondernemingsraad kennis kunnen nemen van een tweetal documenten (zie hierboven onder 2.19), waarvan niet gezegd kan worden dat die een voldoende inzicht konden bieden in het voorgenomen besluit. Uiteindelijk heeft Uniface op 3 juni 2017 overige essentiële documenten aan de ondernemingsraad doen toekomen. Nog daargelaten dat Uniface op dat moment de ondernemingsraad nog hield aan een termijn voor advies op uiterlijk 9 juni 2017 en die termijn op dat moment niet reëel was gezien de aard en inhoud van het voorgenomen besluit, had met het oog op een correct verloop van het adviestraject aan de ondernemingsraad al direct (op 28 april 2017 dan wel op 12 mei 2017) een voldoende gedocumenteerde adviesaanvraag moeten worden verstrekt waarin inzicht zou zijn geboden in de relatie tussen de inhoud van die adviesaanvraag en onderliggende documentatie. Het achteraf geven van deze informatie en het beantwoorden van vragen was – mede gelet op de aanvankelijk gestelde reactietermijn – in dit geval niet afdoende om de gebrekkige adviesaanvraag te kunnen helen. In het onderhavige geval klemt dat te meer nu verweersters voorafgaand aan de adviesaanvraag geen relevante informatie aan de ondernemingsraad hadden verstrekt, geen inhoudelijke reactie hebben gegeven op de “Assessment Points” van de ondernemingsraad en bovendien het voorschrift van artikel 24 lid 1 WOR hebben geschonden (zie hiervoor). Tot slot overweegt de Ondernemingskamer dat niet duidelijk is waarom de concept-koopovereenkomst in het kader van de adviesaanvraag niet met de ondernemingsraad is gedeeld. De enkele mededeling van verweersters dat die koopovereenkomst geen informatie bevat die relevant is voor de rechten van de ondernemingsraad op grond van de WOR volstaat in dat kader niet.

3.8

Mede gelet op hetgeen hierboven onder 3.5 is overwogen luidt de conclusie dat verweersters in hun zorgplicht ten aanzien van een goed verloop van het adviestraject te kort zijn geschoten, nu zij niet tijdig, ontoereikende informatie aan de ondernemingsraad hebben verstrekt, zij hebben nagelaten de ondernemingsraad te betrekken bij het vragen van advies voor het verstrekken van opdrachten aan deskundigen en zij voorafgaand aan de adviesaanvraag geen tijdig overleg met de ondernemingsraad hebben gevoerd. Ook dit een en ander maakt dat verweersters in redelijkheid niet tot het bestreden besluit hebben kunnen komen.

3.9

Tot slot overweegt de Ondernemingskamer dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd. Van verweersters had ten minste verwacht mogen worden dat in de adviesaanvraag was ingegaan op de vraag waarom niet meer werd gekozen voor herfinanciering, waarover op 14 februari 2017 aan de ondernemingsraad advies was gevraagd, maar voor verkoop van de onderneming. Daarom alleen al zijn de beweegredenen van het voorgenomen besluit onvoldoende gemotiveerd. Dat de keuze ten aanzien van het type koper onvoldoende is gemotiveerd, vloeit reeds voort uit de voorgaande overwegingen, waaruit blijkt dat de ondernemingsraad niet tijdig is betrokken. Deze motiveringsgebreken leiden op zichzelf beschouwd eveneens tot de conclusie dat verweersters in redelijkheid niet tot het bestreden besluit hebben kunnen komen.

3.10

De slotsom luidt dat het verzoek voor recht te verklaren dat Uniface, M4 Global Solutions Holding, M4 Global Solutions Coöperatief en Marlin bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit van 5 juli 2017, zal worden toegewezen.

3.11

De verzochte voorzieningen zullen eveneens worden toegewezen. Verweersters hebben onvoldoende beargumenteerd waarom die voorzieningen dienen te worden afgewezen.

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

verklaart dat Uniface B.V., M4 Global Solutions Holding B.V., M4 Global Solutions Coöperatief U.A. en Marlin Equity Partners LLC bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid hebben kunnen komen tot het besluit van 5 juli 2017, zoals hierboven onder 1.2 omschreven;

gebiedt Uniface B.V., M4 Global Solutions Holding B.V., M4 Global Solutions Coöperatief U.A. en Marlin Equity Partners LLC het besluit in te trekken en de gevolgen daarvan ongedaan te maken;

verbiedt Uniface B.V., M4 Global Solutions Holding B.V., M4 Global Solutions Coöperatief U.A. en Marlin Equity Partners LLC uitvoering te geven aan het besluit;

wijst het meer of anders verzochte af;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. R.M. Beltzer, raadsheren, en mr. drs. G. Boon R.A. en prof. mr. dr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Prins, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 10 oktober 2017.