Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:4099

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-09-2017
Datum publicatie
11-10-2017
Zaaknummer
13/650336-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Voorlopige hechtenis

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

13-650336-17

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[appellant] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans verblijvende in [detentie] ,

tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 4 september 2017, houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 5 september 2017, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. V. Hammerstein.

De beoordeling

Het hof acht, om de redenen als door de raadsvrouw naar voren gebracht, geen ernstige bezwaren aanwezig voor het op de vordering inbewaringstelling vermelde feit 2.

Het hof acht wel ernstige bezwaren voor het op de vordering inbewaringstelling vermelde feit 1 aanwezig. Het hof neemt daarbij in aanmerking de omstandigheid dat de verdachte is aangehouden in de woning waar de aangetroffen cocaïne van ongeveer 2 kilogram vandaan kwam, de observaties waaruit blijkt dat hij de deur opendeed voor verschillende personen en aannemelijk is dat de verdachte [naam 1] is, mede gelet op de verklaring van [naam 2] , en de tapgesprekken waaruit betrokkenheid voor handel in verdovende middelen op 23 augustus 2017 blijkt.

Het hof overweegt ten aanzien van de gronden als volgt. De verblijfsstatus van de verdachte in Europa is onduidelijk. Wel is gebleken dat de verdachte in verschillende landen verblijft. Daarom acht het hof nog steeds vluchtgevaar aan de orde, in die zin dat er gronden zijn om te vrezen dat de verdachte zich aan berechting in Nederland zal onttrekken dan wel niet voor justitie vindbaar zal zijn.

Voorts bevat het dossier aanwijzingen dat er sprake is van georganiseerde handel in verdovende middelen in internationaal verband. In een dergelijk geval is de vrees gerechtvaardigd dat de verdachte bij vrijlating opnieuw zich daarmee bezig zal houden en aldus een gevaar vormt voor de gezondheid of veiligheid van personen. De recidivegrond wordt daarom gehandhaafd.

13-650336-17

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking.

Deze beschikking is gegeven op 27 september 2017 in raadkamer van dit hof door

mr. F.A. Hartsuiker, voorzitter,

mrs. J.L. Bruinsma en M.J.A. Plaisier, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 27 september 2017,

de advocaat-generaal