Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:3992

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-06-2017
Datum publicatie
04-10-2017
Zaaknummer
15/00556
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat uit de overgelegde machtiging niet blijkt dat de indiener van het beroepschrift vertegenwoordigingsbevoegd is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2017/2298
Belastingblad 2017/438
V-N 2017/51.18.8
Viditax (FutD), 05-10-2017
FutD 2017-2498
NTFR 2017/2600
NLF 2017/2382 met annotatie van
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 15/00556

22 juni 2017

uitspraak van de eerste enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] te [Z], belanghebbende,

gemachtigde: mr. F. Roet (Meldpunt Collectief Onrecht B.V.) te Heerhugowaard

tegen de uitspraak van 12 mei 2015 in de zaak met kenmerk AWB 14/398 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [Z], de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) met dagtekening 25 februari 2013 de waarde van de onroerende zaak [de woning] te [Z] (hierna: de woning) voor het jaar 2013 vastgesteld op € 444.000. In hetzelfde geschrift is ook de aanslag onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2013 bekendgemaakt.

1.2.

Na daartegen gemaakt bewaar, heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak van

29 januari 2014 de waarde van de woning gehandhaafd.

1.3.

De rechtbank heeft bij uitspraak van 12 mei 2015 het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

1.4.

Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 17 juni 2015. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 mei 2017. Namens de heffingsambtenaar is verschenen E.J.M. Verhagen. Belanghebbende noch diens gemachtigde zijn verschenen. Blijkens gegevens van PostNL is de naar de gemachtigde op 13 maart 2017 per aangetekende post verzonden uitnodiging om op de zitting te verschijnen op

14 maart 2017 bezorgd op het kantooradres van de gemachtigde. Belanghebbende is aldus tijdig en op de juiste wijze uitgenodigd, zodat de zitting doorgang heeft kunnen vinden. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

Het beroepschrift inzake de onder 1.2 vermelde uitspraak op bezwaar luidt – voor zover in hoger beroep relevant – als volgt:

“BEROEPSCHRIFT

[belanghebbende] (…), te dezer woonplaats kiezende ten kantore van Meldpunt Collectief Onrecht B.V. aan het adres [adres] Heerhugowaard, welke namens hem bepaaldelijk gevolmachtigd is het beroep in te dienen.

1. Belanghebbende wenst beroep in te stellen tegen de beslissing op bezwaar d.d. 29 januari 2014 (PRODUCTIE 1) van de gemeente [Z] (hierna te noemen “verweerster”) inzake de waarderingen van het pand gelegen aan de [de woning] (…)

2. Op 9 april 2013 heeft gemachtigde namens belanghebbende bezwaar ingediend (PRODUCTIE 2) tegen de WOZ beschikking (…)

(…)

6. Belanghebbende heeft in het kader van de onderhavige procedure een taxatieverslag laten opstellen (PRODUCTIE 3) (…)

9. Verweerster is veel te makkelijk aan de aanzienlijke verschillen voorbijgegaan en in haar taxatieverslag (PRODUCTIE 4) (…)

(…)

Heerhugowaard, 24 februari 2014

Gemachtigde, [i.o. ondertekend]

Producties:

1. Bestreden beslissing d.d. 29 januari 2014

2. Bezwaar inclusief machtiging waaruit blijkt dat Meldpunt Collectief Onrecht B.V. gemachtigde is namens belanghebbende.

3. Taxatierapport en factuur.

4. Taxatierapport van de gemeente.”

2.2.

Het als productie 2 bij het beroepschrift overgelegde bezwaarschrift is namens belanghebbende door Meldpunt Collectief Onrecht B.V. ingediend en ondertekend door mr. F. Roet. De daarbij overgelegde machtiging – een zogenoemd Opdrachtformulier GratisinBezwaar.nl dat op 28 maart 2013 door belanghebbende is ondertekend – luidt onder andere als volgt:

“Opdrachtformulier GratisinBezwaar.nl

(…)

Ondertekening

Hierbij geeft ondergetekende aan volledig rechtsbevoegd te zijn en kennis te hebben genomen van de voorwaarden gratisinbezwaar.nl (raadpleegbaar op (…) gratisinbezwaar.nl/algemene-voorwaarden). (…) De in dit aanvraagformulier verstrekte gegeven vormen de basis voor de basis voor de omschreven opdracht. Verder machtigt ondergetekende gratisinbezwaar.nl om voor en namens haar de opdracht in behandeling te nemen en in rechte op te treden. Ondergetekende verzoekt gratisinbezwaar.nl dan ook deze opdracht in behandeling te nemen. (…)

Ondergetekende verzoekt gratisinbezwaar.nl deze opdracht in behandeling te nemen. Ondergetekende machtigt Gratisinbezwaar.nl verder om:

• bezwaar te maken tegen de belastingaanslagen en/of WOZ-beschikking van de belanghebbende;

• Mij in rechte te vertegenwoordigen in een eventuele juridische procedure;

• beroep in te dienen bij de rechtbank tegen de uitspraak /het besluit van de gemeente/het (belasting)samenwerkingsverband betreffende de in artikel 1 van deze machtiging genoemde procedures;

• hoger beroep in te dienen bij het gerechtshof tegen de uitspraak van de rechtbank in de onder artikel 3 van deze machtiging genoemde procedures;

• een beroep in cassatie aan te tekenen bij de Hoge Raad der Nederlanden tegen de uitspraak van het gerechtshof in de onder artikel 4 genoemde procedures;

• om (hoger) beroep in te dienen en/of beroep in cassatie aan te tekenen inzake procedures betreffende de vaststelling van de dwangsom bij niet tijdig beslissen door het overheidsorgaan naar aanleiding van het bezwaarschrift tegen de belastingaanslagen en/of WOZ-beschikking;

• om namens belanghebbende een opdracht te verstrekken tot het doen opstellen van een WOZ- -taxatierapport en/of taxatiematrix en/of een waardeadvies in de onder 2,3,4, en 5 van de in deze machtiging genoemde procedures.

(…)

Ondertekening: [handtekening belanghebbende]

Mail, stuur of fax het formulier aan ons via één van onderstaande wijze:

Meldpunt Collectief Onrecht

[adres]

te Heerhugowaard

Fax (…)

info@gratisinbezwaar.nl”

2.3.

De rechtbank heeft bij brief van 1 april 2015 – geadresseerd aan de heer mr. F. Roet, Stichting Meldpunt Collectief Onrecht, [adres], Heerhugowaard – de ontvangst van het beroepschrift bevestigd, meegedeeld dat het niet aan de gestelde voorwaarden voldoet en verzocht om binnen twee weken na verzending van de brief een schriftelijke machtiging over te leggen, waaruit blijkt dat de geadresseerde is ge(vol)machtigd beroep in te stellen. De rechtbank heeft in haar brief erop gewezen dat het niet voldoen aan dit verzoek mogelijk leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

2.4.

Belanghebbende heeft in hoger beroep een volmacht overgelegd waarbij mr. F. Roet wordt gemachtigd om hem te vertegenwoordigen in de rechtbankprocedure. De volmacht is gedagtekend 4 mei 2015.

2.5.

Belanghebbende heeft in hoger beroep een uittreksel uit het Handelsregister overgelegd van Meldpunt Collectief Onrecht B.V. Blijkens het uittreksel is GRATISINBEZWAAR.NL sinds de oprichting van Meldpunt Collectief Onrecht B.V. een handelsnaam van Meldpunt Collectief Onrecht B.V. Bestuurder en enig aandeelhouder van Meldpunt Collectief Onrecht B.V. is F. Roet, die geen advocaat is.

3 Geschil in hoger beroep

In hoger beroep is in de eerste plaats in geschil of de rechtbank het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk heeft kunnen verklaren. Indien dit niet het geval is, twisten partijen over de vastgestelde WOZ-waarde van de woning.

4. Beoordeling van het geschil

4.1.

De rechtbank heeft aan de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep de volgende overwegingen en beslissingen ten grondslag gelegd:

“1. Op grond van artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank. Op grond van artikel 8:24, eerste lid, van de Awb kunnen partijen zich laten bijstaan of door een gemachtigde laten vertegenwoordigen. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat de rechtbank van de gemachtigde een schriftelijke machtiging kan verlangen. Op grond van artikel 6:6 van de Awb kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroep, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

2. De rechtbank stelt vast dat Meldpunt Collectief Onrecht B.V. namens eiser beroep heeft ingediend. Het beroepschrift is ondertekend in opdracht van de [gestelde] gemachtigde. Bij het beroepschrift is een afschrift van het bezwaarschrift inclusief de machtiging overgelegd, waaruit blijkt dat eiser Gratisinbezwaar.nl heeft gemachtigd om namens hem beroep in te dienen bij de rechtbank ter zake van de beschikking van 25 februari 2013 die betrekking heeft op de WOZ-waarde van de woning.

3. De rechtbank is van oordeel dat, nu Meldpunt Collectief Onrecht B.V. namens eiser beroep heeft ingesteld, deze rechtspersoon desgevraagd ook een machtiging dient over te leggen waarin zij wordt gemachtigd om namens eiser beroep in te stellen. De rechtbank heeft Meldpunt Collectief Onrecht B.V. bij brief van 1 april 2015 verzocht om binnen twee weken een machtiging te overleggen. Daarbij is Meldpunt Collectief Onrecht B.V. er op gewezen dat, indien de gevraagde machtiging niet wordt ingediend, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Op dit verzoek is niet gereageerd.

4. Uit het vorenstaande blijkt dat de rechtbank niet heeft kunnen vaststellen dat Meldpunt Collectief Onrecht B.V. gemachtigd is beroep in te stellen namens eiser. Het beroep is daarom niet ontvankelijk. Aan een inhoudelijke behandeling van de beroepsgronden komt de rechtbank daarom niet toe.”

4.2.

Het Hof verenigt zicht met het in onderdeel 1 van de rechtbankuitspraak tot uitgangsput genomen wettelijk kader, omdat het juist is. Het Hof zal voorts bij de beoordeling van het geschil niet vol treden in de beoordelingsruimte van de rechtbank en zal de beslissing van de rechtbank (marginaal) toetsen naar de maatstaf of de rechtbank in redelijkheid tot haar oordeel is kunnen komen (vgl. de uitspraak van het Hof van 9 februari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1148 en de in die uitspraak (in 4.13 en 4.14) genoemde arresten van de Hoge Raad).

4.3.

Vast staat dat Meldpunt Collectief Onrecht B.V. namens belanghebbende beroep heeft ingesteld bij de rechtbank en dat zij dit niet heeft gedaan – dat blijkt uit het beroepschrift – met haar handelsnaam GratisinBezwaar.nl; het beroepschrift vermeldt ook niet de naam van mr. F. Roet. Met de rechtbank constateert het Hof voorts dat blijkens het onder 2.2 vermelde opdrachtformulier belanghebbende voor het indienen van beroep niet Meldpunt Collectief Onrecht B.V. heeft gemachtigd, maar GratisinBezwaar.nl.

4.4.

De stelling van belanghebbende – zakelijk weergegeven – dat de vertegenwoordigings-bevoegdheid van Meldpunt Collectief Onrecht B.V. blijkt uit het opdrachtformulier, in welk geval (zo begrijpt het Hof het betoog van belanghebbende) de rechtbank ten onrechte het beroep vanwege het ontbreken van een toereikende machtiging niet-ontvankelijk heeft verklaard faalt, reeds omdat dit, zoals hiervoor is geconstateerd, geen enkele steun vindt in de tekst van het opdrachtformulier.

4.5.

Omdat het bij het beroepschrift overgelegde opdrachtformulier geen bewijs levert van de gestelde vertegenwoordigingsbevoegdheid van Meldpunt Collectief Onrecht B.V. kon de rechtbank – gegeven ook de in eerste aanleg nog niet verklaarde discrepantie tussen enerzijds de naam van de indiener van het beroepschrift (Meldpunt Collectief Onrecht B.V.) en de naam van de gemachtigde op het opdrachtformulier (GratisinBezwaar.nl) (zie 2.5) – naar het oordeel van het Hof, in redelijkheid twijfelen aan de bevoegdheid van Meldpunt Collectief Onrecht B.V. (met als gestelde gemachtigde mr. F. Roet) om namens belanghebbende beroep in te stellen. Daaraan doet niet af het enkele feit, zoals belanghebbende aanvoert, dat het bezwaarschrift namens belanghebbende door Meldpunt Collectief Onrecht B.V. is ingediend en ondertekend door mr. F. Roet. De rechtbank kon derhalve in redelijkheid verzoeken om een (toereikende) machtiging.

4.6.

Belanghebbende stelt in hoger beroep – anders dan de rechtbank heeft geconstateerd – dat op het verzoek van rechtbank van 1 april 2015 is gereageerd. De in hoger beroep overgelegde, onder 2.4 vermelde volmacht van 4 mei 2015 is wel ingestuurd, zo stelt belanghebbende. Tegenover de constatering van de rechtbank dat niet op het verzoek is gereageerd – welke constatering overigens steun vindt in het procesdossier van de eerste aanleg; het Hof heeft daarin niet de betreffende volmacht aangetroffen – heeft belanghebbende zijn andersluidende stelling, zonder onderbouwing, die ontbreekt, niet aannemelijk gemaakt.

4.7.

Anders dan belanghebbende met het in hoger beroep overleggen van het uittreksel uit het Handelsregister en/of de volmacht van 4 mei 2015 kennelijk veronderstelt, kan het in eerste aanleg geconstateerde aan het beroepschrift klevende gebrek niet in hoger beroep worden hersteld (vgl. HR 10 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:2, BNB 2014/44).

4.8.

De slotsom is dat de rechtbank het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het hoger beroep is ongegrond en de uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.

5 Kosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling.

6 Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

De uitspraak is gedaan door mr. H.E. Kostense, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Lambeck als griffier. De beslissing is op 22 juni 2017 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.