Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:3781

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-09-2017
Datum publicatie
26-09-2017
Zaaknummer
23-001512-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

bevestiging vonnis met aanvulling bewijsmiddelen en wijziging beslagbeslissing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001512-17

datum uitspraak: 20 september 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 18 april 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13/701205-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

thans verblijvende in de [kliniek] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 september 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere overwegingen en beslissingen dan die van de rechtbank, zodat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd (met inbegrip van het bevel dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is), zulks met uitzondering van de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van een mes - in zoverre zal het vonnis worden vernietigd - en met dien verstande dat:

- de aan de bewijsbeslissing ten grondslag gelegde bewijsmiddelen op na te melden wijze worden aangevuld;

- het nummer van het proces-verbaal dat in het vonnis is opgenomen als bewijsmiddel 2 wordt verbeterd in PL1300-2016025472-5;

- de overwegingen op pagina 6 van het vonnis waarvan beroep worden aangevuld met:

“De maatregel zal worden opgelegd wegens (een poging tot) zware mishandeling, een misdrijf dat is gericht tegen en gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon, zodat de duur van de (in voorwaardelijke vorm op te leggen) terbeschikkingstelling, indien en voor zover te gelegener tijd een last tot tenuitvoerlegging wordt gegeven, niet op voorhand gemaximeerd is.

De inhoud van het rapport van Reclassering Nederland van 17 juli 2017, waarin onder andere melding wordt gemaakt van de sterk wisselende stemmingen van de verdachte en de plaatsing in een isoleercel wegens suïcidaliteit, leidt het hof niet tot een ander oordeel omtrent de noodzaak van het opleggen van de maatregel dan de rechtbank.”;

- als toepasselijke wettelijke voorschriften de artikelen 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) in plaats van de artikelen 36b en 36c Sr worden genoemd;

- de opdracht aan Reclassering Nederland op pagina 8 van het vonnis verbeterd wordt gelezen, met dien verstande dat deze instelling – overeenkomstig artikel 38, tweede lid, Wetboek van Strafrecht – de veroordeelde hulp en steun zal verlenen bij de naleving van de voorwaarden.

Aanvulling bewijsmiddelen

In aanvulling op hetgeen de rechtbank tot het bewijs heeft gebezigd, legt het hof aan de bewijsbeslissing tevens de navolgende bewijsmiddelen ten grondslag:

4. Een proces-verbaal van verhoor met nummer PL1300-2016025472-7 van 2 februari 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] .

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als vragen van de verbalisant en (in antwoord daarop) de verklaring van de verdachte:

Vraag: U bent vanmiddag [het hof begrijpt: 2 februari 2016] aangehouden. Wat kunt u daarover verklaren?

Antwoord: Ik stond huilend te vertellen aan een medewerkster dat ik trauma’s in mijn jeugd heb opgelopen. Zij stond mij toen ijskoud uit te lachen en dat ik niet moest verwachten dat zij ging meehuilen. Ik wilde haar toen met een mes neerbewerken. Ik mag haar niet.

Vraag: Je verklaarde zojuist dat je haar met een mes wilde neerbewerken. Wat bedoel je daar precies mee?

Antwoord: Ik wilde haar met dat mes neersteken.

5. De verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep op 6 september 2017.

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Het mes was op een halve meter afstand van [slachtoffer] .

Beslag

Gebleken is dat er onder de verdachte een (bestek)mes in beslag is genomen dat nog niet is teruggegeven. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat is voldaan aan de in artikel 36c Sr gestelde vereisten die het mes vatbaar maken voor onttrekking aan het verkeer en evenmin dat aan de daarvoor in artikel 36d gestelde voorwaarden is voldaan. Wel is gebleken dat met behulp van het mes, dat aan de verdachte toebehoort, het bewezen feit is begaan. Daarom zal het mes verbeurd worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van een mes en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- mes (itemnummer 5130597).

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Kuiper, mr. J.J.I. de Jong en mr. A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Metgod, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 september 2017.