Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:3766

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12-09-2017
Datum publicatie
22-09-2017
Zaaknummer
23-000164-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

vrijspraak tll diefstal in vereniging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000164-15

datum uitspraak: 12 september 2017

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 december 2014 in de strafzaak onder parketnummer 13-701705-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 augustus 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw van de verdachte naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

primair:
hij op of omstreeks 03 april 2014 te Aalsmeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (bedrijfs)pand (gevestigd aan de [bedrijfspand] ) heeft weggenomen

- een kortstaart-buitenboordmotor (merk Suzuki), en/of

- een rubberboot-vaartuig (merk Nimarine, Alu), en/of

- een palletwagen-voertuig(en), en/of

- 363, althans één of meerdere, Deense Kar(ren), en/of

- 650, althans één of meerdere, pla(a)t(en), en/of

- 1452, althans één of meerdere, staander(s)/stang(en),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [B.V.] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s);

subsidiair:
(een) onbekend gebleven pers(o)on(en) op of omstreeks 03 april 2014 te Aalsmeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (bedrijfs)pand (gevestigd aan de [bedrijfspand] ) heeft weggenomen

- een kortstaart-buitenboordmotor (merk Suzuki), en/of

- een rubberboot-vaartuig (merk Nimarine, Alu), en/of

- een palletwagen-voertuig(en), en/of - 363, althans één of meerdere, Deense Kar(ren), en/of

- 650, althans één of meerdere, pla(a)t(en), en/of

- 1452, althans één of meerdere, staander(s)/stang(en),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [B.V.] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die onbekend gebleven pers(o)on(en) en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 3 april 2014 te Aalsmeer, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest door een (beveiligings)camera af te plakken en/of (tijdelijk) onbruikbaar te maken (voor beeldopnamen).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal om proces-economische redenen worden vernietigd.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Vrijspraak

Het hof vindt met de rechtbank en de verdediging dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt daartoe als volgt.

Op 7 april 2014 heeft [slachtoffer] , mede namens enkele bedrijven, aangifte gedaan van diefstal van goederen uit een bedrijfspand in gebruik bij [B.V.] te Aalsmeer op 3 april 2014 tussen 16:30 uur en 17:45 uur.

De aangever heeft door camera’s in en buiten de bedrijfsruimte opgenomen beelden aan een extern ICT bedrijf verstrekt. Dat bedrijf heeft de beelden verwerkt.

De camerabeelden zijn vervolgens op you tube geplaatst, waar de officier van justitie in de appelmemorie gewag van heeft gemaakt.

Ter terechtzitting van het hof zijn op vordering van de advocaat-generaal de van you tube afkomstige beelden bekeken.

Daarop is onder meer te zien dat de verdachte met een ander in die bedrijfsruimte aanwezig was; dat hij met een heftruck omhoog werd gebracht en handelingen verrichtte, die lijken op het afplakken van een bewakingscamera in de bedrijfsruimte. Verder is te zien dat goederen die op de beelden aanvankelijk achterin de bedrijfsruimte opgestapeld waren, op een later camera tijdstip niet meer te zien zijn.

Het hof gebruikt deze you tube-beelden niet bij de bewijsbeslissing, reeds omdat geen informatie bestaat over de wijze waarop deze beelden zijn tot stand gekomen, dan wel be- en/of verwerkt en/of samengevoegd. Bovendien is de tijdsaanduiding onvoldoende inzichtelijk en zijn er tijdsintervallen zonder beelden.

Een verbalisant heeft in het proces-verbaal van bevindingen van 10 april 2014 gerelateerd wat deze heeft gezien op de door de aangever verstrekte camerabeelden, maar voor deze beelden gaat hetzelfde manco op als voor de van you tube afkomstige beelden, zodat daaraan evenmin enige bewijskracht kan worden ontleend.

Nu overig bewijs dat concreet duidt op de betrokkenheid van de verdachte bij de in de aangifte bedoelde diefstal ontbreekt, zal het hof de verdachte vrijspreken van het hem tenlastegelegde.

De partij [B.V.]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 45.046,50. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [B.V.]

Verklaart de benadeelde partij [B.V.] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.M.C. Tilleman, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. F.M.D. Aardema, in tegenwoordigheid van mr. L. Voet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 september 2017.

mr. A.D.R.M. Boumans is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]