Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:3728

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12-09-2017
Datum publicatie
18-09-2017
Zaaknummer
200.205.880/01
Formele relaties
Herstelarrest: ECLI:NL:GHAMS:2017:1884
Eerste aanleg: ECLI:NL:TGDKG:2016:88
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beslissing hof na tussenbeslissing hof.

Klager heeft geen gebruik gemaakt van de aan hem geboden mogelijkheid tot het leveren van bewijs.

Nu klager van deze gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt, is de juistheid van zijn stelling niet gebleken. Klachtonderdeel f. is ongegrond.

De conclusie is dat het hof minder klachtonderdelen gegrond zal verklaren dan de kamer in de bestreden beslissing heeft gedaan. Het hof acht, evenals de kamer, onvoldoende termen aanwezig om over te gaan tot het opleggen van een maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.205.880/01 GDW

nummer eerste aanleg : 461.2015

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 12 september 2017

inzake

[naam],

wonend te [plaats],

appellant,

tegen

[naam],

gerechtsdeurwaarder te [plaats],

geïntimeerde.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Het hof heeft in deze zaak op 23 mei 2017 een tussenbeslissing gegeven. Het hof verwijst daarnaar.

1.2.

In de tussenbeslissing heeft het hof klager niet-ontvankelijk verklaard in de klacht over het niet beschikken over de grosse en – teneinde de gegrondheid van klachtonderdeel f. te kunnen beoordelen – klager in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren. Het hof heeft bepaald dat een nieuwe mondelinge behandeling zal worden gehouden indien een van partijen daarom verzoekt. Elke verdere beslissing is aangehouden.

1.3.

Klager heeft geen gebruik gemaakt van de door het hof aan hem geboden mogelijkheid tot het leveren van bewijs. Partijen hebben niet verzocht om een (nieuwe) mondelinge behandeling.

2 Verdere beoordeling

2.1.

Het hof blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in de tussenbeslissing.

Klachtonderdeel f.

2.2.

Volgens klager heeft de gerechtsdeurwaarder hem tijdens het telefonisch contact op 15 mei 2015 op intimiderende wijze meegedeeld hem aansprakelijk te stellen voor de gemaakte kosten in het kader van de tuchtprocedure. De gerechtsdeurwaarder heeft dat betwist. Klager stelde het bewijs van zijn stelling te kunnen leveren door het afspelen van een opname van bedoeld telefoongesprek. Het hof heeft vervolgens klager in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren door – zoals aangeboden – het in het geding brengen van een door hem gemaakte geluidsopname van het telefoongesprek op 15 mei 2015 tussen klager en de gerechtsdeurwaarder.

2.3.

Nu klager van deze gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt is de juistheid van zijn stelling niet gebleken en zal het hof klachtonderdeel f. ongegrond verklaren.

Conclusie

2.4.

De conclusie is dat het hof minder klachtonderdelen gegrond zal verklaren dan de kamer in de bestreden beslissing heeft gedaan (alleen klachtonderdeel c. is naar het oordeel van het hof gegrond). Het hof acht, evenals de kamer, onvoldoende termen aanwezig om over te gaan tot het opleggen van een maatregel.

2.5.

Het hof zal de beslissing van de kamer omwille van de duidelijkheid in zijn geheel vernietigen en daarvoor in de plaats een nieuwe beslissing geven.

2.6.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

3 Beslissing

Het hof:

- vernietigt de bestreden beslissing;

en, opnieuw beslissende:

- verklaart klachtonderdeel c. gegrond zonder oplegging van een maatregel;

- verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2017 door de rolraadsheer.