Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:3695

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-07-2017
Datum publicatie
20-09-2017
Zaaknummer
23-002967-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

overtreding van het bepaalde in artikel 2.7, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008. Strafmaatverweer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002967-16

datum uitspraak: 24 juli 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 19 mei 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-222355-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 januari 2017 en 24 juli 2017.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 12 september 2015 te Amsterdam zich op en/of aan de weg, te weten het Rembrandtplein en/of de Regulierdwarstraat heeft opgehouden, terwijl aannemelijk is, dat zulks gebeurde om middelen als bedoeld in art. 2 of 3 van de Opiumwet althans daarop gelijkende waar, en/of slaapmiddelen en/of kalmeringsmiddelen en/of stimulerende middelen of daarop gelijkende waar te kopen en/of te koop aan te bieden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 12 september 2015 te Amsterdam zich op de weg, te weten het Rembrandtplein, heeft opgehouden, terwijl aannemelijk is, dat zulks gebeurde om middelen als bedoeld in art. 2 van de Opiumwet, althans daarop gelijkende waar, te koop aan te bieden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

overtreding van het bepaalde in artikel 2.7, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

Vonnis van de kantonrechter en standpunten van partijen

De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot hechtenis voor de duur van 6 weken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, bij niet verrichten te vervangen door 60 dagen hechtenis.

De raadsman heeft het hof verzocht een lagere werkstraf op te leggen dan is gevorderd en heeft in dat verband aangevoerd dat het een oud feit betreft en de verdachte inmiddels positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt.

Oordeel van het hof

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft in de binnenstad van Amsterdam (nep)drugs aangeboden aan passanten. Hij heeft hierdoor de openbare orde verstoord en bijgedragen aan overlast en hinder die met het gebruik van harddrugs op openbare plaatsen gepaard gaan. Bovendien voelen passanten zich hierbij onprettig en minder veilig in het centrum van Amsterdam en wordt aldus afbreuk gedaan aan de goede naam van de hoofdstad.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiƫle Documentatie van 10 juli 2017 is hij vele malen eerder voor soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld, waaronder herhaaldelijk tot een vrijheidsstraf. Het hof weegt dit in het nadeel van verdachte mee.

Gezien de ernst van het feit en de recidive van de verdachte acht het hof de oplegging van onvoorwaardelijke hechtenis in beginsel passend.

In het voordeel van de verdachte heeft het hof acht geslagen op zijn persoonlijke omstandigheden. De verdachte, die in het verleden is gediagnostiseerd met het syndroom van Asperger, heeft ter zitting verklaard dat zijn leven er thans anders uitziet dan ten tijde van het gepleegde feit. Hij leidt niet langer een zwervend bestaan, maar hij woont bij zijn vriendin en kinderen. Hij heeft toegelicht gemotiveerd te zijn om zijn leven een positieve invulling te geven en een goed voorbeeld te zijn voor zijn kinderen; hij heeft zich ingeschreven voor een opleiding, gebruikt minder softdrugs en laat zich begeleiden door Indaad. De verdachte heeft verklaard mee te willen werken aan hulpverlening. Ook uit het rapport van Reclassering Nederland van 19 april 2017 blijkt dat de verdachte de afgelopen maanden een positieve weg lijkt te zijn ingeslagen. Het hof acht tevens van belang dat uit het uittreksel uit de Justitiƫle Documentatie blijkt dat de verdachte sinds augustus 2016 geen strafbare feiten heeft begaan die ter kennis van justitie zijn gekomen, waarmee een eerder (hardnekkig) patroon (voorlopig) lijkt te zijn doorbroken. Het hof acht daarom aannemelijk dat de verdachte een serieuze start heeft gemaakt om zijn leven een positieve wending te geven.

Het hof houdt er verder rekening mee dat de verdachte bij onder parketnummer 23-002968-16 gewezen arrest van heden is veroordeeld tot een voorwaardelijke hechtenis van 4 weken met een proeftijd van 2 jaren en dat daarbij bijzondere voorwaarden zijn gesteld.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden hoogte passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2.7, tweede lid, en 6.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 Amsterdam en de artikelen 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.J.I. de Jong, mr. G. Oldekamp en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van S.D. van der Heiden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 juli 2017.

mr. J.J.I. de Jong en mr. R. Kuiper zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.