Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:3635

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-07-2017
Datum publicatie
12-09-2017
Zaaknummer
23-003995-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling omzetbelastingfraude. Verdachte was werkzaam als accountant, hetgeen het hof hem zwaar aanrekent. GS 15 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003995-15

datum uitspraak: 11 juli 2017

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 23 september 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-845077-13 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1956,

adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 maart 2017 en 27 juni 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

primair:

op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 8 juli 2012 tot en met 29 juli 2013 te Sneek en/of Apeldoorn en/of Heerlen en/of (elders) in Nederland en/of te Achel te België, alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), (telkens) opzettelijk, (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), te weten één of meerdere (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het/de aangiftetijdvak(ken) tweede kwartaal 2012 en/of derde kwartaal 2012 en/of eerste kwartaal 2013 en/of tweede kwartaal 2013 ten name van [bedrijven] (telkens) onjuist/onvolledig heeft/hebben gedaan, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) op/in het/de bij/naar de Inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst ingeleverde/gezonden/ingediende aangifte(n)(-biljet(ten)) Omzetbelasting over het/de aangiftetijdvak(ken):

- tweede kwartaal 2012 (D-058a, 5/8) en/of derde kwartaal 2012 (D-058a, 6/8) en/of vierde kwartaal 2012 (D-058a, 7/8) en/of eerste kwartaal 2013 (D-058a, 8/8) ten name van [bedrijven] ., en/of

- tweede kwartaal 2012 (D-058b, 5/8) en/of derde kwartaal 2012 (D-058b, 6/8) en/of vierde kwartaal 2012 (D-058b, 7/8) en/of eerste kwartaal 2013 (D-058b, 8/8) ten name van [bedrijven] , en/of

- derde kwartaal 2012 (D-058c, 5/8) en/of vierde kwartaal 2012 (D-058c, 6/8) en/of eerste kwartaal 2013 (D-058c, 7/8) en/of tweede kwartaal 2013 (D-058c, 8/8) ten name van [bedrijven] , en/of

- derde kwartaal 2012 (D-058d, 5/6) en/of vierde kwartaal 2012 (D-058d, 6/6) ten name van [bedrijven] en/of

- vierde kwartaal 2012(D-058e, 5/6) en/of eerste kwartaal 2013(D-058e, 6/6) ten name van [bedrijven] , en/of

- vierde kwartaal 2012 (D-058f, 5/6) en/of eerste kwartaal 2013 (D-058f, 6/6) ten name van [bedrijven] , en/of

- vierde kwartaal 2012 (D-058g, 5/6) en/of eerste kwartaal 2013 (D-058g, 6/6) ten name van [bedrijven] , en/of

- vierde kwartaal 2012(D-058h, 5/7) en/of eerste kwartaal 2013 (D-058h, 6/7) en/of tweede kwartaal 2013 (D-058h, 7/7) ten name van [bedrijven] , en/of

- derde kwartaal 2012 (D-058i, 5/8) en/of vierde kwartaal 2012 (D-058i, 6/8) en/of eerste kwartaal 2013 (D-058i, 7/8) en/of tweede kwartaal 2013 (D-058i, 8/8) ten name van [bedrijven] , en/of

- vierde kwartaal 2012 (D-058j, 5/7) en/of eerste kwartaal 2013 (D-058j, 6/7) en/of tweede kwartaal 2013 (D-058j, 7/7) ten name van [bedrijven] ,

(telkens) (een) te ho(o)g(e) bedrag(en), althans (een) onjuist(e) bedrag(en) aan voorbelasting opgegeven/doen (laten) opgeven en/of (een) onjuist(e) terug te betalen bedrag(en) aan omzetbelasting opgegeven/doen (laten) opgeven, terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven;

subsidiair:

op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 juli 2013 te Sneek en/of Apeldoorn en/of Heerlen en/of (elders) in Nederland en/of te Achel te België, alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), (telkens) een of meerdere (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting, te weten:

- een aangifte over het/de aangiftetijdvak(ken) tweede kwartaal 2012 (D-058a, 5/8) en/of derde kwartaal 2012 (D-058a, 6/8) en/of vierde kwartaal 2012 (D-058a, 7/8) en/of eerste kwartaal 2013 (D-058a, 8/8) ten name van [bedrijven] ., en/of

- een aangifte over het/de aangiftetijdvak(ken) tweede kwartaal 2012 (D-058b, 5/8) en/of derde kwartaal 2012 (D-058b, 6/8) en/of vierde kwartaal 2012 (D-058b, 7/8) en/of eerste kwartaal 2013 (D-058b, 8/8) ten name van [bedrijven] , en/of

- een aangifte over het/de aangiftetijdvak(ken) derde kwartaal 2012 (D-058c, 5/8) en/of vierde kwartaal 2012 (D-058c, 6/8) en/of eerste kwartaal 2013 (D-058c, 7/8) en/of tweede kwartaal 2013 (D-058c, 8/8) ten name van [bedrijven] , en/of

- een aangifte over het/de aangiftetijdvak(ken) derde kwartaal 2012 (D-058d, 5/6) en/of vierde kwartaal 2012 (D-058d, 6/6) ten name van [bedrijven] en/of

- een aangifte over het/de aangiftetijdvak(ken) vierde kwartaal 2012(D-058e, 5/6) en/of eerste kwartaal 2013(D-058e, 6/6) ten name van [bedrijven] , en/of

- een aangifte over het/de aangiftetijdvak(ken) vierde kwartaal 2012 (D-058f, 5/6) en/of eerste kwartaal 2013 (D-058f, 6/6) ten name van [bedrijven] , en/of

- een aangifte over het/de aangiftetijdvak(ken) vierde kwartaal 2012 (D-058g, 5/6) en/of eerste kwartaal 2013 (D-058g, 6/6) ten name van [bedrijven] , en/of

- een aangifte over het/de aangiftetijdvak(ken) vierde kwartaal 2012(D-058h, 5/7) en/of eerste kwartaal 2013 (D-058h, 6/7) en/of tweede kwartaal 2013 (D-058h, 7/7) ten name van [bedrijven] , en/of

- een aangifte over het/de aangiftetijdvak(ken) derde kwartaal 2012 (D-058i, 5/8) en/of vierde kwartaal 2012 (D-058i, 6/8) en/of eerste kwartaal 2013 (D-058i, 7/8) en/of tweede kwartaal 2013 (D-058i, 8/8) ten name van [bedrijven] , en/of

- een aangifte over het/de aangiftetijdvak(ken) vierde kwartaal 2012 (D-058j, 5/7) en/of eerste kwartaal 2013 (D-058j, 6/7) en/of tweede kwartaal 2013 (D-058j, 7/7) ten name van [bedrijven] ,

(zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen)

opzettelijk valselijk heeft opgemaakt en/of heeft (laten) doen opmaken of heeft vervalst en/of heeft doen (laten) vervalsen, immers heeft hij valselijk en in strijd met de waarheid op/in dat/die geschrift(en) een te hoog bedrag, althans een onjuist bedrag aan voorbelasting en/of een te hoog bedrag, althans een onjuist bedrag aan terug te vragen omzetbelasting opgegeven/doen (laten) opgeven, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te laten gebruiken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof op andere gronden tot zijn bewijsbeslissing komt en een andere straf oplegt.

Bewijsoverweging ten aanzien van het primair ten laste gelegde

De advocaat-generaal heeft tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde gerequireerd.

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aan de hand van door hem overgelegde pleitnotities bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde, omdat er sprake is geweest van bedrijfsactiviteiten binnen de verschillende vennootschappen onder firma (hierna: VOF(‘s)). Dit standpunt heeft de verdediging nader onderbouwd met een aantal, in hoger beroep in de procedure ingebrachte facturen. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat de verdachte niet feitelijk leiding heeft gegeven aan hetgeen hem ten laste is gelegd.

Het hof leidt uit de beschikbare bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden af.1

Namens [bedrijven] zijn aangiften omzetbelasting gedaan over de tijdvakken tweede kwartaal 2012, derde kwartaal 2012, vierde kwartaal 2012 en eerste kwartaal 2013.2 In deze aangiften is telkens verzocht om teruggave van omzetbelasting. De aangiften zijn ontvangen op (respectievelijk) 8 juli 2012, 8 oktober 2012, 18 januari 2013 en 30 april 2013.3

Namens [bedrijven] zijn aangiften omzetbelasting gedaan over de tijdvakken tweede kwartaal 2012, derde kwartaal 2012, vierde kwartaal 2012 en eerste kwartaal 2013. In deze aangiften is telkens verzocht om teruggave van omzetbelasting opgegeven.4 De aangiften zijn ontvangen op (respectievelijk) 31 juli 2012, 8 oktober 2012, 18 januari 2013 en 30 april 2013.5

Namens [bedrijven] zijn aangiften omzetbelasting gedaan in de tijdvakken in de tijdvakken derde kwartaal 2012, vierde kwartaal 2012, eerste kwartaal 2013, tweede kwartaal 2013 en derde kwartaal 2013. In deze aangiften is telkens verzocht om teruggave van omzetbelasting.6 De aangiften zijn ontvangen op (respectievelijk) 9 oktober 2012, 18 januari 2013 en 29 april 2013, 29 juli 2013 en 23 oktober 2013.7

Namens [bedrijven] zijn aangiften omzetbelasting gedaan over de tijdvakken derde kwartaal 2012 en vierde kwartaal 2012. In deze aangiften is telkens verzocht om teruggave van omzetbelasting.8 De aangiften zijn ontvangen op (respectievelijk) 8 oktober 2012 en 19 januari 2013.9

Namens [bedrijven] zijn aangiften omzetbelasting gedaan over de tijdvakken vierde kwartaal 2012 en eerste kwartaal 2013. In deze aangiften is telkens verzocht om teruggave van omzetbelasting.10 De aangiften zijn ontvangen op (respectievelijk) 21 januari 2013 en 29 april 2013.11

Namens [bedrijven] zijn aangiften omzetbelasting gedaan over de tijdvakken vierde kwartaal 2012 en eerste kwartaal 2013. In deze aangiften is telkens verzocht om teruggave van omzetbelasting.12 De aangiften zijn ontvangen op (respectievelijk) 19 januari 2013 en 29 april 2013.13

Namens [bedrijven] zijn aangiften omzetbelasting gedaan over de tijdvakken vierde kwartaal 2012 en eerste kwartaal 2013. In deze aangiften is telkens verzocht om teruggave van omzetbelasting.14 De aangiften zijn ontvangen op (respectievelijk) 21 januari 2013 en 29 april 2013.15

Namens [bedrijven] zijn aangiften omzetbelasting gedaan over de tijdvakken vierde kwartaal 2012, eerste kwartaal 2013 en tweede kwartaal 2013. In deze aangiften is telkens verzocht om teruggave van omzetbelasting.16 De aangiften zijn ontvangen op (respectievelijk) 31 januari 2013, 30 april 2013 en 26 juli 2013.17

Namens [bedrijven] zijn aangiften omzetbelasting gedaan over de tijdvakken derde kwartaal 2012, vierde kwartaal 2012, eerste kwartaal 2013 en tweede kwartaal 2013. In deze aangiften is telkens verzocht om teruggave van omzetbelasting.18 De aangiften zijn ontvangen op (respectievelijk) 10 oktober 2012, 18 januari 2013, 29 april 2013 en 29 juli 2013.19

Namens [bedrijven] zijn aangiften omzetbelasting gedaan over de tijdvakken vierde kwartaal 2012, eerste kwartaal 2013 en tweede kwartaal 2013. In deze aangiften is telkens verzocht om teruggave van omzetbelasting.20 De aangiften zijn ontvangen op (respectievelijk) 21 januari 2013, 29 april 2013 en 26 juli 2013.21

De vennootschappen hebben elk als vennoten twee in het Verenigd Koninkrijk gevestigde Limiteds. Deze staan in Engeland geregistreerd als “slapend” of er zijn bij de Limiteds geen activiteiten vermeld.22 [bedrijf 1] en [bedrijf 2] zijn vennoten van [bedrijven]23 en [bedrijven]24. [bedrijf 3] en [bedrijf 4] zijn vennoten van [bedrijven]25, [bedrijven]26, [bedrijven]27, [bedrijven]28, [bedrijven]29, [bedrijven]30, [bedrijven]31 en [bedrijven]32.

De verdachte was op tijdstippen in de ten laste gelegde periode (indirect) bestuurder van de vier Limiteds, waarbij onder meer van belang is dat bij oprichting van [bedrijf 3] de enig aandeelhouder hiervan [bedrijf 1] was en bij de oprichting van [bedrijf 4] de enig aandeelhouder daarvan [bedrijf 3] was.33 Verder kon de verdachte, nadat hij uit zijn functie als bestuurder was getreden, als gevolmachtigde van [bedrijf 3] met onbeperkte bevoegdheid blijven optreden34; deze Limited werd ten gunste van verdachte beheerd35 en facturen met betrekking tot deze Limited waren aan de verdachte en zijn woonadres gericht.36

[naam 1] heeft het volgende verklaard. [naam 1] is directeur van European Business Centre, een bedrijf dat ondernemingen opricht en voorziet in nominee directeuren (het hof begrijpt: directeuren in naam, zonder uitoefening van feitelijke werkzaamheden als directeur) en nominee aandeelhouders (het hof begrijpt: aandeelhouder zonder uiteindelijk gerechtigde te zijn). [naam 1] is directeur van ongeveer 800 ondernemingen. Zijn betrokkenheid is administratief, hij is niet betrokken bij de financiële zaken van de onderneming. [verdachte] wilde enkele ondernemingen oprichten, dat is gebeurd en door hem betaald. [verdachte] vroeg [naam 1] om 500 formulieren te ondertekenen om ondernemingen in Nederland te registeren, de formulieren waren blanco. [verdachte] vroeg hem, [naam 1] , directeur te worden van [bedrijf 1] . [naam 1] heeft nooit werk voor deze onderneming verricht.37 [verdachte] vroeg [naam 1] ook om [bedrijf 2] te runnen. [naam 1] werd nominee directeur en nominee aandeelhouder. [naam 1] weet niet wat deze onderneming deed. Post stuurde hij door.

[naam 1] heeft [bedrijf 3] opgericht en een Letse bankrekening geopend. Alleen [verdachte] had toegang tot deze bankrekening. [verdachte] deelde [naam 1] mede dat hij [bedrijf 3] als corporate director van ondernemingen gebruikte om zijn anonimiteit te bewaren. [naam 1] heeft identiteitspapieren overgelegd om bankrekeningen mee te openen. Voor [bedrijf 3] tekende [naam 1] een volmacht en een trustverklaring ten gunste van [verdachte] .38

Op het woonadres van [verdachte] in Sneek is op computers en andere gegevensdragers digitale administratie aangetroffen.39 Op een USB harddisk is een excel-bestand aangetroffen. Het eerste tabblad van dit bestand bevat een overzicht met daarin namen van en informatie over de volgende VOF’s: [bedrijven] . De informatie die in het overzicht is ingevuld betreft per VOF: locatie, inschrijvingsdatum Kamer van Koophandel, Kamer van Koophandelnummer, bankrekeningnummer, pincodes, virtual offices, huurprijs virtual offices, fiscaal nummer en bedragen per kwartaal over de jaren 2012 en 2013.40 [verdachte] kon beschikken over de gebruikersnamen en wachtwoorden van de betrokken VOF’s. In de digitale administratie staat geen informatie over daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten van deze ondernemingen.41

[verdachte] heeft de zakelijke rekeningen van [bedrijven] aangevraagd waarbij hij opgaf zelfstandig bevoegd te zijn.42 Ook de zakelijke rekening van [bedrijven] is aangevraagd door [verdachte] die opgaf zelfstandig bevoegd te zijn.43

[verdachte] was de contactpersoon voor de gehuurde bedrijfsruimten van [bedrijven] , [bedrijven] , [bedrijven] , [bedrijven] , [bedrijven] en [bedrijven]44 [verdachte] regelde het bezoekadres van [bedrijven] en [bedrijven] en [bedrijven]45. Bij tien verdachte VOF’s staan twee postadressen vermeld; [adres 2] . Bij TNT-post staat bij [adres 2] [verdachte] als contactpersoon geregistreerd en als contactpersoon van [adres 2] : [naam 1] .46

Een aantal van de ten laste gelegde belastingaangiften is ingediend met gebruikmaking van het IP-adres van de woning van verdachte in Sneek47; een aantal is ingediend met gebruikmaking van het IP-adres van de woning van verdachte in Achel (België).48 Op een USB-harddisk in de woning van [verdachte] in Sneek zijn de volgende belastingaangiften aangetroffen:

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 2e kwartaal 2012;

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 3e kwartaal 2012;

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 4e kwartaal 2012;49

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 1e kwartaal 2013;

[bedrijven] . Aangifte omzetbelasting 2e kwartaal 2012 ;

[bedrijven] . Aangifte omzetbelasting 4e kwartaal 2012;

[bedrijven] . Aangifte omzetbelasting 1e kwartaal 2013;50

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 3e kwartaal 2012;

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 4e kwartaal 2012;

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 1e kwartaal 2013;

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 3e kwartaal 2012;51

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 3e kwartaal 2012;

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 4e kwartaal 2012;

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 1e kwartaal 2013;

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 4e kwartaal 2012;52

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 1e kwartaal 2013;

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 4e kwartaal 2012;

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 1e kwartaal 2013;

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 4e kwartaal 2012;

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 1e kwartaal 2013;53

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 4e kwartaal 2012;

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 1e kwartaal 2013;

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 4e kwartaal 2012;

[bedrijven] Aangifte omzetbelasting 1e kwartaal 2013.54

Op grond van het onderzoek heeft verbalisant [verbalisant] vastgesteld dat:

- de bezoeksadressen van de VOF’s gehuurde kantoorruimten in bedrijfsverzamelgebouwen zijn;

- er, in het geval van [bedrijven] (V09), geen goederen op het bedrijfsadres werden opgeslagen noch andere (bedrijfs)activiteiten zijn waargenomen door de verhuurder en er nooit iemand van het bedrijf op het bezoekadres geweest is;

- er weinig tot geen (contact)informatie op het internet te vinden is, hetgeen in het huidige maatschappelijk verkeer ongebruikelijk is;

- de bijschrijvingen op de opgevraagde bankrekeningen hoofdzakelijk bestaan uit stortingen met betrekking tot verzoeken teruggave omzetbelasting (zowel van de Nederlandse Belastingdienst als de Belgische en Duitse Belastingdienst) dan wel stortingen van ondernemingen die aan [verdachte] te relateren zijn;

- er tijdens de doorzoeking van de woning en het kantoor aan de [adres 3] geen fysieke noch digitale boekhouding aangetroffen is;

- er, ondanks de verplichting van artikel 47 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, geen reactie is gekomen op de vragenbrieven die de Belastingdienst gestuurd heeft;

- er, in tegenstelling tot de ervaring van [naam 2] , na het blokkeren van de aangiften omzetbelasting, geen contact werd opgenomen met de Belastingdienst;

- verdachte [naam 1] verklaard heeft dat hij V02 tot en met V11 niet kent en hij zijn bedrijf heeft in het oprichten van ondernemingen van derden;

- verdachte [naam 1] benaderd is door [verdachte] om, tegen betaling, bedrijven naar Engels recht voor dan wel namens hem op te richten, welke vervolgens in Nederland de verdachte VOF’s oprichten.55

Tijdens de doorzoeking van de woning en het kantoor van de verdachte in april 2014 is er fysieke noch digitale boekhouding aangetroffen met betrekking tot enige aan verdachte te liëren VOF.56

Bewijsoverwegingen

Het hof oordeelt op grond van bovengenoemde feiten en omstandigheden dat het de verdachte is geweest die de in de tenlastelegging genoemde belastingaangiften voor de omzetbelasting ten name van de tien VOF’s heeft ingediend in de periode van 8 juli 2012 tot en met 29 juli 2013.

De verdediging heeft in hoger beroep facturen in het geding gebracht en gesteld dat [bedrijf 5] voorschotkosten voor werkzaamheden voor de verschillende VOF’s in rekening heeft gebracht. De verdediging heeft gesteld dat de verschillende VOF’s voorschotkosten in rekening hebben gebracht aan het [bedrijf 6] .

Het hof overweegt ten aanzien van deze facturen als volgt. Het merendeel van de ingebrachte facturen is afkomstig van een bedrijf dat gelieerd is aan de verdachte, te weten [bedrijf 5] . Het tijdstip waarop de facturen in de procedure zijn ingebracht is zeer laat, namelijk pas in hoger beroep, anderhalf jaar na het eindvonnis van de rechtbank. De verdediging heeft geen duidelijkheid kunnen verschaffen over de vindplaats van de facturen, anders dan dat de facturen zich op een ander adres bevonden dan waar de doorzoekingen hebben plaatsgevonden. Niet duidelijk is geworden om welke reden verdachte niet eerder over deze facturen heeft gesproken, terwijl hij bij meerdere gelegenheden om verantwoording is gevraagd over de in de aangiften vermelde bedragen als voorbelasting.

Uit het strafdossier en uit de door de verdediging ingebrachte stukken blijkt niet van enige overeenkomst tussen de VOF’s en [bedrijf 5] waaruit concrete afspraken blijken over de op de facturen vermelde (ontwikkeling van) franchiseformules. Hetzelfde geldt voor de op voorschotnota’s vermelde administratieve diensten. Uit het dossier blijkt niet van enige betaling door de VOF’s naar aanleiding van de gefactureerde bedragen.

Het valt verder op dat op één van de facturen een btw-tarief is geheven van 21% terwijl op de betreffende datum, 2 augustus 2012, nog het oude btw-tarief van 19% gold. Verder zou [bedrijf 5] volgens een factuur van 9 augustus 2012 aan [bedrijven] een voorschot in rekening hebben gebracht voor de levering van vier personenauto’s. Uit nader onderzoek is gebleken dat door die BV slechts één personenauto is geleverd en dat deze niet is geleverd aan [bedrijven] maar aan de heer [naam 3] uit Joure.

De advocaat-generaal heeft tenslotte ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht dat [bedrijf 5] geen aangifte omzetbelasting van de betreffende facturen heeft gedaan, hetgeen blijkt uit pagina 3 en 4 van een door hem ter terechtzitting in hoger beroep overgelegd document in reactie op de ingebrachte facturen.

Gelet op al hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen, twijfelt het hof in ernstige mate aan de echtheid van de door de verdediging ingebrachte facturen. Het hof kent aan deze facturen dan ook geen betekenis toe. Niet is gebleken dat er binnen de VOF’s bedrijfsactiviteiten hebben plaatsgevonden waarover omzetbelasting moest worden geheven of feitelijke betalingen zijn gedaan waarvoor omzetbelasting kon worden teruggevraagd. Het hof komt tot de slotsom dat de in de tenlastelegging opgenomen belastingaangiften onjuist zijn.

De verdachte is bij de oprichting van de VOF’s planmatig en verhullend te werk gegaan. Hij heeft [naam 1] en door hem opgerichte Limiteds ingeschakeld om te voorkomen dat hij direct gekoppeld kon worden aan de VOF’s. Hij heeft verschillende vestigings- en postadressen voor de VOF’s gebruikt om te voorkomen dat de Belastingdienst zou ontdekken dat op één adres een groot aantal VOF’s zou zijn gevestigd. Toen geen terugbetaling van omzetbelasting volgde heeft hij geen contact opgenomen met de Belastingdienst om te vragen wat de reden daarvan was. Tot slot heeft hij vragen die hem gesteld werden door de Belastingdienst naar aanleiding van de aangiften, niet beantwoord. Op basis van deze gedragingen in onderling verband en samenhang bezien, komt het hof tot het oordeel dat de verdachte opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting heeft ingediend om zodoende van de Belastingdienst geld te ontvangen waar hij geen recht op had.

Het verweer van de raadsman omtrent ‘feitelijk leidinggeven’ behoeft geen bespreking, nu dit de verdacht niet ten laste is gelegd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:

in de periode van 8 juli 2012 tot en met 29 juli 2013 in Nederland en/of te Achel (België) opzettelijk bij de Belastingwet voorziene aangiften, te weten meerdere digitale aangiften voor de omzetbelasting over de aangiftetijdvakken tweede kwartaal 2012 en/of derde kwartaal 2012 en/of eerste kwartaal 2013 en/of tweede kwartaal 2013 ten name van [bedrijven] . en [bedrijven] en [bedrijven] en [bedrijven] en [bedrijven] en [bedrijven] en [bedrijven] en [bedrijven] en [bedrijven] en [bedrijven] onjuist heeft gedaan, immers heeft verdachte telkens in de bij de Belastingdienst ingediende aangiften omzetbelasting over de aangiftetijdvakken:

- tweede kwartaal 2012 (D-058a, 5/8) en derde kwartaal 2012 (D-058a, 6/8) en vierde kwartaal 2012 (D-058a, 7/8) en eerste kwartaal 2013 (D-058a, 8/8) ten name van [bedrijven] ., en

- tweede kwartaal 2012 (D-058b, 5/8) en derde kwartaal 2012 (D-058b, 6/8) en vierde kwartaal 2012 (D-058b, 7/8) en eerste kwartaal 2013 (D-058b, 8/8) ten name van [bedrijven] , en

- derde kwartaal 2012 (D-058c, 5/8) en vierde kwartaal 2012 (D-058c, 6/8) en eerste kwartaal 2013 (D-058c, 7/8) en tweede kwartaal 2013 (D-058c, 8/8) ten name van [bedrijven] , en

- derde kwartaal 2012 (D-058d, 5/6) en vierde kwartaal 2012 (D-058d, 6/6) ten name van [bedrijven] en

- vierde kwartaal 2012(D-058e, 5/6) en eerste kwartaal 2013(D-058e, 6/6) ten name van [bedrijven] , en

- vierde kwartaal 2012 (D-058f, 5/6) en eerste kwartaal 2013 (D-058f, 6/6) ten name van [bedrijven] , en

- vierde kwartaal 2012 (D-058g, 5/6) en eerste kwartaal 2013 (D-058g, 6/6) ten name van [bedrijven] , en

- vierde kwartaal 2012(D-058h, 5/7) en eerste kwartaal 2013 (D-058h, 6/7) en tweede kwartaal 2013 (D-058h, 7/7) ten name van [bedrijven] , en

- derde kwartaal 2012 (D-058i, 5/8) en vierde kwartaal 2012 (D-058i, 6/8) en eerste kwartaal 2013 (D-058i, 7/8) en tweede kwartaal 2013 (D-058i, 8/8) ten name van [bedrijven] , en

- vierde kwartaal 2012 (D-058j, 5/7) en eerste kwartaal 2013 (D-058j, 6/7) en tweede kwartaal 2013 (D-058j, 7/7) ten name van [bedrijven] ,

onjuiste bedragen aan voorbelasting opgegeven en onjuiste bedragen aan omzetbelasting opgegeven, terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven.

Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het primair bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg primair bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting, om financieel voordeel te behalen. Op deze manier is ten onrechte omzetbelasting teruggevraagd en deels ook uitbetaald door de Belastingdienst. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit type delicten niet alleen tot fiscaal nadeel, maar ook tot ondermijning van de algemene belastingmoraal leidt.

Door op dergelijke wijze te handelen heeft de verdachte bovendien de betrouwbaarheid die aan de inhoud van belastingaangiften mag worden toegekend geschaad. Verdachte heeft gedurende langere tijd gebruik gemaakt van vennootschappen die feitelijk geen activiteiten verrichtten en waarmee hij heeft willen verdienen aan de Belastingdienst. Niet aannemelijk is geworden dat deze vennootschappen een ander doel hadden dan benadeling van de Staat der Nederlanden. Het hof rekent het de verdachte zwaar aan dat hij destijds werkzaam was als accountant, hetgeen de ernst van het feit extra benadrukt. Verder is de verdachte niet uit eigen beweging gestopt met zijn handelingen. Dat een deel van de teruggevraagde bedragen niet aan verdachte is uitgekeerd, acht het hof onder deze omstandigheden niet van doorslaggevende betekenis.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 12 juni 2017 is hij niet eerder ter zake van soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld. Het hof zal, gelet op de recente veroordeling van de verdachte voor een andersoortig strafbaar feit, rekening houden met hetgeen in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is bepaald.

Het hof is van oordeel dat de straf die de rechtbank heeft opgelegd, onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten. Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Beslag

Het primair ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan of voorbereid met behulp van de hierna te noemen in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen. Zij behoren de verdachte toe. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1 STK Lebara Simkaart, goednummer 6000921

- 1 STK Lebara Simkaart, goednummer 6000924

- 1 STK Lebara Simkaart, goednummer 6000918

- 5 STK ING betaalpas, goednummer 6000923.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. R.D. van Heffen en mr. R.P. den Otter, in tegenwoordigheid van

mr. L.J.M. Klop, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

11 juli 2017.

Mr. R.P. den Otter en mr. L.J.M. Klop zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[..........]

1 [..........]

2 [..........]

3 [..........]

4 [..........]

5 [..........]

6 [..........]

7 [..........]

8 [..........]

9 [..........]

10 [..........]

11 [..........]

12 [..........]

13 [..........]

14 [..........]

15 [..........]

16 [..........]

17 [..........]

18 [..........]

19 [..........]

20 [..........]

21 [..........]

22 [..........]

23 [..........]

24 [..........]

25 [..........]

26 [..........]

27 [..........]

28 [..........]

29 [..........]

30 [..........]

31 [..........]

32 [..........]

33 [..........]

34 [..........]

35 [..........]

36 [..........]

37 [..........]

38 [..........]

39 [..........]

40 [..........]

41 [..........]

42 [..........]

43 [..........]

44 [..........]

45 [..........]

46 [..........]

47 [..........]

48 [..........]

49 [..........]

50 [..........]

51 [..........]

52 [..........]

53 [..........]

54 [..........]

55 [..........]

56 [..........]