Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:3597

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
05-09-2017
Datum publicatie
11-06-2018
Zaaknummer
200.139.837/01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2016:1144
Einduitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2018:1494
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Omgang

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

Zaaknummer: 200.139.837/ 01

Zaaknummer rechtbank: C/13/546950 FA RK 13/5622 (RT/MD)

Beschikking van de meervoudige kamer van 5 september 2017 inzake

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. N. Türkkol te Amsterdam,

en

[de man] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder in hoger beroep,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. G.M.H. Vriesde te Rotterdam.

In zijn adviserende en/of toetsende taak is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Amsterdam,

hierna te noemen: de raad.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 9 oktober 2013, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het hof verwijst naar en neemt over hetgeen is overwogen in zijn beschikking van 29 maart 2016.

2.2

Bij het hof zijn nadien de volgende stukken ingekomen:

- een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 7 september 2016;

- een journaalbericht van de zijde van de man van 7 september 2016;

- een brief van de zijde van de vrouw van 7 juni 2017, ingekomen op 8 juni 2017.

3 Verdere beoordeling

3.1

Aan de orde is de omgangsregeling tussen de man en [de minderjarige] . Bij tussenbeschikking van 29 maart 2016 heeft het hof partijen verwezen naar de Opvoedpoli voor begeleiding en ondersteuning bij de omgang tussen de man en [de minderjarige] . In die beschikking overwoog het hof dat het in het belang van [de minderjarige] is dat het contact tussen de man en [de minderjarige] zo snel mogelijk via de Opvoedpoli werd hersteld en dat de omgang vervolgens werd opgebouwd waarbij een opbouwregeling werd nagestreefd zoals weergeven in rechtsoverwegen 5.2 van de bestreden beschikking. Een verdere beslissing over de omgang is pro forma aangehouden in afwachting van het verloop van het traject van partijen bij de Opvoedpoli.

3.2

De vrouw heeft het hof bij het onder 2.2 genoemde journaalbericht van 7 september 2016 verzocht om de zaak voor de duur van negen maanden aan te houden in afwachting van het traject bij de Opvoedpoli en inmiddels ook Altra dat negen maanden zou duren. De man heeft bij voornoemd journaalbericht van 7 september 2016 ingestemd met het aanhouden van de zaak voor de duur van negen maanden.

3.3

Het hof heeft de zaak voorts aangehouden voor de duur van negen maanden tot 11 juni 2017, waarna de verdere gang van zaken zou worden bekeken.

3.4

Op 7 juni 2017 heeft de vrouw het hof wederom verzocht de zaak voor de duur van zes maanden aan te houden. Altra heeft de dossiers voor wat betreft begeleide omgang en bemiddeling gesloten. Altra heeft geen omgangsregeling opgestart tussen de man en [de minderjarige] . Thans heeft Opvoedpoli voorgesteld dat [de minderjarige] angsttherapie gaat volgen. Er is tot de datum van het schrijven van de vrouw nog geen plan van aanpak. Onduidelijk is of dit tot verbetering zal leiden, aldus de vrouw.

3.5

De man heeft zich niet uitgelaten over het verzoek van de vrouw om de zaak wederom aan te houden, noch heeft de man het hof anderzijds bericht.

3.6

Het hof verzoekt partijen om binnen vier weken na heden aan te geven wat volgens hen de voortgang van de onderhavige procedure dient te zijn. Het hof geeft partijen daarbij in overweging dat, gelet op de reeds verstreken tijd, dient te worden toegewerkt naar een eindbeslissing.

3.7

Dit leidt tot de volgende beslissing.

4 De beslissing

Het hof:

alvorens verder te beslissen:

houdt iedere verder beslissing pro forma aan tot zondag 8 oktober 2017, waarbij partijen het hof uiterlijk voor deze datum schriftelijk dienen te berichten wat volgens hen de voortgang van de onderhavige procedure dient te zijn.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.F.G.H. Beckers, mr. A. van Haeringen en mr. S.F.M. Wortmann, bijgestaan door mr. N. Groen als griffier en is op 5 september 2017 in het openbaar uitgesproken.