Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:352

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-02-2017
Datum publicatie
23-02-2017
Zaaknummer
200.191.831/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 1:24 BW. Doorhaling van een ‘latere vermelding geslachtsnaam als gevolg van de in het buitenland vastgelegde geslachtsnaam na huwelijk’ op de akte van geboorte.

Aannemelijk is geworden dat de wil van appellante niet overeenstemde met hetgeen zij op het formulier ‘Verklaring naamskeuze na huwelijk’ heeft ingevuld en dat het niet haar bedoeling was het rechtsgevolg, te weten het verlies van haar eigen geslachtsnaam, in het leven te roepen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2017/5056
NJF 2017/159
JPF 2018/37
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

Uitspraak: 7 februari 2017

Zaaknummer: 200.191.831/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/13/593135 / FA RK 15-6287

in de zaak in hoger beroep van:

[voornaam] [X] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante,

advocaat: mr. M.B.A. de Bruijn te Zoetermeer,

tegen

De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam,

zetelende te Amsterdam,

geïntimeerde.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Geïntimeerde wordt hierna de ambtenaar genoemd.

1.2.

Appellante is op 27 mei 2016 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 9 maart 2016 van de rechtbank Amsterdam, met kenmerk C/13/593135 / FA RK 15-6287.

1.3.

De zaak is op 26 oktober 2016 ter terechtzitting behandeld.

1.4.

Ter terechtzitting zijn verschenen:

- appellante, bijgestaan door haar advocaat;

- de heer E. van Benthem, ambtenaar van de burgerlijke stand, namens de gemeente Amsterdam.

2 De feiten

2.1.

Appellante is als [voornaam] [Y] op [geboortedag] 1983 geboren te Amsterdam. Van deze geboorte is een akte van geboorte opgemaakt, welke is ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente Amsterdam. Appellante heeft de Nederlandse en de Turkse nationaliteit.

2.2.

Op [huwelijksdag] 2013 is appellante in Turkije gehuwd met [voornamen] [X] (hierna: [X] ). Naar Turks naamrecht is de geslachtsnaam van appellante, te weten [Y] , door haar huwelijk met [X] gewijzigd van [Y] in [X] .

2.3.

Na het huwelijk is aan de geboorteakte van appellante op 12 april 2013 een “latere vermelding betreffende wijziging geslachtsnaam als gevolg van de in het buitenland vastgelegde geslachtsnaam na huwelijk” toegevoegd, waarin is vermeld dat de geslachtsnaam van appellante is gewijzigd in [X] .

2.4.

Appellante had eerder, op 28 januari 2013, ten overstaan van J.P.M. Fontijn, ambtenaar van de burgerlijke stand van Amsterdam een voorgedrukt formulier “Verklaring naamskeuze na huwelijk” ingevuld en ondertekend. De inhoud daarvan luidt, voor zover thans van belang (opmerking hof: cursief weergegeven gedeelten zijn met de hand ingevuld):

“VERKLARING NAAMSKEUZE NA HUWELIJK

Ondergetekende,

Achternaam : [Y]

Voorna(a)m(en) (voluit) : [voornaam]

Geboortedatum en –plaats : [geboortedag] 1983 Amsterdam

(…)

Op (huwelijksdatum en –plaats) [huwelijksdag] 2013 ben ik gehuwd met [voornamen] [X]

Uit mijn huwelijksakte blijkt dat mijn geslachtsnaam na huwelijk luidt: [X]

[ ] Ik heb geen Nederlandse geboorteakte en verzoek mijn geslachtsnaam in de Gemeentelijke Basisadministratie (de GBA) te wijzigen in de huwelijksnaam:

[x] Ik heb wel een Nederlandse geboorteakte en verzoek een latere vermelding toe te voegen aan deze geboorteakte waaruit blijkt dat mijn geslachtsnaam is gewijzigd in: [X]

Deze wijziging werkt door in de GBA

[ ] Ik verzoek om behoud van mijn huidige geslachtsnaam en mijn naam in de GBA niet te wijzigen zoals vermeld in de huwelijksakte

Ondergetekende weet dat deze verklaring slechts eenmalig kan worden afgelegd en onherroepelijk is.”

3 Het geschil in hoger beroep

3.1.

Bij de bestreden beschikking is het verzoek van appellante, dat de rechtbank zal gelasten dat in het register van geboorten wordt doorgehaald de daarin voorkomende latere vermelding betreffende de wijziging van de geslachtsnaam van appellante als gevolg van het huwelijk, afgewezen.

3.2.

Appellante verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, om voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het verzoek tot doorhaling in het register van geboorten alsnog toe te wijzen.

3.3.

De ambtenaar refereert zich aan het oordeel van het hof.

4 Beoordeling van het hoger beroep

4.1.

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:24 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan doorhaling van een in een register van de burgerlijke stand ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding op verzoek van belanghebbenden worden gelast door de rechtbank.

4.2.

Artikel 10:24 lid 1 BW bepaalt, voor zover thans van belang, dat indien de geslachtsnaam of de voornamen van een persoon als gevolg van een buiten Nederland tot stand gekomen wijziging in de persoonlijke staat zijn gewijzigd en zijn neergelegd in een overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte, de aldus vastgelegde of gewijzigde geslachtsnaam of voornamen in Nederland worden erkend. Bij de invoering van boek 10 BW op 1 januari 2012 is deze bepaling in de plaats gekomen van artikel 5a lid 1 Wet conflictenrecht namen, zonder dat dit tot een inhoudelijke wijziging heeft geleid.

4.3.

Bij de uitleg van artikel 10:24 lid 1 BW moet aansluiting worden gezocht bij de beschikking van de Hoge Raad van 26 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD5517 (NJ 2009, 317). De Hoge Raad overwoog met betrekking tot de regel van het toenmalige artikel 5a lid 1 Wet conflictenrecht namen (r.o. 3.4.4):

“Het voorgaande brengt mee dat indien door een in Nederland wonende Nederlander wordt verzocht om inschrijving van een buitenlandse huwelijksakte, in het algemeen niet zonder meer mag worden aangenomen dat de betrokkene ervan uitgaat dat, in afwijking van het volgens de hoofdregel toepasselijke Nederlandse recht de geslachtsnaam door het huwelijk is gewijzigd. Indien in de buitenlandse akte is vermeld dat door het huwelijk de geslachtsnaam is gewijzigd, zal de gewijzigde geslachtsnaam met toepassing van art. 5a lid 1 kunnen worden ingeschreven, indien de betrokkene de wens daartoe te kennen geeft. Indien de betrokkene verklaart inschrijving van de volgens de buitenlandse akte gewijzigde geslachtsnaam niet te wensen, zal de ambtenaar van de burgerlijke stand aan die wens gevolg moeten geven. Ter bevordering van de rechtszekerheid moet worden aangenomen dat slechts bij gelegenheid van de inschrijving van de buitenlandse huwelijksakte gebruik kan worden gemaakt van de hier bedoelde keuzemogelijkheid, en dat van de uitgebrachte keuze een verklaring wordt opgemaakt en door de betrokkene ondertekend.”

4.4.

Appellante stelt dat de rechtbank haar verzoek tot doorhaling van de latere vermelding bij haar geboorteakte betreffende de wijziging van haar geslachtsnaam als gevolg van het huwelijk ten onrechte heeft afgewezen. Zij voert ter onderbouwing van dit standpunt het volgende aan. De ambtenaar heeft appellante onvoldoende ingelicht over het gevolg van de door haar ingevulde verklaring, te weten het verlies van de geslachtsnaam [Y] . Het dragen van een zekere geslachtsnaam is een zeer persoonlijke aangelegenheid. De geslachtsnaam [Y] is voor appellante een belangrijke uitdrukking van haar identiteit. Met wijziging hiervan dient dan ook zorgvuldig te worden omgegaan, te meer nu de verklaring naamskeuze na huwelijk slechts eenmalig kan worden afgelegd en onherroepelijk is. De ambtenaar diende zich ervan te vergewissen dat appellante bewust was van de inhoud van de verklaring en de gevolgen hiervan. Het had dan ook op de weg van de ambtenaar gelegen om aan appellante specifiek mede te delen dat zij als gevolg van haar verklaring haar eigen geslachtsnaam zou verliezen. Dit gevolg staat bovendien niet expliciet op het voorgedrukte deel van de verklaring aangegeven en appellante was zich hiervan derhalve niet bewust. Er is dan ook sprake van een misverstand, zodat sprake is van een misslag als bedoeld in artikel 1:24 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De verklaring is geen uiting van de wil van appellante, zij verkeerde in de onjuiste veronderstelling met betrekking tot de gevolgen van haar verklaring. Indien geoordeeld zou worden dat geen sprake is van een misslag in de zin van artikel 1:24 BW, dan dient deze toepassing in strijd te worden geacht met artikel 8 lid 1 EVRM. De geslachtsnaam is immers bedoeld om personen binnen hun familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren, zodat deze binnen het bereik van genoemd artikel valt. Deze identificatie kan appellante niet (meer) ten volle benutten nu, in de verkeerde veronderstelling van appellante, haar eigen geslachtsnaam is komen te vervallen. Terwijl zij zich juist met deze geslachtsnaam wenst te identificeren. Gelet op deze omstandigheden dient de bestreden beschikking vernietigd te worden en dient het verzoek van appellante alsnog toegewezen te worden, aldus appellante.

4.5.

De ambtenaar heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat uit de schriftelijke “verklaring betreffende naamskeuze” die door appellante is ondertekend geen misverstand kan bestaan over de gevolgen voor haar geboorteakte. Daar hij als ambtenaar van de burgerlijke stand geen belang heeft bij verzet tegen het verzoek van appellante, maar slechts bij een juiste inhoud van de registers, refereert hij zich aan het oordeel van het hof.

4.6.

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is het volgende gebleken. Appellante is op [huwelijksdag] 2013 te Turkije gehuwd met [X] . Op 28 januari 2013 heeft zij het huwelijk laten registeren bij de basisadministratie personen (hierna: BRP) van de gemeente Amsterdam. Bij de inschrijving van het huwelijk in de BRP is appellante verzocht de onder 2.4. vermelde “verklaring betreffende naamskeuze” te ondertekenen. Dat haar geslachtsnaam naar Turks naamrecht is gewijzigd in [X] blijkt uit het door appellante overgelegde Turkse huwelijksboekje, op basis waarvan het huwelijk in de BRP te Amsterdam is ingeschreven. Op basis van de door appellante ondertekende verklaring is ook in haar geboorteakte haar geslachtsnaam gewijzigd.

Appellante heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat aan haar en haar man tijdens het aangegeven van het in Turkije gesloten huwelijk door de ambtenaar van de burgerlijke stand veel vragen werden gesteld over de toedracht van het huwelijk. De ambtenaar heeft beaamd dat bij zo’n gelegenheid aan betrokkenen vragen worden gesteld om te toetsen dat geen sprake is van een schijnhuwelijk. Appelante heeft verklaard dat zij niet bekend was met deze gang van zaken en hierdoor zenuwachtig werd. Op het moment dat zij de “verklaring betreffende naamskeuze” invulde, was zij zich niet bewust van de gevolgen die dit zou hebben voor haar geslachtsnaam. De omstandigheid dat appellante hierdoor afstand zou doen van haar eigen geslachtsnaam is door de ambtenaar onvoldoende met haar besproken. De nadruk lag tijdens het gesprek op de toedracht van het huwelijk en niet op de door appellante in te vullen verklaring. Appellante was in de veronderstelling dat zij naast de geslachtsnaam van de man haar eigen geslachtsnaam zou behouden, aldus appellante.

4.7.

Het hof overweegt dat uit bovengenoemde, door de ambtenaar niet weersproken, gedetailleerde weergave van appellante van de gang van zaken aannemelijk is geworden dat de door appellante ondertekende verklaring niet overeenstemde met haar wil, en dat het niet haar bedoeling was het rechtsgevolg, te weten het verlies van haar eigen geslachtsnaam, in het leven te roepen. Daarbij komt dat uit de tekst van de verklaring niet zonder meer duidelijk wordt wat de consequentie is van hetgeen wordt ingevuld. Het hof constateert dat het voorgedrukte deel van deze verklaring slechts datgene omvat dat het op grond van eerdergenoemde beschikking van de Hoge Raad van 26 september 2008 noodzakelijkerwijs dient te bevatten. Uit de verklaring blijkt evenwel niet – laat staan in voor een niet-deskundige begrijpelijke taal – dat aankruising van de tweede keuze-optie het onherroepelijke verlies van de eigen geslachtsnaam tot gevolg heeft. De omstandigheid dat hetgeen appellante op het formulier heeft ingevuld niet overeenstemde met haar wil en het door haar beoogde rechtsgevolg, is dan ook mede toe te schrijven aan de wijze waarop het betreffende formulier is ingericht. Dit klemt te meer nu de Hoge Raad in zijn beschikking van 26 september 2008 heeft benadrukt dat er niet van mag worden uitgegaan dat een Nederlander (zoals appellante) die in het buitenland huwt, weet dat zijn geslachtsnaam door dat huwelijk kan wijzigen. Daar komt bovendien bij dat wel van algemene bekendheid is, dat iedere gehuwde aan de gemeente kan laten weten of hij of zij na het huwelijk de geslachtsnaam van de andere echtgenoot wil gebruiken (artikel 2.7. lid 1 aanhef en onder a.9o Wet basisregistratie personen), zonder dat dat gevolgen heeft voor de eigen geslachtsnaam. De kenbaarheid van de gevolgen voor de betrokkene van de invulling van een formulier naamkeuze als het onderhavige behoort daarom boven twijfel verheven te zijn.

4.8.

Nu aannemelijk is geworden dat de wil van appellante niet overeenstemde met hetgeen zij op de verklaring heeft ingevuld, is het hof van oordeel dat de latere vermelding betreffende wijziging geslachtsnaam ten onrechte op appellantes geboorteakte is opgenomen. De bestreden beschikking zal derhalve vernietigd worden en het hof zal, opnieuw rechtdoende, doorhaling gelasten van de latere vermelding, zodat appellantes geslachtsnaam [Y] zal zijn.

5 Beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep en opnieuw rechtdoende;

gelast de doorhaling van de “latere vermelding betreffende wijziging geslachtsnaam als gevolg van de in het buitenland vastgelegde geslachtsnaam na huwelijk” op de akte van geboorte van appellante, opgemaakt op 12 april 2013 door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam;

bepaalt dat de griffier van dit hof niet eerder dan drie maanden na heden een afschrift van deze beschikking zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.N. van de Beek, mr. A.V.T. de Bie en mr. J.C.E. Ackermans-Wijn in tegenwoordigheid van mr. H. Sapir als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2017.