Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:3500

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-08-2017
Datum publicatie
13-09-2017
Zaaknummer
23-001646-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rijden onder invloed van alcohol, en rijden zonder geldig rijbewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001646-17

datum uitspraak: 28 augustus 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het

vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 januari 2017 in de strafzaak onder

parketnummer 96-169727-16 en parketnummer 96-046089-12 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

14 augustus 2017.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 1 juli 2016 te Amsterdam als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 295 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

2:
hij op of omstreeks 1 juli 2016 te Amsterdam terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, A4, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij op 1 juli 2016 te Amsterdam als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 295 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

2:
hij op 1 juli 2016 te Amsterdam terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, A4, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie heeft bestuurd.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep

in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken en een ontzegging van

de rijbevoegdheid voor de duur van twee maanden.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee maanden.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het besturen van een auto onder invloed van alcoholhoudende drank. Het alcoholgehalte van zijn adem was hoger dan toegestaan, te weten 295 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het besturen van een auto, terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Dit zijn ernstige feiten waarbij de verdachte zichzelf en de verkeersveiligheid van anderen in gevaar heeft kunnen brengen. Daarbij is de verdachte bijzonder berekenend te werk gegaan, aangezien hij ter zitting in hoger beroep heeft verklaard dat hij op 1 juli 2016 met vrienden van een feest kwam die net als hij gedronken hadden. De verdachte besloot te rijden, omdat hij zijn rijbewijs al kwijt was en zijn vrienden nog niet. De verdachte heeft blijk gegeven niet in te zien welk groot gevaar het nuttigen/gebruik van alcohol in het verkeer vormt voor toevallige andere weggebruikers die ongewild verhoogd risico lopen op ernstige verkeersongevallen, één en ander nog afgezien van het risico dat de verdachte zelf alsmede zijn vrienden liepen.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 2 augustus 2017 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke feiten.

De verdachte heeft het hof ter zitting verzocht hem geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, omdat hij moet werken om voor zijn gezin te zorgen.

In dat verband slaat het hof acht op voornoemde eerdere onherroepelijke veroordelingen voor soortgelijke feiten, op de nonchalance wijze waarmee de verdachte naar eigen zeggen de onderhavige feiten heeft gepleegd en het feit dat de verdachte na de pleegdatum van de onderhavige feiten wederom is aangehouden voor feiten waarvoor verdachte thans terechtstaat.

Op geen enkele wijze blijkt dat de verdachte de ernst van deze misdrijven in ziet, met name niet de ernst van het gevaar dat hij veroorzaakt voor anderen.

Het hof ziet onder deze omstandigheden geen aanleiding de verdachte een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur op te leggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 9, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis met parketnummer

96-046089-12 van de politierechter in de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht van 26 augustus 2014 opgelegde voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 168 dagen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 (twee) maanden.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht van 26 augustus 2014, parketnummer

96-046089-12, te weten van:

ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 168 (honderdachtenzestig) dagen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G. Oldekamp, mr. S. Clement en mr. S.J. Riem, in tegenwoordigheid van N. Hannaart, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 augustus 2017.

De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest te ondertekenen.