Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:3248

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-08-2017
Datum publicatie
15-08-2017
Zaaknummer
23-000136-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging met uitzondering van de straf, aanvulling en verbetering van de gronden en aanvulling van de bewijmiddelen. Medeplegen witwassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000136-17

datum uitspraak: 8 augustus 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 december 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-730056-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,

adres: [adres 1] , thans gedetineerd in [detentie adres] .

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2, 3 en 4 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte – ten gevolge van de tussenkomst van de gemachtigde uiteindelijk – onbeperkt ingesteld en is dientengevolge mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 februari 2017, 9 mei 2017 en 25 juli 2017, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw mr. J.H.W. van der Lee, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de straf -in zoverre zal het vonnis worden vernietigd- en met dien verstande dat het hof de gronden waarop de veroordeling berust zal aanvullen en verbeteren en de gebezigde bewijsmiddelen aanvult met de volgende bewijsmiddelen:

De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 25 juli 2017.

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ik ben de persoon die op de camerabeelden van 12 september 2016 is te zien in de parkeergarage van het Scheepvaartkwartier te Amsterdam.

Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2016074196 van 12 september 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren T-470 en S-097, doorgenummerde pagina’s 266 en 267.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op 12 september 2016 werd binnengetreden in de woning [adres 2] te Amsterdam.

In de fouillering van [verdachte] werden op 12 september 2016 twee sleutelbossen aangetroffen. Beide sleutelbossen werden door mij, verbalisant T-470, op diezelfde avond gepast op de portiek- en voordeur van de woning [adres 3] te Amsterdam. De sleutels van één van deze sleutelbossen bleken te passen op zowel de portiek- als de voordeur van voornoemde woning.

Een proces-verbaal van bevindingen doorzoeking [adres 3] met nummer 2016074196 van 13 september 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar S-090, doorgenummerde pagina’s 62 en 64.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 12 september 2016 is het Arrestatieteam binnengetreden in de woning gelegen aan de [adres 3] te Amsterdam. Omstreeks 17:59 uur is de doorzoeking ter inbeslagneming geopend door de rechter-commissaris. In de gang werden 2 geldtelmachines aangetroffen.

Bespreking van de gevoerde verweren

Wetenschap geldbundels

De raadsvrouw heeft betoogd dat de verdachte niet heeft kunnen waarnemen wat er in de tassen zat die hij en zijn medeverdachte naar de Volkswagen Jetta hebben gebracht. Het bewijs dat de verdachte wist wat er in de tassen zat, ontbreekt. Daarnaast heeft de raadsvrouw bepleit dat er geen verband kan worden gelegd tussen de verdachte en het adres aan de [adres 3] te Amsterdam en wordt betwist dat de sleutel van deze woning zich in de fouillering van de verdachte bevond, nu de verdachte deze sleutel niet kent en voornoemde sleutel ook niet is opgenomen op het fouilleringsformulier dat is opgemaakt op 12 september 2016.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Tijdens een observatie op 12 september 2016 zien verbalisanten in de omgeving van de parkeergarage

van het Scheepvaartkwartier te Amsterdam dat de medeverdachte [medeverdachte 1] om 12:38 uur de Volkswagen

Jetta bestuurt. Om 13:18 uur zien de verbalisanten voornoemde Jetta geparkeerd staan in voornoemde

parkeergarage.

Op dat moment komen de verdachte en zijn medeverdachte uit de trappen-/lifthal van de percelen

gevestigd aan de Nieuwe Osdorpergracht. De verdachte draagt een Albert Heijn shopper en zijn

medeverdachte draagt een Albert Heijn shopper en een witte shopper. Ze lopen gezamenlijk naar de Jetta

en staan dan samen aan de bestuurderszijde van de auto. De verdachte loopt vervolgens zonder tas(sen)

terug naar de trappenhal en gaat daar naar binnen. Kort daarna wordt de Jetta naar buiten gereden.1 Bij de

doorzoeking van de Volkswagen Jetta op 12 september 2016 om 18:00 uur wordt (naar later blijkt)

€ 2.136.030,002 aangetroffen verpakt in een zwarte tas, een witte tas en 2 Albert Heijn tassen en los in de

verborgen ruimte die in de Volkswagen Jetta wordt aangetroffen.3

Wanneer verbalisanten ter doorzoeking van de woning aan de [adres 2] te Amsterdam in afwachting zijn van de rechter-commissaris, zien zij twee mannen bij de voordeur staan. Eén van hen is de verdachte, die aangaf naar de woning te zijn gekomen voor [medeverdachte 2] ’ (het hof begrijpt: de medeverdachte). Daarop is de verdachte aangehouden. In de fouillering van de verdachte werden twee sleutelbossen aangetroffen. Beide sleutelbossen werden door één van de verbalisanten diezelfde avond gepast op de portiek- en voordeur van de woning aan de [adres 3] te Amsterdam. De sleutels van één van de bij de verdachte aangetroffen sleutelbossen pasten op zowel de portiek- als de voordeur van voornoemde woning.4 In deze woning werden onder andere twee geldtelmachines aangetroffen.5

De sleutels van de woning aan de [adres 3] te Amsterdam staan niet vermeld op het fouilleringsformulier van de verdachte. Het hof hecht echter meer waarde aan het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van 12 september 2016, waarin concreet is opgenomen dat in de fouillering van de verdachte twee sleutelbossen werden aangetroffen, welke diezelfde avond werden gepast op de portiek- en voordeur van voornoemde woning. Het hof heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van dit ambtsedige proces-verbaal. Dat deze sleutels niet zijn opgenomen op het fouilleringsformulier doen niet af aan de betrouwbaarheid van het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal. Door de raadsvrouw is aangevoerd dat in de fouillering van de verdachte in de penitentiaire inrichting tevens een de verdachte onbekende sleutel van een Opel Astra zat die ook niet op het fouilleringsformulier van de verdachte is opgenomen. Dit duidt erop dat het fouilleringsformulier niet correct is opgemaakt en maakt dat juist dit formulier – dat overigens niet door een verbalisant is ondertekend – minder betrouwbaar kan worden geacht. Het hof gaat dan ook uit van de juistheid van voornoemd proces-verbaal van 12 september 2016 en niet van het fouilleringsformulier van diezelfde datum.

De aanwezigheid van de geldtelmachines op voornoemd adres duiden erop dat de verdachte op zijn minst genomen wetenschap had van de aanwezigheid van een grote hoeveelheid geld, welke hij vervolgens samen met zijn medeverdachte in shoppers van de woning aan de [adres 3] naar de Volkswagen Jetta heeft gebracht. Het hof verwerpt het verweer van de raadsvrouw.

Of de verdachte ook wetenschap had van de verborgen ruimte in de Volkswagen Jetta – hetgeen door de raadsvrouw is betwist – is naar het oordeel van het hof niet relevant, nu uit bovenstaande feiten en omstandigheden reeds een vermoeden van witwassen kan worden afgeleid en van de verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld.

Medeplegen

De raadsvrouw heeft bepleit dat er geen sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking ten aanzien van het voorhanden hebben van een groot geldbedrag. Daarnaast heeft zij betoogd dat het bewijs ontbreekt dat de verdachte een wezenlijke bijdrage aan het feit heeft gepleegd.

Op grond van de bewijsmiddelen en het hiervoor overwogene ten aanzien van de wetenschap bij de verdachte ten aanzien van de geldbundels, is het hof van oordeel dat er sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachte die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering en dat de verdachte daaraan een wezenlijke bijdrage heeft geleverd. De verdachte wist dat hij samen met zijn medeverdachte een aanzienlijk geldbedrag van de woning aan de [adres 3] te Amsterdam naar de Volkswagen Jetta bracht en aldus voorhanden had. Het hof acht het tenlastegelegde medeplegen dan ook bewezen.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 32 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van witwassen van een bedrag van ruim 2,1 miljoen euro. Met zijn handelen heeft de verdachte geprobeerd om inkomsten afkomstig uit het criminele circuit te onttrekken aan het zicht van justitie en de belastingdienst, hetgeen doorgaans resulteert in een ernstige aantasting van de integriteit van het financieel en economisch bestel in het bijzonder en schade aan de maatschappij in het algemeen. Daarnaast werkt het witwassen van crimineel geld het voortbestaan van verschillende vormen van criminaliteit in de hand.

Gelet op de omstandigheden waaronder het feit is begaan alsmede de ernst van het feit is het hof van oordeel dat er niet anders op kan worden gereageerd dan met een forse gevangenisstraf. Het hof ziet echter in het ontbreken van relevante justitiële documentatie aanleiding om een deel van deze gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.

Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.D.L. Nuis, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. M.J.A. Plaisier, in tegenwoordigheid van mr. A.T. de Muinck - Dezentje, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

8 augustus 2017.

Mr. M.J.A. Plaisier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Proces-verbaal van bevindingen, p. 138-140.

2 Proces-verbaal correctie op geldtelling, p. 268.

3 Proces-verbaal van voorlopige stand geld tellen Volkswagen Jetta, p. 169.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 266 en p. 267.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 62 en p. 64.