Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:3210

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-08-2017
Datum publicatie
11-08-2017
Zaaknummer
200.202.955/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vordering woningbedrijf tot (o.m.) verkrijgen van machtiging om zichzelf toegang tot perceel te verschaffen om tot onderbreking te komen van levering van ruimteverwarming/ruimtekoeling/warm en koud tapwater. Kantonrechter wijst vordering af op de grond dat de Algemene wet op het binnentreden daarvoor geen grondslag biedt. Hof wijst vordering alsnog toe. Art. 3:299.1 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.202.955/01

zaaknummer rechtbank Noord-Holland: 5229698 CV EXPL 16-6336

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 8 augustus 2017

inzake

STICHTING WONINGBEDRIJF VELSEN,

gevestigd te IJmuiden,

appellante,

advocaat: mr. S.N. Peijnenburg te Noord-Scharwoude,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

niet verschenen.

1 Het geding in hoger beroep

De partijen worden hierna aangeduid als Woningbedrijf Velsen en [geïntimeerde] .

Woningbedrijf Velsen is bij dagvaarding van 1 november 2016 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 augustus 2016, bij verstek gewezen tussen haar als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde.

Vervolgens heeft Woningbedrijf Velsen een memorie van grieven ingediend, met producties.

[geïntimeerde] is in hoger beroep niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.

Woningbedrijf Velsen heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis gedeeltelijk zal vernietigen en bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, opnieuw recht zal doen overeenkomstig het petitum aan het slot van de memorie van grieven, waaronder begrepen de veroordeling van [geïntimeerde] in (naar het hof begrijpt) de kosten van het hoger beroep (met nakosten).

Woningbedrijf Velsen heeft bewijs van haar stellingen aangeboden.

Ten slotte heeft Woningbedrijf Velsen arrest gevraagd.

2 Beoordeling

2.1.

Partijen hebben een overeenkomst gesloten in het kader waarvan Woningbedrijf Velsen bepaalde voorzieningen levert aan [geïntimeerde] ten behoeve van de woning van [geïntimeerde] . Deze voorzieningen bestaan uit warmte voor ruimteverwarming, koude voor ruimtekoeling en de levering van warm en koud tapwater. Op deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Woningbedrijf Velsen van toepassing.

2.2.

Bij inleidende dagvaarding heeft Woningbedrijf Velsen de volgende (hoofd)vorderingen, verkort weergegeven, ingesteld:

  1. veroordeling tot betaling van € 2.592,52 (met wettelijke rente over € 2.221,62) en € 113,20 per maand vanaf 1 juli 2016 tot de dag dat de levering wordt onderbroken,

  2. veroordeling van [geïntimeerde] toegang te verlenen aan personen die van een legitimatiebewijs of machtiging van Woningbedrijf Velsen zijn voorzien teneinde Woningbedrijf Velsen in staat te stellen de levering van voorzieningen te onderbreken en/of de aansluiting te de-activeren,

  3. voor het geval [geïntimeerde] niet voldoet aan de veroordeling onder B machtiging van Woningbedrijf Velsen op de voet van artikel 3:299 BW zichzelf toegang te verschaffen om tot die onderbreking en/of de-activering te komen,

  4. bepaling dat Woningbedrijf Velsen niet tot herstel van de levering behoeft over te gaan voordat [geïntimeerde] alle door Woningbedrijf Velsen geleden schade heeft vergoed,

  5. veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van de kosten van onderbreking van de levering en/of de-activering van de aansluiting (€ 421,04) en de kosten van herstel van de levering (€ 484,76).

2.3.

Aan deze vorderingen had Woningbedrijf Velsen, tegen de achtergrond van de hiervoor onder 2.1 vermelde feiten, ten grondslag gelegd, samengevat, dat [geïntimeerde] een bedrag van € 2.221,62 verschuldigd is wegens sinds november 2014 t/m juni 2016 onbetaald gebleven maandelijkse voorschotbedragen en vanaf 1 juli 2016 tot de dag van onderbreking van de levering een bedrag van € 113,20 per maand (gelijk aan het huidige voorschotbedrag). Voorts had zij gesteld dat zij ingevolge artikel 18 lid 1 van de algemene voorwaarden op grond van de opgelopen betalingsachterstand bevoegd is de levering te onderbreken en/of de aansluiting te de-activeren en dat (ingevolge artikel 18 lid 2 van de algemene voorwaarden) de kosten van onderbreking van de levering en van het eventueel herplaatsen van de meters voor rekening van [geïntimeerde] komen. Woningbedrijf Velsen had ten slotte gesteld dat [geïntimeerde] ingevolge artikel 20 lid 2 sub b van de algemene voorwaarden verplicht is medewerking te verlenen bij de toepassing en uitvoering van het bepaalde in de leveringsvoorwaarden, in het bijzonder door toegang te verlenen.

2.4.

In het bestreden (verstek)vonnis heeft de kantonrechter [geïntimeerde] veroordeeld tot:

- betaling van € 2.592,52 (met wettelijke rente),

- het binnen twee dagen na betekening van het vonnis verlenen van medewerking aan Woningbedrijf Velsen om het pand te betreden en het verlenen van zodanige medewerking dat Woningbedrijf Velsen alle handelingen kan verrichten die noodzakelijk zijn om de energieaansluiting(en) van het pand af te sluiten, waaronder maar niet beperkt tot de controle, het aflezen en het wegnemen dan wel de-activeren van de meter(s),

- betaling van € 905,80 aan kosten na het voltooien van de genoemde werkzaamheden betreffende het onderbreken en herstellen van de energielevering.

Voorts heeft de kantonrechter bepaald dat Woningbedrijf Velsen niet tot heraansluiting hoeft over te gaan indien [geïntimeerde] niet de door Woningbedrijf Velsen geleden schade ter zake van de kosten van afsluiting en heraansluiting heeft vergoed. Ten slotte heeft de kantonrechter [geïntimeerde] veroordeeld in de proceskosten.

2.5.

Woningbedrijf Velsen komt in hoger beroep - zo begrijpt het hof - uitsluitend op tegen de afwijzing door de kantonrechter van haar hiervoor onder 2.2 weergegeven vordering onder C. De kantonrechter heeft daaromtrent het volgende overwogen:

De vordering van eiser/eiseres om een machtiging tot het verkrijgen van toegang tot het perceel moet worden aangemerkt als een vordering tot het geven van een machtiging tot binnentreden in een woning. Een dergelijke vordering kan niet worden toegewezen, omdat de Algemene wet op het binnentreden daarvoor geen grondslag biedt. Ook overigens is er geen wettelijke grondslag op basis waarvan de kantonrechter bevoegd is een machtiging af te geven voor het binnentreden van een woning. De vordering komt de kantonrechter dus ongegrond of onrechtmatig voor, zodat deze zal worden afgewezen.

2.6.

Woningbedrijf Velsen heeft aan het slot van de memorie van grieven geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis ten aanzien van de afwijzing van de gevorderde machtiging. Zij heeft vervolgens haar petitum opnieuw geformuleerd. Zij vordert thans, in hoofdvordering en verkort weergegeven, veroordeling van [geïntimeerde] tot:

primair de gedeeltelijke en tijdelijke ontruiming van het pand teneinde haar in staat te stellen de warmte/koude installatie te de-activeren middels het afsluiten van de installatie dan wel de meters en slechts voor de duur van deze afsluiting, welke gedeeltelijke en tijdelijke ontruiming op de voet van artikel 558 Rv. desnoods met behulp van de sterke arm, onder veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van deze gedeeltelijke en tijdelijke ontruiming,

subsidiair machtiging van Woningbedrijf Velsen ex artikel 3:299 BW jo artikel 558 Rv. de werkzaamheden verband houdende met het de-activeren van de warmte/koude installatie middels het afsluiten van de meters te mogen verrichten, desnoods met hulp van de sterke arm,

meer subsidiair afgifte van de meters van de warmte/koude installatie, zulks als bedoeld in artikel 491 Rv.,

zowel primair als subsidiair als meer subsidiair op straffe van een dwangsom van € 50,- per dag of gedeelte daarvan dat [geïntimeerde] hiermee in gebreke blijft, dan wel een in goede justitie te bepalen dwangsom.

2.7.

Op grond van artikel 130 lid 3 Rv. in verbinding met artikel 353 lid 1 Rv. is de onder 2.6 weergegeven verandering/vermeerdering van eis uitgesloten nu [geïntimeerde] niet in hoger beroep is verschenen en Woningbedrijf Velsen de verandering/vermeerdering van eis niet bij exploot aan [geïntimeerde] kenbaar heeft gemaakt. Het hof zal daarom recht doen op de oorspronkelijke eis van Woningbedrijf Velsen zoals hiervoor onder 2.2 onder C weergegeven.

2.8.

De grief slaagt. Uitgangspunt is de verplichting van [geïntimeerde] om aan Woningbedrijf Velsen medewerking te verlenen om het pand te betreden en aan Woningbedrijf Velsen zodanige medewerking te verlenen dat zij alle handelingen kan verrichten die noodzakelijk zijn om de energieaansluiting(en) van het pand af te sluiten, waaronder maar niet beperkt tot de controle, het aflezen en het wegnemen dan wel de-activeren van de meter(s), welke verplichting de grondslag is van de desbetreffende veroordeling in eerste aanleg (dictum bestreden vonnis, tweede gedachtestreep). Nu onbestreden is dat [geïntimeerde] niet heeft verricht waartoe zij aldus was gehouden, kan Woningbedrijf Velsen op de voet van artikel 3:299 lid 1 BW worden gemachtigd om zelf datgene te bewerken waartoe nakoming zou hebben geleid, hier derhalve om zichzelf de toegang tot het perceel te verschaffen om tot de beoogde onderbreking en/of de-activering te komen. Zodanige machtiging kan worden geëffectueerd overeenkomstig de bepalingen van de zesde afdeling van Titel 3, Boek II Rv., welke afdeling ingevolge artikel 558 aanhef en onder a Rv. hier mede van toepassing is, welke toepasselijkheid meebrengt dat - anders dan de kantonrechter heeft overwogen - een schriftelijke machtiging als bedoeld in artikel 2 lid 1 Algemene wet op het binnentreden niet is vereist.

2.9.

Het hof zal de in eerste aanleg onder C gevorderde machtiging alsnog geven.

2.10.

Gelet op deze uitkomst zal het hof [geïntimeerde] veroordelen in de kosten van het hoger beroep.

3 Beslissing

Het hof:

machtigt - met vernietiging in zoverre van het bestreden vonnis - Woningbedrijf Velsen op de voet van artikel 3:299 lid 1 BW zichzelf de toegang tot het perceel ( [adres] ) te verschaffen om tot de beoogde onderbreking en/of de-activering te komen, zulks voor het geval dat [geïntimeerde] niet voldoet aan hetgeen waartoe zij bij het bestreden vonnis van 3 augustus 2016 in het dictum tweede gedachtestreep is veroordeeld;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het hoger beroep en begroot deze kosten tot aan deze uitspraak aan de zijde van Woningbedrijf Velsen op € 797,35 wegens verschotten en € 894,- wegens salaris en op € 131,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 68,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. G.C. Boot, R.J.F. Thiessen en I.A. Haanappel-van der Burg en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2017.