Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:3196

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-08-2017
Datum publicatie
10-08-2017
Zaaknummer
23-000527-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000527-17

datum uitspraak: 7 augustus 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 1 februari 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-203229-16 tegen

[verdachte 1] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

24 juli 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 3 oktober 2016 te [plaats], gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een clubgebouw/verenigingsgebouw van Tennisvereniging [plaats] heeft weggenomen een of meer lap-tops en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Tennisvereniging [plaats], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen lap-top(s) en of dat geld onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en /of verbreking, door onder andere een of meer ruiten van dat gebouw stuk te maken en/of een of meer deuren open te breken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof op grond van een in hoger beroep gewijzigde tenlastelegging tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewijsmiddelen

Het hof acht het feit wettig en overtuigend bewezen en grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de navolgende bewijsmiddelen zijn vervat.

Aangezien de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, zal op de voet van artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering worden volstaan met de navolgende opgave van de bewijsmiddelen:

1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 24 juli 2017.

2. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1100-2016221334-1 van 3 oktober 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7] (doorgenummerde pagina’s 94-97).

3. Een proces-verbaal van aanhouding met nummer PL1100-2016221334-2 van 3 oktober 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s 4-5).

4. Een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer] met nummer PL1100-2016221334-36 van 3 oktober 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] (doorgenummerde pagina’s 99-100).

5. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1100-2016221334-40 van 4 oktober 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] (doorgenummerde pagina’s 125-126). In dit proces-verbaal leest het hof “[verdachte 2]” verbeterd als “[verdachte 2]”.

6. Een proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer] met nummer PL1100-2016221334-41 van 4 oktober 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] (doorgenummerde pagina’s 101-102).

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 3 oktober 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een clubgebouw van Tennisvereniging [plaats] heeft weggenomen laptops en een hoeveelheid geld, toebehorende aan Tennisvereniging [plaats], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen laptops en dat geld onder hun bereik hebben gebracht, door middel van braak door onder andere ruiten van dat gebouw stuk te maken en deuren open te breken.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

De raadsvrouw heeft verzocht de verdachte een (forse) taakstraf op te leggen. Zij heeft daartoe aangevoerd dat in het geval aan hem een gevangenisstraf wordt opgelegd, hij zijn werk niet kan behouden met als gevolg dat hij zijn familie niet financieel kan ondersteunen. De verdachte heeft een vast adres waar hij bereikbaar is.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich samen met twee anderen schuldig gemaakt aan een inbraak en daarbij twee laptops en een geldbedrag uit het clubgebouw van een tennisvereniging gestolen. Het bewezenverklaarde heeft grote schade veroorzaakt. Naast de door de verdachte toegebrachte financiële schade leiden dergelijke feiten tot grote overlast en gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 10 juli 2017 is de verdachte op 21 juni 2016 ter zake van een soortgelijk feit veroordeeld. Dit heeft de verdachte er echter niet van weerhouden om enkele maanden na die veroordeling het onderhavige feit te plegen. Het hof is van oordeel dat een taakstraf, zoals voorgesteld door de raadsvrouw, op geen enkele wijze recht doet aan de ernst van het feit mede gelet op de recidive van de verdachte. Het hof heeft daarbij ook gelet op de straffen die ter zake van soortgelijke feiten plegen te worden opgelegd. Deze straffen hebben hun weerslag gevonden in de Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarin een gevangenisstraf van 10 weken in geval van recidive wordt genoemd, waarbij de omvang van de schade en het begaan in vereniging als strafvermeerderende factoren worden genoemd. In hetgeen door en namens de verdachte is aangevoerd, ziet het hof geen aanleiding (wezenlijk) van dit oriëntatiepunt af te wijken.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Beslissingen omtrent beslag

Het hof is van oordeel dat de onder de verdachte inbeslaggenomen en niet teruggeven voorwerpen, te weten één telefoontoestel, twee simkaarten en één paar schoenen, dienen te worden teruggegeven aan de verdachte, aangezien hij redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

Het hof is van oordeel dat het onder de verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een latex handschoen, dient te worden verbeurd verklaard, omdat het bewezen verklaarde is begaan met behulp van deze handschoen.

Het hof is van oordeel dat de onder de verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten twee herenfietsen, dienen te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- 1 STK Handschoen (662235).

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1 STK Telefoontoestel (662230);

- 1 STK Simkaart van zaktelefoon (662231);

- 1 STK Simkaart van zaktelefoon (662232);

- 1 PR Schoenen (662233).

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1 STK Fiets Heren (662216);

- 1 STK Fiets Heren (662218).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Kuiper, mr. G. Oldekamp en mr. J.J.I. de Jong, in tegenwoordigheid van D.J. Herbrink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 augustus 2017.

Mr. R. Kuiper en mr. J.J.I. de Jong zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.