Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:3148

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
01-08-2017
Datum publicatie
07-08-2018
Zaaknummer
200.182.892/01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2016:4396
Einduitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2018:2248
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Beschikking
Inhoudsindicatie

Huwelijksvermogensrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

Uitspraak: 1 augustus 2017

Zaaknummer: 200.182.892/ 01

Zaaknummers eerste aanleg: C/15/181934 / FA RK 11-1831 en

C/15/181983 / FA RK 11-1850.

in de zaak in hoger beroep van:

[de man] ,

wonende te [woonplaats a] ,

appellant in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. M.J. Meermans-de Vries te Amsterdam,

tegen

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats b]

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

appellante in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. J.A.M.P. Keijser te Nijmegen.

1 Het verdere verloop van het geding

1.1.

Partijen worden hierna wederom respectievelijk de man en de vrouw genoemd.

1.2.

In deze zaak heeft het hof op 8 november 2016 een tussenbeschikking uitgesproken. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt verwezen naar die beschikking.

1.3.

De man en de vrouw hebben ieder op 19 december 2016 nadere stukken ingediend.

1.4.

De vrouw heeft op 2 januari 2017 een reactie op een deel van de nadere stukken van de man ingediend.

1.5.

Op 12 januari 2017 is telefonisch door de griffie aan de advocaten van partijen meegedeeld dat de verdere behandeling van de zaak zal geschieden door een (deels) andere samenstelling van het hof. Bij brief van 13 januari 2017 aan de advocaten van partijen heeft de griffie de inhoud van dit telefoongesprek bevestigd. Het hof heeft nadien van geen van partijen een verzoek tot een nadere mondelinge behandeling ontvangen.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In de tussenbeschikking heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het volgende:

- de vraag of zij gezamenlijk kiezen voor de onder 4.17 in de tussenbeschikking omschreven wijze van verrekening;

- de naam van de door het hof te benoemen deskundige, als gekozen door de door ieder van hen aangewezen deskundigen gezamenlijk, als beschreven onder 4.16 en 4.17,

en, indien zij niet gezamenlijk kiezen voor de onder 4.17 omschreven wijze van verrekening, het hof de volgende gegevens te verschaffen:

de man:

- de onder 4.15 sub 1 tot en met 6 vermelde gegevens;

de vrouw:

- de onder 4.15 sub 1 tot en met 5 vermelde gegevens,

en de vrouw voorts de reactie op de onder 4.15 sub 6 door de man verstrekte gegevens.

2.2.

De man heeft het hof laten weten dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt over een gezamenlijke keuze voor een wijze van berekening volgens het Stolpboerderijarrest als beschreven in 4.17 van de tussenbeschikking. Beide partijen hebben de door het hof voor dat geval gewenste gegevens in het geding gebracht. Deze houden het volgende in:

Het bedrag van de aflossingen op de (hypothecaire) leningen van mevrouw [x] en mevrouw [Y]

2.3.

De vrouw:

  1. € 4.538

  2. € 28.202

  3. € 2.203

de man:

  1. € 3.767

  2. € 31.341

De vrouw heeft het door haar genoemde bedrag sub a onderbouwd met twee bankafschriften waaruit blijkt dat in 1991 tweemaal een bedrag van € 2.269,- aan mevrouw [x] is overgemaakt met als omschrijving “afloss. schuld 60.000,--“. Het bedrag onder b stelt zij te hebben ontleend aan de gegevens van de man.

De man heeft met productie 135 bankafschriften in het geding gebracht waaruit blijkt dat telkens bedragen aan mevrouw [x] en mevrouw [Y] zijn voldaan met als omschrijving “rente en afl huidige mnd”. Dat sprake is van aflossing middels maandelijkse annuïteiten wordt bevestigd in de brief van JAN Accountants en Belastingadviseurs (hierna; JAN) van 9 december 2010 (eveneens productie 135), in ieder geval waar het de lening van mevrouw [x] betreft. De man heeft in het overzicht ”(Hypothecaire) schulden” (productie 135) de waarde van de leningen per 31 december van elk jaar vermeld en aan de hand daarvan de aflossingen van dat jaar berekend.

Het hof ziet in de uitgebreide onderbouwing door de man aanleiding de door hem genoemde bedragen in de berekening te betrekken, zij het dat het bedrag sub b dient te worden verminderd met € 5.379,-, en dat dit bedrag dient te worden toegevoegd aan de noemer in berekening II. Uit het overzicht “Hypothecaire schulden” blijkt dat per 31 december 1997 de lening van mevrouw [x] nog niet volledig was afgelost en dat in 1998 nog aflossingen op deze leningen hebben plaatsgevonden van € 5.379,-. Dat in 1998 nog op die lening is afgelost vindt zijn bevestiging in voornoemde brief van JAN.

Het hof zal de volgende bedragen in de berekening betrekken:

  1. in de periode van [datum] 1990 tot de verbouwing in 1992/1993 € 3.676

  2. in de periode van de verbouwing in 1992/1993 tot de verbouwing in 1997 € 25.962

  3. in de periode van de verbouwing in 1997 tot de verbouwing in 2002/2003 € 5.379

Het bedrag van de betaalde rente voor het bedrijfsmatige deel

2.4.

De vrouw:

  1. € 12.828

  2. € 24.334

  3. € 31.730

  4. € 59.768

de man:

  1. € 32.741

  2. € 31.374

  3. € 36.480

  4. € 50.881

De vrouw heeft de door haar genoemde bedragen als volgt onderbouwd:

a en b: In de betrokken periodes is respectievelijk € 25.656,- en € 48.969,- totaal aan rente betaald. De vrouw verwijst daartoe naar “de gegevens die in het dossier te vinden zijn”. Volgens de vrouw is het redelijk de helft van de rente toe te rekenen aan de bedrijfsmatige aanwending van [het adres] .

c: In die periode is totaal € 31.730,- aan rente betaald, waarvan een gedeelte van € 31.630,- betrekking heeft op de zakelijke lening van ABN Amro ten bedrage van € 90.756,-. Het bedrag van € 100,- heeft betrekking op de openstaande restschuld aan mevrouw [x] en wordt voor de helft als bedrijfsmatig aangemerkt.

d: Dit bedrag betreft de rente voor de lening van ABN Amro van € 90.756,- en de lening van de B.V. van € 84.290,-. Opnieuw verwijst de vrouw naar stukken “die in het dossier zitten”.

De man heeft de door hem genoemde bedragen als volgt toegelicht.

Voor de jaren 1991 tot en met 2000 heeft hij een deel van de betaalde rente toegerekend aan de woning naar rato van het deel van de schuld dat betrekking heeft op de woning. In samenhang met het “Overzicht rente” (productie 137) begrijpt het hof de uitleg van de man aldus dat de hoogte van de schuld is gesteld op de waarde van de woning in 1991 (ƒ 60.000,-) en elk jaar met ƒ 1000,- is verminderd. Eind 1996 bedroeg de schuld betreffende de woning dan ƒ 55.000,-. Bij dit bedrag heeft hij in 1997 de gefinancierde verbouwingskosten (het hof begrijpt: de verbouwing voor zover deze is bekostigd uit de hypotheek) van ƒ 249.000,- opgeteld, waardoor de schuld betreffende de woning in 1997 op ƒ 304.000,- uitkomt.

Vanaf 2001 werd een van de drie in 1997 bij ABN Amro afgesloten hypothecaire geldleningen toegewezen aan (het bedrijf van) de vrouw. Het betreft een lening ten bedrage van € 90.756,-.

Vanaf 2002 had de vrouw een lening van de B.V. van € 84.290,- (het totale bedrag van de lening was € 107.275,-, maar € 22.985,- daarvan is gebruikt voor de bouw van de privégarage) tegen een vaste rente van 3,5%.

Het hof acht de toerekening van de rente naar rato van het deel van de schuld dat betrekking heeft op de woning op de wijze als door de man uiteengezet passend in de feiten en omstandigheden van het geval. Het hof zal daarom niet de vrouw volgen in haar standpunt dat in de periodes a en b de helft van de rente aan het bedrijfsmatige deel van [het adres] dient te worden toegerekend. Ook het standpunt van de vrouw ten aanzien van de periodes c en d wordt niet door het hof gevolgd. Zij heeft met haar onderbouwing niet inzichtelijk gemaakt hoe zij tot de door haar genoemde bedragen van € 31.730,- en € 59.768,- is gekomen. De enkele verwijzing naar stukken “die in het dossier zitten” is daartoe onvoldoende.

Het hof volgt de door de man gehanteerde wijze van toerekening van de betaalde rente aan het bedrijfsmatige deel van [het adres] en stelt de volgende in de berekening te betrekken bedragen vast:

  1. in de periode van [datum] 1990 tot de verbouwing in 1992/1993 € 32.741

  2. in de periode van de verbouwing in 1992/1993 tot de verbouwing in 1997 € 31.374

  3. in de periode van de verbouwing in 1997 tot de verbouwing in 2002/2003 € 36.480

  4. in de periode van de verbouwing in 2002/2003 tot 31 december 2009 € 50.881

De waarde van de spaarhypotheek op naam van de man en van de “meegroei-polis” op naam van de man en de vrouw

2.5.

De vrouw:

  1. € 30.159

  2. € 56.601

de man:

a. spaarhypotheek € 18.927

over de “meegroei-polis” bezit de man geen informatie

€ 56.601

De vrouw heeft ter onderbouwing van het door haar sub a genoemde bedrag een bericht van Reaal Leven en een financieel jaaroverzicht van ABN Amro overgelegd, waaruit de juistheid van de door haar genoemde bedragen op het sub a genoemde tijdstip blijken.

Het hof zal bij de berekening de volgende bedragen in aanmerking nemen:

  1. na de verbouwing in 2002/2003 € 30.159

  2. op 31 december 2009 € 56.601

Het bedrag van de (hypothecaire) leningen

2.6.

De vrouw:

  1. € 140.627

  2. € 229.093

  3. € 334.165

  4. € 334.165

de man:

  1. € 143.803

  2. € 232.269

  3. € 334.165

  4. € 334.165

De vrouw heeft geen onderbouwing gegeven voor de door haar onder a en b genoemde bedragen. Uit de door de man overgelegde IB-aangiftes 1993 en 1997 (productie 136) blijken bedragen van ƒ 316.900,- (de leningen van WHU, mevrouw [x] en mevrouw [Y] ) respectievelijk ƒ 511.853,- (de drie leningen van ABN Amro en het restant van de lening van mevrouw [x] ), derhalve € 143.803,- respectievelijk € 232.269,-. Over de bedragen sub c en d bestaat overeenstemming tussen partijen. Het hof stelt de in de berekening te betrekken bedragen als volgt vast:

  1. na de verbouwing in 1992/1993 € 143.803

  2. na de verbouwing in 1997 € 232.269

  3. na de verbouwing in 2002/2003 € 334.165

  4. op de peildatum € 334.165

De kosten van de verbouwing

2.7.

De man heeft met producties 139, 140 en 141 een drietal overzichten “Kosten van de verbouwing” in het geding gebracht. Achter deze overzichten is telkens een aantal stukken gevoegd waaruit naar zijn mening de opgevoerde kosten blijken. Het hof hecht een kopie van de drie overzichten “Kosten van de verbouwing”, door het hof voorzien van nummers voor elk van de posten, aan deze beschikking.

De vrouw heeft van ieder overzicht een kopie overgelegd, waarop is aangegeven welke kosten zij erkent en welke zij betwist en, in het laatste geval, de reden waarom. De door ieder van hen berekende totale kosten bedragen:

de man:

  1. € 35.520 – ƒ 78.276

  2. € 202.199 – ƒ 445.587,24

  3. € 207.667,66

de vrouw:

  1. € 4.365 – ƒ 9.618,55

  2. € 152.571 – ƒ 336.221,83 (na aftrek lening ABN Amro van € 113.142: € 39.429)

  3. € 121.430,10 (na aftrek lening van de B.V. van € 107.275: € 14.155)

In 1993/1994

2.8.

De vrouw heeft uitsluitend post 5 ( [K] , CV + vloerverwarming) voor een bedrag van ƒ 9.618,55 erkend. In de aanhef van het overzicht van de man staat vermeld: “vier stallen ombouwen tot woonkamer en kantoor incl. kozijnen keuken en aanleg tuin en terras, nieuwe cv ketel, vloerverwarming”. Nu de vrouw niet heeft betwist dat de verbouwing meer heeft omvat dan een nieuwe cv-ketel en vloerverwarming, volgt het hof de vrouw niet in haar standpunt dat uitsluitend de door haar niet betwiste post in de verrekening dient te worden meegenomen. Het hof voegt daaraan toe dat dit standpunt van de vrouw niet is te rijmen met hetgeen zij onder 14 in haar verweerschrift in hoger beroep over deze verbouwing heeft aangevoerd, waarin de door de man gebezigde omschrijving van de omvang van de verbouwing grotendeels haar bevestiging vindt en voorts is genoemd dat ook een vloer is aangelegd. Uitgaande van een verbouwing als in het overzicht beschreven en de aanleg van een vloer, het tijdstip van de verbouwing en van de omstandigheid dat partijen veel hulp hebben gehad van vrienden en bekenden die hebben geholpen om de kosten zo laag mogelijk te houden, zoals eveneens door de vrouw onder 14 van haar verweerschrift in hoger beroep aangevoerd, dient naar het oordeel van het hof rekening te worden gehouden met de volgende posten en de volgende bedragen. Het hof tekent hierbij aan dat de vrouw niet, althans onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat de met deze posten in rekening gebrachte werkzaamheden/goederen zijn verricht/geleverd.

2 Filippo gips en cement ƒ 18,50, ƒ 52,31, ƒ 43,47

4 Cementbouw metselstenen ƒ 510,77

5 [K] CV + vloerverwarming ƒ 9.618,55, ƒ 611,51

6 Weijntjes hang en sluitwerk ƒ 1.854,98, ƒ 134,78

7 Wagemaker natuurstenen vloer ƒ 9.200

8 [B] leggen vloer incl. materialen ƒ 4.000

9 houthandel [E] diverse deuren totaal 10 stuks ƒ 4.247,73, ƒ 558

10 Deurenspecialist Merbau buitendeur ƒ 1.145

11 Tjade Petri glas voor in deuren ƒ 1.774,33

14 NV Nutsbedrijf C.A.I. aansluitkosten ƒ 493,50, ƒ 282

15 [R] aanleggen tuin en straatwerk ƒ 3.000*

16 Stenen (drielingen) voor terras ƒ 3.000*

17 [P] metselaar en stucadoor ƒ 5.000*

18 kozijnen incl. poort naar tuin ƒ 5.000*

19 [D] timmerman ƒ 3.000*

21 schilder binnen en buiten ƒ 5.000*

Totaal ƒ 58.545,43.

*De man heeft deze bedragen geschat. Gelet op de aard en de omvang van de verbouwing heeft de man deze werkzaamheden/goederen en de daarvoor betaalde bedragen voldoende aangetoond.

Het hof neemt de volgende posten niet mee in de verrekening:

1. Otte afvoer sloopmateriaal: de facturen staan niet op naam van (een van) partijen, maar [ruitervereniging] , stal [woonplaats b] , Staal Groo

2 Filippo ƒ 635,55: de factuur staat niet op naam van (een van) partijen, maar Staal Groo

3 Vervloed metselzand: de factuur staat niet op naam van (een van) partijen, maar [ruitervereniging]

5 [K] contant € 5.000: onderbouwing ontbreekt

12 [T] gordijnen: geen verbouwingskosten

13 Niema interieur roeden en rails: idem

20 electra: onderbouwing ontbreekt

22 diversen: onderbouwing ontbreekt

Het hof stelt de kosten van de verbouwing in 1993/1994 op ƒ 58.545,43 /

€ 26.567.

In 1997

2.9.

De vrouw heeft de volgende posten erkend:

2 gemeente Haarlemmermeer, bouw leges ƒ 3.690

4 De Vries & Verburg Aannemer, bouwer van het casco ƒ 221.763,62

5 Tinello keukenƒ 27.568 en ƒ 28.432

6 [G] tegelwerkzaamheden ƒ 11.515

7 [F] , timmerman ƒ 10.340,01

8 [C] , stucadoor ƒ 3.525

9 nutsbedrijf Haarlemmermeer, meterverplaatsing ƒ 1.162,46

10 Atlantis badkamers, badmeubelen ƒ 6.060

11 Schenkel en Hessels, trap incl. plaatsen ƒ 6.400

12 Gebr. Volbeda Keramiek, tegels keuken (witjes) ƒ 2.267,75

14 De Deurenspecialist, Merbau voordeur ƒ 1.082

15 Houthandel Ambachtsheer, eikenvloer boven ƒ 5.676,91

17 Pont Meyer Zwanenburg, tegels voor bijkeuken ƒ 350,03

19 [E] , deuren ƒ 3.455

24 Witex Zinkwerk, dakproducten ƒ 780,45

33 Gamma keuken, pvc en keuken, huur freesmachine ƒ 1.668,20, ƒ 439,40, ƒ 46

Totaal bedragen de erkende posten ƒ 336.221,83 / € 152.571.

De vrouw heeft niet bestreden dat de verbouwing omvatte “nieuwe bovenverdieping en aanbouw, ombouwen huis tot volwaardige woning incl. herstellen tuin” zoals door de man omschreven. De verbouwing is deels gefinancierd met de leningen van ABN Amro. Volgens de vrouw is ook deze verbouwing gerealiseerd met hulp van vrienden en bekenden. Vanuit deze uitgangspunten neemt het hof de volgende posten in aanmerking. Het hof tekent hierbij aan dat de vrouw niet, althans onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat de met deze posten in rekening gebrachte werkzaamheden/goederen zijn verricht/geleverd.

3 ABN Amro kosten hypotheekakte via notaris Roemeling ƒ 2.800,94: de verbouwing is deels gefinancierd met de hypothecaire leningen

4 De Vries & Verburg keukenvloer ƒ 4.606

13 Tegelatelier Kimswerd tableau voor keuken ƒ 1.500: de factuur staat op naam van de man

15 Houthandel Ambachtsheer eikenvloer boven ƒ 365,48

16 Hans Preyde loodgietersmateriaal en kranen ƒ 4.272,95, ƒ 6.032,50, ƒ 408,15, ƒ 700,-, ƒ 82,30

20 Sigma coatings verf en glasvlies ƒ 3.263,86

22 Plieger div. loodgietersmaterialen ƒ 467,16

26 Imabo keur grove kalk ƒ 80,22

27 De Stofzuigerspecialist div. electramateriaal/schakelmateriaal ƒ 122,60

28 De Meerlanden afvoer bouwafval ƒ 38,-

32 De Knoest olie voor eiken vloer ƒ 300,-

34 [I] electricien ƒ 15.000*

35 Herman loodgieter ƒ 10.000*

36 Bremmers en Lagerweij schilders ƒ 15.000*

37 Weijntjes messing hang en sluitwerk ƒ 5.000*

Totaal ƒ 70.040,16 / € 31.783.

*De man heeft deze bedragen geschat. Gelet op de aard en de omvang van de verbouwing heeft de man deze werkzaamheden/goederen en de daarvoor betaalde bedragen voldoende aangetoond.

Het hof neemt de volgende posten niet mee in de verrekening:

1. advocatenkantoor Fibbe procedure i.v.m. bestemming/vergunning: facturen staan op naam van [S-B.V.] en hebben betrekking op bedrijfsadviezen

6 [G] tegelwerkzaamheden ƒ 6.500 contant: niet onderbouwd

7 [F] , timmerman ƒ 3.000 contant: niet onderbouwd

16 Hans Preyde loodgietersmateriaal en kranen ƒ 4.032,50: dubbeltelling

18 PontMeyer Heemstede div. hout, gips e.d.: uit de facturen blijkt niet dat zij daarop betrekking hebben

21Van Deurzen div. loodgietersmaterialen: facturen staan niet op naam van (een van) partijen, maar [J] , respectievelijk Stal [woonplaats b]

23 VD Boogaard ijzerwaren: geen duidelijk verband met de verbouwing

25 Dijkstra lampen: idem

29 Van Zuylen diverse ijzerwaren: idem

30 De Zanderij gordijnen: geen verbouwingskosten

31 Hubo div. electramateriaal: geen duidelijk verband met de verbouwing

33 Gamma en Praxis: idem

38 diversen: niet onderbouwd

Het hof stelt de in aanmerking te nemen kosten van de verbouwing in 1997 op € 152.571 +

€ 31.783 = € 184.354, verminderd met het deel van de leningen van ABN Amro waarmee de verbouwing is gefinancierd, € 113.142,-, derhalve € 71.212.

In 2002/2003

2.10.

De vrouw heeft de volgende posten erkend:

1. Gemeente Haarlemmermeer, leges € 2.421,75

2 Boele bouwonderneming, bouwer van de casco’s € 83.386,87

4 De Bouwmarkt concurrent, buitendeur kantine/dagverblijf € 331,95

8 Cementbouw [woonplaats b] , diverse bouwmaterialen € 479,73

9 Corton Kampen, deuren stal, 6 x buitenstal, 1 x stal in kapschuur € 548,59, € 3.183,25

10 Van Deursen Heemstede, diverse loodgietersmaterialen € 49,54

11 Gamma, diverse bouwmaterialen € 193,11

12 Fixet Heemstede, hengen (scharnieren) garagedeuren € 334,50

14 De Jong Heemstede, afvoer container (kantine) € 1.080

15 Jonker Beton, straatstenen stalgedeelte € 2.856

17 Keur Imabo, diverse bouwmaterialen € 284,10 en € 3,47

19 [N] , timmerman, € 5.796,15 en € 357

20 Luyben, aan- afvoer materialen, shovel voor straatwerk € 4.138,66

22 Milieustraat, afvoeren materiaal incl. asbest € 72

25 PontMeyer Heemstede, diverse bouwmaterialen € 2.339,72

30 Praxis, diverse bouwmaterialen € 224,18

34 [E] deuren, diverse deuren € 989,55

36 Terrascan, bodemonderzoek € 2.089,80

37 Tjade Petri, verf en materialen € 304,41

38 [R] , straatwerk rondom stal € 9.238,57

41 Weijntjes, hang en sluitwerk € 196,28

42 Witex dakproducten, zinken goot en buis + div. materialen garage/kantoor € 359,92

Totaal bedragen de erkende posten € 121.259,10.

Volgens de omschrijving op het overzicht van de man omvatte deze verbouwing “bouw van 6 nieuwe stallen, kapschuur, kantinegebouw met dagverblijf en sanitair gedeelte, dubbele garage en kantoor met daaronder een kelder”. Dit is door de vrouw niet bestreden. Uitgaande van de aard en omvang van deze verbouwing dienen naar het oordeel van het hof de volgende posten in aanmerking te worden genomen. Het hof tekent hierbij aan dat de vrouw niet althans onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat de met deze posten in rekening gebrachte werkzaamheden/goederen zijn uitgevoerd/geleverd.

3 Badhoevese Bouwmaterialen Handel metsel stenen, cement, lateien enz. € 3.224,62

6 Berdosan Sanitair, sanitair & tegels kantoorruimte € 2.878,45

13 Joop van Staveren, kraanwerk tijdens de bouw + voorgeschoten materiaal € 5.233*

17 Keur Imabo diverse bouwmaterialen € 163,99

22 Milieustraat, afvoeren materiaal incl. asbest € 531

24 Oscar loodgieter afmonteren div. sanitair € 502,20

26 Polen deel afrekening (kantine, sanitairgroep en dagverblijf) € 2.627*

27 Polen schatting kantoor (stuc- en tegelwerk) + stallen afsmeren € 2.500*

28 CV + aanleg warm/koud water, kantoor en garage, incl. CV ketel € 3.350*

29 CV + aanleg warm/koud water, kantine en dagverblijf, incl. CV ketel € 3.950*

31 Verfhandel Ree, verf en materialen € 353,06

33 Sigma coatings, verf en materialen € 340,51

37 Tjade Petri, verf en materialen € 490,23

39 Reijer Versteeg, straatwerk rondom garage/kantoor € 2.000*

45 kozijnen garage/kantoor, kantine/dagverblijf, incl. ramen, binnenkozijnen € 5.000*

46 Hans Cornelisse, metselaar € 15.000*

47 [I] , electricien € 5.000

48 de heer Lagerweij, schilder € 3.000

Totaal € 56.144,06.

*De man heeft deze bedragen geschat. Gelet op de aard en de omvang van de verbouwing heeft de man deze werkzaamheden/goederen en de daarvoor betaalde bedragen voldoende aangetoond.

Het hof neemt de volgende posten niet in aanmerking:

1. gemeente Haarlemmermeer facturen 2006 voor aanvraag bouwvergunning: hebben geen betrekking op deze verbouwing

3 Badhoevese Bouwmaterialen Handel, metsel stenen, cement, lateien enz. € 5.221,37: dit bedrag is, in tegenstelling tot het bedrag van € 3.224,62 niet onderbouwd. De verklaring van de man voor het ontbreken van onderbouwing is niet toereikend.

5 H. v.d. Boogaard BV, ijzerwaren: geen duidelijk verband met de verbouwing

7 Bouwmaat Haarlem, diverse bouwmaterialen: de facturen staan op naam van [V-B.V.]

8 Cementbouw [woonplaats b] , diverse bouwmaterialen € 1.444,51 en € 867,63: de facturen staan niet op naam van (een van) partijen, maar Aannemer Contant Heemstede respectievelijk Janssen

10 Van Deursen Heemstede, diverse loodgietersmaterialen: behalve de factuur voor € 49,54 staan alle facturen niet op naam van (een van) partijen, maar op naam van [V] , [M] , [J] respectievelijk stal

11 Gamma diverse bouwmaterialen € 363,66 en € 203,47: geen duidelijk verband met de verbouwing

16 Karwei diverse materialen: idem

18 Koole diverse materialen: idem

19 Nico Ligthart, timmerman, plafond kantine € 325,-: is prijsopgave, mogelijk dubbeltelling met de facturen

21 [ruitervereniging] , verrekening voor casco afbouw, tegels door RvM betaald € 1.313,20: volgens het overgelegde overzicht “Afrekening [S-B.V.] – [ruitervereniging] ” dient dit bedrag door [M] aan [S-B.V.] te worden betaald

22 Milieustraat, afvoeren materiaal incl. asbest: de factuur voor € 7,20 staat niet op naam van (een van) partijen, maar op naam van [H]

23 Gebr. Otte, aanvoer zand: facturen niet op naam van (een van) partijen, maar [S-B.V.]

25 Pont Meyer Heemstede, diverse bouwmaterialen: facturen niet op naam van (een van) partijen, maar “kontant aannemer Heemstede”

30 Praxis, diverse bouwmaterialen € 77,07 en € 27,33: geen duidelijk verband met de verbouwing

32 Ritom, aanpassen alarminstallatie in kantoor: factuur niet op naam van (een van) partijen, maar [S-B.V.]

35 Sparex diverse materialen: factuur niet op naam van (een van) partijen, maar [S]

40 Warmteservice, diverse materialen: factuur niet op naam van (een van) partijen, maar manege

43 Van Zuylen, diverse materialen: geen duidelijk verband met de verbouwing

44 diverse materialen [W] , met name electra, gas buis, UTP etc.: de verklaring van de dochter van [W] houdt in dat haar vader eigenaar was van ijzerwarenwinkels en zodoende tegen inkoopprijs goederen kon leveren of zelfs cadeau geven. Daaruit blijkt niet dat sprake is geweest van daadwerkelijke leveringen van de genoemde materialen. De verklaring levert daarom onvoldoende onderbouwing.

49 diversen: zoekgeraakte bonnen, vergeten posten etc.: niet onderbouwd

Het hof stelt de in aanmerking te nemen kosten van de verbouwing in 2002/2003 op

€ 121.259,10 + € 56.144,06 = € 177.403,16, verminderd met het bedrag van € 107.275,- van de lening van de B.V. waarmee de verbouwing is gefinancierd, derhalve € 70.128 (afgerond).

2.11.

De man heeft meegedeeld dat de deskundigen van partijen een door het hof te benoemen deskundige hebben aangewezen. De vrouw heeft dit in haar reactie niet weersproken. Het hof zal de door de man genoemde deskundige Arjan van der Waaij van Van der Waaij Makelaars en Rentmeesters te Eemnes benoemen. Aan de deskundige zullen de volgende vragen worden gesteld:

1. Wat is de waarde in het economisch verkeer vrij van gebruik en bewoning van de onroerende zaak gelegen aan de [het adres] te [woonplaats b]

a. op [datum] 1990

b. voor de verbouwing in 1992/1993

c. na de verbouwing in 1992/1993

d. voor de verbouwing in 1997

e. na de verbouwing in 1997

f. voor de verbouwing in 2002/2003

g. na de verbouwing in 2002/2003

h. op 31 december 2009

2. Heeft u overigens nog opmerkingen die voor de beoordeling van deze zaak van belang kunnen zijn?

2.12.

De betaling van het voorschot komt ten laste van partijen, ieder voor de helft.

2.13.

Nadat de deskundige zijn rapport bij het hof heeft ingediend zal het hof partijen in de gelegenheid stellen op het deskundigenrapport te reageren.

2.14.

Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.

3 Beslissing

Het hof:

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

1. Wat is de waarde in het economisch verkeer vrij van gebruik en bewoning van de onroerende zaak gelegen aan de [het adres] te [woonplaats b]

a. op [datum] 1990

b. voor de verbouwing in 1992/1993

c. na de verbouwing in 1992/1993

d. voor de verbouwing in 1997

e. na de verbouwing in 1997

f. voor de verbouwing in 2002/2003

g. na de verbouwing in 2002/2003

h. op 31 december 2009

2. Heeft u overigens nog opmerkingen die voor de beoordeling van deze zaak van belang kunnen zijn?

benoemt tot deskundige om dit onderzoek te verrichten:

de heer Arjan van der Waaij

Van der Waaij Makelaars en Rentmeesters

Wakkerendijk 178A

3755 DH Eemnes

telefoonnummer 035 – 5394470;

bepaalt dat de griffier een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;

bepaalt dat partijen vóór 15 augustus 2017 kopieën van de overige gedingstukken aan de deskundige zullen doen toekomen, alsmede, na een verzoek daartoe van de deskundige, de andere door deze noodzakelijk geachte stukken, voor zover mogelijk;

wijst de deskundige op het bepaalde in artikel 198 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met name op de verplichting om bij het onderzoek partijen in de gelegenheid te stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en om in het schriftelijk bericht te doen blijken dat aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de inhoud van de opmerkingen en/of verzoeken;

bepaalt dat de deskundige het onderzoek overigens zelfstandig – in de zin van artikel 198 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat wil zeggen niet onder leiding van het hof – zal verrichten;

bepaalt dat de deskundige een voorschot toekomt van € 3.025,- (inclusief BTW);

bepaalt dat partijen ieder een bedrag van € 1.512,50, vóór 15 augustus 2017 althans binnen twee weken na ontvangst van de na te noemen nota, als voorschot van de deskundige zullen voldoen;

bepaalt dat partijen van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak een nota met betaalinstructies zullen ontvangen;

bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van het desbetreffende voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek behoeft te beginnen;

bepaalt dat de deskundige een schriftelijk, ondertekend bericht zal inleveren ter griffie van het hof vóór 1 november 2017;

stelt partijen in de gelegenheid uiterlijk vier weken na ontvangst van het deskundigenbericht hun reactie op het deskundigenbericht bij het hof in te dienen;

houdt de zaak daartoe aan tot 3 december 2017 pro forma;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Kleene-Eijk, mr. G.J. Driessen-Poortvliet en mr. A.V.T. de Bie in tegenwoordigheid van mr. F.J.E. van Geijn als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2017.