Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:3124

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
01-08-2017
Datum publicatie
21-02-2018
Zaaknummer
200.169.898/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Promneftsroy en Rosneft hebben tegenover Yukos International bijna drie jaar lang de door Rb Amsterdam en Hof Amsterdam in kort geding gegeven/bekrachtigde freezing order gehandhaafd, totdat deze door de Hoge Raad is vernietigd. Vordering van Yukos International tot vergoeding van de daardoor geleden schade, gericht tegen Promneftsroy en Rosneft alsmede tegen een bestuurder van Promneftsroy. Appel van vonnis waarbij deze vordering tegen Promneftsroy en Rosneft naar de schadestaatprocedure is verwezen en de vordering tegen de bestuurder is afgewezen. Hof: handhaving van de freezing order zal niet onrechtmatig kunnen worden geoordeeld indien in het bodemgeschil onherroepelijk zou worden beslist dat het Russische faillissementsvonnis in Nederland toch moet worden erkend en dat Promneftsroy toch rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance is geworden. Dat geeft aanleiding iedere verdere beslissing aan te houden totdat onherroepelijk vast staat dat dit laatste al dan niet het geval is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.169.898/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/5119899 / HA ZA 12-744

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 1 augustus 2017

inzake

YUKOS INTERNATIONAL UK B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante in principaal appel, geïntimeerde in incidenteel appel,

advocaat: mr. E.R. Meerdink te Amsterdam,

tegen

1. de rechtspersoon naar het recht van de Russische Federatie

OOO PROMNEFTSTROY,

gevestigd te Moskou, Russische Federatie,

2 [geïntimeerde] ,

wonend te [woonplaats] , [locatie] ,

geïntimeerden in principaal appel, appellanten in incidenteel appel,

advocaat: mr. R.S. Meijer te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Yukos International, Promneftstroy en [geïntimeerde] genoemd.

Yukos is bij dagvaarding van 1 mei 2015 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 februari 2015, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen Yukos als eiseres en (onder anderen) Promneftstroy en [geïntimeerde] als gedaagden.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met producties;

- memorie van antwoord in principaal appel tevens memorie van grieven in incidenteel appel, met producties;

- memorie van antwoord in incidenteel appel, met producties.

Partijen hebben hun zaak ter zitting van het hof van 9 september 2016 doen bepleiten, Yukos door mr. Meerdink voornoemd en mr. M.V.E.E. de Monchy, advocaat te Amsterdam en Promneftstroy en [geïntimeerde] door mr. Meijer voornoemd en mr. T. Smulders, advocaat te Amsterdam, ieder aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities. Beide partijen hebben daarbij nog producties in het geding gebracht.

Ten slotte is arrest gevraagd.

Yukos heeft in principaal appel geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - Promneftstroy en [geïntimeerde] hoofdelijk zal veroordelen tot betaling van primair € 50.097.062,92, subsidiair € 44.673.080,56, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente, en meer subsidiair tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat, met steeds hoofdelijke veroordeling van Promneftstroy en [geïntimeerde] in de proceskosten van beide instantie, met rente. Promneftstroy en [geïntimeerde] hebben in principaal appel geconcludeerd dat het hof het vonnis zal bekrachtigen en in incidenteel appel dat het hof het vonnis zal vernietigen, behoudens voor zover het de afwijzing van de vordering tegen [geïntimeerde] betreft en, zo begrijpt het hof, de vordering tegen Promneftstroy alsnog zal afwijzen, met – uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van Yukos in de proceskosten van beide instanties. Promneftstroy en [geïntimeerde] hebben in incidenteel appel geconcludeerd dat het hof - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - de grieven zal verwerpen dan wel de zaak zal aanhouden totdat de bodemprocedure door middel van een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak ten einde is gekomen, met hoofdelijke veroordeling van Promneftstroy en [geïntimeerde] in de kosten van het incidenteel appel, met, zo begrijpt het hof, wettelijke rente.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

2 Feiten

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2, 2.1 tot en met 2.17, de feiten opgesomd die tussen partijen vaststaan. Deze feiten zijn als zodanig in hoger beroep niet in geschil, zodat het hof daarvan als vaststaand zal uitgaan. De vaststaande feiten worden hierna in rov. 3.1.1-3.1.15 weergegeven, waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan.

3 Beoordeling

3.1

Het gaat in deze zaak om het volgende

Partijen en overige betrokkenen

3.1.1

Tot april 2005 werden de aandelen in het kapitaal van Yukos International gehouden door Yukos Finance B.V. (hierna: Yukos Finance). Vanaf april 2005 worden de aandelen in het kapitaal van Yukos International gehouden door Stichting Administratiekantoor Yukos International (hierna: StAK Yukos International) en worden de certificaten van die aandelen gehouden door Yukos Finance.

Statutair bestuurders van Yukos Finance en Yukos International waren destijds [X] (hierna: [X] ) en [Y] (hierna: [Y] ).

3.1.2

De aandelen in het kapitaal van Yukos Finance werden destijds gehouden door de rechtspersoon naar het recht van de Russische Federatie OAO Yukos Oil Company (hierna: Yukos Oil), gevestigd te Moskou (Russische Federatie).

3.1.3

Volgens twee in eerste aanleg in het geding gebrachte Engelse vertalingen van de desbetreffende beslissingen heeft The Moscow Arbitrazh Court in maart 2006 een supervision procedure op Yukos Oil van toepassing verklaard, heeft The Moscow Arbitrazh Court Yukos Oil in augustus 2006 bankrupt verklaard, heeft The Moscow Arbitrazh Court als temporary receiver respectievelijk receiver aangesteld [Z] (hierna: [Z] ).

3.1.4

[Z] heeft de door Yukos Oil gehouden aandelen in Yukos Finance in augustus respectievelijk september 2007 verkocht aan Promneftstroy. [Z] heeft tevens de door het toepasselijke recht voorgeschreven leveringshandelingen verricht.

3.1.5

De bankruptcy van Yukos Oil is in november 2007 geëindigd.

3.1.6

[geïntimeerde] is op 7 september 2010 benoemd tot statutair bestuurder van Promneftstroy.

Bodemzaak

3.1.7

Bij vonnis van 31 oktober 2007 (ECLI:NL:RBAMS:2007:BB6782), gewezen in de zaak van [X] , [Y] en Yukos Finance als eisers tegen [Z] , [A] (hierna: [A] ) en [B] (hierna: [B] ) als gedaagden, heeft Rechtbank Amsterdam, voor zover hier van belang, als volgt overwogen en beslist:

3.3

De rechtbank ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of [Z] de hem naar Russisch faillissementsrecht toekomende vertegenwoordigingsbevoegdheid ook in Nederland kan uitoefenen ter zake van het aan Yukos Oil toekomende stemrecht op de door haar gehouden aandelen in Yukos Finance. Daarbij geldt dat, nu [Z] ’s vertegenwoordigingsbevoegdheid zijn grondslag vindt in het vonnis waarbij Yukos Oil in de Russische Federatie in staat van faillissement is verklaard, [Z] die bevoegdheid slechts in Nederland zal kunnen uitoefenen, indien en voor zover het Russische faillissementsvonnis in Nederland kan worden erkend. Tussen de Russische Federatie en Nederland bestaat geen verdrag met betrekking tot de erkenning van faillissementsprocedures, zodat de rechtbank zelfstandig zal moeten beoordelen of en in hoeverre het Russische faillissementsvonnis en de daarop gebaseerde bevoegdheid van [Z] Yukos Oil te vertegenwoordigen, in Nederland voor erkenning in aanmerking komen.

3.4.

Buitenlandse rechterlijke uitspraken komen bij gebreke van een desbetreffend verdrag slechts voor erkenning in Nederland in aanmerking indien:
(i) de rechtsmacht van de buitenlandse rechter is gebaseerd op een naar internationale maatstaven aanvaardbare rechtsmachtgrond;
(ii) de buitenlandse procedure is gevoerd met inachtneming van de beginselen van een behoorlijke procesorde;
(iii) de buitenlandse uitspraak niet strijdig is met de Nederlandse openbare orde.
De stellingen van [X] strekken onder meer ertoe te betogen dat niet aan de onder (ii) en (iii) genoemde voorwaarden voor erkenning van het faillissementsvonnis is voldaan.

(…)

3.21.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het Russische faillissementsvonnis waarbij [Z] tot curator in het faillissement van Yukos Oil is benoemd tot stand is gekomen op een wijze die niet in overeenstemming is met de Nederlandse beginselen van een behoorlijke procesorde en aldus strijdig is met de Nederlandse openbare orde. Het faillissementsvonnis kan om die reden niet worden erkend en de daaruit naar Russisch recht voortvloeiende bevoegdheden van de curator kunnen door [Z] in Nederland niet worden uitgeoefend. Dit brengt mee dat [Z] niet bevoegd was Yukos Oil in Nederland te vertegenwoordigen ter zake van de uitoefening van het stemrecht op de door haar gehouden aandelen in Yukos Finance. De door [Z] namens Yukos Oil genomen aandeelhoudersbesluiten, waaronder het besluit tot ontslag van [X] en [Y] van 11 augustus 2006 en de besluiten tot benoeming van [B] en [A] als bestuurders van Yukos Finance, zijn dan ook niet genomen door het daartoe door de wet aangewezen orgaan van de vennootschap en derhalve nietig.
Dit brengt voorts mee dat [B] en [A] nooit tot bestuurders van Yukos Finance zijn benoemd, zodat ook alle door hen in die hoedanigheid genomen besluiten nietig zijn.

De beslissing

De rechtbank:

- verklaart voor recht dat alle aandeelhoudersbesluiten met betrekking tot Yukos Finance, voor zover genomen door [Z] in zijn hoedanigheid van curator van Yukos Oil, daaronder begrepen doch niet beperkt tot het besluit tot ontslag van [X] en [Y] als bestuurder van Yukos Finance B.V. d.d. 11 augustus 2006 alsmede de beweerdelijke besluiten tot benoeming van [B] en [A] als bestuurder van Yukos Finance, nietig zijn;

- verklaart voor recht dat alle besluiten genomen door [B] en/of [A] in hun vermeende hoedanigheid van bestuurder van Yukos Finance B.V. nietig zijn (…).

3.1.8

Bij deelarrest van 19 oktober 2010 (ECLI:NL:GHAMS:2010:BO1035), gewezen in de gevoegde zaken van (i) [Z] als appellant en Promneftstroy en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [geïntimeerde] en [C] (hierna: [C] ), beiden door [Z] benoemd als statutair bestuurder van Yukos Finance) als tussenkomende partijen tegen [X] , [Y] en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [X] en [Y] ) als geïntimeerden en (ii) [B] als appellant en Promneftstroy en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [geïntimeerde] en [C] ) als tussenkomende partijen tegen [X] , [Y] en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [X] en [Y] ) als geïntimeerden heeft het gerechtshof te Amsterdam de vorderingen van Promneftstroy en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [geïntimeerde] en [C] ) als tussenkomende partijen afgewezen en voor recht verklaard dat Promneftstroy geen rechthebbende op de aandelen Yukos Finance is geworden.

3.1.9

Bij arrest van 13 september 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BZ5668), gewezen in de zaak van Promneftstroy en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [geïntimeerde] en [C] ) als eiseressen tot cassatie, verweersters in het incidentele cassatieberoep, tegen [X] , [Y] en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [X] en [Y] ) als verweerders in cassatie, eisers in het incidentele cassatieberoep, heeft de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 19 oktober 2010 vernietigd en het geding verwezen naar dat gerechtshof ter verdere behandeling en beslissing.

Bij arrest van 9 mei 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:1695 heeft het gerechtshof uitspraak gedaan en (onder meer) voor recht verklaard dat Promneftstroy geen rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance is geworden.

Kort geding

3.1.10

Bij Order van 26 mei 2006 heeft de United States Bankruptcy Court (Southern District of New York) op verzoek van [Z] (onder anderen) Yukos International bevolen de opbrengst van de verkoop van haar belang in AB Mazeikiu Nafta te storten op “a segregated interest bearing bank account (the “Bank Account”) in the name of Yukos International” en bepaald dat de verkoopopbrengst “shall not be used for any purpose, nor distributed from the Bank Account, absent an agreement of the Parties or an order of the Dutch court”.

3.1.11

Bij Order van 4 januari 2008 heeft de United States Bankruptcy Court (Southern District of New York), voor zover hier van belang, overwogen en beslist:

The obligation under the May 26 Order to maintain the proceeds from the sale of the interest of Yukos International in AB Mazeikiu Nafta in a segregated interest bearing bank account (the “Bank Account”) in the name of Yukos International, and the prohibition on use or distribution from the Bank Account (collectively, the “Injunctive Relief”), shall terminate (…) on January 21, 2007 (2008; rechtbank) (the “Termination Date”), (…) unless Mr. [Z] , Promneftstroy, or any other party that may have standing under Dutch law shall have properly commenced, prior to the Termination Date, a proceeding in accordance with Dutch law before a Dutch court of competent jurisdiction seeking to impose Injunctive Relief or similar relief as may be available in accordance with Dutch law (…), in which case (x) the Dutch court shall have exclusive authority to determine whether to grant or deny such relief and (y) (…) the Injunctive Relief issued by this Court in the May 26 Order shall continue until the Dutch Court renders a decision on such request, subject to further or other direction of the Dutch Court.

3.1.12

Bij vonnis in kort geding van 6 maart 2008 (ECLI:NL:RBAMS:2008:BC6191), gewezen in de zaak van Promneftstroy en Rosneft als eiseressen en Yukos International, [X] en [Y] als gedaagden, heeft de voorzieningenrechter in deze rechtbank, voor zover hier van belang, overwogen en beslist:

5.21.

Blijft over de vraag of er grond bestaat om het na voldoening van de vordering van Moravel resterende tegoed verder te bevriezen en om Yukos International te verbieden verdere vermogensbestanddelen te verkopen.

5.22. (…)

Het door Rosneft en Promneftstroy gevraagde verbod tot verkoop van de deelneming in Transpetrol wordt (…) afgewezen. Wel wordt in de omstandigheid dat nog niet zeker is wie de aandeelhouder is van Yukos Finance en daarmee (…) eigenaar van Yukos International, aanleiding gevonden om Yukos International te bevelen de opbrengst van eventueel te verkopen activa te storten op de Fortisrekening en dit samen met het restant tegoed na betaling van Moravel, op die rekening te laten staan, totdat is beslist wie als aandeelhouder van Yukos Finance moet worden aangemerkt en deze aandeelhouder kan beslissen wat met de tegoeden moet gebeuren, dan wel in een bodemprocedure hierover een beslissing wordt gegeven. Het door Rosneft en Promneftstroy gevorderde bevel wordt in zoverre toegewezen evenals de door Rosneft en Promneftstroy in verband met het bevel gevorderde dwangsom, een en ander als na te melden.

(…)

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

(…)

6.1.

beveelt Yukos International, [X] en [Y] de opbrengsten van de verkoop van de olieraffinaderij Mazeikiu Nafta en de 49% deelneming in Transpetrol op een afzonderlijke rentedragende bankrekening ten name van Yukos International te storten en te houden en daarover niet te beschikken (…) totdat daarover bij in kracht van gewijsde gegaan of uitvoerbaar bij voorraad gegane uitspraak van een Nederlandse rechterlijke instantie anders is beslist;

6.2.

bepaalt dat Yukos International, [X] en [Y] voor iedere keer dat zij in strijd handelen met het onder 6.1 bepaalde, aan Rosneft en Promneftstroy een dwangsom verbeuren van EUR 10.000.000,-;

(…)

6.4.

verklaart het vonnis in deze procedure uitvoerbaar bij voorraad (…).

3.1.13

Bij exploot van 13 maart 2008 (i) heeft Promneftstroy het vonnis van de voorzieningenrechter van 6 maart 2008 aan Yukos International betekend, (ii) heeft Promneftstroy Yukos International bevel gedaan om onmiddellijk de opbrengsten van de verkoop van Mazeikiu Nafta en de 49% deelneming in Transpetrol op een afzonderlijke rentedragende bankrekening ten name van Yukos International te storten en te houden en daarover niet te beschikken (met uitzondering van de betaling door Yukos International van de vordering van Moravel), totdat daarover bij in kracht van gewijsde gegane of uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak van een Nederlandse rechterlijke instantie anders is beslist, op verbeurte van een dwangsom van € 10 miljoen aan Promneftstroy en Rosneft voor iedere keer dat Yukos International in strijd met dat bevel handelt en (iii) heeft Promneftstroy Yukos International aangezegd dat bij niet tijdige voldoening aan dat bevel zal worden overgegaan tot de tenuitvoerlegging van het vonnis van de voorzieningenrechter door alle wegen en middelen rechtens, waaronder opeising van verbeurde dwangsommen.

3.1.14

Bij arrest van 24 februari 2009 (ECLI:NL:GHAMS:2009:BI4330), gewezen in de zaak van Yukos International, [X] en [Y] als appellanten in het principaal hoger beroep van het vonnis van de voorzieningenrechter van 6 maart 2008, geïntimeerden in het incidenteel hoger beroep, tegen Promneftstroy en Rosneft als geïntimeerden in het principaal hoger beroep (en Promneftstroy als appellante in het incidenteel hoger beroep) heeft het gerechtshof te Amsterdam, voor zover hier van belang, beslist:

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep (…) en doet in zoverre opnieuw recht;

wijst de vordering van Rosneft af;

(…)

beveelt Yukos International, [X] en [Y] ten behoeve van Promneftstroy

- de opbrengsten van de verkoop van de olieraffinaderij Mazeikiu Nafta op de in (…) het vonnis bedoelde Fortisrekening ten name van Yukos International, bij partijen bekend, te houden en daarover niet te beschikken, en

- de opbrengsten van de verkoop van de 49% deelneming in Transpetrol (…) op een afzonderlijke rentedragende bankrekening ten name van Yukos International te storten en te houden en (…) daarover niet te beschikken,

met uitzondering van de betaling door Yukos International van de vordering van Moravel tot een bedrag van maximaal USD 875.000.000,-,

een en ander totdat daarover bij in kracht van gewijsde gegaan of uitvoerbaar bij voorraad gegane uitspraak van een Nederlandse rechterlijke instantie anders is beslist (…);

bepaalt dat Yukos International, [X] en [Y] voor iedere keer dat zij in strijd met dit bevel handelen aan Promneftstroy een dwangsom verbeuren van € 10.000.000,-;

(…)

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

3.1.15

Bij arrest van 7 januari 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP0015), gewezen in de zaak van Yukos International, [X] en [Y] als eisers tot cassatie tegen Promneftstroy en Rosneft als verweersters in cassatie, heeft de Hoge Raad ten aanzien van het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 24 februari 2009, voor zover hier van belang, als volgt overwogen en beslist:

3.4.2

De rechter die in kort geding moet beslissen op een vordering tot het geven van een voorlopige voorziening nadat de bodemrechter reeds een vonnis in de hoofdzaak heeft gewezen, dient in beginsel zijn vonnis af te stemmen op het oordeel van de bodemrechter, ongeacht of dit oordeel is gegeven in een tussenvonnis of in een eindvonnis, in de overwegingen of in het dictum van het vonnis, en ongeacht of het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Onder omstandigheden kan er plaats zijn voor het aanvaarden van een uitzondering op dit beginsel, hetgeen het geval zal kunnen zijn indien het vonnis van de bodemrechter klaarblijkelijk op een misslag berust en de zaak dermate spoedeisend is dat de beslissing op een tegen dat vonnis aangewend rechtsmiddel niet kan worden afgewacht, alsook indien sprake is van een zodanige wijziging van omstandigheden dat moet worden aangenomen dat de bodemrechter ingeval hij daarvan op de hoogte zou zijn geweest, tot een andere beslissing zou zijn gekomen.

3.4.3

Deze afstemmingsregel geldt ook in het zich hier voordoende geval dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat een in het buitenland uitgesproken faillissement hier te lande niet kan worden erkend omdat het tot stand gekomen is op een wijze die strijdig is met de Nederlandse openbare orde, terwijl vervolgens in een kort geding de vraag moet worden beantwoord of de curator in dat faillissement hier te lande rechtsgeldig rechtshandelingen, in dit geval: levering van de aandelen Yukos Finance aan Promneftstroy, heeft kunnen verrichten.

3.4.4

Bij dat uitgangspunt treft zowel de rechtsklacht van onderdeel 2.1 als die van onderdeel 2.2 doel. Ingevolge het vonnis van 31 oktober 2007 mist het Russische faillissementsvonnis hier te lande iedere rechtskracht, zodat het hof – nu uit de stukken van het geding niet blijkt van een omstandigheid die een uitzondering op voormelde regel zou kunnen rechtvaardigen – tot geen ander oordeel had kunnen komen dan dat Promneftstroy geen aandeelhouder in Yukos Finance is geworden.

3.5

Onderdeel 3 is gericht tegen oordelen en beslissingen die berusten op het hiervoor onjuist bevonden oordeel dat rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat Promneftstroy de aandelen Yukos Finance rechtmatig heeft verworven en treft dus eveneens doel.

3.6

De overige onderdelen behoeven geen behandeling. Het bestreden arrest kan, voor zover gewezen tussen Yukos International c.s. en Promneftstroy, niet in stand blijven. De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door ook het vonnis van de voorzieningenrechter voor zover gewezen tussen Yukos International c.s. en Promneftstroy te vernietigen en de vorderingen van deze laatste af te wijzen. Yukos International c.s. hebben geen belang bij hun cassatieberoep tegen het arrest voor zover gewezen tussen hen en Rosneft. Dit beroep zal daarom worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 24 februari 2009 alsmede het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 6 maart 2008, beide voor zover gewezen tussen Yukos International c.s. en Promneftstroy, en opnieuw rechtdoende:

weigert de gevraagde voorziening;

(…)

verwerpt het beroep tegen genoemd arrest voor zover gewezen tussen Yukos International c.s. en Rosneft (…).

3.2

Yukos International vordert in dit geding de hoofdelijke veroordeling - uitvoerbaar bij voorraad - van Promneftstroy, [geïntimeerde] en Rosneft tot betaling van $ 50.097.062,92, althans $ 333.294.677, 05, met wettelijke rente, althans tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat, steeds met hoofdelijke veroordeling van Promneftstroy, [geïntimeerde] en Rosneft in de proceskosten. Yukos International legt hieraan, kort samengevat, het volgende ten grondslag. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 7 januari 2011 het vonnis van de voorzieningenrechter van 6 maart 2008 en het arrest van 24 februari 2009 van dit hof vernietigd. Daarmee staat vast dat Promneftstroy en Rosneft niet het recht hadden van Yukos International te vergen dat zij zich overeenkomstig die beslissingen gedroeg. Toch hebben Promneftstroy en Rosneft haar daartoe gedwongen. Yukos International heeft daardoor schade geleden, bestaande uit het verschil tussen de op de Fortisrekening ontvangen renten en de vruchten die elders hadden kunnen worden gekweekt. Deze schade wordt gesteld op $ 50.097.062,92, althans $ 333.294.677, 05. Voor deze schade is ook [geïntimeerde] aansprakelijk, zowel pro se als in zijn hoedanigheid van feitelijk respectievelijk statutair bestuurder van Promneftstroy.

De rechtbank heeft overwogen en beslist dat Promneftstroy en Rosneft toerekenbaar onrechtmatig jegens Yukos International hebben gehandeld en aannemelijk geacht dat Yukos International door hun toerekenbaar onrechtmatig handelen mogelijk schade heeft geleden en de vordering tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat jegens hen toegewezen maar de gevorderde hoofdelijke veroordeling afgewezen. De rechtbank heeft de jegens [geïntimeerde] ingestelde vorderingen afgewezen.

Yukos International komt in principaal appel met drie grieven en Promneftstroy en [geïntimeerde] komen in incidenteel appel met drie grieven op tegen de beslissing van de rechtbank en de gronden waarop deze berust.

Handhaven freezing order onrechtmatig?

3.3

Het hof ziet aanleiding eerst grief 1 in incidenteel appel te behandelen. Deze grief is gericht tegen rov. 4.3.4 en – in het verlengde hiervan – ook tegen rov. 4.3.5 van het bestreden vonnis. Volgens Promneftstroy heeft de rechtbank ten onrechte aangenomen dat uit – kort gezegd – de combinatie van enerzijds het kortgedingarrest van 7 januari 2011 van de Hoge Raad waarbij de eerder door rechtbank en hof gegeven freezing order is vernietigd en anderzijds uit rov. 4.3 van het arrest van de Hoge Raad van 11 april 2008 (NJ 2008/225) volgt dat de handhaving door Promneftstroy van die freezing order tussen 6 maart 2008 en 7 januari 2011 jegens Yukos International onrechtmatig is geweest. Volgens Promneftstroy is rechtens onjuist het oordeel van de rechtbank in rov. 4.3.3 dat uit rov. 4.3 van het arrest van de Hoge Raad van 11 april 2008 zou volgen dat de eerdere handhaving van de freezing order door Promneftstroy onrechtmatig zou zijn geweest jegens Yukos International. Promneftstroy is van mening dat bedoelde overweging van de Hoge Raad dat “… in beginsel dient te worden aangenomen dat degene die door dreiging met executie zijn wederpartij heeft gedwongen zich naar een in kort geding gegeven bevel te gedragen, onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld wanneer hij, naar achteraf in hoger beroep van het kortgedingvonnis of in een bodemgeschil blijkt, niet het recht had van de wederpartij te vergen dat deze zich overeenkomstig dit bevel gedroeg.” aldus moet worden begrepen dat geen sprake is van onrechtmatig handelen van Promneftstroy, indien in de bodemprocedure komt vast te staan dat Promneftstroy ‘materieel’ gerechtigd was tot de voorlopige maatregel. Van dat laatste is sprake indien in de bodemprocedure onherroepelijk zal zijn beslist dat de faillietverklaring van Yukos Oil in augustus 2006 niet in strijd was met de Nederlandse openbare orde, in welk geval Promneftstroy aandeelhouder in Yukos Finance is geworden.

3.4

De vraag die daarmee voorligt, is of het handhaven van de freezing order in genoemde periode onrechtmatig is, ook als het definitieve eindoordeel in het bodemgeschil over de rechtskracht van het Russische faillissementsvonnis in Nederland anders zou luiden dan het oordeel van de rechtbank in haar vonnis van 31 oktober 2007, oftewel alsnog onherroepelijk zal zijn beslist dat Promneftstroy wel rechthebbende op de aandelen Yukos Finance is geworden. Het hof beantwoordt die vraag ontkennend. Het handhaven van de freezing order gedurende genoemd tijdvak kan pas als onrechtmatig worden bestempeld als de uitkomst van het bodemvonnis van de rechtbank van 31 oktober 2007, waarop de Hoge Raad zijn kortgedingarrest van 7 januari 2011 procedureel heeft afgestemd, onaantastbaar is geworden. De enkele weigering van de freezing order door de voorzieningenrechter, in casu de Hoge Raad, impliceert nog niet dat Promneftstroy jegens Yukos International aansprakelijk is uit onrechtmatige daad. Daarvan zal geen sprake zijn wanneer in de hoofdzaak, uiteindelijk (alsnog) komt vast te staan dat het Russische faillissementsvonnis in Nederland rechtskracht heeft en bijgevolg de overdracht van de aandelen in Yukos Finance aan Promneftstroy geldig is. Dit een en ander impliceert immers alsdan een bevestiging van het feit dat de freezing order destijds terecht was opgelegd. Het kortgedingarrest van de Hoge Raad van 7 januari 2011 bevat geen oordeel over de materiële rechtsverhouding tussen Promneftstroy en Yukos International. De Hoge Raad heeft zijn arrest enkel afgestemd op het oordeel van de rechtbank in de bodemzaak. De materiële rechtsverhouding ligt uitsluitend in het bodemgeschil ter beoordeling voor. Een ander oordeel zou het ongewenste gevolg hebben dat een voorlopige voorziening in kort geding die achteraf blijkt terecht te zijn toegewezen, toch leidt tot aansprakelijkheid. Yukos International erkent dat, indien uiteindelijk in een bodemprocedure komt vast te staan dat de beslaglegger schuldeiser van de beslagene is, de beslaglegging - die, zo begrijpt het hof, in kort geding is opgeheven - niet onrechtmatig kan zijn geweest (zie pleitnotitie onder 22). Het hof is van oordeel dat een freezing order qua doelstelling en gevolgen op één lijn gesteld kan worden met een conservatoir beslag en dat indien uiteindelijk in de bodemprocedure zou komen vast te staan dat Promneftstroy aandeelhouder van Yukos International is geworden (de executie van) de freezing order niet onrechtmatig kan zijn geweest. Het arrest van de Hoge Raad van 11 april 2008 (NJ 2008/225) waarnaar Yukos International herhaaldelijk verwijst, leidt niet tot een ander conclusie, omdat de verwijzing in de hiervoor geciteerde overweging van dat arrest naar het hoger beroep van het kort gedingvonnis aldus moet worden uitgelegd dat het alleen betrekking heeft op het geval dat het kort gedingarrest in kracht van gewijsde is gegaan en partijen ervan afzien het materiële geschil aan de bodemrechter voor te leggen, in welk geval er geen andersluidende bodemuitspraak is. Is er wel een andersluidende bodemuitspraak, dan leidt dat immers tot terzijdestelling van het kort gedingvonnis/-arrest, ook als dat in kracht van gewijsde is gegaan, zo volgt uit art. 257 Rv, of zoals in de onderhavige zaak, op basis van de afstemmingsregel tot vernietiging van het kort gedingarrest van 24 februari 2009. Het hof verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 8 oktober 1976 (NJ 1977, 485) waaruit volgt dat het nadien gewezen afwijkende vonnis in de bodemzaak onherroepelijk moet zijn geworden; zie bijvoorbeeld ook Hoge Raad 16 november 1984 (NJ 1985, 547) en Hoge Raad 22 december 1989 (NJ 1990/434). Dat de Hoge Raad in zijn arrest van 11 april 2008 van die jurisprudentie heeft willen afwijken, kan uit de vrij summiere rov. 4.3 niet worden afgeleid.

Het hof gaat voorbij aan het betoog van Yukos International dat Promneftstroy ook als aandeelhouder van Yukos Finance niet gerechtigd zou zijn geweest om de freezing order op te leggen, omdat niet aan het vereiste van enige (dreigende) onrechtmatige handeling van Yukos International of haar bestuur was voldaan. Het betoog gaat er aan voorbij dat de achtergrond van de freezing order is dat nog niet zeker is wie de aandeelhouder van Yukos Finance is en daarmee eigenaar van Yukos International. Het door Yukos International gestelde vereiste van enige (dreigende) onrechtmatige handeling van (het bestuur van) Yukos International heeft bij de beslissing in kort geding kennelijk geen doorslaggevende rol gespeeld.

3.5

Gelet op voorgaande overwegingen houdt het hof iedere verdere beslissing aan totdat in rechte onherroepelijk is komen vast te staan dat Promneftstroy al dan niet rechthebbende op de aandelen in Yukos Finance is geworden.

3.6

Het hof zal de zaak naar de rol van 3 juli 2018 verwijzen. Zodra er een onherroepelijke uitspraak in de bodemprocedure is verkregen, kan de meest gerede partij verzoeken de zaak eerder op de rol te plaatsen.

4 Beslissing

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 3 juli 2018;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.P. van Achterberg, A.S. Arnold en M.J. Jurgens en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 1 augustus 2017 door de rolraadsheer.