Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:3103

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-07-2017
Datum publicatie
02-08-2017
Zaaknummer
23-000459-15
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2019:971, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Grootschalige en stelselmatige fraude binnen internationaal transportbedrijf door het opmaken en gebruik maken van valse facturen en documenten, en oplichting van financiers. Veroordeling van de voormalig CEO van de onderneming voor feitelijke leiding geven aan door rechtspersonen gepleegde strafbare gedragingen en het (medeplegen van het) valselijk opmaken van geschriften. De verdachte droeg kennis van de frauduleuze praktijken en heeft daaraan ook een actieve en effectieve bijdrage geleverd. Overschrijding van de redelijke termijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000459-15

datum uitspraak: 28 juli 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 januari 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-993050-11 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

7, 10 en 14 juli 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte en het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en zijn raadslieden naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg en in hoger beroep toegelaten wijzigingen is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

feit 1 (valsheid in geschrift "verkoopfacturen", 4-OPV-1)

[bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] . en/of [bedrijf 4] , op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2004 tot en met 14 september 2007, te Zevenbergen (gemeente Moerdijk), in elk geval in Nederland en/of te Biatorbágy (Hongarije), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen (telkens)

een groot aantal(verkoop)facturen, althans een of meer (verkoop) factu(u)r(en), waaronder

A) vijf, althans een of meer, factu(u)r(en) voorzien van de geadresseerde [bedrijf 5] en de datum van 30 oktober 2004 (3x) en/of 13 december 2004 en/of 29 december 2004, (telkens) voor een transport van Venray NL naar Oost Europa (D-084, p. 1/13 t/m 5/13), en/of

B) zes, althans een of meer, factu(u)r(en) voorzien van de geadresseerde [bedrijf 7] en de datum van

17 december 2004 (2x) en/of 27 december 2004 (4x), (telkens) voor een transport van BE (België) naar TR (Turkije) (D-084, p. 6/13 t/m 11/13), en/of

C) twee, althans één, factu(u)r(en) voorzien van de geadresseerde [bedrijf 6] en de datum van 29 december 2004 (2x), (telkens) een transport van Enschede NL naar Oost Europa

(D-084, p. 12/13 en 13/13), en/of

D) drie, althans een of meer, factu(u)r(en) voorzien van de geadresseerde [bedrijf 5] en de datum van 30 november 2005 en/of 13 december 2005 en/of 30 december 2005, (telkens) voor een transport van Venray NL naar Oost Europa (D-163, p. 1/6 t/m 3/6), en/of

E) een factuur voorzien van de geadresseerde [bedrijf 6] en van de datum van

13 december 2005 (D-165, p. 1/1), (telkens) een transport van Enschede NL naar Oost Europa, en/of

F) zes, althans een of meer, factu(u)r(en) voorzien van de geadresseerde [bedrijf 7] en van de datum van 30 december 2005 (6x), (telkens) voor een transport van BE (België) naar TR (Turkije) (D-192,

p. 1/6 t/m 6/6), en/of

G) twee, althans een of meer, factu(u)r(en) voorzien van de geadresseerde [bedrijf 6] en van de datum van 30 november 2005 en/of 30 december 2005, (telkens) een transport van Enschede NL naar Oost Europa (D-230, p. 1/5 en 2/5), en/of

H) drie, althans een of meer, factu(u)r(en) voorzien van de geadresseerde [bedrijf 5] en van de datum van 19 december 2006 en/of 27 december 2006 en/of 29 december 2006, (telkens) voor een transport van Venray NL naar Oost Europa (D-163 p. 4/6 t/m 6/6), en/of

I) vier, althans een of meer, factu(u)r(en) voorzien van de geadresseerde [bedrijf 7] en van de datum van 27 december 2006 (2x) en/of 29 december 2006 (2x), (telkens) voor een transport van BE (België) naar TR (Turkije) (D-164, p. 1/4 t/m 4/4), en/of

J) drie, althans een of meer, factu(u)r(en) voorzien van de geadresseerde [bedrijf 7] en van de datum van 27 december 2006 en/of 29 december 2006 (2x), (telkens) voor een transport van BE (België) naar TR (Turkije) (D-230, p. 3/5 t/m 5/5), en/of

K) vier, althans een of meer, factu(u)r(en) voorzien van de geadresseerde [bedrijf 8] en van de datum van 12 oktober 2006 en/of 27 oktober 2006 en/of 6 november 2006 en/of 29 november 2006, (telkens) voor een transport vanuit Roemenie (D-102, p. 1/4 t/m 4/4), en/of

L) een factuur voorzien van de geadresseerde [bedrijf 9] en voorzien van de datum van 31 maart 2007 voor 'Pick-up charges Q1 Turkey' (D-3548, p. 4/4), en/of

M) een 'Supplier Account Report' voorzienvan de naam en/of (blok)stempel van [bedrijf 5] en van de datum van 19 januari 2007 (D-3536, p. 4 en 5),

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft/hebben (doen laten) opgema(a)k(t)(en) en/of (doen laten) vervals(t)(en),

immers heeft/hebben [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] . en/of [bedrijf 4] en/of haar mededader(s) - zakelijk weergegeven - in en/of met die (verkoop)factu(u)r(en)

- onder A en/of D (telkens) vermeld/doen voorkomen dat er een transport van Venray NL naar Oost Europa is verricht door [bedrijf 4] en/of [bedrijf 1] , terwijl in werkelijkheid door [bedrijf 4] en/of [bedrijf 1] dat transport (telkens) niet is verricht en/of

- onder B en/of F (telkens) vermeld/doen voorkomen dat er een transport van BE (België) naar TR (Turkije) is verricht door [bedrijf 4] en/of [bedrijf 1] , terwijl in werkelijkheid door [bedrijf 4] en/of [bedrijf 1] dat transport (telkens) niet is verricht en/of

- onder C en/of E en/of G (telkens) vermeld/doen voorkomen dat er een transport van Enschede NL naar Oost Europa is verricht door [bedrijf 4] en/of [bedrijf 1] , terwijl in werkelijkheid door [bedrijf 4] en/of [bedrijf 1] dat transport (telkens) niet is verricht, en/of

- onder A en/of B en/of C en/of D en/of E en/of F en/of G doen voorkomen dat er een (schriftelijke of mondelinge) overeenkomst aan die factuur ten grondslag lag, terwijl er in werkelijkheid geen sprake was van enige contractuele relatie, en/of

- onder I en/of J (telkens) vermeld/doen voorkomen dat er een transport van BE (België) naar TR (Turkije) is verricht door [bedrijf 4] en/of [bedrijf 1] , terwijl in werkelijkheid door [bedrijf 4] en/of [bedrijf 1] dat transport (telkens) niet is verricht en/of

- onder G (telkens) vermeld/doen voorkomen dat er een transport van Enschede NL naar Oost Europa is verricht door [bedrijf 4] en/of [bedrijf 1] , terwijl in werkelijkheid door [bedrijf 4] en/of [bedrijf 1] dat transport (telkens) niet is verricht, en/of

- onder K (telkens) vermeld/doen voorkomen dat er een transport vanuit Roemenië is verricht door [bedrijf 1] , terwijl in werkelijkheid door [bedrijf 1] dat transport (telkens) niet is verricht, en/of

- onder L vermeld dat 1.200.000 EUR in rekening wordt gebracht wegens 'Pick-up charges Q1 Turkey', terwijl deze werkzaamheden nooit zijn verricht door [bedrijf 1] , althans niet tegen dat bedrag van 1.200.000 EUR, en/of

- onder I en/of J en/of K en/of L en/of M doen voorkomen dat er een (schriftelijke of mondelinge) overeenkomst aan die factuur ten grondslag lag, terwijl er in werkelijkheid geen sprake was van enige contractuele relatie, en/of

- in dat 'Supplier Account Report' onder M doen voorkomen alsof deze afkomstig was van [bedrijf 5] en/of gemaakt was door [bedrijf 5] en/of gestempeld was door [bedrijf 5] , terwijl in werkelijkheid dat 'Supplier Account Report' niet afkomstig was van [bedrijf 5] en/of gemaakt was door [bedrijf 5] en/of door [bedrijf 5] voorzien was van een (blok)stempel,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven feit(en), hij verdachte en/of zijn mededader(s) opdracht heeft/hebben gegeven, dan wel aan bovenomschreven verboden gedraging(en) hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) feitelijke leiding heeft/hebben gegeven;

feit 2 (Administratie [naam 2] (paragraaf 4.3 van 4-OPV-1))

[bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] . en/of [bedrijf 17] , op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 december 2005 tot en met 14 september 2007 te Zevenbergen (gemeente Moerdijk), in elk geval in Nederland en/of te Biatorbágy (Hongarije), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

de (digitale) administratie van [bedrijf 17] van 2005 en/of 2006 (bestaande ondermeer uit boekingsverslagen en/of grootboek(rekeningen) en/of de Final Trial Balance) en/of de inkoopadministratie, zijnde (een samenstel van) geschrift(en) bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft/hebben opgemaakt/doen (laten) opmaken en/of vervalst/doen (laten) vervalsen,

immers heeft/hebben [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] . en/of [bedrijf 4] en/of haar mededader(s) opzettelijk en in strijd met de waarheid in de administratie van [bedrijf 17] onder meer een of meer Excelbestand(en) en/of (een) boekingsverslag(en) en/of (een) grootboekrekening(en) en/of in de Final Trial Balance Group Reporting (2005) en/of in de Final Audited Trial Balance (2006) fictieve omzet en/of dubbele omzet tot een bedrag van ongeveer euro 45,5 miljoen, althans enig bedrag, als echt en onvervalst opgenomen,

terwijl de door deze omzetboeking(en) gepresenteerde omzet in werkelijkheid nooit is behaald door [bedrijf 17] , althans (een groot deel van) deze omzetboekingen dubbel (dat wil zeggen reeds bij [bedrijf 1] waren geboekt) en/of fictief waren en/of terwijl de in die administratie opgenomen facturen vals en/of vervalst waren,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven feit(en), hij verdachte en/of zijn mededader(s) opdracht heeft/hebben gegeven, dan wel aan bovenomschreven verboden gedraging(en) hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) feitelijke leiding heeft/hebben gegeven;

feit 3 (valse facturen 1-0PV (paragraaf 4.2))

[bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 17] ., op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 14 september 2007 te Zevenbergen en/of Breda, in elk geval in Nederland en/of te Biatorbágy (Hongarije), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen (telkens)

een groot aantal facturen, althans een of meer factu(u)r(en) (zie ook p. 24, 25 en 26 van 1-OPV en

1-AH 21), waaronder

A) een factuur van 18 oktober 2005 van [bedrijf 10] te Almere aan [bedrijf 17] , voor de levering van '4 Crown elektrische hoogstapeltrucks, model 1.8 TS', voor een totaalbedrag van EUR 336.524,24 (D-148, p. 1) en/of

B) zes, althans één of meer factu(u)r(en) van [bedrijf 32] aan [bedrijf 1] te Istanbul voor de levering van 'irems development' van

- 28 februari 2005 voor een bedrag van EUR 145.000 (D-168, p. 1)

- 29 april 2005 voor een bedrag van EUR 138.000 (D-168, p. 2)

- 30 juni 2005 voor een bedrag van EUR 125.500 (D-168, p. 3)

- 31 augustus 2005 voor een bedrag van EUR 135.400 (D-168, p. 4)

- 31 oktober 2005 voor een bedrag van EUR 128.900 (D-168, p. 5)

- 30 december 2005 voor een bedrag van EUR 165.350 (D-168, p. 6) en/of

C) een Internal invoice van 31 december 2005 voor de levering van/met de omschrijving 'Various invoicing for Irems development' voor een totaalbedrag van EUR 838.150 (D-168, p. 7) en/of

D) een factuur van 12 december 2005 van [bedrijf 11] te Zevenbergen aan [bedrijf 1] voor de levering 'SKO 24/L 13.4 FP 80/6 Batterijen, kabels and zegels', voor een bedrag van EUR 910.540 (D-123) en/of

E) vier, althans één of meer factu(u)r(en) van [bedrijf 12] aan [bedrijf 1] van -29 juli 2005 voor de levering van 'Project I. - In [naam 3] , installation of sprinkler system for aerosol products', voor een bedrag van EUR 1.196.705 (D-3556, p. 4) -18 augustus 2005 voor de levering van 'Project II. - In [naam 4] freezing compartment upgrading to -28'c ', voor een bedrag van EUR 1.795.057 (D-3556, p. 5) -19 oktober 2005 voor de levering van 'Project III. - In [naam 3] , installation of sprinkler system for aerosol products', voor een bedrag van EUR 1.196.705 (D-3556, p. 6) -11 november 2005 voor de levering van 'Project IV. - In [naam 4] freezing compartment upgrading to -28'c ', voor een bedrag van EUR 1.795.057 (D-3556, p. 7) en/of

F) drie, althans één of meer factu(u)r(en) van [bedrijf 10] aan [bedrijf 17] van

- 11 januari 2006 voor de levering van 10 stuks 'SC 150 slide shaft reach truck, typ MD07-1.8ts' en 7 stuks 'ETX180w. Man Up speed store. Typ Z2r1850', voor een totaalbedrag van EUR 1.182.000 (D-148, p. 2)

- 14 juni 2006 inzake een aanbetaling op ordernummer 102869 voor [bedrijf 13] , voor een totaalbedrag van EUR 175.000 (D-148, p. 3)

- 20 juli 2006 voor de levering van [bedrijf 13] , voor een totaalbedrag van EUR 1.008.000

(D-148, p. 4)

G) drie, althans één of meer factu(u)r(en) van [bedrijf 32] aan [bedrijf 17] van -30 mei 2006 voor de levering van 'new development for transmission + storage of digital security pictures', voor een bedrag van EUR 100.000 (D-169, p. 1)

- 31 augustus 2006 voor de levering van 'Down payment, [bedrijf 14] - [naam 5] ', voor een bedrag van EUR 71.835 (D-169, p. 2)

- 29 december 2006 voor de levering van diverse goederen, voor een totaalbedrag van EUR 1.045.000 (D-169, p. 4)

H) een factuur van 4 juli 2006 van [bedrijf 11] aan [bedrijf 1] voor de levering van een 'Thermo Pan Box Bod' en een 'Refrigerator unit', voor een totaalbedrag van EUR 952.087 (D-125) en/of

I) een factuur van 31 december 2006 van [bedrijf 11] aan [bedrijf 17] , voor een totaalbedrag van EUR 958.760 (D-126) en/of

J) een factuur van 29 november 2006 van [bedrijf 15] aan [bedrijf 17] , voor de levering van 200 stuks 'Symbol 1060 KIT SRS-1 8L', voor een totaalbedrag van EUR 400.000

(D-135) en/of

K) een factuur van 21 december 2006 van [bedrijf 15] aan [bedrijf 17] , voor de levering van 200 stuks 'Symbol 1060 KIT SRS-1 8L' en 200 stuks 'Symbol 1040 VTHP SW Licentie' en 1 stuk 'Symbol WSS1060 lilian batttery', voor een totaalbedrag van EUR 425.483,73

(D-136) en/of

L) een factuur van 21 december 2006 van [bedrijf 16] aan [bedrijf 17] . voor de levering van de conform offerte 00478 geleverde garage benodigdheden, voor een bedrag van EUR 100.000 (D-131) en/of

M) een factuur van 30 november 2006 van [bedrijf 18] aan [bedrijf 17] voor de levering van 30 'Containerchassis Renders', voor een totaalbedrag van EUR 607.000

(D-150) en/of

N) een factuur van 28 december 2006 van [bedrijf 19] aan [bedrijf 17] . voor de levering van de conform offerte nr. 3211 genoemde garage equipment, voor een bedrag van EUR 100.000 (D-154) en/of

O) vier, althans één of meer factu(u)r(en) van [bedrijf 20] aan [bedrijf 17] . Van

-6 juni 2006 voor de levering van 'Diesel fuel pump station Construction ()', voor een bedrag van EUR 75.000 (D-193, p. 1)

-12 juli 2006 voor de levering van 'Integrated Security System ()', voor een bedrag van EUR 400.000 (D-193, p. 2)

-24 augustus 2006 voor de levering van 'Dieselfuel pump station Construction ()', voor een bedrag van EUR 75.000 (D-193, p. 3)

-27 november 2006 voor de levering van 'Ceiling sprinkler installation ()', voor een bedrag van EUR 1.410.750 (D-193, p. 4) en/of

P) een factuur van 15 november 2006 van Ahrend International aan [bedrijf 17] voor een totaalbedrag van EUR 104.700 (D-194) en/of

Q) een factuur van 29 augustus 2006 van Storact Group aan [bedrijf 17] . met de omschrijving 'Racking Downpayment' voor een bedrag van EUR 920.350 (D-195)

zijnde (telkens) een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft/hebben (doen laten) (opgemaakt)(opmaken) en/of (doen laten) vervals(t)(en),

immers heeft/hebben [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 17] . en/of haar mededader(s) - zakelijk weergegeven - in dat/die factu(u)r(en) A en/of B en/of C en/of D en/of E en/of F en/of G en/of H en/of I en/of J en/of K en/of L en/of M en/of N en/of O en/of P en/of Q

- vermeld en/of doen voorkomen dat die factuur afkomstig was van de in die factuur opgenomen leverancier/crediteur, terwijl die factuur in werkelijkheid niet afkomstig was van die leverancier/crediteur, en/of

- vermeld dat er een prestatie/levering is verricht en/of tegen een aldaar opgenomen factuurbedrag, terwijl in werkelijkheid die prestatie/levering niet is verricht, althans niet ten behoeve van [bedrijf 17] en/of [bedrijf 1] en/of dat factuurbedrag in werkelijkheid niet in rekening is gebracht,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven feit(en), hij verdachte en/of zijn mededader(s) opdracht heeft/hebben gegeven, dan wel aan bovenomschreven verboden gedraging(en) hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) feitelijke leiding heeft/hebben gegeven;

feit 4 (Overige facturen ( [bedrijf 12] ))

[bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 17] ., op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 14 september 2007 te Zevenbergen (gemeente Moerdijk) en/of Breda, in elk geval in Nederland en/of te Biatorbágy (Hongarije), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen (telkens)

een of meer geschrift(en)te weten:

- een investment protocol d.d. 1 januari 2006 (D 213),

- een settlement agreement d.d. 30 oktober 2006 (transactieovereenkomst)(D 210), en/of

- een compensation letter d.d. 31 december 2006 (schuldverrekening) (D 211),

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst,

immers heeft/hebben [bedrijf 17] en/of [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of haar mededader(s) in strijd met de waarheid

- in D 213 opgenomen /laten opnemen dat de investeringen [bedrijf 12] hebben plaatsgevonden tot een bedrag van ongeveer euro 6,0 miljoen, althans (enig) geldbedrag(en),en/of

- in D 210 opgenomen/laten opnemen dat de settlement agreement een deel van de investeringen [bedrijf 12] tot een bedrag van euro 2,9 miljoen, althans enig bedrag verrekend zouden worden middels een claim van 4,0 miljoen op [bedrijf 12] door [bedrijf 1] zou zijn ontvangen en waarmee de (voornoemde) investeringen door [bedrijf 1] (zouden) zijn betaald, en/of

- in D 211 opgenomen/laten opnemen dat het restantbedrag van ongeveer 1,1 miljoen, althans enig bedrag door [bedrijf 1] nog vergoed zou moeten worden aan [bedrijf 17] ,

terwijl in werkelijkheid de/die investering(en) niet heeft/hebben plaatsgevonden en/of de/die investering(en) niet is/zijn betaald en/of niet is/ zijn verrekend met de claim op [bedrijf 12] en/of het bedrag van de claim op [bedrijf 12] niet is ontvangen door [bedrijf 1] ,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven feit(en), hij verdachte en/of zijn mededader(s) opdracht heeft/hebben gegeven, dan wel aan bovenomschreven verboden gedraging(en) hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) feitelijke leiding heeft/hebben gegeven;

en

(valse settlements)

[bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 17] ., op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 april 2007 tot en met 14 september 2007 te Zevenbergen en/of Breda, in elk geval in Nederland en/of te Biatorbágy (Hongarije), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen (telkens)

een of meer geschrift(en)te weten:

- een of meer settlement agreement(s) d.d. 31 december 2006 (transactieovereenkomst) ((D171(1-3), D196 (1-4)), D 127, D 128, D175 (1-3), D200, D137, D138, D151, D198, D132, D55, D200), en/of

- een of meer compensation letter(s) d.d. 31 december 2006 (schuldverrekening) (D172 (1-3), D197 (1 t/m 4), D129, D130, D176,(1t/m3), D201, D139, D140, D152, D199, D133, D156, D203),

- zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt/doen (laten) opmaken of vervalst/doen (laten) vervalsen,

immers heeft/hebben [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 17] . en/of haar mededader(s) in strijd met de waarheid opgenomen/laten opnemen dat de investering(en) tot een bedrag van euro 12,4 miljoen, althans enig bedrag, door [bedrijf 1] en/of [bedrijf 3] Rynart Investments zou(den) zijn betaald en/of [bedrijf 17] de betaling van de(ze) investering(en) zou(den) moeten vergoeden aan [bedrijf 1]

terwijl in werkelijkheid de/die investering(en) niet heeft/hebben plaatsgevonden en de/die investering(en) niet is/zijn betaald en/of verrekend,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven feit(en), hij verdachte en/of zijn mededader(s) opdracht heeft/hebben gegeven, dan wel aan bovenomschreven verboden gedraging(en) hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) feitelijke leiding heeft/hebben gegeven;

en

(Heftrucks)

[bedrijf 4] en/of [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 17] ., op één of meer tijdstippen op of omstreeks 5 oktober 2004, te Zevenbergen en/of Breda, in elk geval in Nederland en/of te Biatorbágy (Hongarije), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen (telkens)

een of meer geschrift(en)te weten: - een of meer lease overeenkomst(en) D28 en D70 (1-53) - zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst,

immers heeft/hebben [bedrijf 21] en/of [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 17] .en/of haar mededader(s) in strijd met de waarheid in de operational leaseovereenkomst(en) tussen [bedrijf 8] en [bedrijf 21] op de geplande afleverdatum 8 oktober 2004, opgenomen/doen (laten) opnemen dat een aantal, althans 54 Vorkheftrucks type 1.8 ts en/of WP 2320 en/of SC 3240 en/of GPC2040S door [bedrijf 4] en/of haar mededader(s) zou(den) worden geleverd ten behoeve van een Sale en Leaseback overeenkomst met Debis Autoleae B.V.

terwijl in werkelijkheid die heftruck(s) niet was/waren gekocht en/of afgeleverd door [bedrijf 4] en/of waren teruggeleased middels de/die overeenkomst(en),

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven feit(en), hij, verdachte en/of zijn mededader(s) opdracht heeft/hebben gegeven, dan wel aan bovenomschreven verboden gedraging(en) hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) feitelijke leiding heeft/hebben gegeven;

feit 5 (Lims)

hij, op of omstreeks 12 september 2006, althans in of omstreeks september 2006, te Zevenbergen (gemeente Moerdijk) en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een of meer (verkoop)factu(u)r(en) [bedrijf 33] (D-3500 en D3502) – (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst en/of doen (laten) opmaken en/of doen (laten) vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) op die factu(u)r(en), in strijd met de waarheid commissiewerkzaamheden in rekening gebracht door [bedrijf 33] , terwijl die werkzaamheden niet hebben plaatsgevonden en/of dat de reden voor betaling niet juist is genoemd en/of dat gefactureerd had moeten worden door [bedrijf 17] en/of [bedrijf 1]

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

subsidiair:

hij, op of omstreeks 12 september 2006, althans in of omstreeks de maand september 2006, te Zevenbergen (gemeente Moerdijk) en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens), opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst geschrift, te weten een of meer (verkoop)factu(u)r(en) [bedrijf 33] (D-3500 en D-3502) - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -,

bestaande dat (doen) gebruik maken en/of (doen) voorhanden hebben en/of (doen) afleveren hierin dat deze factu(u)r(en) ter betaling is/zijn verstrekt aan [bedrijf 11] Trailer BV en/of [bedrijf 34] Lease & Rentals B.V. ,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat in het/beide geschrift(en) commissiewerkzaamheden in rekening is/zijn gebracht door [bedrijf 33] terwijl die werkzaamheden niet heeft/hebben plaatsgevonden en/of dat de reden voor betaling niet juist is genoemd en/of dat gefactureerd had moeten worden door [bedrijf 17] en/of [bedrijf 1] ,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die geschrift(en) bestemd was/waren om te gebruiken als ware het echt en onvervalst;


feit 6:
hij, als bestuurder van [bedrijf 2] , op of omstreeks 28 april 2006, te Zevenbergen (gemeente Moerdijk) althans te Nederland, althans te Hongarije, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), een zogeheten "letter of representation"/bevestigingsbrief" - zijnde (een) geschriften bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst of heeft/hebben doen laten opmaken,

immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) in strijd met de waarheid in voornoemde brief met als onderwerp jaarrekening 2005 d.d. 28 april 2006 (D 1005) onder andere opgenomen: "Derhalve bevestigen wij dat de jaarrekening geen onjuistheden en/of onvolkomenheden van materieel belang bevat", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

en

hij, als bestuurder van [bedrijf 2] , op of omstreeks 28 april 2006, althans in of omstreeks de maand april en/of mei 2006, te Breda en/of Zevenbergen (gemeente Moerdijk), althans te Nederland, althans te Hongarije, tezamen en in vereniging met (een) ander(en),

een onware (geconsolideerde) balans en/of een onware (geconsolideerde) winst en verliesrekening en/of een onware toelichting op (een van) die stukken van de rechtspersoon [bedrijf 2] , openbaar (heeft/hebben) (ge)maakt(en) of zodanige openbaarmaking opzettelijk (heeft/hebben) toe(ge)la(a)t(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) in het Annual Financial Report 2005 van [bedrijf 2] (D162) onder andere - in de geconsolideerde winst- en verliesrekening onder de (boekhoudkundige) post van Sales 2005 een bedrag opgenomen van euro 95.068.693,-

terwijl de Sales ongeveer euro 74.737.358 bedroegen, danwel dat de daadwerkelijke Sales ongeveer euro 20.331.335 lager was, dan wel dat een aanzienlijk lager bedrag had moeten worden vermeld onder de post Sales, en/of - in de geconsolideerde winst en verliesrekening onder de (boekhoudkundige) post van Sales 2004 een bedrag opgenomen van euro 76.035.891,-

terwijl de daadwerkelijke Sales ongeveer euro 753.933,- lager was, dan wel dat een aanzienlijk lager bedrag had moeten worden vermeld onder de post Sales, en/of -in de geconsolideerde balans per 31 december 2005 de (boekhoudkundige) post Fixed Assets gewaardeerd is met een bedrag van euro 72.556.547,-

terwijl de waarde in werkelijkheid een bedrag van ongeveer euro 60.635.873 bedroeg, danwel dat de daadwerkelijke waarde van de Fixed Assets ongeveer euro 11.920.674 lager was, dan wel dat een aanzienlijk lager bedrag had moeten worden vermeld onder de post Fixed Assets;

feit 7:

[bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 17] ., op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 17 juli 2007, te Zevenbergen (gemeente Moerdijk) en/of Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben afgeleverd,

- van een vals of vervalst Due Diligence rapport d.d. 24 april 2006 ten behoeve van de herfinanciering door [bedrijf 3] (D-179/D-012), en/of

- van een vals of vervalst interim financieel rapport d.d. 22 mei 2007 opgemaakt door [bedrijf 31] accountants (D-021/ D-1000),

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware dat/die geschrift(en) echt en onvervalst,

terwijl [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 17] ., en/of haar mededader(s) wist(en) althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die geschrift(en) bestemd was/waren om te gebruiken als ware het echt en onvervalst,

bestaande dat (doen) gebruikmaken en/of (doen) voorhanden hebben hierin dat [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 17] ., en/of zijn mededader(s) genoemde rapportage(s) heeft/hebben verstrekt aan (een) werknemer(s) van de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A. ( [bedrijf 22] Nederland) en/of [bedrijf 23] en/of de [bedrijf 22] en/of [bedrijf 25] en/of de [bedrijf 26] ,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat in het/beide geschrift(en) een onjuiste omzet en/of opbrengst(en) en/of investering(en) werd(en) vermeld

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven feit(en), hij verdachte en/of zijn mededader(s) opdracht heeft/hebben gegeven, dan wel aan bovenomschreven verboden gedraging(en) hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) feitelijke leiding heeft/hebben gegeven;

en

[bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 17] ., op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 17 juli 2007, te Zevenbergen (gemeente Moerdijk) en/of te [bedrijf 4] en/of te Breda en/of te Amsterdam, althans te Nederland en/of Biatorbágy, althans te (Hongarije), tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, en/of tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

zichzelf of één of meer ander(en) wederrechtelijk heeft/hebben bevoordeeld door het aanwenden van één of meer listige kunstgrepen en/of samenweefsels van verdichtsels, heeft/hebben bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het verlenen van een dienst en/of het ter beschikking stellen van gegevens en/of het aangaan van een schuld en/of tot het teniet doen van een inschuld

immers heeft/hebben [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 17] ., één of meer bankinstellingen en/ of aandeelhouders, te weten de [bedrijf 24] en/of [bedrijf 23] en/of de [bedrijf 22] en/of [bedrijf 25] en/of de [bedrijf 26] bewogen

- tot de afgifte van een geldbedrag van ongeveer 138,4 miljoen euro, althans (enig) geldbedrag(en), en/of

- het aangaan van een schuld van ongeveer euro 126,7 miljoen, althans (enig) geldbedrag(en),

immers heeft/hebben

- in de gepresenteerde en/of gerapporteerde financiële cijfers, (D-162 (Annual Financial Report 2005), in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en/of in de geconsolideerde balans bij de posten "Sales" over 2004 en/of "Sales" 2005 en/ of "Fixed Assets" per 31 december 2005 een te hoog bedrag van euro 753.933,- (Sales over 2004) en/of euro 20.331.335 (Sales over 2005) en/ of euro 11.920.674 (Fixed Assets) vermeld, althans zijn te hoge bedragen vermeld, en/of

- in gepresenteerde en/of gerapporteerde financiële cijfers, "D-021 (Interim Financial Reporting 2006/2007 Q1) in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en/of in de geconsolideerde balans (2007) bij de post "Total sales", " [bedrijf 3] , 2007, Q1" een te hoog bedrag van euro 1.200.000,- vermeld, althans is een te hoog bedrag vermeld, en/of (2006) bij de posten "Total sales", " [bedrijf 3] , 2006, YTD" en/ of "Total of fixed assets", " [bedrijf 3] , 31/12/2006" een te hoog bedrag van euro 34.074.646 (Total sales) en/of euro 24.805.272 (Total of fixed assets) vermeld, althans zijn te hoge bedragen vermeld, en/of

waardoor één of meer bankinstelling(en) en/of aandeelhouder(s), te weten de [bedrijf 24] en/of [bedrijf 23] en/of de [bedrijf 22] en/of [bedrijf 25] en/of de [bedrijf 26] werd(en) bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van ongeveer 138,4 miljoen euro, althans (enig) geldbedrag(en), en/of het aangaan van een schuld van ongeveer euro 126,7 miljoen, althans (enig) geldbedrag(en);

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven feit(en), hij verdachte en/of zijn mededader(s) opdracht heeft/hebben gegeven, dan wel aan bovenomschreven verboden gedraging(en) hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) feitelijke leiding heeft/hebben gegeven.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Het hof leest de in de negende regel van het onder 4 ten laste gelegde datum “31 december 2006” als

“30 oktober 2006” en (ten aanzien van de valse settlements) de ten laste gelegde documentnummers “D55” als “D-155” en “D-200” als “D-202”. Voorts leest het hof het in de 8e regel van het onder 5 derde cumulatief ten laste gelegde type vorkheftruck “GPC2040S” als “GPC2040OS”. Tot slot leest het hof onder 7 tweede cumulatief ten laste gelegde geldbedrag “126,7 miljoen” als “136,7 miljoen”. In alle gevallen is sprake van een kennelijke misslag. De verdachte wordt door verbeterde lezing van deze misslagen niet in zijn verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de verdachte - gelijk de overwegingen van de rechtbank - ter zake van het hem onder 1 tot en met 4, 6 eerste cumulatief en 7 dient te worden veroordeeld. Voorts dient een bewezenverklaring te volgen voor het in hoger beroep gewijzigde 5 primair ten laste gelegde, omdat de valsheid van de [bedrijf 33] -facturen erin bestaat dat de omschrijving onjuist is en [bedrijf 33] niet de rechthebbende van de gelden was. De verdachte heeft deze facturen bedacht en aan [medeverdachte 1] gezegd wat de facturen moesten vermelden, en daarmee hebben zij dit feit in vereniging gepleegd. Tot slot dient een veroordeling te volgen voor het onder 6 tweede cumulatief ten laste gelegde, omdat door een toegelaten wijziging van de tenlastelegging de juiste datum van de openbaarmaking is vermeld.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep verweren gevoerd die strekken tot vrijspraak van

enerzijds de aan verschillende rechtspersonen verweten gedragingen en anderzijds het feitelijke leiding geven aan die gedragingen door de verdachte. Eerstgenoemde verweren zullen hierna per feit worden besproken. De bespreking van de verweren betreffende het feitelijke leiding geven volgt aansluitend, onder het gelijkluidende kopje.

Oordeel van het hof

Aan de verdachte is onder 1, 2, 3, 4 en 7 ten laste gelegd dat hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de daarin omschreven gedragingen die zijn gepleegd door een of meerdere rechtspersonen. Het hof stelt voorop dat bij de beantwoording van de vraag of een verdachte strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld ter zake van het feitelijke leiding geven aan een door een rechtspersoon verrichte verboden gedraging, eerst dient te worden vastgesteld of die rechtspersoon een strafbaar feit heeft begaan (dat wil zeggen: een strafbaar feit heeft gepleegd of daaraan heeft deelgenomen). Indien die vraag bevestigend wordt beantwoord, komt de vraag aan de orde of kan worden bewezen dat de verdachte aan die gedraging feitelijke leiding heeft gegeven (HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733).

Ten aanzien van feit 1

Facturen onder A, B en C

Het hof volgt de verdediging niet in haar verweer dat wettig en overtuigend bewijs voor de valsheid van de facturen [bedrijf 5] , [bedrijf 7] en [bedrijf 6] uit het jaar 2004 (D-084), zoals onder 1 A, B en C ten laste gelegd, ontbreekt. Deze facturen zijn in ordners met verkoopfacturen van [bedrijf 1] aangetroffen en zijn vermeld in een Excelbestand genoemd “Extra omzet 2004.xls”1. [naam 6] heeft met betrekking tot dit bestand verklaard dat het bestand, dat hij had opgemaakt, bestond uit een overzicht met dubbel opgemaakte facturen om extra omzet mee te genereren.2 In het dossier bevindt zich een email

d.d. 29-12-2004 van [naam 6] gericht aan [medeverdachte 1] met als onderwerp en bijlage ‘Extra omzet 2004.xls’ met als tekst ‘Ben nu over de 750.000 eur heen.. Ik stop met deze verachtelijke praktijken’. [medeverdachte 1] heeft naar aanleiding van de vraag wanneer is begonnen met de valse omzet verklaard dat hij dat niet weet. Vervolgens merkt hij op ‘Misschien dat de valse omzet in 2002, 2003 en 2004 ook al speelde.’3 Ook uit het onderzoek van IRS blijkt dat de fraude eerder is begonnen dan 2005. In het rapport van IRS is vermeld: ‘Alhoewel dit gezien de scope van de opdracht niet nader is onderzocht, is tijdens het onderzoek wel gebleken dat over 2004 eveneens voor een bedrag ad

€ 15.522.410 aan valse omzet in de administratie van [bedrijf 17] is opgenomen4. Aan medewerkers van [bedrijf 9] (getuige [getuige 1] ) en [bedrijf 5] (getuige [getuige 2] ) zijn verschillende facturen voorgehouden, waarvan zij hebben bevestigd dat zij die nooit hebben ontvangen noch voldaan, maar aan hen zijn geen vragen gesteld over de facturen D-084. Dat aan de betreffende bedrijven/geadresseerden geen vragen zijn gesteld over de valsheid, is gelet op het hiervoor omschreven bewijs op grond waarvan het hof van oordeel is dat ook deze facturen vals zijn, niet doorslaggevend.

Facturen onder G en J

In ambtshandeling 1-AH-013 is vermeld dat het debiteurennummer van [bedrijf 6] 115145 is en van [bedrijf 7] [bedrijf 27] 116054 is. In het overzicht ‘Extra Omzet’, dat is gevoegd bij een email met als onderwerp de aanduiding ‘Extra omzet 2005.xls’ van [naam 6] aan [medeverdachte 1] , zijn voor debiteur 115145 ( [bedrijf 6] ) onder meer de volgende bedragen opgenomen 44202,25 en 40568,985. De nummers van de ‘invoices’ in dit overzicht komen overeen met de nummers op de facturen6.

In het overzicht ‘Extra Omzet’ dat is gevoegd bij een email met als onderwerp de aanduiding ‘Extra omzet 2006.xls’ van [naam 6] aan [medeverdachte 1] , zijn voor debiteur 116054 [bedrijf 7] onder meer de bedragen 18733,37, 21238,92 en 5918,02 vermeld7. De nummers van de ‘invoices’ in dit overzicht komen overeen met de nummers op de facturen.

Nu de in de facturen genoemde bedragen en factuurnummers zijn vermeld in de overzichten waarin extra omzet 2005 respectievelijk 2006 zijn opgenomen, en gelet op het feit dat het maken van valse facturen een gangbare handelwijze was binnen de [naam 7] , is er voldoende bewijs dat ook deze facturen vals zijn.

Het verweer van de verdediging, dat aan de bedrijven op wiens naam de facturen zijn gesteld geen vragen zijn gesteld en reeds daarom de valsheid daarvan niet is bewezen, wordt daarom verworpen.

Facturen onder K

De onder K ten laste gelegde facturen zien op transporten vanuit Roemenië die tussen 12 oktober 2006 en 27 oktober 2006 zouden hebben plaatsgevonden en door [bedrijf 8] zouden zijn afgenomen.8 [naam 6] heeft verklaard dat hij deze facturen heeft opgemaakt.9 Onderzoek door de FIOD heeft uitgewezen dat met betrekking tot de genoemde verkoopfacturen geen ontvangsten in de crediteurenadministratie dan wel elders in de Exact administratie van [bedrijf 1] zijn aangetroffen.10 Voorts heeft de directeur [bedrijf 28] voor [bedrijf 29] (voorheen [bedrijf 30] , waarvan [bedrijf 8] een dochteronderneming was) verklaard dat hij de facturen niet kent, de diensten die erop vermeld zijn niet zijn afgenomen en daarvoor geen betaling heeft plaatsgevonden.11 Op grond van het voorgaande concludeert het hof dat de Debis-facturen vals zijn.

Het verweer van de verdediging ten aanzien van de valsheid van de hierboven genoemde facturen wordt verworpen.

Het hof is van oordeel dat de overige onder 1 genoemde facturen eveneens vals zijn, hetgeen door en namens de verdachte niet is betwist, en ontleent dit aan de bewijsmiddelen die na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Ten aanzien van feit 2

Uit het door de FIOD verrichte onderzoek blijkt dat in de jaren 2005 en 2006 tweemaal fictieve omzet in de administratie van [bedrijf 17] is geboekt ten gevolge waarvan de omzet van de onderneming te hoog is weergegeven. De eerste omzetboeking is op 29 januari 2006 door toenmalig chief accountant [naam 13] verwerkt. De omzetboekingen zijn vervolgens verwerkt in het grootboek van [bedrijf 17] , de “Final Trial Balance Group Reporting” en de consolidatiestaat. Omdat de cijfers van [bedrijf 17] in die van de [naam 7] zijn geconsolideerd, zijn laatstgenoemde cijfers eveneens te hoog weergegeven.12

Voorts is uit onderzoek in de administratie van [bedrijf 1] en [bedrijf 17] over het jaar 2006 naar voren gekomen dat een deel van de verkoopfacturen van [bedrijf 1] eveneens als basis hebben gediend voor omzetboekingen in de administratie van [bedrijf 17] . Op die wijze is dezelfde omzet dubbel in de administratie van de [naam 7] verantwoord. Nu geen terugboekingen hebben plaatsgevonden, is de omzet van de [naam 7] , waarin de cijfers van beide vennootschappen zijn geconsolideerd, te hoog weergegeven.13

Gelet op het voorgaande is wettig en overtuigend bewezen dat in de administratie van [bedrijf 17] een te hoge omzet is verantwoord door middel van het boeken van fictieve en dubbele omzet, en daarmee is vervalst.

Ten aanzien van feit 3

De verdediging heeft ten aanzien van de facturen van [bedrijf 12] bepleit dat uit het dossier niet volgt dat deze daadwerkelijk vals zijn dan wel valselijk zijn opgemaakt.

Het hof is op grond van de hierna te noemen stukken in het dossier van oordeel dat de facturen van [bedrijf 12] vals zijn. Op 30 januari 2006 mailt [medeverdachte 2] aan [Medeverdachte 3] : “ (…) fakturen [bedrijf 12] zijn 2 maal geboekt in vaste active en staan 1 maal als IC verplichting en 1 maal als schuld tegenover de claim op [bedrijf 12] (#39001 - accrued income). Moeten even bespreken hoe we dit willen corrigeren.”14 [medeverdachte 2] meldt aan [Medeverdachte 3] dat dit moet worden besproken en dat dit gecorrigeerd moet worden. [Medeverdachte 3]15 reageert hierop in zijn e-mail van dezelfde datum waarin hij aan [medeverdachte 2] vraagt of hij daarmee bedoelt dat er dan dus 3 miljoen uitvalt en dat hij dit soort gaten echt niet kan hebben. Nadat [Medeverdachte 3] aan [medeverdachte 1] gevraagd heeft om interne facturen constateert [medeverdachte 2] dat de facturen [bedrijf 12] , gericht aan [bedrijf 1] niet juist zijn. [medeverdachte 2] mailt16 op vrijdag 24 februari 2006 om 0:22 uur (met onderwerp: [bedrijf 12] fakturen-correctie nodig-URGENT) aan [Medeverdachte 3] , c.c. aan [medeverdachte 1] , dat de omschrijvingen zijn verwisseld waardoor er voor de sprinkler installatie twee facturen van 40% zijn en voor de freezer room upgrade twee facturen van 60%. Hij meldt dat de accountant hier morgenochtend om zal vragen en dat hij een gecorrigeerde versie moet hebben van zowel de interne facturen alsmede de [bedrijf 12] factuur zelf. [medeverdachte 2] vraagt [medeverdachte 1] dan of dit nog morgenochtend vroeg lukt.

Tijdens zijn verhoor bij de FIOD17 is [medeverdachte 2] gevraagd naar de vier inkoopfacturen [bedrijf 12] die als bijlage waren opgenomen bij een email van 22 februari 2006 van [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] en die in de computer van [medeverdachte 2] bij de deleted items zijn aangetroffen. [medeverdachte 2] heeft over deze facturen verklaard dat hij ze van [Medeverdachte 3] kreeg en dat ze niet door hemzelf zijn vervalst. Wel was hem duidelijk dat deze investeringen niet daadwerkelijk hebben plaatsgevonden en dat de investeringen uiteindelijk zijn geboekt. [medeverdachte 2] heeft twee versies van deze facturen ontvangen; hij constateerde dat de eerste versie van de facturen op verschillende punten niet consistent was. Het viel hem op dat de factuurnummering niet juist was en dat het totaal van de freezing compartments op gezamenlijk 120% uitkomt en de andere twee facturen op gezamenlijk 80%. [medeverdachte 2] heeft [Medeverdachte 3] hierop gewezen en hij heeft aangegeven dat de facturen voorzien moesten worden van een blokstempel waaruit de goedkeuring van de factuur bleek. [medeverdachte 2] verklaarde: ‘Als zij dan zo nodig valse facturen wilden verwerken, dan wilde ik daar niet verantwoordelijk voor zijn.’

Het verweer van de verdediging wordt verworpen en het hof acht bewezen dat de genoemde [bedrijf 12] facturen, alsmede de overige onder 3 ten laste gelegde facturen die zien op investeringen, vals zijn.

Ten aanzien van feit 4

Het hof is van oordeel dat uit de stukken in het dossier volgt dat de onder 4 eerste, tweede en derde cumulatief ten laste gelegde geschriften valselijk zijn opgemaakt.

Ten aanzien van feit 7

Vrijspraak eerste cumulatief ten laste gelegde (valsheid in geschrift) voor Due Diligence rapport

De verdediging heeft ten aanzien van het Due Diligence rapport aangevoerd dat het ontbreken van voldoende bewijs voor het voorhanden hebben van het Due Diligence rapport door de in de tenlastelegging genoemde rechtspersonen, tot vrijspraak dient te leiden.

Het hof volgt de verdediging in haar verweer dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om te kunnen vaststellen dat de in de tenlastelegging genoemde rechtspersonen op enig moment de beschikking hebben gehad over het Due Diligence rapport van 24 april 2006. Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken van het feitelijke leiding geven aan het voorhanden hebben dan wel het gebruik maken of afleveren van het rapport.

Eerste cumulatief ten laste gelegde (valsheid in geschrift) interim financieel rapport 2006/2007 Q1

Met betrekking tot het interim financieel rapport heeft de verdediging primair betoogd dat de verdachte wegens het ontbreken van bewijs dient te worden vrijgesproken. Subsidiair heeft zij aangevoerd dat de dagvaarding onbegrijpelijk is in die zin dat het voorhanden hebben in de zin van artikel 225 Sr niet kan bestaan uit een verstrekking. De verdediging heeft hieraan de conclusie verbonden dat de dagvaarding voor dit deel nietig is. Meer subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het rapport niet door [bedrijf 3] . (hierna: [bedrijf 3] ) is verstrekt.

Het hof overweegt dat op 22 mei 2007 op het kantoor van [bedrijf 31] een bespreking heeft plaatsgevonden waarbij onder meer [verdachte] , [Medeverdachte 3] , de accountants [naam 8] en [naam 9] (beiden van [bedrijf 31] ) en diverse financiers, onder wie [naam 10] , [naam 11] en [naam 12] aanwezig waren. Tijdens deze bespreking is een financiële rapportage van de [naam 7] , genaamd ‘Interim Financial Reporting 2006/2007 Q1’ uitgereikt18. De verdachte en [Medeverdachte 3] hebben tijdens deze bijeenkomst een toelichting gegeven op de aldus aangeleverde cijfers en de liquiditeitsdruk19 en zij deelden mede dat de prognoses voor de toekomst goed bleven20. Leenheers heeft verklaard dat de voorlopige jaarrekening en de kwartaalcijfers Q1 07 door “de company in de persoon van [verdachte] ” aan ons (het hof begrijpt: de aanwezige financiers) is gepresenteerd21. Onder die omstandigheden slaagt het verweer van de verdediging, dat [bedrijf 31] het hier bedoelde interim rapport heeft verstrekt, niet.

De accountant [bedrijf 31] trad tijdens deze bijeenkomst bovendien op als opdrachtnemer van [bedrijf 3] . (hierna ook: [bedrijf 3] ) en de in de financiële rapportage vermelde cijfers waren afkomstig van de [naam 7] en zijn (voor een deel) opgesteld met als doel financiële middelen te verkrijgen ten behoeve van [bedrijf 3] . [bedrijf 3] heeft de valse informatie verschaft op basis waarvan de financiële rapportage tot stand is gekomen. Gelet op deze omstandigheden oordeelt het hof dat ook [bedrijf 3] de hiervoor bedoelde financiële rapportage voorhanden heeft gehad en heeft afgeleverd aan de financiers.

Tweede cumulatief (oplichting)

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde “aangaan van een schuld”, nu een bank of aandeelhouder geen schulden aangaat. Evenmin kan worden bewezen dat [bedrijf 1] , [bedrijf 17] dan wel [bedrijf 2] de banken en aandeelhouders hebben bewogen tot afgifte van geldbedragen. Uit het dossier blijkt immers dat financieringen alleen aan [bedrijf 3] zijn verstrekt. De verdediging heeft voorts het causaal verband tussen het “Interim financial reporting 2006/2007 Q1” en het “Annual financial report 2005”, en de verstrekte financieringen, betwist.

Het hof overweegt dat [bedrijf 22] , [bedrijf 22] , [bedrijf 3] en [bedrijf 26] in de jaren 2006 en 2007 verschillende malen financiering aan [bedrijf 3] hebben verstrekt. In 2006 heeft [bedrijf 3] financiering ontvangen van [bedrijf 22] , [bedrijf 22] en [bedrijf 3] en in 2007 hebben dezelfde financiers alsmede [bedrijf 26] een financiering aan [bedrijf 3] verschaft.22

In de periode van 23 juli 2008 tot en met 28 januari 2009 is namens de financiers [bedrijf 22] , [bedrijf 22] , [bedrijf 26] en [bedrijf 3] aangifte gedaan van oplichting. Naar aanleiding daarvan zijn in de daaropvolgende periode verschillende medewerkers van die financiers als getuige gehoord over de verstrekte financieringen en de aanleiding tot het verstrekken daarvan.23

Zo heeft getuige Wassink, toenmalig relatiemanager bij [bedrijf 22] en contactpersoon voor de [naam 7] , verklaard dat alle financieringsbeslissingen ten aanzien van aan de [naam 7] verstrekte financieringen in belangrijke mate werden gebaseerd op gepresenteerde cijfers van de onderneming, waaronder jaarrekeningen, zoals die van 2005, maar ook tussentijdse cijfers. Die schetsten een beeld van de potentie van een onderneming op basis waarvan (financierings)beslissingen werden genomen24. De reden waarom [bedrijf 22] voor herfinanciering heeft gekozen is dat de prognoses er op grond van het voorhanden cijfermateriaal goed uitzagen en zij erop vertrouwde dat het goed zou gaan met de onderneming nadat kapitaal was ingebracht25. [bedrijf 22] was, zo heeft [naam 11] tot slot verklaard, nooit overgegaan tot het verstrekken van de financieringen als zij dit (het hof begrijpt: het verstrekken van valse jaarrekeningen en tussentijdse cijfers) had geweten, omdat de financieringsbeslissingen altijd in doorslaggevende mate hebben gesteund op de gerapporteerde resultaten en de prognoses die op basis daarvan mochten worden verwacht.26

De senior banker van [bedrijf 22] genaamd Brandwijk heeft op vragen van de FIOD geantwoord dat de financieringen aan de [naam 7] zijn verstrekt op basis van jaarrekeningen, prognoses, interne cijfers, tussentijdse kwartaalcijfers en toelichtingen in de meetings. Ook heeft hij verklaard dat indien hij op de hoogte was geweest van de werkelijke situatie van de [naam 7] , zoals naar voren gebracht in het IRS-rapport, de financieringen zeer waarschijnlijk nooit hadden plaatsgevonden.27

[bestuurder] , bestuurder van [bedrijf 3] en vanaf 10 mei 2006 voorzitter van de Raad van commissarissen van de [naam 7] , heeft verklaard dat een van de belangrijkste voorwaarden voor de financiering van

10 mei 2006 was de positieve afronding van een Due Diligence onderzoek. Dit onderzoek had tot doel een beschrijving te geven van de actuele situatie binnen de [naam 7] en een realistisch scenario te schetsen van de winstverwachting 2006. Een cruciaal uitgangspunt hierbij was de door de groepsaccountant [bedrijf 31] goedgekeurde jaarrekening 2005. Het daarmee aangetoonde potentieel van de [naam 7] heeft [bedrijf 3] ertoe doen besluiten tot aankoop van de aandelen over te gaan.28

Getuige Van der Wurf, werkzaam voor [bedrijf 26] , heeft verklaard dat [bedrijf 26] beschikte over alle financiële gegevens van de [naam 7] , zoals de jaarrekeningen, maar dat de beslissing tot financiering door [bedrijf 26] in belangrijke mate heeft gesteund op de resultaten van het Due Diligence onderzoek. Het betrof een naar zijn idee “schoon” rapport en hoewel het regelmatig voorkomt dat een ondernemer het een en ander te rooskleurig heeft voorgesteld, was dat in het onderzoek niet of nauwelijks naar voren gekomen. Ten aanzien van de financiering in 2007 heeft de getuige verklaard dat het besluit deze aan te gaan is gebaseerd op de tijdens een bijeenkomst in mei 2007 aan [bedrijf 26] verstrekte cijfers alsmede op eerder verstrekte financiële gegevens, zoals de jaarrekening van 2005.29

De financiële prestaties van de [naam 7] zijn aan de financiers verstrekt in onder meer de geconsolideerde jaarrekening 2005 van [bedrijf 2] , voorzien van goedkeurende accountantsverklaring, de voorlopige geconsolideerde jaarrekening 2006 en eerste kwartaalcijfers van 2007 van [bedrijf 3] waarvan is vastgesteld dat deze een onjuiste voorstelling van zaken bevatten.

Uit het voorgaande volgt dat de bankinstellingen en [bedrijf 3] zijn overgegaan tot het verstrekken van financieringen op basis van de gepresenteerde financiële cijfers van de [naam 7] , waarbij namens [bedrijf 22] en [bedrijf 22] nog is medegedeeld dat de financiering zonder die rooskleurige cijfers geen doorgang zou hebben gevonden. Gelet op het voorgaande is voldoende aannemelijk dat [bedrijf 22] , [bedrijf 22] , [bedrijf 26] en [bedrijf 3] op basis van de aan hen verstrekte onjuiste financiële gegevens zijn overgegaan tot de financieringen en dat zij daartoe zijn bewogen als bedoeld in artikel 326 Sr. Het hof verwerpt het verweer, voor zover dat ziet op het ontbreken van causaal verband tussen de door [bedrijf 3] verstrekte stukken en de financieringen, en acht bewezen dat [bedrijf 3] zich op na te melden wijze heeft schuldig gemaakt aan oplichting van de genoemde bankinstellingen en aandeelhouders.

De verdediging heeft bepleit dat ten aanzien van de betalingen op 30 mei 2007 door [bedrijf 22] en [bedrijf 22] geen sprake is van oplichting omdat deze bedragen op 5 juni 2007 volledig zijn afgelost. Het hof volgt de verdediging niet in dit verweer. [bedrijf 22] en [bedrijf 22] zouden niet zijn overgegaan tot afgifte van de bedragen als zij waren geïnformeerd over de werkelijke cijfers van de [naam 7] . Dat door het inroepen van een bankgarantie, verleend door [bedrijf 3] en [bedrijf 26] , de schade voor [bedrijf 22] en [bedrijf 22] is beperkt, kan niet tot het oordeel leiden dat geen sprake is van oplichting.

Feitelijke leiding geven

Naar het oordeel van het hof staat vast dat in de tenlastelegging genoemde facturen en documenten valselijk zijn opgemaakt (feiten 1, 3), dat de administratie van [bedrijf 17] is vervalst (feit 2), dat gebruik is gemaakt van valse facturen (feit 4) en dat bankinstellingen en aandeelhouders zijn opgelicht (feit 7 tweede cumulatief), een en ander zoals hierboven overwogen.

Ten aanzien van de toerekening van deze strafbare gedragingen aan de betreffende rechtspersonen worden toegerekend sluit het hof aan bij de navolgende overwegingen van de rechtbank:

“De verboden gedragingen kunnen worden toegerekend aan [bedrijf 1] en [bedrijf 17] . Ten aanzien van deze strafbare gedragingen zijn immers onder meer handelingen verricht door medewerkers die werkzaam waren ten behoeve van die vennootschappen. Ook waren de gedragingen dienstig aan de vennootschappen.

De rechtbank is van oordeel dat de verboden gedragingen tevens kunnen worden toegerekend aan de moedermaatschappij van de hiervoor genoemde vennootschappen, [bedrijf 2] en later [bedrijf 3] . Ten aanzien van deze strafbare gedragingen zijn immers onder meer handelingen verricht door [Medeverdachte 3] , een medewerker die feitelijk als CFO werkzaam was ten behoeve van zowel de moeder- als de dochtermaatschappijen. De gedragingen waren niet alleen dienstig aan de dochtermaatschappijen, maar ook aan de moedermaatschappij. De valse facturen zijn immers niet alleen opgemaakt om de in facturen genoemde bedragen op te kunnen nemen in de financiële administratie van [bedrijf 1] of [bedrijf 17] , maar zijn tevens opgemaakt ten behoeve van het algemene doel van alle in deze zaak ten laste gelegde handelingen, namelijk de geconsolideerde cijfers van de [naam 7] , welke werden geconsolideerd in [bedrijf 2] dan wel [bedrijf 3] . beter voor te stellen dan dat zij in werkelijkheid waren. Bovendien vermochten [bedrijf 2] en (later) [bedrijf 3] . erover te beschikken of de gedragingen al dan niet plaats zouden vinden. Immers werden beide maatschappijen feitelijk bestuurd door (deels) dezelfde personen als de Nederlandse en Hongaarse dochters.”

Nu is vastgesteld dat de ten laste gelegde feiten aan de genoemde rechtspersonen kunnen worden toegerekend, dient te worden bezien of de verdachte als feitelijke leidinggever van die gedragingen kan worden aangemerkt. Bij de beoordeling daarvan dient niet uitsluitend te worden betrokken de juridische positie van de verdachte, maar ook zijn feitelijke positie en werkzaamheden, en het gedrag dat hij in verband met de strafbare gedragingen heeft vertoond. Zo de verdachte een meer passieve rol heeft gehad, is ter beoordeling of hij, hoewel bevoegd en redelijkerwijs gehouden maatregelen te treffen ter voorkoming of beëindiging van verboden gedragingen, dergelijke maatregelen achterwege heeft gelaten.

Ten aanzien van de taken en bevoegdheden van de verdachte is gebleken dat de verdachte vanaf het begin van de jaren ’90 bij de [naam 7] werkzaam is geweest. In 1996 heeft hij het transportbedrijf van zijn vader overgenomen. In de ten laste gelegde periode was de verdachte CEO van de [naam 7] . Tot 1 juni 2007 was de verdachte bestuurder bij [bedrijf 2] , [bedrijf 1] (tot 10 mei 2006) en [bedrijf 3] . Vanaf mei 2007 zijn ook de heren [naam 14] en [naam 15] als bestuurder aangesteld en zij zijn op 19 juli respectievelijk 10 juli 2007 als bestuurder ingeschreven.30 Voorts was de verdachte (de enige) bestuurder van [bedrijf 17] . De verdachte had, als directeur, de dagelijkse leiding over de [naam 7] . Hij werkte daarbij nauw samen met de groeps-CFO, [Medeverdachte 3] (hierna: [Medeverdachte 3]), die de leiding had over de financiële afdeling. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat een functiescheiding bestond: [Medeverdachte 3] was verantwoordelijk voor de

financiële administratie, de verdachte voor de operationele zaken en klant gerelateerde aangelegenheden. De verdachte had slechts inzicht in de financiën voor zover die betrekking hadden op het operationele vlak.

Het hof overweegt dat uit verklaringen in het dossier volgt dat het verweer van de verdachte, dat hij slechts van een gedeelte van de onderneming zicht had op de financiën, niet geloofwaardig is. Zo heeft de opvolger van [Medeverdachte 3] , [naam 16] , verklaard dat de verdachte de financiële gegevens goed in de gaten hield, daarnaar geregeld vroeg en dat de afspraak was dat hij in ieder geval alle facturen van crediteuren zag en van elke factuur een kopie kreeg. De contacten met de grotere klanten onderhield de verdachte in belangrijke mate zelf.31 [medeverdachte 2] heeft in dit verband verklaard dat alle inkoopfacturen eerst bij de verdachte kwamen en dat deze van de afdeling administratie elke week een debiteuren- en crediteurenlijst wilde hebben en daar bovenop zat. [medeverdachte 2] wist dit, omdat hij die lijsten de week erna terugkreeg voorzien van handgeschreven opmerkingen. De verdachte schreef achterop de factuur hoe deze geboekt diende te worden. De uitgaande facturen kwamen in een ordner terecht. De verdachte kreeg deze ordner en was daardoor op de hoogte van alle omzetfacturen van [bedrijf 17] . Ook interne rapportages waaruit de behaalde omzetten naar voren kwamen waren aan de verdachte gericht.32 Dat de verdachte zeer goed op de hoogte was van de financiële positie en van de omzetstanden en -verwachtingen van de onderneming wordt voorts bevestigd door getuige [bestuurder] , die dit op verschillende momenten heeft geconstateerd.33

De verdachte heeft stellig ontkend in de ten laste gelegde periode kennis te hebben gehad van de frauduleuze handelingen die binnen de [naam 7] zijn gepleegd. Uit het dossier komt echter naar voren dat diverse werknemers van [bedrijf 1] dan wel [bedrijf 17] zich tot de verdachte hebben gewend en hem met hun verdenkingen van of concrete onjuistheden in facturen of boekingen hebben geconfronteerd.

[medeverdachte 1] , de broer van de verdachte, heeft bij de FIOD verklaard dat hij reeds in 2005 met de verdachte heeft gesproken over de extra omzet die door [naam 6] werd gemaakt. Daarbij heeft [medeverdachte 1] gezegd dat dat volgens hem niet nodig was en de verdachte gevraagd ermee te mogen ophouden. De verdachte heeft in dat gesprek aangegeven dat het de laatste keer zou zijn dat facturen met extra omzet werden opgemaakt. Toen dat een jaar later toch weer moest gebeuren, heeft [medeverdachte 1] de verdachte een mail gestuurd met daarin de mededeling: “Ik dacht dat dit niet hoefde?”.34

Volgens [naam 6] werd met medewerkers onderling besproken dat geld werd gegenereerd met valse facturen en heeft hij het daar met name met de verdachte over gehad. Tijdens die gesprekken heeft [naam 6] onder meer aangegeven dat hij het met voornoemde werkwijze absoluut oneens was en heeft hij gezegd niet te willen tekenen voor een valse factuur, omdat hij zijn naam schoon wilde houden. De verdachte heeft hem gezegd dat het werken met valse facturen noodzakelijk was voor het verkrijgen van geld om de organisatie door te laten gaan en dat het de laatste strohalm was die hij, verdachte, vastgreep.35

[naam 17] heeft verklaard dat het meermalen is voorgevallen dat een bedrag werd ingeboekt zonder dat daaraan een levering was voorafgegaan. Die facturen werden dan gemaakt met behulp van het briefpapier van de betreffende leverancier. Op verzoek van de verdachte en [Medeverdachte 3] heeft [naam 17] telkens briefpapier “geregeld”, bijvoorbeeld door een kleurenkopie van een bestaande factuur te maken terwijl de originele tekst was afgeplakt, of door blanco briefpapier bij de leverancier op te vragen. Hij heeft verschillende briefhoofden aan de verdachte verstrekt.36

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hem tijdens een meeting in 2007 met onder meer de verdachte en [Medeverdachte 3] tien facturen werden overhandigd. Het ging om facturen van [bedrijf 10] , [bedrijf 32] , [bedrijf 20] , [bedrijf 16] , [bedrijf 18] en [bedrijf 19] . Nadat [medeverdachte 2] had geconstateerd dat de facturen er rommelig uit zagen en op hem als flanswerk overkwamen, heeft hij medegedeeld dat het pure falsificering was en het besodemieteren van de banken, en dat zij daarvoor de bak konden indraaien. Voormelde opmerking heeft naar het idee van [medeverdachte 2] weinig indruk gemaakt: de verdachte en [Medeverdachte 3] gingen er heel “relaxed” mee om.37

Het hof heeft er acht op geslagen dat voormelde personen in latere verhoren, afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris, niet allen even expliciet hebben verklaard over de wetenschap van de verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde. Dit doet echter niet af aan de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de bij de FIOD afgelegde verklaringen. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de getuigen bij de FIOD uitvoerig en gedetailleerd hebben verklaard en de verhoren bij de

rechter-commissaris een aanzienlijke tijd daarna zijn afgenomen. Voorts heeft het hof meegewogen dat de getuigen ten tijde van hun verhoor bij de rechter-commissaris niet op hun eerder afgelegde verklaringen zijn teruggekomen, terwijl zij daartoe wel in de gelegenheid zijn gesteld. Ten aanzien van [medeverdachte 2] heeft bij het oordeel van het hof dat de FIOD-verklaring betrouwbaar is ook bijgedragen dat deze door openheid van zaken te gegeven ook zichzelf aanzienlijk heeft belast. Nu ook overigens niet valt in te zien waarom aan de inhoud van de FIOD-verklaringen dient te worden getwijfeld, acht het hof die bruikbaar voor het bewijs.

De verdachte heeft aldus verscheidene concrete mededelingen ontvangen van medewerkers dat in de onderneming, waarvan hij CEO was, valse facturen werden opgemaakt, dat daarvan gebruik werd gemaakt en dat ze in de administratie werden verwerkt.

Uit de verklaringen van [medeverdachte 1] en [naam 17] leidt het hof af dat de verdachte, naast [Medeverdachte 3] , ook zelf opdracht gaf tot het maken van valse facturen en tot het creëren van ‘extra’ omzet. De mail van 2 augustus 2006 van de verdachte aan [medeverdachte 1] en [Medeverdachte 3] bevestigt dit. De verdachte mailt: “Het openstaande saldo wat dan nog bij ons open staat komt precies overeen met de transporten welke wij hebben uitgevoerd in de afgelopen maand inzake retour objecten, vanuit Bulgarije en Turkije. In onze administratie dient dit als zodanig te worden opgenomen, dus gelieve een factuur te maken voor het totale bedrag van 788.323,36 en deze aan mij te geven. Ik zal voor verdere afhandeling zorgen.38”. De heer R. Boos heeft in dit verband verklaard dat Debis en/of Daimler nooit diensten van de [naam 7] hebben afgenomen39.

Uit het dossier is gebleken dat de verdachte tevens per mail is geïnformeerd over onjuistheden binnen de [naam 7] . Het betreft de volgende mails:

- Een mail van [medeverdachte 1] aan [Medeverdachte 3] en de verdachte in CC van 12 februari 2007 met de inhoud: “Hierbij twee stuks (het hof begrijpt twee facturen)… Ik verwacht alleen dat jammergenoeg [bedrijf 9] een probleem kan vormen omdat ik daar ook geen voorbeeld van heb of een ander document wat ik kan gebruiken”. Als bijlage is bij de mail gevoegd een factuur [bedrijf 5] en een factuur UPS40;

- Een mail van [medeverdachte 2] aan [naam 18] , [naam 17] en [medeverdachte 1] , CC aan de verdachte en [Medeverdachte 3] , van 6 maart 2007 om 17:59 uur, met daarin de mededeling dat [medeverdachte 2] een drietal facturen (Van Schijndel, [bedrijf 16] en [bedrijf 19] ), waar de accountant om heeft gevraagd, ontbreken en daarbij het verzoek deze vóór morgen aan hem te verstrekken.41;

- Een e-mailconversatie tussen [medeverdachte 1] en [naam 16] van 6 en 10 april 2007, waarin [medeverdachte 1] met betrekking tot de eerste kwartaalcijfers voor het jaar 2007 en, meer specifiek, de daarin opgenomen Nike-factuur mededeelt dat hij verwacht dat die factuur qua betaling niet zal worden behandeld zoals doorgaans de procedure is, maar dat hij hoopt dit later van Franck te horen. Voorts geeft [medeverdachte 1] aan dat hij en [naam 19] de enigen zijn die van het bestaan de factuur op de hoogte zijn.42

De verdachte heeft verder zijn handtekening gezet onder een investment protocol (D-213) en een settlement agreement (D-210) die vals waren. Het hof ziet geen aanleiding om aan te nemen dat het niet de verdachte was die zijn handtekening onder D-210 heeft gezet. Ook heeft hij een letter of representation ondertekend, terwijl hij wist dat de inhoud van die brief in strijd was met de waarheid.

Het hof gaat voorbij aan het standpunt van de verdediging dat de verdachte niets wist van de binnen de [naam 7] gepleegde fraude. Uit de verklaringen van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [naam 6] en [naam 17] , ondersteund door de hiervoor bedoelde e-mailberichten, blijkt immers dat hij daar zelf bij betrokken was en daarop veelvuldig is gewezen.

Het hof is van oordeel dat de verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de onder 1 tot en met 4 en 7 ten laste gelegde gedragingen, omdat hij zijn broer [medeverdachte 1] ervan heeft overtuigd dat het opmaken van valse facturen nodig bleef, hij [naam 17] heeft verzocht om briefpapier te regelen voor het vervalsen van facturen, de bezwaren van [medeverdachte 2] toen deze de verdachte confronteerde met valse facturen, niet serieus nam en hij [medeverdachte 1] en [Medeverdachte 3] direct opdracht heeft gegeven een valse factuur Debis te maken. Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte dus een actieve en effectieve bijdrage aan de delicten geleverd.

Door zijn hiervoor beschreven positie en taken binnen de rechtspersonen was de verdachte bovendien bevoegd en redelijkerwijs gehouden tot het treffen van maatregelen ter voorkoming dan wel beëindiging van strafbare gedragingen. De verdachte was ervan op de hoogte dat binnen de [naam 7] op enorme schaal valsheid in geschrift werd gepleegd en heeft niets gedaan om dit te stoppen. Daarmee heeft de verdachte willens en wetens de ten laste gelegde verboden gedragingen laten voortduren.

Ten aanzien van feit 5

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep primair betoogd dat de dagvaarding ten aanzien van dit feit, ook na de meest recente wijziging, nietig is omdat daarin de wettelijke voorschriften waarbij het feit strafbaar is gesteld, ontbreken. Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep subsidiair naar voren gebracht dat de facturen [bedrijf 33] niet vals zijn, omdat de verdachte wel degelijk commissiewerkzaamheden voor [bedrijf 11] en [bedrijf 34] heeft verricht. Meer subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van medeplegen.

Het hof overweegt ten aanzien van het primair gevoerde verweer dat uit de tekst van de tenlastelegging duidelijk kan worden opgemaakt dat de opsteller van de tenlastelegging heeft bedoeld de verdachte overtreding van artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) te verwijten. Nu er geen

twijfel over bestaat voor welk voorval de verdachte terechtstaat en waartegen hij zich heeft te verdedigen, leidt het ontbreken van het wettelijk voorschrift in de tenlastelegging niet tot nietigheid van dit onderdeel van de dagvaarding. Het verweer wordt verworpen.

Het hof volgt de verdediging evenmin in haar standpunt met betrekking tot de facturen van [bedrijf 33] . Op de computer van [medeverdachte 1] zijn twee facturen aangetroffen afkomstig van [bedrijf 33] (hierna: [bedrijf 33] ). Een van de facturen was gericht aan [bedrijf 34] (hierna: [bedrijf 34] ) en bedroeg € 110.000 exclusief btw, de andere aan [bedrijf 11] ten bedrage van € 125.000 exclusief btw. Volgens de tekst op beide facturen zagen deze op commissiewerkzaamheden.43 Beide facturen zijn uiteindelijk voldaan en de gelden zijn gestort op een bankrekening bij de Zwitserse bank Sarasin ten name van [bedrijf 33]44. De verdachte was enig aandeelhouder en bestuurder van deze vennootschap.

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de rekening in Zwitserland enkele weken voordat de facturen zouden worden betaald, heeft geopend. Voorts heeft hij verklaard: “Het is mogelijk dat ik ze (het hof begrijpt: de [bedrijf 33] facturen) gemaakt heb of zelfs verstuurd heb, de achterliggende reden heb ik geen vragen bij gesteld. [verdachte] heeft de documenten ondertekend, ik weet niet of hij mij specifiek opdracht heeft gegeven de rekening te openen. Ik heb het in ieder geval niet op eigen initiatief gedaan.45

[naam 17] heeft in dit verband verklaard dat [medeverdachte 1] dan wel [naam 19] in opdracht van de verdachte een tweetal facturen van [bedrijf 33] heeft opgemaakt die waren gericht aan [bedrijf 34] en [bedrijf 11] en dat de facturen ook zijn verstuurd. [naam 17] heeft voorts verklaard dat geen sprake was van echte commissie.46

Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte naar voren gebracht dat de commissie buiten de structuur stond en dat hij heeft gezegd dat de commissie naar zijn persoonlijke B.V. moest worden overgemaakt.47

Dat de facturen niet zijn verstuurd in verband met werkelijke commissiewerkzaamheden blijkt voorts en in het bijzonder uit de verklaringen van de sales manager van [bedrijf 11] , [naam 21] , en de directeur van [bedrijf 34] , [naam 22] . [naam 21] heeft bij de FIOD verklaard dat de factuur betrekking heeft op een verrekening van een financiering van geleverde opleggers en motorwagens en niet op een betaling in verband met commissie. Volgens de getuige is niets afgesproken over commissie en is er geen sprake van een betaling van commissie.48 Tijdens de bevraging door de FIOD heeft [naam 22] aangegeven dat het niet klopt dat de aan [bedrijf 34] verstuurde factuur betrekking had op commissie inzake verkopen49.

Het hof is met de advocaat-generaal van oordeel dat de omschrijving op de namens [bedrijf 33] verstuurde facturen onjuist is, omdat het geen betaling inzake commissiewerkzaamheden betrof. De facturen zijn verstuurd om een deel van de niet door de [naam 7] gebruikte financiering voor het wagenpark over te maken naar [bedrijf 33] , een vennootschap waarvan de verdachte aandeelhouder en bestuurder was. De facturen zijn derhalve valselijk opgemaakt. Uit bovengenoemde verklaringen leidt het hof af dat de verdachte heeft bedacht de facturen met bijbehorende omschrijving op te doen maken en dat [medeverdachte 1] deze vervolgens heeft opgemaakt. De verdachte heeft daarmee een intellectuele bijdrage van meer dan voldoende gewicht geleverd aan dit feit om de conclusie te rechtvaardigen dat sprake is van medeplegen. De verweren van de verdediging worden daarom verworpen.

Getuigenverzoek

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep het verzoek de heer John [naam 23] als getuige te horen herhaald. Ter motivering van het verzoek is naar voren gebracht dat de verdachte wat betreft [bedrijf 34] en commissie, afspraken heeft gemaakt met [naam 23] , die tevens lid was van de Raad van Commissarissen van de [naam 7] was.

Het hof wijst af het verzoek tot het horen [naam 23] af omdat de noodzaak van het horen van deze persoon, gelet op de inhoud van de verklaring van de getuige Altena, en ook overigens, niet is gebleken.

Ten aanzien van feit 6

Vrijspraak openbaar maken balans

Met de verdediging is het hof van oordeel dat de verdachte voor dit onderdeel van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken. Vast staat dat de jaarstukken naar enkele derden zijn gestuurd, maar niet kan worden gesteld dat sprake is van openbaarmaking in de zin van artikel 336 Sr.

Letter of representation

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit vanwege gebrek aan bewijs voor de valsheid van het geschrift.

Het hof overweegt dat de kern van de ten laste gelegde valsheid van de letter of representation bestaat uit het onjuist voorlichten van de accountant. De uit 11 pagina’s bestaande gedetailleerde brief is ondertekend door [Medeverdachte 3] en de verdachte, die heeft erkend zijn handtekening te hebben gezet, en houdt onder meer in:

In verband met uw onderzoek van de jaarrekening over 2005 van [bedrijf 2] (…) bevestigen wij dat, naar ons beste weten en overtuiging, deze jaarrekening een volledig beeld en juist beeld geeft van de financiële positie van de vennootschap en van het resultaat over het boekjaar.(..) Derhalve bevestigen wij dat de jaarrekening geen onjuistheden en/of onvolledigheden van materieel belang bevat.”

Uit de stukken in het dossier blijkt dat het hiervoor opgenomen citaat in strijd met de waarheid is: de jaarrekening bevatte wel degelijk onjuistheden en onvolledigheden van materieel belang. Immers, binnen de [naam 7] is gebruik gemaakt van valse en fictieve facturen en van onjuiste intercompany boekingen om te verhullen dat omzet niet daadwerkelijk was behaald en investeringen en betalingen daarvan niet daadwerkelijk hadden plaatsgevonden, welke onjuistheden in de administratie zijn verwerkt en hun doorwerking hebben gevonden in de jaarrekening. Gelet op de overwegingen met betrekking tot de voorgaande ten laste gelegde feiten en het daarvoor gebezigde bewijs, bevat het dossier eveneens voldoende bewijs voor de valsheid van de letter of representation.

Deze brief is in het kader van de controlewerkzaamheden van de accountant [bedrijf 31] opgesteld, namens de [naam 7] door de verdachte als CEO en medeverdachte [Medeverdachte 3] als CFO van de [naam 7] ondertekend en vervolgens naar de accountant opgestuurd. Het geschrift is dan ook naar zijn aard bestemd tot bewijs te dienen. De verdachte heeft het stuk ondertekend, terwijl hij wist dat binnen de [naam 7] gebruik werd gemaakt van onder andere valse en fictieve facturen om de omzet van de onderneming op te hogen, zoals hierna overwogen onder het kopje “Feitelijke leiding geven”. Door het desalniettemin plaatsen van zijn handtekening op de hiervoor bedoelde brief heeft de verdachte tenminste bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij een geschrift vals zou opmaken dan wel onjuiste gegevens zou verstrekken. Anders gezegd: de verdachte heeft door het plaatsen van een handtekening als CEO, als hij het al niet wist, welbewust het risico genomen dat hij het ten laste gelegde zou plegen. Het hof is voorts van oordeel dat de verdachte een materiële bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd aan de brief die mede is ondertekend door de CFO, zodat wettig en overtuigend is bewezen dat hij de brief in vereniging met een of meer anderen valselijk heeft opgemaakt.

Voorwaardelijke getuigenverzoeken

De verdediging heeft het hof verzocht [medeverdachte 2] als getuige te horen indien het hof aan de verklaringen van [medeverdachte 2] , waarin hij filosofeert over de mogelijke regisseurs van de fraude, bewijs ontleent voor strafrechtelijke verwijtbaarheid van de verdachte. Voorts is verzocht [naam 17] als getuige te horen, indien het hof van oordeel is dat zijn verklaring bijdraagt aan het bewijs. Tot slot heeft de verdediging het hof verzocht, voor zover het hof uitgaat van een andere duiding dan die van de verdediging rond de feiten en omstandigheden met betrekking tot de wetenschap van de verdachte, om [naam 6] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [naam 17] , [naam 6] , Paul [naam 18] en Rob [naam 18] als getuige te horen.

Aan de voorwaarden van de verzoek [medeverdachte 2] en [naam 17] te horen is niet voldaan. Op deze verzoeken behoeft dan ook niet te worden beslist.

Aan de voorwaarde van het verzoek tot het horen van de overige gevraagde personen is, gelet op al het voorgaande, wel voldaan. Het hof acht zich op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep evenwel voldoende ingelicht, zodat de noodzaak tot het horen van de gevraagde getuigen niet is gebleken. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

Bewezenverklaring

feit 1 (valsheid in geschrift "verkoopfacturen", 4-OPV-1)

[bedrijf 1] en [bedrijf 2] en [bedrijf 3] . en [bedrijf 4] , op één of meer tijdstippen in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 14 september 2007 te Zevenbergen (gemeente Moerdijk), in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen,

een groot aantal verkoopfacturen

A) vijf facturen voorzien van de geadresseerde [bedrijf 5] en de datum van 30 oktober 2004 (3x) en 13 december 2004 en 29 december 2004, telkens voor een transport van Venray NL naar Oost Europa (D-084, p. 1/13 t/m 5/13), en

B) zes facturen voorzien van de geadresseerde [bedrijf 7] en de datum van 17 december 2004 (2x) en

27 december 2004 (4x), telkens voor een transport van BE (België) naar TR (Turkije) (D-084, p. 6/13 t/m 11/13), en

C) twee facturen voorzien van de geadresseerde [bedrijf 6] en de datum van 29 december 2004 (2x), telkens een transport van Enschede NL naar Oost Europa (D-084, p. 12/13 en 13/13), en

D) drie facturen voorzien van de geadresseerde [bedrijf 5] en de datum van 30 november 2005 en 13 december 2005 en 30 december 2005, telkens voor een transport van Venray NL naar Oost Europa (D-163, p. 1/6 t/m 3/6), en

E) een factuur voorzien van de geadresseerde [bedrijf 6] en van de datum van

13 december 2005 (D-165, p. 1/1), voor een transport van Enschede NL naar Oost Europa, en/of

F) zes facturen voorzien van de geadresseerde [bedrijf 7] en van de datum van 30 december 2005 (6x), telkens voor een transport van BE (België) naar TR (Turkije) (D-192, p. 1/6 t/m 6/6), en

G) twee facturen voorzien van de geadresseerde [bedrijf 6] en van de datum van

30 november 2005 en/of 30 december 2005, telkens een transport van Enschede NL naar Oost Europa (D-230, p. 1/5 en 2/5), en

H) drie facturen voorzien van de geadresseerde [bedrijf 5] en van de datum van 19 december 2006 en 27 december 2006 en 29 december 2006, telkens voor een transport van Venray NL naar Oost Europa (D-163 p. 4/6 t/m 6/6), en

I) vier facturen voorzien van de geadresseerde [bedrijf 7] en van de datum van 27 december 2006 (2x) en 29 december 2006 (2x), telkens voor een transport van BE (België) naar TR (Turkije) (D-164, p. 1/4 t/m 4/4), en

J) drie facturen voorzien van de geadresseerde [bedrijf 7] en van de datum van 27 december 2006 en/of 29 december 2006 (2x), telkens voor een transport van BE (België) naar TR (Turkije) (D-230, p. 3/5 t/m 5/5), en

K) vier facturen voorzien van de geadresseerde [bedrijf 8] en van de datum van 12 oktober 2006 en 27 oktober 2006 en 6 november 2006 en 29 november 2006, telkens voor een transport vanuit Roemenië (D-102, p. 1/4 t/m 4/4) en

L) een factuur voorzien van de geadresseerde [bedrijf 9] en voorzien van de datum van 31 maart 2007 voor 'Pick-up charges Q1 Turkey' (D-3548, p. 4/4), en

M) een 'Supplier Account Report' voorzien van de naam en blokstempel van [bedrijf 5] en van de datum van 19 januari 2007 (D-3536, p. 4 en 5),

zijnde telkens geschriften bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk hebben opgemaakt,

immers hebben [bedrijf 1] en [bedrijf 4] - zakelijk weergegeven - in en/of met die (verkoop)facturen

- onder A en/of D telkens vermeld/doen voorkomen dat er een transport van Venray NL naar Oost Europa is verricht door [bedrijf 4] en [bedrijf 1] , terwijl in werkelijkheid door [bedrijf 4] en [bedrijf 1] dat transport niet is verricht en

- onder B en/of F telkens vermeld/doen voorkomen dat er een transport van BE (België) naar TR (Turkije) is verricht door [bedrijf 4] en [bedrijf 1] , terwijl in werkelijkheid door [bedrijf 4] en [bedrijf 1] dat transport niet is verricht en

- onder C en E en G telkens vermeld/doen voorkomen dat er een transport van Enschede NL naar Oost Europa is verricht door [bedrijf 4] en [bedrijf 1] , terwijl in werkelijkheid door [bedrijf 4] en [bedrijf 1] dat transport niet is verricht en

- onder I en J telkens vermeld/doen voorkomen dat er een transport van BE (België) naar TR (Turkije) is verricht door [bedrijf 1] , terwijl in werkelijkheid door [bedrijf 1] dat transport niet is verricht en

- onder G telkens vermeld/doen voorkomen dat er een transport van Enschede NL naar Oost Europa is verricht door [bedrijf 1] , terwijl in werkelijkheid door [bedrijf 1] dat transport niet is verricht, en

- onder K telkens vermeld/doen voorkomen dat er een transport vanuit Roemenië is verricht door [bedrijf 1] , terwijl in werkelijkheid door [bedrijf 1] dat transport niet is verricht en

- onder L vermeld dat 1.200.000 EUR in rekening wordt gebracht wegens 'Pick-up charges Q1 Turkey', terwijl deze werkzaamheden nooit zijn verricht door [bedrijf 1] en

- in dat 'Supplier Account Report' onder M doen voorkomen alsof deze afkomstig was van [bedrijf 5] en gemaakt was door [bedrijf 5] en gestempeld was door [bedrijf 5] , terwijl in werkelijkheid dat 'Supplier Account Report' niet afkomstig was van [bedrijf 5] en gemaakt was door [bedrijf 5] en door [bedrijf 5] voorzien was van een blokstempel,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en door anderen te doen gebruiken,

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen hij, verdachte en zijn mededaders telkens feitelijke leiding hebben gegeven;

feit 2 (Administratie [naam 2] (paragraaf 4.3 van 4-OPV-1))

[bedrijf 1] en [bedrijf 2] en [bedrijf 3] . en [bedrijf 17] , in de periode van 29 januari 2006 tot en met 14 september 2007 te Zevenbergen (gemeente Moerdijk), en/of te Biatorbágy (Hongarije),

de (digitale) administratie van [bedrijf 17] van 2005 en 2006, bestaande onder meer uit boekingsverslagen en grootboekrekeningen en/of de Final Trial Balance, en de inkoopadministratie, zijnde een samenstel van geschriften bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk hebben opgemaakt en/of vervalst,

immers hebben [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] . en/of [bedrijf 4] opzettelijk en in strijd met de waarheid in de administratie van [bedrijf 17] onder meer Excelbestanden en boekingsverslagen en grootboekrekeningen en in de Final Trial Balance Group Reporting (2005) en in de Final Audited Trial Balance (2006) fictieve omzet en dubbele omzet tot een bedrag van ongeveer euro 45,5 miljoen als echt en onvervalst opgenomen,

terwijl een groot deel van deze omzetboekingen dubbel, dat wil zeggen reeds bij [bedrijf 1] waren geboekt en fictief waren en terwijl de in die administratie opgenomen facturen vals waren,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken,

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen hij, verdachte en zijn mededaders, telkens feitelijke leiding hebben gegeven;

feit 3 (valse facturen 1-OPV (paragraaf 4.2))

[bedrijf 1] en [bedrijf 2] en [bedrijf 3] en [bedrijf 17] ., op één of meer tijdstippen in de periode van 1 juli 2006 tot en met 14 september 2007 te Biatorbágy (Hongarije),

een groot aantal facturen

A) een factuur van 18 oktober 2005 van [bedrijf 10] te Almere aan [bedrijf 17] , voor de levering van '4 Crown elektrische hoogstapeltrucks, model 1.8 TS', voor een totaalbedrag van EUR 336.524,24 (D-148, p. 1) en

B) zes, althans één of meer factu(u)r(en) van [bedrijf 32] aan [bedrijf 1] te Istanbul voor de levering van 'Irems development' van

- 28 februari 2005 voor een bedrag van EUR 145.000 (D-168, p. 1)

- 29 april 2005 voor een bedrag van EUR 138.000 (D-168, p. 2)

- 30 juni 2005 voor een bedrag van EUR 125.500 (D-168, p. 3)

- 31 augustus 2005 voor een bedrag van EUR 135.400 (D-168, p. 4)

- 31 oktober 2005 voor een bedrag van EUR 128.900 (D-168, p. 5)

- 30 december 2005 voor een bedrag van EUR 165.350 (D-168, p. 6) en

C) een Internal invoice van 31 december 2005 met de omschrijving 'Various invoicing for Irems development' voor een totaalbedrag van EUR 838.150 (D-168, p. 7) en

D) een factuur van 12 december 2005 van [bedrijf 11] te Zevenbergen aan [bedrijf 1] voor de levering 'SKO 24/L 13.4 FP 80/6 Batterijen, kabels and zegels', voor een bedrag van EUR 910.540 (D-123) en

E) vier facturen van [bedrijf 12] aan [bedrijf 1] van

- 29 juli 2005 voor de levering van 'Project I. - In [naam 3] , installation of sprinkler system for aerosol products', voor een bedrag van EUR 1.196.705 (D-3556, p. 4)

- 18 augustus 2005 voor de levering van 'Project II. - In [naam 4] freezing compartment upgrading to -28'c ', voor een bedrag van EUR 1.795.057 (D-3556, p. 5)

- 19 oktober 2005 voor de levering van 'Project III. - In [naam 3] , installation of sprinkler system for aerosol products', voor een bedrag van EUR 1.196.705 (D-3556, p. 6)

- 11 november 2005 voor de levering van 'Project IV. - In [naam 4] freezing compartment upgrading to -28'c ',

voor een bedrag van EUR 1.795.057 (D-3556, p. 7) en

F) drie facturen van [bedrijf 10] aan [bedrijf 17] van

- 11 januari 2006 voor de levering van 10 stuks 'SC 150 slide shaft reach truck, typ MD07-1.8ts' en 7 stuks 'ETX180w. Man Up speed store. Typ Z2r1850', voor een totaalbedrag van EUR 1.182.000 (D-148, p. 2)

- 14 juni 2006 inzake een aanbetaling op ordernummer 102869 voor [bedrijf 13] , voor een totaalbedrag van EUR 175.000 (D-148, p. 3)

- 20 juli 2006 voor de levering van [bedrijf 13] , voor een totaalbedrag van EUR 1.008.000 (D-148, p. 4)

G) drie facturen van [bedrijf 32] aan [bedrijf 17] van

- 30 mei 2006 voor de levering van 'new development for transmission + storage of digital security

pictures', voor een bedrag van EUR 100.000 (D-169, p. 1)

- 31 augustus 2006 voor de levering van 'Down payment, [bedrijf 14] - [naam 5] ', voor een bedrag van EUR 71.835 (D-169, p. 2)

- 29 december 2006 voor de levering van diverse goederen, voor een totaalbedrag van EUR 1.045.000 (D-169, p. 4)

H) een factuur van 4 juli 2006 van [bedrijf 11] aan [bedrijf 1] voor de levering van een 'Thermo Pan Box Bod' en een 'Refrigerator unit', voor een totaalbedrag van EUR 952.087 (D-125) en

I) een factuur van 31 december 2006 van [bedrijf 11] aan [bedrijf 17] , voor een totaalbedrag van EUR 958.760 (D-126) en

J) een factuur van 29 november 2006 van [bedrijf 15] aan [bedrijf 17] , voor de levering van 200 stuks 'Symbol 1060 KIT SRS-1 8L', voor een totaalbedrag van EUR 400.000

(D-135) en

K) een factuur van 21 december 2006 van [bedrijf 15] aan [bedrijf 17] , voor de levering van 200 stuks 'Symbol 1060 KIT SRS-1 8L' en 200 stuks 'Symbol 1040 VTHP SW Licentie' en 1 stuk 'Symbol WSS1060 lilian batttery', voor een totaalbedrag van EUR 425.483,73

(D-136) en

L) een factuur van 21 december 2006 van [bedrijf 16] aan [bedrijf 17] . voor de levering van de conform offerte 00478 geleverde garage benodigdheden, voor een bedrag van

EUR 100.000 (D-131) en

M) een factuur van 30 november 2006 van [bedrijf 18] aan [bedrijf 17] voor de levering van 30 'Containerchassis Renders', voor een totaalbedrag van EUR 607.000

(D-150) en

N) een factuur van 28 december 2006 van [bedrijf 19] aan [bedrijf 17] . voor de levering van de conform offerte nr. 3211 genoemde garage equipment, voor een bedrag van EUR 100.000 (D-154) en

O) vier facturen van [bedrijf 20] aan [bedrijf 17] . van

- 6 juni 2006 voor de levering van 'Diesel fuel pump station Construction', voor een bedrag van EUR 75.000 (D-193, p. 1)

- 12 juli 2006 voor de levering van 'Integrated Security System', voor een bedrag van EUR 400.000 (D-193, p. 2)

- 24 augustus 2006 voor de levering van 'Diesel fuel pump station Construction', voor een bedrag van EUR 75.000 (D-193, p. 3)

- 27 november 2006 voor de levering van 'Ceiling sprinkler installation', voor een bedrag van

EUR 1.410.750 (D-193, p. 4) en

P) een factuur van 15 november 2006 van Ahrend International aan [bedrijf 17] voor een totaalbedrag van EUR 104.700 (D-194) en

Q) een factuur van 29 augustus 2006 van Storact Group aan [bedrijf 17] . met de omschrijving 'Racking Downpayment' voor een bedrag van EUR 910.350 (D-195), zijnde (telkens) een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk hebben opgemaakt,

immers hebben [bedrijf 1] en [bedrijf 2] en [bedrijf 3] en [bedrijf 17] . - zakelijk weergegeven - in die facturen A en B en C en D en E en F en G en H en I en J en K en L en M en N en O en P en Q

- vermeld dat die factuur afkomstig was van de in die factuur opgenomen leverancier, terwijl die factuur in werkelijkheid niet afkomstig was van die leverancier en

- vermeld dat een levering is verricht tegen een aldaar opgenomen factuurbedrag, terwijl in werkelijkheid die levering niet is verricht en dat factuurbedrag in werkelijkheid niet in rekening is gebracht,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken,

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen hij, verdachte en zijn mededaders telkens feitelijke leiding hebben gegeven;

feit 4 (Overige facturen ( [bedrijf 12] ))

[bedrijf 1] en [bedrijf 2] en [bedrijf 3] en [bedrijf 17] ., in de periode van 1 juli 2006 tot en met 14 september 2007 te Biatorbágy (Hongarije),

geschriften, te weten:

- een investment protocol d.d. 1 januari 2006 (D-213),

- een settlement agreement d.d. 30 oktober 2006 (transactieovereenkomst) (D-210), en

- een compensation letter d.d. 31 december 2006 (schuldverrekening) (D-211),

zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk hebben opgemaakt,

immers hebben [bedrijf 17] en [bedrijf 1] en [bedrijf 2] en [bedrijf 3] in strijd met de waarheid

- in D-213 opgenomen dat de investeringen [bedrijf 12] hebben plaatsgevonden tot enig geldbedrag en

- in D-210 opgenomen dat een deel van de investeringen [bedrijf 12] tot een bedrag van euro 2,9 miljoen verrekend zouden worden, middels een claim van 4 miljoen op [bedrijf 12] en

- in D-211 opgenomen dat het restantbedrag van ongeveer 1 miljoen door [bedrijf 1] nog vergoed zou moeten worden aan [bedrijf 17] .,

terwijl in werkelijkheid die investeringen niet zijn verrekend met de claim op [bedrijf 12] en het bedrag van de claim op [bedrijf 12] niet is ontvangen door [bedrijf 1] ,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en door anderen te doen gebruiken,

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen hij, verdachte en zijn mededaders telkens feitelijke leiding hebben gegeven;

en

[bedrijf 1] en [bedrijf 2] en [bedrijf 3] en [bedrijf 17] . in de periode van 2 april 2007 tot en met 14 september 2007 te Zevenbergen en/of te Biatorbágy (Hongarije), telkens

geschriften, te weten:

- settlement agreements d.d. 31 december 2006 (transactieovereenkomst) ((D-171(1-3), D-196 (1-4)), D-127, D-128, D-175 (1-3), D-200, D-137, D-138, D-151, D-198, D-132, D-155, D-202), en/of

- compensation letters d.d. 31 december 2006 (schuldverrekening) (D-172 (1-3), D-197 (1 t/m 4), D-129, D-130, D-176 (1 t/m 3), D-201, D-139, D-140, D-152, D-199, D-133, D-156, D-203),

- zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk hebben opgemaakt,

immers hebben [bedrijf 1] en [bedrijf 17] . in strijd met de waarheid opgenomen dat de investeringen tot een bedrag van euro 12,4 miljoen, door [bedrijf 1] zouden zijn betaald en [bedrijf 17] de betaling van deze investeringen zou moeten vergoeden aan [bedrijf 1] ,

terwijl in werkelijkheid die investeringen niet hebben plaatsgevonden en die investeringen niet zijn betaald of verrekend,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en door anderen te doen gebruiken,

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen hij, verdachte en zijn mededaders telkens feitelijke leiding hebben gegeven;

en

[bedrijf 4] en/of [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] op of omstreeks

5 oktober 2004, te Zevenbergen, telkens

geschriften, te weten leaseovereenkomsten D-28 en D-70 (1-53) - zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk hebben opgemaakt,

immers hebben [bedrijf 4] en/of [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] in strijd met de waarheid in de operational leaseovereenkomsten tussen [bedrijf 8] B.V. en [bedrijf 1] [bedrijf 4] B.V op de geplande afleverdatum 8 oktober 2004, opgenomen dat 54 vorkheftrucks type 1.8 ts en WP 2320 en SC 3240 en GPC2040OS door [bedrijf 4] zouden worden geleverd ten behoeve van een Sale en Leaseback overeenkomst met [bedrijf 8] B.V.

terwijl in werkelijkheid die heftruck(s) niet waren gekocht en afgeleverd door [bedrijf 4] en waren teruggeleased middels die overeenkomsten,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en door anderen te doen gebruiken,

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen hij, verdachte, en zijn mededaders telkens feitelijke leiding hebben gegeven;

feit 5 (Lims)

hij omstreeks september 2006 te Zevenbergen (gemeente Moerdijk) tezamen en in vereniging facturen [bedrijf 33] (D-3500 en D3502), elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk hebben opgemaakt, immers hebben hij, verdachte en zijn mededader, op die facturen in strijd met de waarheid commissiewerkzaamheden in rekening gebracht door [bedrijf 33] terwijl die werkzaamheden niet hebben plaatsgevonden en de reden voor betaling niet juist is genoemd.

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken;


feit 6:
hij, als bestuurder van [bedrijf 2] , op 28 april 2006, te Zevenbergen (gemeente Moerdijk) tezamen en in vereniging met anderen, een zogeheten "letter of representation"/bevestigingsbrief" - zijnde een geschriften bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk hebben opgemaakt,

immers hebben verdachte en zijn mededaders in strijd met de waarheid in voornoemde brief met als onderwerp jaarrekening 2005 d.d. 28 april 2006 (D-1005) onder andere opgenomen: "Derhalve bevestigen wij dat de jaarrekening geen onjuistheden en/of onvolkomenheden van materieel belang bevat", zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en door anderen te doen gebruiken;


feit 7:

[bedrijf 3] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 17 juli 2007 in Nederland opzettelijk gebruik heeft gemaakt van en voorhanden heeft gehad en/of heeft afgeleverd een vals interim financieel rapport d.d. 22 mei 2007 opgemaakt door [bedrijf 31] accountants (D-021/ D-1000),

zijnde een geschriften dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware dat geschrift echt en onvervalst,

terwijl [bedrijf 3] en haar mededaders wisten dat dat geschrift bestemd was om te gebruiken als ware het echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken en voorhanden hebben hierin dat [bedrijf 3] en zijn mededaders genoemde rapportage hebben verstrekt aan werknemers van de [bedrijf 24] en [bedrijf 23] en de [bedrijf 22] en [bedrijf 25] en de [bedrijf 26] ,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat in het geschriften een onjuiste omzet en opbrengstenen investeringen werden vermeld

tot het plegen van welk bovenomschreven feit, hij verdachte en zijn mededaders feitelijke leiding hebben gegeven;

en [bedrijf 3] . in de periode van 1 januari 2006 tot en met 17 juli 2007 te Nederland tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, tezamen en in vereniging met anderen zichzelf wederrechtelijk heeft bevoordeeld door het aanwenden van één of meer listige kunstgrepen en een samenweefsels van verdichtsels

immers heeft [bedrijf 3] bankinstellingen en aandeelhouders, te weten de [bedrijf 24] en [bedrijf 23] en de [bedrijf 22] en/of [bedrijf 25] en de [bedrijf 26] bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, immers heeft [bedrijf 3] .

- in de gepresenteerde en gerapporteerde financiële cijfers, (D-162 (Annual Financial Report 2005),in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en in de geconsolideerde balans bij de posten " "Sales" 2005 en "Fixed Assets" per 31 december 2005 een te hoog bedrag van euro 20.331.335 (Sales over 2005) en euro 11.920.674 (Fixed Assets) vermeld en

- in gepresenteerde en gerapporteerde financiële cijfers, "D-021 (Interim Financial Reporting 2006/2007 Q1) in de geconsolideerde winst- en verliesrekening en in de geconsolideerde balans (2007) bij de post "Total sales", " [bedrijf 3] , 2007, Q1" een te hoog bedrag van euro 1.200.000,- vermeld en (2006) bij de posten "Total sales", " [bedrijf 3] , 2006, YTD" en "Total of fixed assets", " [bedrijf 3] , 31/12/2006" een te hoog bedrag van euro 34.074.646 (Total sales) en euro 24.805.272 (Total of fixed assets) vermeld,

waardoor die bankinstellingen en aandeelhouders werden bewogen tot de afgifte van een geldbedrag;

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen hij, verdachte en zijn mededaders telkens feitelijke leiding hebben gegeven.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

telkens: medeplegen van feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Het onder 5 primair en 6 bewezen verklaarde levert op:

telkens: medeplegen van valsheid in geschrift.

Het onder 7 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van valsheid in geschrift en

medeplegen van feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van oplichting, meermalen gepleegd.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het onder 1, 2, 3, 4, 6 tweede cumulatief en 7 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2, 3, 4 eerste, tweede en derde cumulatief, 5 primair, 6 eerste en tweede cumulatief en 7 eerste en tweede cumulatief ten laste gelegde wordt veroordeeld tot dezelfde straf als in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Dochterondernemingen binnen de [naam 7] , een Nederlands familiebedrijf met vestigingen in Nederland, Hongarije en Turkije dat internationale logistieke diensten leverde, hebben gedurende een aantal jaren kunstmatig de omzet verhoogd en investeringen voorgewend om op die wijze steeds weer kredieten en financieringen van banken en investeerders te verkrijgen. Over de jaren 2004 tot en met 2007 is in de administratie van [bedrijf 1] en [bedrijf 17] . dubbele en/of fictieve omzet opgenomen en zijn daartoe onderliggende facturen vals opgemaakt en in de administratie verwerkt. Ook zijn voorgewende maar niet daadwerkelijk gemaakte investeringen in de administratie opgenomen waardoor de post vaste activa in de jaarrekening van de vennootschappen te hoog is weergegeven. Het gaat om een totaalbedrag van ongeveer 45 miljoen euro. Daarnaast zijn intern doorbelaste transportkosten ten onrechte als extra omzet gepresenteerd. Op basis van de te hoog gepresenteerde omzet hebben banken en aandeelhouders geïnvesteerd en financieringen tot een bedrag van meer dan 100 miljoen euro aan de [naam 7] verstrekt.

De verdachte is betrokken geweest bij het opmaken van, voorhanden hebben van en/of gebruik maken van valse omzetfacturen en inkoopfacturen, valse interne (door)belastingen en debiteurenbevestigingen en bij het doorgeven van gegevens over debiteuren aan de Hongaarse vennootschap. Hij wist dat frauduleuze praktijken deel uitmaakten van de algemene gang van zaken binnen de [naam 7] en heeft werknemers binnen het bedrijf valse facturen laten opstellen terwijl hij wist dat zij dit liever niet deden, dan wel ze onder druk gezet om valse schriftelijke stukken op te stellen. Verder heeft hij onder meer zijn handtekening gezet onder en op geschriften, waarvan hij wist dat de inhoud daarvan strijdig was met de waarheid. Hij heeft nagelaten in te grijpen en maatregelen te treffen, terwijl hij daartoe redelijkerwijs was gehouden. De verdachte heeft zich daarmee aan ernstige strafbare feiten schuldig gemaakt. Op hem, als CEO van de [naam 7] , rustte de plicht een juist financieel beeld aan financiers te verstrekken en, meer algemeen, het plegen van fraude binnen de ondernemingen te voorkomen. Fraude als deze ondermijnt het vertrouwen dat men in het economisch en maatschappelijk verkeer in bedrijfsadministraties en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden moet kunnen stellen. Mede door verdachtes handelen zijn de investeerders en kredietverstrekkers van de [naam 7] ernstig benadeeld.

Alhoewel het hof er begrip voor heeft dat de verdachte zich verantwoordelijk voelde voor het voortbestaan van de [naam 7] omdat dit een familiebedrijf was, is het onbegrijpelijk dat hij ertoe over is gegaan om op grote schaal fraude te plegen om liquiditeitsproblemen het hoofd te bieden. Hij heeft loyale medewerkers en zelfs zijn eigen broer strafbare feiten laten plegen waardoor zij ernstig zijn gedupeerd. Hij heeft financiers en aandeelhouders een verstrekkend onjuist beeld geschetst van hoe het er werkelijk voorstond met het bedrijf. Dat de verdachte, naar eigen zeggen, ook eigen financiële middelen heeft aangewend om de liquiditeitsproblemen op te lossen, maakt dit niet anders.

Het hof heeft meegewogen dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 15 mei 2017, voorafgaand aan de ten laste gelegde feiten niet strafrechtelijk onherroepelijk is veroordeeld en hij nadien evenmin justitiële contacten heeft gehad.

Het hof stelt verder vast dat in deze zaak niet zonder meer kan worden vastgesteld wat de omvang is van het financiële nadeel dat is voortgevloeid uit het handelen van de verdachte en zijn mededaders. Enerzijds is de administratie voor tientallen miljoenen Euro gemanipuleerd, anderzijds stellen de financiers dat zij –mede door het faillissement van de [naam 7] – hun financieringen tot een totaal van bijna 140 miljoen Euro hebben moeten afschrijven. Bij het opleggen van de straf gaat het hof er vanuit dat, indien de stukken waarop de financiers zich hebben gebaseerd in overeenstemming met de waarheid waren opgemaakt, een aanzienlijk deel van het nadeel dat de financiers wordt berekend op 140 miljoen, was voorkomen.

Overschrijding van de redelijke termijn

De redelijk termijn is aangevangen op 30 augustus 2010 toen de verdachte voor het eerst bij de FIOD werd gehoord als verdachte. De rechtbank heeft uitspraak gedaan op 21 januari 2015 en alhoewel sprake is van een omvangrijke en complexe zaak, neemt dit niet weg dat de redelijke termijn in eerste aanleg fors overschreden. Ook in hoger beroep is de redelijke termijn overschreden met bijna zeven maanden.

Zonder overschrijding van de redelijke termijn zou het hof een gevangenisstraf van 33 maanden hebben opgelegd.

Al het voorgaande afwegende, en mede gelet op de straffen die in de zaken van de medeverdachten worden opgelegd, acht het hof een gevangenisstraf van 27 maanden passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 47, 57, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 (zevenentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. A.M.P. Geelhoed en mr. R.D. van Heffen, in tegenwoordigheid van

mr. S.W.M. Stevens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

28 juli 2017.

Mr. A.M.P. Geelhoed is buiten staat dit arrest tekenen.

[...]

1 [...]

2 [...]

3 [...]

4 [...]

5 [...]

6 [...]

7 [...]

8 [...]

9 [...]

10 [...]

11 [...]

12 [...]

13 [...]

14 [...]

15 [...]

16 [...]

17 [...]

18 [...]

19 [...]

20 [...]

21 [...]

22 [...]

23 [...]

24 [...]

25 [...]

26 [...]

27 [...]

28 [...]

29 [...]

30 [...]

31 [...]

32 [...]

33 [...]

34 [...]

35 [...]

36 [...]

37 [...]

38 [...]

39 [...]

40 [...]

41 [...]

42 [...]

43 [...]

44 [...]

45 [...]

46 [...]

47 [...]

48 [...]

49 [...]