Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:3046

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-07-2017
Datum publicatie
17-10-2017
Zaaknummer
200.149.305/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aanvulling van arrest 20 juni 2017.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.149.305/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/506624 / HA ZA 11-2862

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 25 juli 2017

inzake

1 [Appellant A],

wonend te [woonplaats], (India),

2. [Appellant B],

wonend te [woonplaats] (India),

3. [Appellant C], voorheen [naam],

wonend te [woonplaats] (Verenigde Staten van Amerika)

4. [Appellant D], voorheen [naam],

wonend te [woonplaats] (India),

appellanten,

advocaat: mr. A.C. Herweijer te Amsterdam,

tegen:

1 [geïntimeerde],

kantoorhoudend te [kantoorplaats],

2. NOTARIS [geïntimeerde],

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerden,

advocaat: mr. T.P. Hoekstra te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Appellanten worden hierna gezamenlijk [appellanten] genoemd; geïntimeerde sub 1 wordt [geïntimeerde] genoemd.

Het hof heeft in deze zaak op 20 juni 2017 een arrest uitgesproken. Bij faxbericht van 6 juli 2017 heeft mr. Herweijer zich namens [appellanten] op het standpunt gesteld dat het hof jegens [geïntimeerde] heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde en het hof verzocht tot aanvulling van het arrest over te gaan.
Bij fax van eveneens 6 juli 2017 heeft mr. Hoekstra namens [geïntimeerde] meegedeeld in te stemmen met aanvulling van het arrest overeenkomstig het verzoek van [appellanten]

2 Beoordeling

In het arrest van 20 juni 2017 heeft het hof onder rov. 2.7 overwogen dat [appellanten] jegens [geïntimeerde] recht hebben op vergoeding van de door hen gemaakte buitengerechtelijke kosten à € 1.788,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 maart 2009. Het hof heeft verzuimd die vordering in het dictum van het arrest ook toe te wijzen. [appellanten] hebben verzocht zulks bij wijze van aanvulling van het arrest alsnog te doen. Gelet op het voorgaande en het feit dat [geïntimeerde] daarmee heeft ingestemd zal het hof op de voet van artikel 32 Rv tot de verzochte aanvulling overgaan als na te noemen.

3 Beslissing

Het hof:

veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan [appellanten] van € 1.788,- aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 maart 2009;

vult het op 20 juni 2017 in deze zaak uitgesproken arrest in deze zin aan;

stelt de aanvulling op de minuut van dat arrest.

Aldus gewezen door mrs. A.W.H. Vink, A.S. Arnold en G.J. Visser en in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 25 juli 2017.