Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:3030

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-06-2017
Datum publicatie
02-08-2017
Zaaknummer
16/00344
Formele relaties
Na verwijzing door: ECLI:NL:HR:2016:1897
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Verwijzing na Hoge Raad
Inhoudsindicatie

Douane; indeling (na verwijzing door de Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2016:1897) in de GN van aluminium onderdelen voor overheaddeuren

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
DouaneUpdate 2017-0404
NTFR 2017/1992
NLF 2017/1891 met annotatie van
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 16/00344

20 juni 2017

uitspraak van de meervoudige douanekamer

op het hoger beroep – na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden – van

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane,

de inspecteur,

alsmede

op het incidenteel hoger beroep van

[X] B.V. te [Y], belanghebbende,

gemachtigden: K. Winters en drs. R.R. Ramautarsing (Deloitte Belastingadviseurs B.V.)

tegen de uitspraak van 12 maart 2012 in de zaak met kenmerk AWB 10/2853 van de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft met dagtekening 13 november 2009 aan belanghebbende een

uitnodiging tot betaling (UTB) van € 6.440,34 aan douanerechten uitgereikt.

1.2.

Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de inspecteur bij uitspraak de UTB gehandhaafd.

1.3.

De rechtbank heeft bij uitspraak van 12 maart 2012 als volgt beslist:

“ De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- draagt verweerder [de inspecteur] op de utb te verminderen overeenkomstig de onder 5.6 tot en met 5.7 genoemde indelingsbeslissingen;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres [belanghebbende] ten bedrage van

€ 491,25;

- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 298 vergoedt. ”

1.4.

Het tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 24 april 2012. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend en daarbij incidenteel hoger beroep ingesteld. Bij brief van 2 juli 2012 heeft de inspecteur het Hof bericht dat hij afziet van beantwoording van het incidentele hoger beroep van belanghebbende.

1.5.

Het Hof heeft bij uitspraak van 15 mei 2014 de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard (nr. 12/00326).

1.6.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (hierna: Hoge Raad). Bij arrest van 12 augustus 2016, nr. 14/03196, ECLI:NL:HR:2016:1897 (hierna: het verwijzingsarrest), heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie gegrond verklaard, de uitspraak van het Hof vernietigd en het geding (terug)verwezen naar het Hof ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van het arrest.

2 Loop van het geding na verwijzing

2.1.

Partijen zijn door de griffier van het Hof in de gelegenheid gesteld een schriftelijke reactie op het onder 1.6 genoemde arrest in te dienen. De inspecteur heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 13 september 2016 en belanghebbende bij brief van 14 oktober 2016. De brieven zijn over en weer in kopie aan partijen verzonden.

2.2.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 mei 2017, gelijktijdig met de zaken met nummer 16/00343, 16/00354 en 16/00357. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

3 Feiten

3.1.

De Hoge Raad is in het verwijzingsarrest van de navolgende feiten uitgegaan:

“2.1.1. Belanghebbende handelt in onder meer industrie- en garagedeuren, waaronder zogenoemde overheaddeuren (ook wel paneeldeuren genoemd). Nadat een overheaddeur is besteld, levert belanghebbende – door tussenkomst van dealers – op maat alle bestanddelen af die nodig zijn om bij de klant een overheaddeur te installeren. Daartoe behoren naast de deurpanelen zelf, onder meer geleiderails, looprollen, veerpluggen en veren die aan de veerpluggen worden bevestigd, kabels en kabeltrommels, alsmede zogeheten bodemconsoles die aan het onderste paneel van de deur worden bevestigd. De deurpanelen worden geleverd in diverse materialen waaronder hout, aluminium of kunststof. De looprollen worden gevormd door wieltjes met een as, die aan de panelen worden bevestigd en zijn bestemd om in geleiderails te bewegen teneinde de wrijving bij het handmatig of elektrisch openen en sluiten van de overheaddeur te verlichten en de overheaddeur in positie te houden.

Met het op afmetingen en gewicht van de deur afgestemde samenstel van onder meer looprollen, veren en veerpluggen, kabels en kabeltrommels, en (bodem)consoles (het samenstel hierna: het mechanisme) wordt de overheaddeur in balans gehouden zodat deze gecontroleerd kan worden geopend en gesloten.

2.1.2.

Verschillende van de hiervoor in 2.1.1 vermelde benodigdheden koopt belanghebbende van [B] Inc. (hierna: [B]), een fabrikant in Canada. Hiertoe behoren in het bijzonder kabeltrommels, veerpluggen, bodemconsoles en looprollen.

2.1.3.

Op 29 februari 2008 heeft belanghebbende aangifte gedaan voor het in het vrije verkeer brengen van hiervoor in 2.1.2 vermelde kabeltrommels en veerpluggen, beide vervaardigd van aluminium (hierna: de kabeltrommels respectievelijk de veerpluggen). Belanghebbende heeft de goederen in de aangifte omschreven als “andere delen voor andere motoren en andere krachtmachines” en daarbij postonderverdeling 8412 90 80 van de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: de GN) als in aanmerking komende tariefpost opgegeven. Daarvoor gold een tarief van douanerechten van 2,7 percent.

Op 10 april 2008 en 17 september 2008 heeft belanghebbende aangifte gedaan voor het in het vrije verkeer brengen van hiervoor in 2.1.2 bedoelde bodemconsoles, van aluminium (hierna: de bodemconsoles), respectievelijk hiervoor in 2.1.2 bedoelde looprollen (hierna: de looprollen).

In beide gevallen heeft belanghebbende de goederen in de aangiften vermeld als “andere garnituren, beslag en dergelijke artikelen voor gebouwen” en voorts postonderverdeling 8302 41 00 van de GN als in aanmerking komende tariefpost opgegeven. Daarvoor gold een tarief van douanerechten van 2,7 percent.

2.1.4.

Naar aanleiding van een controle na invoer naar de juistheid van de tariefindeling van de hiervoor in 2.1.3 bedoelde goederen heeft de Inspecteur zich op het standpunt gesteld dat deze moeten worden ingedeeld in postonderverdeling 7610 90 90 van de GN als aluminium delen van een in post 7610 van de GN bedoeld constructiewerk (tarief 6 percent). Dit met uitzondering van de looprollen die volgens de Inspecteur moeten worden ingedeeld in postonderverdeling 8483 40 30 van de GN als de in post 8483 bedoelde “kogellager- en rollagerassen” (tarief 3,7 percent). Voor de ingevolge deze standpunten meer verschuldigde douanerechten heeft hij de onderhavige uitnodigingen tot betaling uitgereikt.

2.1.5.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de uitnodigingen tot betaling op de grond dat de hiervoor in 2.1.3 vermelde goederen voor de indeling in de GN moeten worden aangemerkt als delen waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een machine of toestel bedoeld bij post 8428 van de GN (“andere hef-, hijs-, laad- en losmachines en -toestellen, alsmede andere machines en toestellen voor het hanteren van goederen (bijvoorbeeld liften, roltrappen, transportbanden, kabelbanen)”), zodat deze moeten worden ingedeeld onder post 8431 van de GN, postonderverdeling 8431 39 70. Voor dergelijke delen gold een tarief van douanerechten van nihil.

2.1.6.

De Nederlandse douane heeft desgevraagd op 5 december 2011 aan [B] een bindende tariefinlichting verstrekt waarin delen van een niet-gemonteerd bedieningssysteem voor het openen en sluiten van garagedeuren (onder meer kabeltrommels en looprollen tezamen in één kartonnen doos verpakt) worden ingedeeld als “andere delen van machines en mechanische toestellen met een eigen functie, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van dit hoofdstuk” (postonderverdeling 8479 90 80 van de GN).”

3.2.

Het Hof gaat voor de beslechting van het geschil uit van voormelde feiten.

4 Het verwijzingsarrest

4.1.

De Hoge Raad heeft in het verwijzingsarrest – voor zover voor het geding na verwijzing van belang – het volgende overwogen:

“2.2.1. Het Hof heeft verworpen het standpunt van belanghebbende dat voor de indeling in de GN moet worden onderscheiden tussen enerzijds de deur(panelen) en anderzijds het mechanisme, aangezien alle gebruikte onderdelen onontbeerlijk zijn voor het construeren van een (overhead)deur. Naar het oordeel van het Hof moeten de deurpanelen en het mechanisme daarom voor de toepassing van de GN als één goed worden aangemerkt. Reeds hierom is, aldus het Hof, uitgesloten indeling van de ingevoerde goederen - afzonderlijk van de deur(panelen) - als delen van een hef- of hijstoestel (post 8431 van de GN).

2.2.2.

Het Hof heeft vervolgens verworpen het standpunt van belanghebbende dat een overheaddeur moet worden beschouwd als een machine of mechanisch toestel in de zin van hoofdstuk 84 van de GN. Een overheaddeur is naar het oordeel van het Hof een constructiewerk dat uitsluitend geschikt is om deel uit te maken van een gebouw en dat is bestemd te functioneren ter opening en afsluiting van het desbetreffende deel van het gebouw. Reeds vanwege het ontbreken van elke zelfstandigheid kan een dergelijk constructiewerk, ondanks de aanwezigheid van mechanische delen, niet als machine of toestel worden aangemerkt met een eigen functie, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van hoofdstuk 84 van de GN.

2.2.3.

Het Hof heeft vervolgens geoordeeld dat de looprollen als “kogellager- en rollagerassen” in postonderverdeling 8483 40 30 van de GN moeten worden ingedeeld, aangezien die indeling, zo indeling van deze goederen onder post 8431 of post 8479 van de GN niet mogelijk is, tussen partijen niet langer in geschil is. Ten slotte heeft het Hof geoordeeld dat de Inspecteur terecht - met toepassing van algemene indelingsregel 1 - de kabeltrommels, de veerpluggen en de bodemconsoles als “delen van een constructiewerk, van aluminium“ bedoeld in post 7610 van de GN heeft ingedeeld in postonderverdeling 7610 90 90 van de GN.

2.3.1.

Het middel richt zich met verschillende rechts- en motiveringsklachten tegen de hiervoor in 2.2 weergegeven oordelen van het Hof. Het middel herhaalt het voor het Hof gehouden betoog dat de GN zo moet worden uitgelegd dat alle ingevoerde goederen moeten worden ingedeeld onder post 8431 van de GN dan wel onder post 8479 van de GN.

2.3.2.

Voor zover het middel is gericht tegen het hiervoor in 2.2.1 omschreven oordeel van het Hof dat de deurpanelen en het mechanisme voor de toepassing van de GN als één goed moeten worden aangemerkt, slaagt het middel. De vaststelling van het Hof dat voor het construeren van een overheaddeur losse panelen en een bedieningsmechanisme onontbeerlijk zijn, rechtvaardigt niet de conclusie van het Hof dat bij de indeling in de GN van verschillende, los van elkaar ingevoerde bestanddelen een geïnstalleerde overheaddeur – als “constructiewerk” bedoeld in post 7610 van de GN - tot uitgangspunt moet worden genomen. Daarvoor is ook onvoldoende dat ten tijde van de invoer van de kabeltrommels, de veerpluggen, de bodemconsoles en de looprollen vaststaat dat deze voorwerpen gebezigd zullen gaan worden bij het installeren van enige overheaddeur. Met het oog op de toepassing van de GN moeten goederen als de ingevoerde goederen derhalve worden onderscheiden van de deurpanelen.

2.3.3.

Het middel slaagt ook met betrekking tot het oordeel van het Hof dat de kabeltrommels, de veerpluggen en de bodemconsoles met toepassing van algemene indelingsregel 1 als “delen van een constructiewerk, van aluminium” moeten worden ingedeeld onder post 7610 van de GN. Immers, uit de bewoordingen van die post, met name uit de daarin opgenomen voorbeelden van constructiewerken en delen van constructiewerken, alsmede uit de toelichting van de Internationale Douaneraad (hierna: de IDR) op post 7610 van het Geharmoniseerd Systeem (hierna: het GS), moet worden afgeleid dat vorenbedoelde delen – anders dan de in de tekst van post 7610 van de GN als afzonderlijke categorie opgenomen “platen, staven, profielen, buizen en dergelijke, van aluminium, gereedgemaakt voor gebruik in constructiewerken” - als zodanig een constructie van aluminium moeten zijn.

2.4.

Gelet op hetgeen hiervoor in 2.3.2 en 2.3.3 is overwogen, kan ’s Hofs uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

2.5.1.

Met het oog op de behandeling na verwijzing wordt het volgende opgemerkt.

2.5.2.

De kabeltrommels, de veerpluggen en de bodemconsoles zijn als losse voorwerpen van aluminium op grond van de bewoordingen “andere werken van aluminium” vatbaar voor indeling onder post 7616 van de GN (tarief 6 percent). Onderzocht moet worden of de goederen met toepassing van indelingsregel 1 van de GN (mede) vatbaar zijn voor indeling in een andere, meer specifieke tariefpost. Indien goederen met toepassing van het bepaalde in algemene indelingsregel 2, letter b, of om enige andere reden vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten, dient ingevolge algemene indelingsregel 3, letter a, voor de indeling de post met de meest specifieke omschrijving voorrang te hebben boven posten met een meer algemene strekking.

2.5.3.

Door belanghebbende is aangevoerd dat de ingevoerde goederen als delen van een systeem voor de bediening van paneeldeuren moeten worden ingedeeld in hoofdstuk 84 van de GN.

Aantekening 1, onder 1, aanhef en letter f, op afdeling XV van de GN luidt als volgt:

“1. Deze afdeling omvat niet:

(…)

f) artikelen bedoeld bij afdeling XVI (machines, toestellen en elektrotechnisch materieel)”

Aantekeningen 2 en 5 op afdeling XVI van de GN luiden als volgt:

“Behoudens het bepaalde in aantekening 1 op deze afdeling en in de aantekeningen 1 op de hoofdstukken 84 en 85, worden delen van machines (andere dan delen van artikelen bedoeld bij post 8484, 8544, 8545, 8546 of 8547) ingedeeld met inachtneming van de volgende regels:

a. a) delen die als zodanig onder een van de posten van hoofdstuk 84 of 85 (andere dan de posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8487, 8503, 8522, 8529, 8538 en 8548) kunnen worden ingedeeld, blijven onder die posten ingedeeld, ongeacht de machine waarvoor zij bestemd zijn;

b) delen, andere dan die bedoeld onder a) hiervoor, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of voor verschillende onder eenzelfde post vallende machines (met inbegrip van die bedoeld bij post 8479 of 8543), worden ingedeeld onder de post waaronder die machine valt of die machines vallen of onder een der posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naar gelang van het geval; delen die hoofdzakelijk worden gebruikt zowel voor de goederen bedoeld bij post 8517 als voor die bedoeld bij de posten 8525 tot en met 8528, worden echter ingedeeld onder post 8517;

c) andere delen worden ingedeeld onder post 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naar gelang het geval, of, indien dit niet mogelijk is, onder post 8487 of 8548.

(...)

5. Voor de toepassing van vorenstaande aantekeningen heeft het woord "machines" zowel betrekking op machines als op de verschillende toestellen, apparaten, uitrustingen en werktuigen bedoeld bij hoofdstuk 84 of 85.”

Krachtens Aantekening 2 op afdeling XVI van de GN worden delen van machines die als zodanig onder een van de posten van hoofdstuk 84 of hoofdstuk 85 van de GN kunnen worden ingedeeld (andere dan bepaalde in dit geval niet van belang zijnde posten), aan de hand van hun eigen kenmerken en als autonome artikelen onder een van die posten ingedeeld.

2.5.4.

Met betrekking tot de hiervoor in 2.5.3, eerste alinea, omschreven stelling dient mitsdien onderzocht te worden of de ingevoerde goederen dienen te worden beschouwd als delen waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine, toestel, apparaat, uitrusting of werktuig bedoeld in hoofdstuk 84 van de GN.

Hoewel uit de bewoordingen van de posten van hoofdstuk 84 in samenhang gelezen met aantekening 5 op afdeling XVI van de GN moet worden afgeleid dat het begrip ‘machine’ ruim moet worden uitgelegd, kan daaronder niet worden verstaan een samenstel als het onderhavige van veren en kabels in samenhang met onder meer geleiderails, kabeltrommels, veerpluggen, bodemconsoles en looprollen dat wordt gebruikt ter ondersteuning van het handmatig of elektrisch openen en sluiten van paneeldeuren (overheaddeuren). Dat samenstel verricht als zodanig niet zelfstandig een bepaalde werkzaamheid.

Dit een en ander betekent dat de ingevoerde goederen niet als delen van een bepaalde machine maar als autonome artikelen moeten worden ingedeeld naar hun eigen aard.

2.5.5.

Wat betreft de tariefindeling van de kabeltrommels moet het verwijzingshof bij zijn beoordeling het navolgende betrekken. Kabeltrommels zijn volgens het spraakgebruik voorwerpen waarop een kabel wordt gewonden. In de toelichting van de IDR op post 7616 van het GS wordt erop gewezen dat onder deze post aluminium voorwerpen worden ingedeeld die – waren deze van ijzer of staal – onder post 7325 of 7326 zouden vallen. Onder post 7326 van het GS worden onder meer ingedeeld haspels voor kabels en slangen, enz. (onderverdeling 7326 90 50 van de GN).

2.5.6.

Wat betreft de tariefindeling van de veerpluggen moet het verwijzingshof het navolgende bij zijn beoordeling betrekken. In de toelichting van de IDR op post 7616 van de GN wordt verwezen naar post 7326 van de GN. Mede gelet op de aard van de goederen die in de toelichting IDR op post 7326 van het GS worden opgesomd, moet het verwijzingshof onderzoeken of veerpluggen als de onderhavige onder post 7616 van de GN moeten worden ingedeeld.

2.5.7.

Wat betreft de tariefindeling van de bodemconsoles moet het verwijzingshof postonderverdeling 8302 41 10 van de GN bij zijn beoordeling betrekken. Een bodemconsole wordt aan het onderste paneel van de deur bevestigd. Mede gelet op de aard van de goederen die in de toelichting IDR op post 8302 van het GS worden opgesomd, moet het verwijzingshof onderzoeken of de bodemconsoles als een garnituur of een beslag in de zin van deze post, mede vatbaar zijn voor indeling in laatstvermelde tariefpost.”

5 Geschil na verwijzing

5.1.

Tussen partijen is na verwijzing niet langer in geschil dat de veerpluggen door de inspecteur in de bestreden UTB zijn belast naar het juiste tarief (6%).

5.2.

Partijen hebben zich na verwijzing eenparig op het standpunt gesteld dat de bodemconsoles dienen te worden ingedeeld in GN-code 8302 41 00, en dat daaruit een vermindering van de UTB groot € 474,89 voortvloeit.

5.3.

Partijen houdt enkel nog verdeeld of aluminium kabeltrommels moeten worden ingedeeld onder GN-code 8302 41 10, zoals belanghebbende voorstaat, dan wel onder GN-code 7616 99 10, zoals de inspecteur bepleit.

6 Relevante teksten en toelichtingen

Post 7616

7616 Andere werken van aluminium:

7616 10 00 − draadnagels, spijkers, aangepunte krammen, schroeven, bouten, moeren, haken met schroefdraad, klinknagels en klinkbouten, splitpennen, spiebouten, spieën, sluitringen en dergelijke artikelen

− andere:

7616 91 00 − − metaaldoek, metaalgaas en traliewerk, van aluminiumdraad

7616 99 − − andere:

7616 99 10 − − − gegoten

7616 99 90 − − − andere

Post 7326

7326 Andere werken van ijzer of van staal:

(…)

7326 90 − andere:

(…)

7326 90 50 − − haspels voor kabels, slangen, enz

(…)

Post 8302

8302 Garnituren, beslag en dergelijke artikelen, van onedel metaal, voor meubelen, voor deuren, voor trappen, voor vensters, voor blinden, voor koetswerk, voor zadelmakerswerk, voor koffers en valiezen en voor dergelijke werken; hoedhaken, jashaken en dergelijke haken, kapstokken, plankdragers en dergelijke artikelen, van onedel metaal; zwenkwielen met montuur van onedel metaal; automatische deursluiters en deurdrangers van onedel metaal:

8302 10 00 − scharnieren en andere hengsels

8302 20 00 − zwenkwielen

8302 30 00 − andere garnituren, beslag en dergelijke artikelen voor automobielen

− andere garnituren, beslag en dergelijke artikelen:

8302 41 00 − − voor gebouwen

(…)

Toelichting IDR post 7616

Deze post omvat alle werken van aluminium die niet zijn begrepen onder één der voorgaande posten op dit hoofdstuk, Aantekening 1 IDR op afdeling XV, de hoofdstukken 82 en 83, of elders in de nomenclatuur.

Onder deze post worden onder meer ingedeeld:

(…)

5. werken van aluminium, van de soort omschreven in de toelichtingen IDR op de posten 73.25 en 73.26.

(…)

Toelichting IDR post 8302

Deze post omvat garnituren en beslag, van de soorten die in de regel worden gebruikt voor meubelen, deuren, vensters, koetswerk, enz. Deze artikelen blijven onder deze post ingedeeld, indien zij voor bijzondere doeleinden zijn bestemd (bijvoorbeeld handvatten

en scharnieren voor deuren van automobielen). Van deze post zijn nochtans uitgezonderd artikelen die in feite essentiële delen van werken zijn, zoals raamkozijnen, verstelmechanismen voor sommige zetels, enz.

Deze post omvat:

(…)

D. garnituren, beslag en dergelijke artikelen voor gebouwen.

Deze groep omvat:

1. veiligheidskettingen en dergelijke, draaigrendels (spanjoletten), rolkrammen, wervels, raamuitzetters en raamscharen, raamopeners, deurvastzetters, sluitingen voor kijkvenstertjes, haken en ander beslag voor vensters met dubbel glas, haken, vastzetters en wervels voor blinden, hoekbeslag voor jaloezieën, lagerblokken voor gordijnrollen, dekplaten voor brievenbussen, deurkloppers, kijkluikjes voor deuren (met uitzondering van optisch werkende kijkluikjes), enz.;

2. sluitwerk met veer, doch zonder sleutel (deurknoppen, enz.), gewone grendels, schuiven en deurklinken (andere dan grendelsloten bedoeld bij post 83.01) voor deuren;

3. beslag voor schuifdeuren van etalages, garages, loodsen, enz. (loopschenen, hangrollen en andere rollen, enz.);

4. sleutelgatplaten en vingerplaten voor deuren van gebouwen;

5. (…)

6. hoeksteunen, verstevigingsplaatjes en -hoeken, voor deuren, ramen of luiken;

7. overvallen die met een hangslot gesloten kunnen worden, voor deuren; handvatten, grepen, knoppen, enz. voor deuren, die voor sluitwerk met sleutel daaronder begrepen;

8. stootdoppen, deursluiters en deurdrangers, andere dan die bedoeld onder H hierna;

(…)

7 Beoordeling van het geschil

7.1.

Uit het verwijzingsarrest (2.5.4) volgt dat dat kabeltrommels, veerpluggen alsmede bodemconsoles, bestemd voor overheaddeuren, geen delen van machines zijn als bedoeld in hoofdstuk 84 van de Gecombineerde Nomenclatuur, zodat vast staat dat het incidenteel hoger beroep van belanghebbende – dat strekt tot indeling van alle genoemde artikelen in post 8431 of post 8479 – faalt.

Bodemconsoles

7.2.

De Hoge Raad heeft in het verwijzingsarrest met betrekking tot de bodemconsoles het volgende overwogen:

2.5.7.

Wat betreft de tariefindeling van de bodemconsoles moet het verwijzingshof postonderverdeling 8302 41 10 [Hof: Hoge Raad bedoelt: 8302 41 00] van de GN bij zijn beoordeling betrekken. Een bodemconsole wordt aan het onderste paneel van de deur bevestigd. Mede gelet op de aard van de goederen die in de toelichting IDR op post 8302 van het GS worden opgesomd, moet het verwijzingshof onderzoeken of de bodemconsoles als een garnituur of een beslag in de zin van deze post, mede vatbaar zijn voor indeling in laatstvermelde tariefpost.”

Partijen hebben zich na verwijzing eenparig op het standpunt gesteld dat de bodemconsoles dienen te worden ingedeeld in GN-code 8302 41 00. Het Hof zal partijen hier in volgen, nu het dit standpunt juist acht.

7.3.

Uit het vorenoverwogene volgt dat de door de rechtbank vastgestelde indeling (8479 90 80 – 1,7%) onjuist is, zodat het principaal hoger beroep van de inspecteur in zoverre slaagt. Uit het vorenoverwogene volgt evenwel tevens dat de in de aangifte vermelde GN-code (8302 41 00 – 2,7%) juist is, zodat de in de UTB begrepen correctie ter zake van de invoer van bodemconsoles, naar een tarief van 6%, ten onrechte heeft plaatsgevonden. De UTB dient te worden verminderd met een bedrag van € 474,89 .

Kabeltrommels

7.4.

De Hoge Raad heeft in het verwijzingsarrest met betrekking tot de kabeltrommels het volgende overwogen:

2.5.5.

Wat betreft de tariefindeling van de kabeltrommels moet het verwijzingshof bij zijn beoordeling het navolgende betrekken. Kabeltrommels zijn volgens het spraakgebruik voorwerpen waarop een kabel wordt gewonden. In de toelichting van de IDR op post 7616 van het GS wordt erop gewezen dat onder deze post aluminium voorwerpen worden ingedeeld die – waren deze van ijzer of staal – onder post 7325 of 7326 zouden vallen. Onder post 7326 van het GS worden onder meer ingedeeld haspels voor kabels en slangen, enz. (onderverdeling 7326 90 50 van de GN).

7.5.

Na verwijzing heeft de inspecteur de voormelde suggestie overgenomen en indeling onder GN-code 7616 9910 bepleit. Belanghebbende acht de kabeltrommels evenwel vatbaar voor indeling onder GN-code 8302 4110, welke GN-code naar belanghebbende stelt meer specifiek is dan GN-code 7616 9910, zodat indeling onder eerstgenoemde GN-code dient plaats te vinden. Het Hof overweegt ter zake als volgt.

7.6.

Gelet op het materiaal (aluminium) waaruit de kabeltrommels zijn vervaardigd zijn zij vatbaar voor indeling in post 7616 (andere werken van aluminium, vgl. verwijzingsarrest, punt 2.5.2). Daar komt bij dat indeling in post 7616 steun vindt in de GS-toelichting op deze post, nu deze toelichting verwijst naar voorwerpen die, waren zij van ijzer of staal, onder post 7325 of 7326 zouden vallen, en onderverdeling 7326 9050 haspels voor kabels met name noemt. Vast staat dat kabeltrommels worden gebruikt om kabels op en af te winden, zodat zij als ‘haspel’ kunnen worden gekwalificeerd.

7.7.

De door belanghebbende in haar reactie op het verwijzingsarrest voorgestane GN-code 8302 41 10 (‘andere garnituren, beslag en dergelijke artikelen, voor gebouwen, voor deuren’) bestond nog niet ten tijde van het indienen van de desbetreffende aangifte (29 februari 2008). Het Hof verstaat het standpunt van belanghebbende daarom aldus dat zij indeling onder GN-code 8302 41 00 (‘andere garnituren, beslag en dergelijke artikelen, voor gebouwen’) voorstaat. De GS-toelichting op hoofdstuk 83 luidt, voor zover hier van belang:

“Terwijl onder de hoofdstukken 73 tot en met 76 en 78 tot en met 81 werken van onedel metaal worden gegroepeerd volgens het samenstellend metaal, omvat dit hoofdstuk – evenals hoofdstuk 82 – een beperkt aantal welbepaalde artikelen, ongeacht het onedel metaal waaruit ze zijn vervaardigd.”

Deze ‘welbepaalde artikelen’ zijn de artikelen genoemd in de bewoordingen van de post [garnituren, beslag en dergelijke artikelen, van onedel metaal, voor meubelen,

voor deuren, voor trappen, voor vensters, voor blinden (…)]. Een definitie van de termen “garnituren” en “beslag” ontbreekt. Evenmin is nader geduid wat onder “dergelijke artikelen” dient te worden verstaan. Gelet op de in de GS-toelichting, onder D, genoemde voorbeelden van ‘garnituren, beslag en dergelijke artikelen voor gebouwen’ acht het Hof evenwel niet voor redelijke twijfel vatbaar dat hieronder worden begrepen artikelen die rechtstreeks op, aan of in een deur worden bevestigd. Bij de onderwerpelijke kabeltrommels is daarvan geen sprake. Aan de kabeltrommels wordt een kabel bevestigd. Het andere uiteinde van deze kabel wordt met een bodemconsole (zie 7.2 en 7.3) verbonden, die op haar beurt aan het onderste deurpaneel van de overheaddeur is bevestigd. Alsdan kan naar ’s Hofs oordeel niet worden gezegd dat de kabeltrommel “beslag” of “garnituur” van de deur vormt. Het Hof weegt hierbij mee dat de Hoge Raad in het verwijzingsarrest, onder 2.3.2, reeds heeft geoordeeld dat voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur de deurpanelen en het bedieningsmechanisme (waar de kabeltrommels deel van uitmaken) niet als één goed moeten worden aangemerkt.

7.8.

Gelet op het vorenoverwogene kunnen de kabeltrommels niet worden ingedeeld in post 8302. Nu zij naar ’s Hofs oordeel ook niet vatbaar zijn voor indeling in enige andere post dan de onder 7.6 genoemde post 7616, dienen de kabeltrommels met toepassing van indelingsregel 1 onder deze post te worden ingedeeld. Gelet op de niet althans onvoldoende gemotiveerd weersproken stelling van belanghebbende dat de kabeltrommels van niet-gegoten aluminium zijn vervaardigd, dienen zij meer specifiek te worden ingedeeld in GN-onderverdeling 7616 99 90. Voor deze GN-code geldt een tarief van 6%, zodat de bestreden UTB ten aanzien van de kabeltrommels niet te hoog is vastgesteld. Het principaal hoger beroep van de inspecteur slaagt ook in zoverre.

Slotsom

7.9.

De slotsom is dat het principaal hoger beroep gegrond is en dat het incidenteel hoger

beroep ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank dient te worden vernietigd. Beslist dient te worden als hieronder vermeld.

8 Kosten

Nu het hoger beroep van de inspecteur slechts gedeeltelijk doel treft, en daarmee vast staat dat de uitspraak op bezwaar deels onjuist is, bestaan termen de inspecteur te veroordelen in de proceskosten die belanghebbende in verband met zijn verweer tegen het hoger beroep van de inspecteur redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op: € 1.113,75 [3 (verweerschrift in hoger beroep, verschijnen ter zitting, schriftelijke zienswijze na verwijzing + verschijnen ter nadere zitting) x 2 (wegingsfactor) x 1,5 (samenhang) x € 495] : 4. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaken 16/00343, 16/00354 en 16/00357, met de onderhavige zaak samenhangen in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

9 Beslissing

Het Hof:

  • -

    vernietigt de uitspraak van de rechtbank, behoudens de beslissingen inzake de proceskosten en het griffierecht;

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak op bezwaar;

  • -

    vermindert de UTB met een bedrag van € 474,89 tot € 5.965,45;

  • -

    veroordeelt de inspecteur in de proceskosten in hoger beroep van belanghebbende tot een bedrag van € 1.113,75.

De uitspraak is gedaan door mrs. A. Bijlsma, voorzitter, H.E. Kostense en

B.A. van Brummelen, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Lambeck als griffier. De beslissing is op 20 juni 2017 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.