Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:2893

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-07-2017
Datum publicatie
21-07-2017
Zaaknummer
23-002121-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ademanalyse. Vrijspraak. Uit het ingevulde kruisjesformulier blijkt dat er een blaastest (‘resultaat A’) heeft plaatsgevonden, terwijl niet is vermeld op welk moment de vordering is gedaan. Daardoor is niet vast te stellen dat er 20 min waren verstreken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002121-16

datum uitspraak: 20 juli 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 juni 2016 in de strafzaak onder parketnummer

96-140595-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 juli 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij, op of omstreeks 24 maart 2015 te Amsterdam als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van haar adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 355 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en verdachte dit motorrijtuig heeft bestuurd zonder rijbewijs.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 300, te betalen in twee maandelijkse termijnen van € 150, alsmede tot een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaren.

Vrijspraak

Ingevolge artikel 8, derde lid, in verbinding met artikel 8, vierde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) is het een ieder verboden een voertuig waarvoor een rijbewijs is vereist, te besturen onder invloed van zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem hoger is dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, en zonder dat hem een rijbewijs is afgegeven.

In artikel 6 van het Besluit alcoholonderzoeken (oud) is bepaald dat de ademanalyse niet plaatsvindt binnen 20 minuten na het moment waarop van de verdachte is gevorderd zijn medewerking te verlenen aan een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht (een blaas- of ademtest), dan wel, indien die vordering niet is gedaan, binnen twintig minuten na het eerste directe contact dat een opsporingsambtenaar met hem heeft gehad, leidend tot de verdenking van een gedraging in strijd met artikel 8 van de WVW 1994.

Het hof leidt uit het door de verbalisanten ingevulde formulier af dat in de onderhavige situatie een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht heeft plaatsgevonden. In het proces-verbaal ter zake van artikel 8 WVW 1994 is immers gerelateerd: “Resultaat A”. In dit proces-verbaal is echter niet vermeld op welk moment de daaraan voorafgaande vordering is gedaan. Daarom kan niet worden vastgesteld dat is voldaan aan het voorschrift van artikel 6 van het Besluit alcoholonderzoeken (oud).

Dit leidt ertoe dat het hof niet wettig en overtuigend bewezen acht dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar hiervan vrij.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.M.C. Tilleman, mr. F.M.D. Aardema en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. N.R. Achterberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 juli 2017.

Mr. F.M.D. Aardema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[...]