Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:2857

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-07-2017
Datum publicatie
05-09-2018
Zaaknummer
200.206.293/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het verzoek van de ondernemingsraad wordt afgewezen, nu de door de ondernemingsraad ingenomen stellingen en aangevoerde feiten en omstandigheden niet kunnen leiden tot het oordeel dat het Medisch Centrum Leeuwarden niet in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5237
ARO 2017/141
JONDR 2017/918
AR-Updates.nl 2018-0998
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.206.293/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer 14 juli 2017

inzake

de ONDERNEMINGSRAAD VAN DE BESLOTEN VENNOOTSCHAP MET BEPERKTE AANSPRAKELIJKHEID MEDISCH CENTRUM LEEUWARDEN B.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

VERZOEKER,

advocaat: mr. A.A.W. Terpstra, kantoorhoudende te Utrecht,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MEDISCH CENTRUM LEEUWARDEN B.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. C. Grondsma, kantoorhoudende te Leeuwarden.

1 Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg zal verzoeker (ook) worden aangeduid met de ondernemingsraad en verweerster met MCL.

1.2

De ondernemingsraad heeft bij op 28 december 2016 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht voor recht te verklaren dat MCL in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot het besluit van 29 november 2016 met betrekking tot uitbesteding (ook wel aangeduid met outsourcing) van de bedrijfshoreca van MCL. De ondernemingsraad heeft voorts verzocht bij wijze van een voorziening MCL te gebieden voornoemd besluit in te trekken en de gevolgen daarvan ongedaan te maken en MCL, eveneens bij wijze van voorlopige voorziening, te verbieden handelingen te verrichten of te doen verrichten ter uitvoering van het besluit.

1.3

MCL heeft bij op 20 januari 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.

1.4

De behandeling van de zaak is aanvankelijk op verzoek van partijen aangehouden voor overleg.

1.5

Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 15 juni 2017. Bij die gelegenheid hebben mr. Broens, kantoorgenoot van mr. Terpstra, en mr. Grondsma de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van - aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde - aantekeningen en onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden nadere producties. Mr. Broens heeft namens de ondernemingsraad het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingetrokken omdat MCL heeft toegezegd geen uitvoeringshandelingen te verrichten voorafgaand aan de beschikking van de Ondernemingskamer in deze zaak.

Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.

2 De vaststaande feiten

2.1

MCL is een centrum van medisch specialistische, verpleegkundige en paramedische zorg in Friesland. Het MCL is lid van de vereniging topklinische opleidingsziekenhuizen. In het ziekenhuis wordt naast basiszorg, hooggespecialiseerde zorg verleend. Bestuurder in de zin van de WOR is [A] . Onderdeel van het MCL is de afdeling Bedrijfshoreca, welke afdeling valt onder het Facilitair Bedrijf. Directeur van het Facilitair Bedrijf was tot 1 april 2017 [B] (hierna: [B] ). Sinds 6 april 2017 is [C] , waarnemend directeur.

2.2

De afdeling Bedrijfshoreca exploiteert het bezoekers- en personeelsrestaurant van het MCL, de winkel van het MCL, vergaderservice en de koffie- en theevoorziening buiten de verpleegafdelingen.

2.3

Op 24 mei 2016 heeft MCL de ondernemingsraad advies gevraagd met betrekking tot een voorgenomen besluit tot “uitwerking vernieuwing en exploitatie bedrijfshoreca MCL door een derde partij” De adviesaanvraag ziet op outsourcing van de bedrijfshoreca. In de adviesaanvraag staat onder meer het volgende. De huidige exploitatie van de bedrijfshoreca is verlieslijdend omdat het MCL de maaltijden voor medewerkers subsidieert en de koffievoorziening in de poliklinieken geen opbrengst genereert. Door uitstekende presentaties van het horecateam zijn de totale kosten voor het MCL gedaald van € 1.002.367 in 2014 naar € 814.928 in 2015. Onder het kopje ”Aanleiding tot de verandering” wordt vermeld dat de afdeling Bedrijfshoreca aan vernieuwing toe is, dat de apparatuur en de techniek dringend moeten worden vervangen en dat de daarvoor benodigde investering wordt geraamd op € 600.000. In 2014/2015 heeft het Facilitair Bedrijf zich georiënteerd op de mogelijkheid tot voortzetting van exploitatie in eigen beheer of door uitbesteding aan een externe partij. De verschillen blijken in financiële en in kwalitatieve zin verwaarloosbaar te zijn. “De afweging tussen beide varianten gaat derhalve niet om de inhoud of de financiën, maar over de wijze waarop het MCL in een veranderende context, belangrijke doch niet primaire functies wil (laten) uitvoeren. Organisatie, beschikbaarheid en continuïteit van horeca-expertise en management (…) spelen daarin eveneens een rol. MCL stelt zich de vraag wat de meerwaarde is van het “zelf” exploiteren van een grote horecavoorziening in relatie tot het primaire zorgproces.” De directie van MCL heeft gekozen voor de uitbesteding aan een derde partij, waarbij Vermaat uit het selectieproces als de meest geschikte partij naar voren is gekomen. Met Vermaat is het in het voorgenomen besluit vervatte voorstel uitgewerkt. Onder het kopje “Medewerkers” staat in de adviesaanvraag het volgende:

Bij de overdracht van de activiteiten aan Vermaat, behouden alle medewerkers op basis van het “mens volgt werk” principe hun baan. Dit betekent dat de huidige formatie 29,25 Fte, wordt overgedragen (op basis van de Wet Overname van Onderneming) of wordt gedetacheerd. Dat gebeurt met in acht name van het behoud van de dan geldende arbeidsvoorwaarden en de daarbij gemaakte afspraken ten aanzien van arbeidsduur, dienstjaren en overige arbeidsvoorwaarden.” In de adviesaanvraag wordt vervolgens verwezen naar het Sociaal Plan van MCL waarin met betrekking tot uitbesteding staat opgenomen dat het uitgangspunt is dat de werknemers geen nadeel daarvan ondervinden, dat de werkgever een vergelijking maakt tussen de arbeidsvoorwaarden van de oude en de nieuwe werkgever en dat de werkgever met de werknemersorganisatie in overleg zal treden over de mogelijkheid om van detachering af te zien als de overgang naar de andere onderneming geen noemenswaardige rechtspositionele nadelen met zich meebrengt. De adviesaanvraag vervolgt met:

Indien er sprake is van belangrijke verschillen in rechtspositie, dan is detachering de enige mogelijkheid. Bij nagenoeg gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden kan uitbesteding plaatsvinden op basis van de Wet Overgang van Ondernemingen (WOO). In dat geval blijft het overigens altijd de keuze van de individuele medewerker of deze wil overgaan op basis van WOO of via detachering. Definitieve afspraken vergen instemming van alle onderhandelingspartners. Uit onderzoek door P&O (…) blijkt dat Vermaat de CAO-Z toepast voor de huidige MCL-medewerkers en voor hen alle bestaande secundaire regelingen (…) handhaaft. Echter Vermaat hanteert een ander pensioenfonds (…). Omdat een overgang naar Vermaat geen noemenswaardige rechtspositionele gevolgen met zich meebrengt, adviseert P&O overgang op basis van WOO. Dit betekent dat MCL met de werknemersorganisaties in overleg zal treden over de mogelijkheid van detachering en de toepassing van WOO, met in acht name van de pensioenproblematiek.

Op dit moment zijn ten aanzien van de medewerkers dus drie scenario’s denkbaar:

- Uitbesteding op basis van WOO. Medewerkers zijn volledig in dienst van Vermaat.

- Detachering. De medewerkers blijven in dienst van het MCL. Het management en de exploitatie van de totale bedrijfshoreca worden dan uitbesteed aan Vermaat.

- Mengvorm waarbij sommige medewerkers overgaan op basis van WOO en anderen gedetacheerd zijn.

Sociale gevolgen

Ondanks dat er alles aan wordt gedaan om de gevolgen voor medewerkers (…) zo veel mogelijk te beperken, is het emotionele effect van de overdracht op de medewerkers groot. Dat is begrijpelijk. Zij voelen zich verbonden met het MCL en beschouwen de overgang naar Vermaat als een verlies. Op de werkvloer is sprake van onrust. (…) Het MCL (…) en Vermaat zullen respectvol met deze effecten omgaan. De afspraken met Vermaat bieden (…) voldoende garanties ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden en ontwikkeling. Vermaat is een zeer professionele organisatie met vele mogelijkheden binnen het vakgebied. Vermaat heeft een horecabedrijfscultuur en hanteert personeelsinstrumenten die geëigend zijn voor dit type werkzaamheden.”

Onder het kopje “Contractvorming” staat dat het in geval van uitbesteding aan Vermaat “noodzakelijk (is) in het MCL de regiefunctie op inhoud en contract te ontwikkelen. (…) Bij een evenwichtige partnerrelatie hoort een (…) contract. (…) Definitieve onderhandelingen over looptijd en exploitatievergoedingen vinden plaats na instemming van de directie met het voorstel in deze notitie.”

Onder het kopje “Overige consequenties” staat dat door de overdracht aan Vermaat, de functie van sectorhoofd Voeding definitief (deels) komt te vervallen, dat de rol en de omvang van het takenpakket van de directeur Facilitair Bedrijf verandert en dat de regiefunctie op de bedrijfshoreca in het MCL nieuw is, welke functie noodzakelijk is om een volwaardig partnership te ontwikkelen.

In de Samenvatting staat het volgende: “De afweging tussen eigen beheer en uitbesteding heeft te maken met de manier waarop het MCL zijn organisatie inricht. Daarbij gaat het over focus op het primaire proces, beheersbaarheid van kosten, aanwending van investeringsruimte, financiële en organisatorische afbreukrisico’s, waarborgen van continuïteit, afslanking en wendbaarheid van de organisatie. Uitbesteding op basis van de WOO heeft de voorkeur.”

Onder de kopjes “Vervolgstappen” en “Tijdspad” staat dat onder meer de volgende stappen gezet moet worden als MCL besluit tot uitbesteding aan Vermaat:

- onderhandelen vakbonden;

- onderhandelen dienstverleningsovereenkomst Vermaat;

- ontwikkelen partnership/regiefunctie MCL. Ontwikkelen concept Bedrijfshoreca;

- instemming ondernemingsraad;

- contractondertekening.

2.4

In vervolg op een overlegvergadering van 7 juli 2016, heeft de ondernemingsraad in een brief van 1 augustus 2016 aan MCL geschreven, zakelijk weergegeven, dat het in eigen beheer uitvoeren van de bedrijfshoreca financieel, kwalitatief en inhoudelijk zeer goed realiseerbaar is, dat uitbesteding voor MCL de enige optie lijkt omdat dat past in de visie van MCL met focus op de zorg, maar dat het ziekenhuis geen regieorganisatie is terwijl dat wel nodig is om samen te werken met Vermaat. Voorts staat in de brief dat uitbesteding misschien wel past in de visie van MCL, maar dat het de vraag is of die uitbesteding daadwerkelijk zo urgent is. In dat verband wil de ondernemingsraad een update ontvangen met een financiële vergelijking. Voorts heeft de ondernemingsraad in de brief een uitwerking gevraagd van een vergelijking van de arbeidsvoorwaarden. Hij heeft naar voren gebracht dat er geen gezonde teamcultuur ontstaat als er een team wordt gevormd met medewerkers met verschillende arbeidsvoorwaarden, dat de betrokkenheid van medewerkers bij het ziekenhuis verdwijnt, dat de verwachting is dat het prijsniveau van het restaurant en van de vergaderservice zal stijgen en dat uit contact met leden van ondernemingsraden van andere ziekenhuizen waarin de bedrijfshoreca is uitbesteed, is gebleken dat de betreffende ziekenhuizen de regie zijn kwijtgeraakt, dat de gemaakte winst niet ten goede is gekomen aan het ziekenhuis en dat betrokkenheid en gastvrijheid zijn verminderd.

2.5

Bij brief van 7 september 2016 heeft MCL bovenstaande brief van de ondernemingsraad beantwoord. Zij heeft onder meer geschreven dat (i) MCL ervoor kiest om te focussen op zorg en de ondersteunende organisatie daar waar mogelijk te verkleinen, (ii) dat in de huidige situatie binnen het Facilitair Bedrijf al vele jaren een regieorganisatie bestaat (onder meer ten aanzien van schoonmaak, beveiliging, schilderwerk, groenvoorziening), (iii) de aanleiding voor de uitbesteding niet primair het exploitatieresultaat van bedrijfshoreca is, maar de visie op de ontwikkelingen van het MCL in de komende jaren, (iv) het Sociaal Plan van toepassing is en dat ten opzichte van de pensioenvoorziening van Vermaat momenteel een vergelijking wordt gemaakt, (v) de CAO ziekenhuiswezen van toepassing is op medewerkers die mee gaan naar Vermaat, (vi) uit gesprekken en bezoeken bij andere ziekenhuizen waarmee Vermaat een vergelijkbaar contract heeft, is gebleken dat de uitbesteding tot meer samenwerking en waardering heeft geleid en dat verschillen in arbeidsvoorwaarden na verloop van tijd als normaal wordt ervaren, (vii) er prijsaanpassingen zullen ontstaan voor externe gasten, maar dat het standaardpakket voor medewerkers tegen dezelfde prijs gehandhaafd blijft en dat overige prijswijzigingen alleen plaats kunnen vinden na instemming van het MCL, (viii) voor Vermaat als commerciële organisatie gastvrijheid een kerncompetentie is en dat MCL profiteert van de bedrijfsvoering van Vermaat, en (ix) er op hoofdlijnen een akkoord is voor een contract voor 10 jaar, dat nader wordt uitgewerkt en dat er nog geen concept contract beschikbaar is.

2.6

Op 15 september 2016 heeft MCL de ondernemingsraad advies gevraagd over de notitie “Ontwikkelrichting voor de organisatie en besturing van de facilitaire Dienstverlening in het MCL”. Kernpunt daarvan is dat het Facilitair Bedrijf wordt omgevormd naar een regieorganisatie en wordt afgeslankt.

2.7

Op 22 september 2016 heeft MCL op vragen van de ondernemingsraad inzicht verschaft in het exploitatieresultaat van de bedrijfshoreca over 2015 en over 2016 (prognose) en de verwachte besparing in geval van uitbesteding, te weten € 109.310 bij toepassing van de Wet overgang onderneming en € 50.830 indien alle werknemers worden gedetacheerd.

2.8

Op 27 oktober 2016 heeft de ondernemingsraad een negatief advies uitgebracht met betrekking tot de uitbesteding van de bedrijfshoreca. In het advies staat onder meer dat (i) het ziekenhuis op dit moment geen regieorganisatie is en dat dat wel nodig is als er samengewerkt wordt met een horeca aanbieder zoals Vermaat, (ii) uit de notitie “Ontwikkelrichting voor de organisatie en besturing van de Facilitaire Dienstverlening in het MCL” blijkt dat dat er bij het Facilitair Bedrijf veel veranderingen zullen gaan plaatsvinden, (iii) de directeur Facilitair Bedrijf met pensioen gaat en nog niet duidelijk is wie de regiefunctie van hem gaat overnemen en (iv) dat de nieuwe organisatie van het Facilitair Bedrijf eerst op orde moet zijn voordat tot uitbesteding wordt overgegaan. Daarnaast staat in het advies dat de financiële risico’s voor exploitatie in eigen beheer aanvaardbaar zijn. Voorts heeft de ondernemingsraad in zijn advies zijn opmerkingen zoals hij die eerder had gemaakt in de brief van 1 augustus 2016 over betrokkenheid van het personeel en over het prijsniveau van de aangeboden producten in vergelijkbare bewoordingen herhaald. De ondernemingsraad is niet overtuigd van de kwalitatieve of financiële meerwaarde van uitbesteding. Tot slot vermeldt de ondernemingsraad dat het overgangsprotocol met betrekking tot de werknemers nog niet klaar is en als dit protocol tot hogere kosten aanleiding geeft dan vooraf is ingeschat, het besluit door het MCL zal worden heroverwogen.

2.9

MCL heeft op 29 november 2016 het besluit met betrekking tot outsourcing van de bedrijfshoreca van MCL genomen. Het besluit houdt in dat het proces tot outsourcing zal worden voortgezet. In het besluit staat het volgende.

Waarom outsourcing?

Focus, kennis en kwetsbaarheid van de organisatie

Een ziekenhuis dient uitmuntend te zijn met betrekking tot de zorg, hier dient alle geld en aandacht naar uit te gaan.

Het MCL exploiteert in de marge van zijn kernactiviteit (zorg, genezing) een horecabedrijf met een omzet van € 2,8 mio (op basis van gesubsidieerde prijzen voor medewerkers). In de verre omtrek van Leeuwarden is er geen restaurantbedrijf met een vergelijkbare omzet. Dat lijkt interessant en uitdagend. Dat is het voor een horecaonderneming, maar dat is het voor een ziekenhuis niet. De exploitatie van een dergelijke omvang en complexiteit, vergt veel meer focus en kennis dan in het verleden. De focus van MCL ligt op andere terreinen en de horeca-kennis is slechts zeer spaarzaam voorhanden. Daardoor is wezenlijke vernieuwing vrijwel onmogelijk. In de jaren die achter ons liggen, is dat duidelijk gebleken: in die tijd had het Facilitair Bedrijf meerdere horeca- experts in dienst. Ook toen kon de Bedrijfshoreca de beoogde ontwikkeling niet realiseren. Dat is het gevolg van het willen exploiteren van een grote en complexe horecaonderneming in een ziekenhuiscultuur en het toont aan dat de huidige resultaten sterk persoonsafhankelijk zijn. Dat maakt op zijn beurt de continuïteit van de exploitatie kwetsbaar.

Feit is dat verandering in deze tijd de enige constante is. De druk op innovatie en technologie is de afgelopen jaren toegenomen, dat zal de komende jaren zo blijven.

De ziekenhuiswereld verandert. De traditionele denkwijze alles in eigen beheer blijven doen, is niet meer haalbaar. Professionals doen het echt beter door focus, professionaliteit, schaalgrootte, kapitaal en liquiditeit. Was wellicht outsourcing vijf jaar geleden te vroeg voor een aantal organisaties, vandaag de dag zijn de oplossingen die externe partijen bieden veel beter geworden. Outsourcing van ondersteunende activiteiten is voor veel ziekenhuizen van essentieel belang om de positie ten aanzien van de primaire taak te behouden en uit te bouwen. Focus op de inhoud van ondersteunende activiteiten past daar niet meer bij. Toegenomen verwachtingen van gasten, grotere wendbaarheid, innovatie: zij vereisen een andere expertise dan een ziekenhuis op dit onderdeel in huis kan hebben.

(…)

Meer kwaliteit door samenwerking, ontzorging

MCL wil gaan samenwerken met Vermaat. Zij zijn dé specialist op het gebied van eten & drinken in ziekenhuizen. Met 40 exploitaties binnen de Nederlandse ziekenhuizen zijn ze continue op zoek naar passende innovaties. Denk hierbij aan actuele thema’s als stimuleren van lokale leveranciers, vitaliteit, sturen op gezonde voeding, opleiding en training voor medewerkers, circulaire economie enz. Met de huidige bemensing zijn het Facilitair Bedrijf en Bedrijfshoreca onvoldoende in staat deze ontwikkelingen zelf op een professionele manier vorm te geven. Door met een externe partner samen te werken, is het MCL gegarandeerd van kwalitatief hoogstaande dienstverlening en constante ontwikkeling passend bij de ambities van het MCL, maar zonder de last en risico’s van de exploitatie en expertise.

MCL wil zijn gastvrijheidsfuncties goed geregeld hebben. Hoe belangrijk ook, voor het MCL is gastvrijheid afgeleid van de primaire functie. Voor de externe partner is gastvrijheid hun bestaansrecht. Wij zijn ervan overtuigd dat een externe partij als Vermaat die gastvrijheidsfunctie kan en zal leveren op een manier die bij het MCL past. Bovendien hebben zij daarvoor de middelen (geld, kennis) die ons inmiddels ontbreken. (…) Om de afstemming tussen externe partners en MCL te borgen, voeren wij regie op contracten. Dat zal ook in de relatie met Vermaat het geval zijn.

Medewerkers

Voor medewerkers zijn alle huidige regelingen gegarandeerd. Er is overeenstemming over een overgangsprotocol waarin alle primaire, secundaire en tertiaire arbeidsvoorwaarden worden overgenomen. De pensioenvergelijking is op dit moment onderwerp van gesprek tussen de vakbonden en MCL in verband met vaststelling van het overgangsprotocol. We zien hier geen onoverkomelijke verschillen.

(…)

Financieel

Het klopt dat onder leiding van de huidige manager de resultaten van de Bedrijfshoreca de laatste twee jaren aanzienlijk zijn verbeterd. Dat is prijzenswaardig, maar toont ook de kwetsbaarheid. Bij uitbesteding is sprake van een verbetering van dat resultaat (bij toepassing wet overgang onderneming) met € 109.000.

Door voortdurende bezuinigingen op de ondersteunende activiteiten zijn leiding, staf, control en projectmedewerkers grotendeels wegbezuinigd. Voor (externe) ondersteuning en adequate opleiding is gewoonweg geen geld meer. Dat is meer dan logisch, want onze beperkte middelen gaan naar de zorg.

Bij het in eigen beheer blijven uitvoeren van de horecafunctie, zal extra geld beschikbaar moeten komen voor management, expertise opleiding en scholing. Dat geld is er momenteel niet.

In de huidige tijd waarin liquiditeit een probleem is, is het lastig intern uit te leggen dat er fors (€ 600.000) geïnvesteerd wordt in het restaurant. Vermaat neemt die investering voor haar rekening. MCL en Vermaat sluiten een huur/exploitatieovereenkomst af. Hierdoor ontvangt het ziekenhuis gegarandeerd een jaarlijkse bijdrage (en een extra bijdrage bij meer omzet) zonder geconfronteerd te worden met vervangings-/onderhoudsinvesteringen. Hiermee zijn de financiële risico’s voor het MCL op het gebied van horeca voor de lange termijn afgedekt. Tevens leidt outsourcing op termijn tot een besparing op de overhead elders in het ziekenhuis.

(…)

Gasten

(…)

De prijsstelling van het basispakket voor medewerkers blijft gehandhaafd. Daarover zijn afspraken gemaakt, net als over het handhaven van de prijsstelling voor de vergaderservice.

De prijzen voor het overige aanbod gaan naar een niveau dat gebruikelijk is in de horeca en in ziekenhuizen. Dat zal geleidelijk gebeuren.

Organisatie

Het voorstel voor de nieuwe inrichting van de facilitaire functie in het MCL (in casu het opheffen van het Facilitair Bedrijf als entiteit) heeft een stevig kostenverlagend effect. Het voorstel gaat er onder meer van uit dat activiteiten met een zware inhoudelijke expertise, zoals de Bedrijfshoreca, voor uitbesteding in aanmerking komen. Kennis, aansturing, risico’s en management worden zo elders belegd. Als de Bedrijfshoreca de komende jaren in eigen beheer blijft, dan is het onontkoombaar de facilitaire functie anders in te richten dan voorgesteld, met alle overhead, kosten en organisatorische consequenties van dien. Immers, de nodige kennis, management-aandacht en risico’s vallen dan in het MCL. Bezuinigingen zoals het vervallen van de functie van sectorhoofd Voeding en directeur Facilitair Bedrijf, bezuinigingen bij control en secretariaat ed. zullen dan (deels) moeten worden teruggedraaid of zijn niet mogelijk in 2017. Zowel in de huidige als in de toekomstige structuur voor het Facilitair Bedrijf is onvoldoende financiële ruimte en kennis voorhanden om de Bedrijfshoreca verder te ontwikkelen en zijn de risico’s (financieel en waarborging continuïteit) te groot. Juist nu is het de tijd om Bedrijfshoreca te outsourcen.”

2.10

Bij brief van 19 januari 2017 heeft MCL een notitie van [B] aan de ondernemingsraad doen toekomen, over de werkwijze van het Facilitair Bedrijf en regie. In de notitie staat dat in de afgelopen jaren contracten aan derden zijn uitbesteed op basis van regie (contractmanagement) en dat dit onder andere contracten betreft ten aanzien van beddenreiniging op verpleegafdelingen, linnenvoorziening, schoonmaak, beveiliging en groenvoorziening waarbij de regisseur vaak het sectorhoofd of het afdelingshoofd is.

2.11

Op 22 mei 2017 heeft de ondernemingsraad een negatief advies uitgebracht met betrekking tot de “notitie Ontwikkelrichting organisatie en besturing facilitaire dienstverlening in het MCL”.

2.12

Bij brief van 6 juni 2017 heeft MCL aan de ondernemingsraad bericht dat zij na een negatief advies van de ondernemingsraad de notitie “Ontwikkelrichting organisatie en besturing facilitaire dienstverlening MCL” zal intrekken. Dat laatste is gebeurd.

3 De gronden van de beslissing

3.1

De ondernemingsraad heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat MCL bij afweging van alle betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit van 29 november 2016 met betrekking tot outsourcing van de bedrijfshoreca van MCL. Hij heeft daartoe gesteld dat (i) met dit besluit vooruitgelopen wordt op een nog te nemen besluit over de omvorming van het Facilitair Bedrijf tot een regieorganisatie, waardoor afbreuk wordt gedaan aan de medezeggenschap (ii) nut en noodzaak van de uitbesteding van de horeca activiteiten niet duidelijk zijn, temeer niet nu horeca en gastvrijheid een belangrijke pijler voor MCL zijn, naast goede zorg, (iii) het besluit onvoldoende inzicht biedt in de te verwachten gevolgen voor het personeel (overgang van onderneming of detachering), (iv) de twijfel van de ondernemingsraad over de kwaliteit van de dienstverlening na uitbesteding niet is weggenomen, (v) de ondernemingsraad ondanks zijn verzoek daartoe, de concept overeenkomst met Vermaat niet heeft ontvangen en ook overigens onvoldoende is geïnformeerd, en (vi) het besluit (ook) overigens onvoldoende is gemotiveerd.

3.2

MCL heeft zich verweerd. De Ondernemingskamer zal hieronder waar nodig op dit verweer ingaan.

3.3

Naar het oordeel van de Ondernemingskamer is MCL niet gehouden om eerst een besluit te nemen over de ontwikkeling en herinrichting van het Facilitair Bedrijf tot een regieorganisatie alvorens het onderhavige besluit te kunnen nemen. MCL heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat het besluit tot het uitbesteden van de Bedrijfshoreca als onderdeel van het Facilitair Bedrijf, een op zichzelf staand besluit is en dat het voor het voeren van regie op een met Vermaat te sluiten overeenkomst niet noodzakelijk is de herinrichting van het Facilitair Bedrijf af te wachten. De zinsnede in de adviesaanvraag dat de regiefunctie op de bedrijfshoreca in MCL nieuw is en dat die functie noodzakelijk is om een volwaardig partnership te ontwikkelen maakt dat niet anders omdat MCL in de brieven van 7 september 2016 (hierboven onder 2.5) en 19 januari 2017 (hierboven onder 2.10) afdoende heeft toegelicht dat er binnen het Facilitair Bedrijf al jaren op onderdelen een regieorganisatie bestaat en dat het voeren van regie op het met Vermaat te sluiten contract ter hand kan worden genomen zonder dat het Facultair Bedrijf daaraan voorafgaand is omgevormd tot een regieorganisatie. Er is geen aanleiding voor het oordeel dat het Facilitair Bedrijf (meer concreet: de waarnemend directeur van het Facilitair Bedrijf) onvoldoende in staat zou zijn of onvoldoende expertise zou hebben om de regie op de met Vermaat te sluiten overeenkomst te voeren, zoals de ondernemingsraad heeft gesteld. Mede gelet op het feit dat ook andere onderdelen van het Facilitair Bedrijf zijn uitbesteed (zie de onder 2.9 door MCL genoemde overeenkomsten ten aanzien van beddenreiniging op verpleegafdelingen, linnenvoorziening, schoonmaak, beveiliging en groenvoorziening) ziet de Ondernemingskamer geen grond voor het oordeel dat MCL in redelijkheid niet tot het besluit had kunnen komen. Evenmin valt in te zien dat in dit geval door de door MCL gemaakte keuze in de volgorde van te nemen besluiten afbreuk aan de medezeggenschap wordt gedaan. Zij heeft de door haar gemaakte keuze om reeds nu over te gaan tot uitbesteding van de horeca activiteiten voldoende gemotiveerd.

3.4

Naar het oordeel van de Ondernemingskamer heeft MCL ruimschoots inzicht geboden in nut en noodzaak van de in het (voorgenomen) besluit gemaakte keuze om de bedrijfshoreca uit te besteden. De Ondernemingskamer verwijst naar 2.3, 2.5 en 2.8 (onder het kopje “waarom outsourcing)” waarin is weergegeven dat MCL vooropgesteld heeft gesteld dat beleidsmatig de focus in de eerste plaats moet liggen op zorg en dat bij de afweging om tot het besluit te komen financiële motieven een ondergeschikte rol spelen. Het standpunt van de ondernemingsraad dat horeca en gastvrijheid een belangrijke pijler zijn naast zorg, impliceert niet dat MCL zou moeten afzien van de outsourcing. Ook MCL onderkent in het besluit het belang van de bedrijfshoreca, zoals blijkt uit de toelichting onder het kopje “Meer kwaliteit door samenwerking, ontzorging” (zie 2.9) en MCL heeft voldoende toegelicht waarom outsourcing naar haar oordeel kan bijdragen aan (het behoud van) de “gastvrijheidsfunctie”. Ook op dit punt kan haar geen motiveringsgebrek worden verweten.

3.5

Naar het oordeel van de Ondernemingskamer heeft MCL voldoende inzicht geboden in de gevolgen die het (voorgenomen) besluit heeft voor het personeel. De Ondernemingskamer verwijst naar 2.3, 2.5 en 2.9 waarin de keuze en de verschillen tussen overgang van onderneming en detachering duidelijk zijn weergegeven. Dat ten tijde van het besluit (en ook thans) het standpunt van de vakbonden nog niet duidelijk is met betrekking tot het overgangsprotocol (zie hierboven onder 2.9), is een gevolg van de opschortingstermijn die is ingegaan nadat het besluit is genomen. Naar ter terechtzitting door MCL is bevestigd zijn voorts alle verdere voorbereidingshandelingen om uitvoering te geven aan het besluit hangende de procedure gestaakt en treden de vakbonden pas in overleg over het overgangsprotocol, nadat het besluit om de bedrijfshoreca uit te besteden definitief vast staat.

3.6

Dat de ondernemingsraad twijfelt over de kwaliteit van de dienstverlening na uitbesteding, is geen grond om de gevraagde verklaring voor recht te geven. Het beroep dat de ondernemingsraad heeft gedaan op ervaringen elders, maakt dat niet anders. MCL heeft tot het standpunt kunnen komen dat uitbesteding aan Vermaat de verwachting rechtvaardigt dat de dienstverlening op professioneel niveau zal plaatsvinden. Zij heeft dit afdoende gemotiveerd door te wijzen op de voordelen die een samenwerkingsverband met Vermaat kan bieden (zie onder het kopje “Meer kwaliteit door samenwerking, ontzorging” onder 2.9).

3.7

Ten aanzien van de stelling van de ondernemingsraad dat hij onvoldoende is geïnformeerd en dat hij hoewel daarom verzocht, de concept overeenkomst met Vermaat niet heeft ontvangen, overweegt de Ondernemingskamer als volgt. Nog daargelaten dat de klacht over een gebrek aan informatie pas in het kader van deze beroepsprocedure en niet reeds ten tijde van de advisering naar voren is gebracht en derhalve in beginsel niet bij de beoordeling kan worden betrokken, ziet de Ondernemingskamer voor die klacht geen grond. MCL heeft steeds informatie gedeeld met de ondernemingsraad en zijn vragen beantwoord. Op dit moment is er nog geen concept overeenkomst. De Ondernemingskamer verwijst naar hetgeen is opgenomen onder 2.3 waarin de adviesaanvraag is weergegeven en waarin onder het kopje “Tijdspad” het tijdspad is opgenomen nadat het bestreden besluit is genomen, te weten:

- onderhandelen vakbonden;

- onderhandelen dienstverleningsovereenkomst Vermaat;

- ontwikkelen partnership/regiefunctie MCL. Ontwikkelen concept Bedrijfshoreca;

- instemming ondernemingsraad;

- contractondertekening.

Hieruit volgt dat over de exacte termen van de overeenkomst nog moet worden onderhandeld en dat er dus nog geen concept overeenkomst voor handen is. De Ondernemingskamer verwijst in dit verband tevens naar hetgeen zij hierboven overwoog met betrekking tot het staken van uitvoeringshandelingen in verband met de onderhavige procedure: de onderhandelingen met Vermaat zijn stilgelegd, zo heeft MCL ter zitting bevestigd.

3.8

Overige door de ondernemingsraad gestelde motiveringsgebreken die zien op de beleving van het betrokken personeel en op het prijsniveau van producten kunnen evenmin tot het oordeel leiden dat MCL in redelijkheid niet tot het bestreden besluit heeft kunnen komen. MCL is uitvoerig op deze punten ingegaan onder andere in de adviesaanvraag onder het kopje “Sociale gevolgen” (zie hierboven onder 2.3) en in de brief van 7 september 2016 (hierboven onder 2.5).

3.9

De slotsom luidt dat de door de ondernemingsraad ingenomen stellingen en aangevoerde feiten en omstandigheden, afzonderlijk dan wel in onderlinge samenhang bezien, niet kunnen leiden tot het oordeel dat MCL niet in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen. Het verzoek zal worden afgewezen.

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en drs. P.G. Boumeester, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 14 juli 2017.