Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:283

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-02-2017
Datum publicatie
13-02-2017
Zaaknummer
200.194.609/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; enquête; minnelijke regeling; beëindiging onderzoek en onmiddellijke voorzieningen; artikel 2:357 lid 1 BW

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 357
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2017-0076
ARO 2017/80
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.194.609/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 2 februari 2017

inzake

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DCS-HOLDING B.V.,

gevestigd te Vleuten,

2. [A],

wonende te [....] ,

VERZOEKSTERS,

advocaat: mr. R.A.F. Harmsen, kantoorhoudende te Zeist,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DCS-HOLDING B.V.,

gevestigd te Vleuten,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ORTUS GROUP B.V.,

gevestigd te Vleuten,

VERWEERSTERS,

niet verschenen,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SUCCURRO HOLDING B.V.,

gevestigd te Nieuwegein,

2. [B],

wonende te [....] ,

3. [C],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: mr. A.J. van Wees en mr. F.M. Peters, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.

1. Het verloop van het geding

1.1 In het vervolg zullen partijen, belanghebbenden en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:

  • -

    verzoeksters gezamenlijk met [D] c.s. en verzoekster sub 2 afzonderlijk met [A] ;

  • -

    verweersters met DCS en Ortus;

  • -

    belanghebbenden met Succurro c.s.;

  • -

    de besloten vennootschap iARTA B.V. met iARTA.

1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikkingen in deze zaak van 17 november 2016 en 22 november 2016.

1.3 Bij de beschikking van 17 november 2016 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van DCS en van Ortus over de periode vanaf 1 januari 2016 en heeft de Ondernemingskamer een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Voorts heeft de Ondernemingskamer bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, een door de Ondernemingskamer nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot commissaris van DCS en van Ortus, van wie voorafgaande goedkeuring nodig is voor bepaalde in die beschikking genoemde besluiten en aan wie één aandeel van ieder van de aandeelhouders in DCS en één aandeel van ieder van de aandeelhouders in Ortus ten titel van beheer zijn overgedragen. De Ondernemingskamer heeft overwogen dat zij de aanwijzing van een onderzoeker vooralsnog zal aanhouden opdat kan worden bezien of reeds door de te treffen onmiddellijke voorzieningen een oplossing van het geschil kan worden bereikt en bepaald dat elk van partijen of de door de Ondernemingskamer benoemde commissaris/beheerder op elk moment de Ondernemingskamer kan verzoeken de onderzoeker aan te wijzen.

1.4 Bij de beschikking van 22 november 2016 heeft de Ondernemingskamer W.L. Meijer (hierna: Meijer) aangewezen als commissaris en beheerder van aandelen.

1.5 [A] heeft bij op 5 december 2016 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht – zakelijk weergegeven – bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding Succuro c.s. en iARTA te bevelen alle door de commissaris en de aan te wijzen onderzoeker gevraagde en nog te vragen voorschotten te voldoen, althans daarvoor zekerheid te stellen in de vorm van een bankgarantie, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 15.000 voor iedere dag dat Succuro c.s. en iARTA hiermee in gebreke blijven, met een maximum van € 100.000, alsmede Succuro c.s. en iARTA te veroordelen in de kosten van het geding.

1.6 Bij brief aan partijen en (mogelijk) belanghebbenden van 14 december 2016 heeft de Ondernemingskamer bericht dat de mondelinge behandeling van het verzoek van [A] van 5 december 2016 is bepaald op donderdag 2 februari 2017.

1.7 Bij e-mailberichten aan de Ondernemingskamer van 27 en 31 januari 2017 heeft mr. Harmsen, in verband met een tussen de betrokken partijen getroffen minnelijke regeling, het verzoek van [A] van 5 december 2016 ingetrokken en verzocht het bij beschikking van 17 november 2016 bevolen onderzoek te beëindigen en de getroffen onmiddellijke voorzieningen op te heffen. Bij e-mail aan de Ondernemingskamer van 30 januari 2017 heeft mr. Van Wees zich namens Succurro c.s. bij dat verzoek aangesloten.

1.8 Bij brief aan partijen en (mogelijk) belanghebbenden van 30 januari 2017 heeft de Ondernemingskamer bericht dat de voor donderdag 2 februari 2017 geplande mondelinge behandeling niet zal doorgaan in verband met de tussen partijen getroffen minnelijke regeling.

1.9 Meijer heeft op 31 januari 2017 de secretaris van de Ondernemingskamer telefonisch bevestigd dat partijen een minnelijke regeling hebben getroffen en dat er zijnerzijds geen bezwaren bestaan tegen beëindiging van het bevolen onderzoek en opheffing van de getroffen onmiddellijke voorzieningen.

2 De gronden van de beslissing

Nu partijen een minnelijke regeling hebben getroffen, er geen bezwaren zijn ontvangen tegen het verzoek tot beëindiging van het bevolen onderzoek en opheffing van de getroffen onmiddellijke voorziening en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich tegen toewijzing van het verzoek verzet, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen aldus dat zij het bij de beschikking van 17 november 2016 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorzieningen zal beëindigen, een en ander met ingang van heden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 17 november 2016 bevolen

onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van DCS-Holding B.V. en van Ortus Group B.V., beiden gevestigd te Vleuten;

beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikking van 17 november 2016 getroffen onmiddellijke voorzieningen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en dr. P.M. Verboom en drs. C. Smits-Nusteling RC, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Govers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 2 februari 2017.