Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:2787

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-06-2017
Datum publicatie
17-07-2017
Zaaknummer
23-003805-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

de voortgezette handeling van poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en poging tot diefstal. Bewijsoverweging betreffende tegenstrijdigheden in de verklaringen van de aangevers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-003805-15

Datum uitspraak: 7 juni 2017

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 8 september 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-654156-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 mei 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 09 juli 2015, te Amsterdam, in elk geval in Nederland, op/aan de [locatie], ter hoogte van perceel [nummer], in elk geval op/aan de openbare weg, omstreeks 05:20 uur, in ieder geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en), te weten vijftig (50) euro en/of twintig (20) euro en/of tien (10) euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijk toeëigening weg te nemen een geldbedrag van (ongeveer) vijftig (50) euro en/of twintig (20) euro en/of tien (10) euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- op een bankje naast die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is gaan zitten en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen om van zijn (base)pijp een trekje te nemen en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (met kracht) heeft vastgegrepen en/of vastgepakt en/of (vervolgens)

- aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gevraagd om een geldbedrag van vijftig (50) euro en/of twintig (20) euro en/of tien (10) euro en/of (vervolgens)

- heeft geprobeerd om de (rug)tas van die [slachtoffer 2] af te pakken en/of (vervolgens)

- de bril van het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft (af)gepakt (vervolgens)

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Als jullie geen geld geven, dan word ik gek en gooi ik je bril en jullie in de grachten" en/of tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd en/of geroepen: "Je krijgt je bril terug voor vijftig (50) euro" althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens)

- ( met) zijn hand in de buideltas van die [slachtoffer 1] heeft gegrepen en/of gestopt en/of heeft geprobeerd om (het geld in) de portemonnee van die [slachtoffer 1] af te pakken en/of (vervolgens)

- ( met kracht) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of (vervolgens)

- eenmaal of meermalen tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft geroepen en/of gezegd: "Give me the money" althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens)

- achter die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is aangerend,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring komt.

Bewijsmotivering

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw van de verdachte overeenkomstig haar overgelegde pleitaantekeningen aangevoerd dat de poging tot afpersing niet bewezen kan worden verklaard gezien de tegenstrijdige verklaringen van de aangevers. Gelet op deze tegenstrijdigheden en de onbetrouwbare en ongeloofwaardige verklaringen van de aangevers, kan de poging tot diefstal evenmin overtuigend bewezen worden verklaard, aldus de raadsvrouw

Het hof overweegt als volgt.
Uit de verklaringen van de aangevers kan het volgende worden afgeleid. De aangevers zaten ’s nachts op 9 juli 2015 op een bankje op de [locatie] in Amsterdam. De verdachte kwam bij hen zitten. Op enig moment heeft de verdachte erop aangedrongen dat de twee aangevers met hem mee rookten van zijn basepijpje. Hierna wilde verdachte geld ontvangen van de aangevers voor het meeroken. De aangevers werden hierdoor overvallen en wilden niet betalen. De verdachte heeft toen de bril van een van de aangevers gepakt en gezegd dat als de aangevers hem niet zouden betalen, hij de bril en de aangevers in de gracht zou gooien. Toen een van de aangevers geld wilde pakken uit zijn geldbuidel, probeerde de verdachte geld uit die buidel te pakken door in de buidel te graaien. Er ontstond een klein handgemeen en de twee aangevers zijn weggerend en hebben een taxi aangehouden. Terwijl de taxi met de twee aangevers wegreed, rende de verdachte achter de taxi aan.

Hoewel de verklaringen niet geheel overeenkomen, is de kern gelijkluidend. De tegenstrijdigheden zouden kunnen worden verklaard door het tijdsverloop tussen de politieverhoren van 9 juli 2015 en het videoverhoor door de raadsheer-commissaris op 13 februari 2017 en het feit dat de twee verklaringen in verschillende talen zijn afgenomen, namelijk het Engels en het Italiaans. Voorts worden de verklaringen van de twee aangevers ondersteund door de verklaring van de taxichauffeur, [naam] van 28 juli 2015, die heeft verklaard dat hij twee jongens zag lopen die om hulp riepen, terwijl een man agressief naar hen toe liep. Eenmaal in de taxi heeft een van de aangevers tegen [naam] gezegd dat de man hen had geprobeerd te beroven. De taxichauffeur verklaart dat aangevers erg bang waren.

Het hof ziet gelet op het vorenstaande geen aanleiding om te twijfelen aan de inhoud van de verklaringen van de twee aangevers dienaangaande en acht het ten laste gelegde feit, de voortgezette handeling van poging tot afpersing en poging tot diefstal, bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 9 juli 2015 te Amsterdam, op de [locatie] omstreeks 05:20 uur, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- op een bankje naast die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is gaan zitten en

- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gedwongen om van zijn (base)pijp een trekje te nemen en

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] vastgepakt en

- aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gevraagd om een geldbedrag en

- heeft geprobeerd om de (rug)tas van die [slachtoffer 2] af te pakken en

- de bril van het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft afgepakt

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Als jullie geen geld geven, dan word ik gek en gooi ik je bril en jullie in de grachten" en tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Je krijgt je bril terug voor vijftig (50) euro" althans woorden van gelijke aard en/of strekking en

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft geroepen: "Give me the money" en

- achter die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is aangerend

en

met het oogmerk van wederrechtelijk toe-eigening weg te nemen een geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer 1] met zijn hand in de buideltas van die [slachtoffer 1] heeft gegrepen en heeft geprobeerd om het geld van die [slachtoffer 1] af te pakken,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

de voortgezette handeling van poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg

en

poging tot diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek van voorarrest, waarvan één maand voorwaardelijk en een proeftijd voor de duur van twee jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft door middel van intimidatie en het creëren van angst gepoogd de aangevers af te persen. Het hof vindt het extra kwalijk dat de twee slachtoffers twee jonge Italiaanse toeristen zijn, die net in Amsterdam waren aangekomen en hier onbekend waren. Toen de slachtoffers de verdachte vervolgens wilden betalen, heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal. De verdachte heeft door aldus te handelen blijk gegeven enkel oog te hebben voor zijn eigen financiële gewin.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 8 mei 2017 is hij niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten in Nederland strafrechtelijk onherroepelijk veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 56, 63, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Ruige, mr. M.M.H.P. Houben en mr. F.A. Hartsuiker in tegenwoordigheid van mr. J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 juni 2017.

Mr. J.M. van Riel is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

[...]