Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:2773

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-03-2017
Datum publicatie
17-07-2017
Zaaknummer
23-003465-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verweer onrechtmatig binnentreden. Strafoverweging persoonlijke omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 23-003465-16

Datum uitspraak: 31 maart 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 september 2012 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-666850-11 en 13-661104-11 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres 1]

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 13-666850-11 onder 4 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 maart 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep aan de orde, ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 13-666850-11:

1:
hij op of omstreeks 08 oktober 2011 te Weesp opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 94,36 gram hash en/of 7,59 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hash en/of hennep, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

2:
hij op of omstreeks 08 oktober 2011 te Weesp opzettelijk aanwezig heeft gehad 0,14 gram cocaïne en/of 0,38 gram 2C-B en/of 76,53 gram MDMA en/of 20,1 gram amfetamine en/of 1,52 gram metamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of 2C-B en/of MDMA en/of amfetamine en/of metamfetamine, in elk geval, (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.


3
hij op of omstreeks 08 oktober 2011 te Weesp, in elk geval in Nederland, een bromfiets (merk Kymco Agility City 50) en/of een cameralens (merk Nikon) heeft verworven, en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door diefstal in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Zaak met parketnummer 13-661104-11 (gevoegd):
1:
hij op of omstreeks 7 november 2011 te Weesp om (ongeveer) 01.50 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 2] weg te nemen goederen en/of geld van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld van zijn/hun gading onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar voornoemde woning is/zijn gegaan, waarna hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), een raam van voornoemde woning met zwart ducktape heeft/hebben beplakt en/of (vervolgens) voornoemd raam heeft/hebben geforceerd en/of open gebroken en/of ingeslagen en/of het glas uit voornoemd raam heeft/hebben getrokken.

2:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 november 2011 tot en met 8 november 2011 te Weesp een of meer wapens van categorie III, te weten een vuurwapen van het merk Husqvarna Vapenfabriks A.B. kaliber 12 met serienummer 135388 (hagelgeweer met ingekorte lopen en ingekorte kolf), en/of munitie van categorie III, te weten zeven, in elk geval een of meer, hagelpatro(o)n(en) van het merk (Clever) Mirage kaliber 12, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt.

Ter terechtzitting gevoerd verweer in de zaak met parketnummer 13/666850-11:

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte aangevoerd dat de goederen die zijn aangetroffen bij het binnentreden van de politie van het bewijs moeten worden uitgesloten. De politie had niet mogen binnentreden enkel omdat het glas in de voordeur kapot was en er geen reactie volgde op het aanroepen van de verdachte. Voorts was er geen grond op basis waarvan een redelijk denkend mens kon aannemen dat de verdachte onwel was geworden, de politie wist niet eens of de verdachte thuis was, aldus de raadsman.

Het hof oordeelt als volgt.
Gelet op het toenmalige artikel 2 van de Politiewet 1993 hadden de verbalisanten voldoende reden om binnen te treden. Zoals verbalisant Visser ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard was hij op de hoogte van het (zware) drugsgebruik van de verdachte. Daarnaast had de verdachte al een aantal keer zijn eigen woningraad vernield. Verder zagen de verbalisanten door het kapotte raam een mobieltje liggen met een papiertje erin. Gelet op die omstandigheden is het aannemelijk dat de politie is binnengetreden om hulp te verlenen, aangezien zij bekend waren met de verdachte en wisten dat hij een drugsgebruiker was. Nu sprake is van een rechtmatige binnentreding behoeven de goederen die bij het binnentreden zijn aangetroffen niet te worden uitgesloten van het bewijs.

Partiële vrijspraak

Het hof is met de raadsman van oordeel dat de opzetheling van de in het schuurtje bij die woning aangetroffen bromfiets niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13‑666850-11 onder 1 2 en 3en in de zaak met parketnummer 13-661104-11 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 13-666850-11:

1:

hij op 8 oktober 2011 te Weesp opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 94,36 gram hash en 7,59 gram hennep.

2:
hij op 8 oktober 2011 te Weesp opzettelijk aanwezig heeft gehad 0,07 gram cocaïne en 0,38 gram 2C-B en 31,41 gram MDMA en 4,39 gram amfetamine en een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine.


3:
hij op 8 oktober 2011 te Weesp, een cameralens, merk Nikon, voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door diefstal verkregen goed betrof.

Zaak met parketnummer 13-661104-11 (gevoegd):
1:
hij op 7 november 2011 te Weesp om ongeveer 01.50 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 2] weg te nemen goederen en/of geld van hun gading, toebehorende aan [slachtoffer 1] en zich daarbij de toegang tot voornoemde woning te door middel van braak, met zijn mededader, naar voornoemde woning is gegaan, waarna hij, verdachte, en zijn mededader, een raam van voornoemde woning met zwart ducktape hebben beplakt en (vervolgens) voornoemd raam hebben geforceerd en ingeslagen.


2:
hij in de periode van 7 november 2011 tot en met 8 november 2011 te Weesp wapens van categorie III, te weten een vuurwapen van het merk Husqvarna Vapenfabriks A.B. kaliber 12 met serienummer 135388(hagelgeweer met ingekorte lopen en ingekorte kolf), en munitie van categorie III, te weten zeven, hagelpatronen van het merk Mirage kaliber 12, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen in de zaak met parketnummer 13-666850-11 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 13-661104-11 onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak met parketnummer 13-666850-11 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 13-661104-11 onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaak met parketnummer 13-666850-11 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 13-666850-11 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 13-666850-11 onder 3 bewezen verklaarde levert op:

schuldheling.

Het in de zaak met parketnummer 13-661104-11 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het in de zaak met parketnummer 13-661104-11 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 13-666850-11 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 13‑661104-11 onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in de zaak met parketnummer 13‑666850-11 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 13-661104-11 onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van het voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in de zaak met parketnummer 13‑666850-11 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 13-661104-11 onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van softdrugs en verschillende soorten harddrugs, waaronder cocaïne en MDMA. Harddrugs vormen een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en het gebruik ervan is ook bezwarend voor de samenleving onder andere vanwege de daarmee gepaard gaande door verslaafden gepleegde criminaliteit. Verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan schuldheling en aan een poging tot inbraak in een woning gedurende de nacht. Dit laatste is een ernstig feit, dat niet alleen overlast voor de gedupeerde heeft veroorzaakt, maar ook voor gevoelens van onrust in de samenleving zorgt. Tenslotte heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan verboden wapenbezit. Het voorhanden hebben van een vuurwapen en bijbehorende munitie vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Het ongecontroleerde bezit van een dergelijk wapen creëert daarnaast het gevaar van gebruik ervan en brengt gevoelens van onveiligheid mee.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 3 maart 2017 is hij eerder voor misdrijven strafrechtelijk onherroepelijk veroordeeld.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat het thans goed met hem gaat.
Hij gebruikt niet langer drugs en heeft een fulltime baan met een contract dat loopt tot januari 2018. Daarnaast heeft de verdachte een eigen huurwoning en is hij bezig openstaande schulden af te betalen.

Voorts constateert het hof dat sprake is van schending van de redelijke termijn gelet op het navolgende.

De strafbare feiten zijn gepleegd in oktober en november 2011. Op 20 september 2012 is het verstekvonnis gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, nadat de dagvaarding

voor die zitting rechtsgeldig, maar niet in persoon, is betekend. Uit het dossier blijkt verder dat het openbaar ministerie na de uitspraak in eerste aanleg niet ten minste eenmaal per jaar heeft getracht de verstekmededeling alsnog te betekenen, hetzij aan de verdachte in persoon, hetzij overeenkomstig het bepaalde in artikel 588, tweede of derde lid Wetboek van Strafvordering (Sv).

Nu de benodigde betekeningsstukken in het dossier ontbreken, kan de vertraging die is opgetreden vanaf de datum van het verstekvonnis tot de datum waarop de verdachte daadwerkelijk appel instelde, worden toegerekend aan het openbaar ministerie, zodat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM).
De overschrijding betreft vier jaar, nu op 21 september 2016 hoger beroep is ingesteld namens de verdachte.

In beginsel acht het hof in onderhavige zaak een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van twee jaar passend. Gelet echter op vorenoverwogene acht het hof, alles afwegende, een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet‑ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van € 1500,00.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-666850-11 onder 1 ten laste gelegde handelen betreffende de bromfiets (merk Kymco Agility City 50) waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Beslissingen ten aanzien van het beslag

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de voorwerpen die bij het vonnis van de rechtbank zijn onttrokken aan het verkeer, door het hof zullen worden verbeurd verklaard. Het betreft goederen waarmee de verdachte en de medeverdachte het in de zaak met parketnummer 13‑661104‑11 onder 1 bewezen verklaarde feit hebben gepleegd.

Het hof heeft als volgt besloten.

Het in de zaak met parketnummer 13-661104-11 onder 1 ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan met behulp van de hierna te noemen in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen.
Zij behoren de verdachte toe. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard.

Van enkele in beslag genomen goederen is niet duidelijk aan wie zij toebehoren. Deze goederen zullen dan ook voor de rechthebbende worden bewaard. De overige in beslag genomen goederen zullen aan de verdachte worden teruggeven, nu deze aan hem toebehoren

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet, de artikelen 22c, 22d, 33, 33a, 45, 57, 63, 311 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-666850-11 onder 4 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13‑666850-11 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 13-661104-11 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 13-666850-11 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 13-661104-11 onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

3 1.00 STK Waterpomptang Kl: Zilver GEDORE N0145-10 (127813)
4 1.00 STK Schroevendraaier Kl: Oranje BERNSTEIN (127814)
5 1.00 STK Schroevendraaier Kl: Zwart/Geel 5 X 100mm (127815)
6 2.00 STK Handschoen Kl: Rood/Wit (127833)
7 1.00 STK Handgereedschap Kl: Rood Punttang (127841)
8 1.00 STK Handgereedschap Kl: Rood Kniptang (127853)
9 1.00 STK Plakband Kl: Zwart DUCKTAPE (127923)
11 1.00 STK Handgereedschap Kl: Zwart/Oranje GS KNIPTANG Kniptang (127979)
12 2.00 STK Handschoen Kl: Rood/Wit
13.00 1.00 STK Zaklantaarn Kl: Zilver HOFFTECH GERMANY (127987)
21 1.00 STK Tape Kl: Zwart (128213)
22 3.00 STK Handschoen SIN: AADZl195NL (128227)
24 1.00 STK Handschoen SIN: AADZ2541NL (128228).

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

6 1.00 STK Zaktelefoon Kl: Rood SAMSUNG Rode Samsung mob tel met oplader 124564
1 1.00 STK Bier (127810)
2 1.00 STK Sleutelbos Voorzien van auto en huissleutels (127812)
14 1.00 STK Jas Kl: Zwart (127988)
18 1.00 STK Tas Kl: Groen LACOSTE Heuptas (128128)
23 1.00 STK bier Kl: Groen GROLSCH SIN: AADZl196NL (128216).

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2 5.00 STK Sieraad 124522

2 Halskettingen; 2 manchetknopen; 1 speldje
3 1.00 STK Sieradendoos Kl: Rood Leeg sieradendoosje voor 1 set oorbellen 124
4 1.00 STK Sieradendoos 124524

inh: 13xket;5armb;3manchkn;1xschild;1xbro
5 9.00 STK Sleutel MULTILOCK

9 sleutels in een zakje 124561.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.A. Hartsuiker, mr. D.J.M.W. Paridaens en mr. M. Iedema in tegenwoordigheid van mr. J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 31 maart 2017.

[...]