Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:2744

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-07-2017
Datum publicatie
08-08-2017
Zaaknummer
200.201.949/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toewijzing verzoek moeder haar alleen met het gezag over de kinderen te belasten, artikel 1:251a lid 1 BW, verstoorde verhouding tussen partijen, beschuldiging seksueel misbruik, ernstig beschadigde kinderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

Zaaknummer: 200.201.949/01

Zaaknummer rechtbank: C/13/595132 / FA RK 15-7194 (RT/PS)

Beschikking van de meervoudige kamer van 11 juli 2017 inzake

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. A. El Aqde te Amsterdam,

en

[de vader] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. L. Nix te Amsterdam.

In zijn adviserende en/of toetsende taak is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

locatie: Amsterdam,

hierna te noemen: de raad.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 20 juli 2016, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

De moeder is op 20 oktober 2016 in hoger beroep gekomen van een gedeelte van de beschikking van 20 juli 2016.

2.2

De vader heeft op 12 december 2016 een verweerschrift ingediend.

2.3

De moeder heeft bij faxbericht van 14 mei 2017 nadere stukken ingediend.

2.4

Het hof heeft de hierna te noemen minderjarige [kind a] in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken, hetgeen zij per brief van 9 maart 2017 heeft gedaan. Deze brief is op 15 maart 2017 bij het hof ingekomen.

2.5

De mondelinge behandeling heeft op 17 mei 2017 plaatsgevonden. Verschenen zijn:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- de advocaat van de vader;

- mevrouw S. Spook, namens de raad;

- de heer C. Laats, GZ-psycholoog en hoofdbehandelaar van de hierna te noemen kinderen bij het Kinder- en Jeugd Traumacentrum (hierna te noemen: KJTC).

2.6

De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

3 De feiten

3.1

Partijen zijn [in] 1999 gehuwd. Dit huwelijk is op 31 oktober 2016 ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de - in zoverre niet bestreden - beschikking van 20 juli 2016, waarbij de echtscheiding is uitgesproken. Uit het huwelijk zijn drie kinderen geboren, te weten [A] , geboren [in] 2001 (hierna te noemen: [kind a] ), [B] , geboren [in] 2007 (hierna te noemen: [kind b] ) en [C] , geboren [in] 2015 (hierna te noemen: [kind c] ) (hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen). De kinderen verblijven bij de moeder.

3.2

Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 20 juli 2016 (zaaknummer C/13/596284 / FA RK 15-7765) betreffende wijziging van de voorlopige voorzieningen is de vader het recht op contact met de kinderen ontzegd.

4 De omvang van het geschil

4.1

Bij de bestreden beschikking is, voor zover in dit hoger beroep van belang, het verzoek van de moeder haar alleen met het gezag over de kinderen te belasten, afgewezen.

4.2

De moeder verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre, haar inleidend verzoek alsnog toe te wijzen.

4.3

De vader verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5 De motivering van de beslissing

5.1

Aan het hof ligt de vraag voor of de moeder alleen met het gezag over de kinderen dient te worden belast.

5.2

Uitgangspunt van de wetgever is dat ouders die gezamenlijk het gezag hebben, dit gezag na ontbinding van het huwelijk gezamenlijk blijven uitoefenen. Ingevolge artikel 1:251a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding op verzoek van de ouders of van één van hen bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

5.3

De moeder stelt zich op het standpunt dat voldoende aanleiding bestaat haar alleen met het gezag over de kinderen te belasten. Zij voert hiertoe aan dat de relatie tussen partijen ernstig is verstoord en dat er, ondanks hulpverlening, geen enkele vorm van communicatie tussen hen plaatsvindt. Tijdens het huwelijk was sprake van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel misbruik van de kinderen door de vader. De kinderen zijn sinds november 2015 onder behandeling bij het KJTC. Uit de behandelplannen komt naar voren dat het zeer waarschijnlijk wordt geacht dat de kinderen seksueel zijn misbruikt door de vader en dat zij lijden aan een posttraumatische stressstoornis. Indien het gezamenlijk gezag in stand blijft, bestaat het risico dat de kinderen worden belast met de emoties van de moeder met betrekking tot het consulteren van de vader. De omstandigheden in onderhavige zaak zijn voorts niet van tijdelijke aard, gezien de ernstig verstoorde verhouding tussen partijen en de beschuldiging van seksueel misbruik. De moeder is van mening dat de rechtbank ten onrechte heeft nagelaten de raad, conform het door de raad ter zitting in eerste aanleg gedane aanbod, te gelasten een onderzoek te verrichten naar de verhouding tussen partijen in gezagsaangelegenheden en de gevolgen daarvan voor de kinderen. Ter zitting in hoger beroep heeft de moeder het hof verzocht alsnog hiertoe over te gaan.

5.4

De vader betoogt dat er onvoldoende gronden bestaan het verzoek van de moeder toe te wijzen. Hij voert hiertoe aan dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan huiselijk geweld, kindermishandeling of seksueel misbruik. Het politieonderzoek naar het vermeende seksueel misbruik heeft ook geen enkele concrete verdenking tegen hem opgeleverd. Tegen deze achtergrond kan de beschuldiging van seksueel misbruik niet worden gebruikt als reden om de moeder alleen met het gezag te belasten. De verstoorde verhouding en communicatie tussen partijen zijn veroorzaakt door de beschuldigingen van seksueel misbruik. Indien vast komt te staan dat de vader zich hier niet schuldig aan heeft gemaakt, zal dat aanleiding moeten vormen tot het opbouwen van de band tussen de vader en de kinderen en het weer volledig uitoefenen van het gezag door de vader. Het verzoek van de moeder is derhalve prematuur. De beslissing omtrent het gezag kan niet worden genomen voordat de waarheid omtrent de beschuldigingen (in rechte) komt vast te staan. Voorts belemmert de vader de gezagsuitoefening door de moeder niet. De advocaat van de vader heeft ter zitting in hoger beroep verklaard zich erin te kunnen vinden als de raad zou overgaan tot het verrichten van een onderzoek naar de verhouding tussen partijen in gezagsaangelegenheden.

5.5

De raad heeft ter zitting geadviseerd - kort gezegd - de moeder alleen met het gezag over de kinderen te belasten. De raad maakt zich zorgen over de kinderen en vraagt zich af hoe het verder met hen moet als de situatie blijft zoals die nu is. De raad acht het van belang om de belemmeringen die er zijn voor de toekomstige ontwikkeling van de kinderen weg te nemen. Het rapport van het KJTC is duidelijk. Een raadsonderzoek zal hier naar verwachting niets aan kunnen toevoegen en het alsnog doen van een dergelijk onderzoek ligt dan ook niet voor de hand, aldus de raad.

5.6

Het hof overweegt als volgt.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting in hoger beroep is gebleken dat de verhouding tussen de vader enerzijds en de moeder en de kinderen anderzijds ernstig is verstoord en dat al geruime tijd tussen hen geen contact plaatsvindt. De moeder beschuldigt de vader van seksueel misbruik van de kinderen en heeft hiervan aangifte gedaan. De vader ontkent de kinderen seksueel te hebben misbruikt. Strafrechtelijk onderzoek naar het vermeende misbruik is nog gaande.

Los van de vraag of het seksueel misbruik heeft plaatsgevonden, staat vast dat de kinderen ernstig beschadigd zijn. Uit het rapport van het KJTC van 11 mei 2017 blijkt het volgende. Bij alle drie de kinderen is sprake van een posttraumatische stressstoornis. De kinderen voelen veel boosheid naar hun vader toe en hebben behandeling nodig om hun traumatische ervaringen adequaat te verwerken. De kinderen maken een zeer beschadigde, getraumatiseerde indruk en zijn geschaad in hun vertrouwen. Dit wantrouwen zorgt ervoor dat er bij de kinderen weinig ruimte is om tot behandeling te komen. Binnen het KJTC bestaat de sterke indruk dat het wegvallen van de vader als mede met het gezag beklede persoon ruimte zal geven aan de kinderen om meer controle over hun leven te voelen, meer vertrouwen in een ander op te bouwen en hierdoor beter tot traumaverwerking te komen, zodat zij zich zo optimaal mogelijk kunnen gaan ontwikkelen, aldus het rapport. Deze bevindingen zijn door de heer C. Laats, GZ-psycholoog en hoofdbehandelaar van de kinderen bij het KJTC, ter zitting in hoger beroep nogmaals besproken en toegelicht.

Op grond van de bevindingen van het KJTC, en gelet op de ernstig verstoorde verhouding tussen partijen, het ontbreken van iedere communicatie tussen hen en vanwege het ontbreken van enig vooruitzicht op verbetering op dat vlak binnen een aanvaardbare termijn, is het hof, net als de raad, van oordeel dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat de moeder alleen met het gezag over hen wordt belast. De stellingen van de man dat hij de gezagsuitoefening door de moeder niet belemmert en dat de beslissing omtrent het gezag pas kan worden genomen nadat de waarheid omtrent de beschuldigingen van het vermeende seksueel misbruik (in rechte) komen vast te staan, maken dit oordeel niet anders. Vast staat dat de kinderen thans zodanig beschadigd zijn dat het - ook met het oog op hun verdere behandeling - in hun belang wordt geacht indien de vader niet langer als mede met het gezag beklede ouder betrokken is.

Anders dan partijen hebben verzocht, ziet het hof geen aanleiding de raad te gelasten een onderzoek naar de verhouding tussen partijen in gezagsaangelegenheden te doen, gelet op het reeds door het KJTC verrichte onderzoek. Evenals de raad is het hof van oordeel dat onder de gegeven omstandigheden een raadsonderzoek niet van toegevoegde waarde zal zijn.

5.7

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en in zoverre opnieuw rechtdoende:

belast de moeder alleen met het gezag over de kinderen;

verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in het Besluit gezagsregisters een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Amsterdam, afdeling civiel recht, team familie- en jeugdrecht ter attentie van het openbaar register;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.C. Louwinger-Rijk, mr. H.A. van den Berg en mr. J.W. van Zaane, bijgestaan door mr. A. Paats als griffier en is op 11 juli 2017 in het openbaar uitgesproken.