Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:263

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-01-2017
Datum publicatie
20-03-2017
Zaaknummer
200.184.381/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Verbetering van kennelijke fout in arrest 20 december 2016.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.184.381/01 KG

zaak-/rolnummer rechtbank: C/13/595934/KG ZA 15-1302

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 31 januari 2017

inzake

de naamloze vennootschap [appellante] N.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

advocaat: mr. J.W. de Groot te Amsterdam,

tegen:

de rechtspersoon naar buitenlands recht [geïntimeerde],

gevestigd op de [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. M. Deckers te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [appellante] en [geïntimeerde] genoemd.

Het hof heeft in deze zaak op 20 december 2016 een arrest uitgesproken. Bij brief van

13 januari 2017 hebben mr. J.W. de Groot en A.W. van der Veen namens [appellante]

herstel van het arrest verzocht omdat het hof in rechtsoverweging 3.2, bij de weergave

van de vordering van [appellante] , niet heeft vermeld dat deze tevens zag op het in

rechtsoverweging 3.1 sub vii genoemde door [geïntimeerde] gelegde conservatoire beslag

op de door [appellante] gehouden aandelen in Vimetco en dit aandelenbeslag niet heeft

betrokken in het onderdeel van het dictum van het arrest waarin het hof verstaat dat de

door [geïntimeerde] ten laste van [appellante] gelegde beslagen van rechtswege zijn

vervallen.

Mr. J. van Borssum Waalkes, die naast mr. M. Deckers ter zitting van het hof van 21

september 2016 als advocaat voor [geïntimeerde] is opgetreden, heeft zich namens

[geïntimeerde] met betrekking tot de beslissing op het verzoek tot herstel aan het oordeel

van het hof gerefereerd.

2 Beoordeling

Het geschilpunt waarop het hof in zijn arrest van 20 december 2016 heeft beslist is, kort gezegd, de vraag of, gelet op het tijdstip waarop de hoofdzaak is ingediend, de door [geïntimeerde] ten laste [appellante] op 18 mei 2015 gelegde conservatoire beslagen zijn vervallen. Het hof heeft deze vraag in positieve zin beantwoord doch heeft verzuimd in de weergave van de vordering van [appellante] en in het dictum van het arrest te vermelden dat het geschil van partijen en de beslissing ten gunste van [appellante] niet alleen betrekking heeft op de onder ABN Amro, ING en SNS Bank gelegde conservatoire derdenbeslagen doch tevens op het conservatoire beslag op de door [appellante] gehouden aandelen in Vimetco.

Mede gelet op de motivering van de beslissing van het hof betreft dit een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel.

Het hof zal deze fout daarom verbeteren.

3 Beslissing

Het hof:

verbetert het in deze zaak op 20 december 2016 uitgesproken arrest aldus dat in rechtsoverweging 3.2 na “op 18 mei 2015 ten laste van [appellante] onder ABN Amro, ING en SNS Bank gelegde derdenbeslagen” wordt ingelast “, alsmede het op die datum gelegd beslag op de door [appellante] gehouden aandelen in Vimetco,” en dat het dictum van het arrest, tweede onderdeel, als volgt komt te luiden: “verstaat dat de door [geïntimeerde] ten laste van [appellante] onder ABN Amro Bank N.V., ING Bank N.V. en SNS Bank N.V. gelegde conservatoire derdenbeslagen, alsmede het door [geïntimeerde] op 18 mei 2015 gelegd beslag op de door [appellante] gehouden aandelen in Vimetco van rechtswege zijn vervallen;”;

stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell, J.M. de Jongh en J.G. Sijmons en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 31 januari 2017.