Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:2609

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-06-2017
Datum publicatie
04-07-2017
Zaaknummer
200.199.514/01 GDW
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:TGDKG:2016:98
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep tegen ongegrond verklaard verzet. Niet-ontvankelijk.

Wetsverwijzingen
Gerechtsdeurwaarderswet 39
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.199.514/01 GDW

nummer eerste aanleg : 274.2015

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 27 juni 2017

inzake

[naam] ,

wonend te [plaats] ,

appellante,

tegen

[naam] ,

gerechtsdeurwaarder te [plaats] ,

geïntimeerde.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellante (hierna: klaagster) heeft op 18 september 2016 een beroepschrift met bijlagen bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 2 september 2016 (ECLI:NL:TGDKG:2016:98).

1.2.

De kamer heeft in de bestreden beslissing het verzet van klaagster tegen de beschikking van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van 10 maart 2015, waarbij de klacht van klaagster tegen geïntimeerde (hierna: de gerechtsdeurwaarder) als kennelijk ongegrond was afgewezen, ongegrond verklaard.

1.3.

De gerechtsdeurwaarder heeft op 21 december 2016 een verweerschrift bij het hof ingediend.

1.4.

De zaak is, voor zover het betreft de ontvankelijkheid van klaagster in het hoger beroep, behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 8 juni 2016. Klaagster is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De gerechtsdeurwaarder is - met berichtgeving vooraf - evenmin verschenen.

2 Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken

3 De ontvankelijkheid van klaagster in het hoger beroep

3.1.

Klaagster heeft een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder heeft verweer gevoerd. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft vervolgens bij beschikking van 10 maart 2015 de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Deze beschikking is op 25 maart 2015 aan klaagster toegezonden, waarna klaagster bij e-mail van 26 maart 2015 verzet heeft ingesteld tegen deze beschikking. Het verzetschrift is behandeld op de terechtzitting van 24 juni 2016. De kamer heeft bij beslissing van 2 september 2016 het verzet ongegrond verklaard.

3.2.

Artikel 39, lid 4 gerechtsdeurwaarderswet (Gdw) bepaalt dat tegen de beslissing van de kamer op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Dat is ook vermeld onder de beslissing waarvan beroep. Van het in voormeld wetsartikel opgenomen rechtsmiddelenverbod kan slechts worden afgeweken, indien bij de totstandkoming van de beslissing een zo fundamenteel rechtsbeginsel is veronachtzaamd, dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken. Dit laatste is gesteld noch gebleken.

3.3.

Het voorgaande leidt ertoe dat klaagster niet kan worden ontvangen in haar hoger beroep.

4 Beslissing

Het hof verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 2 september 2016.

Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2017 door de rolraadsheer.