Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:2515

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-06-2017
Datum publicatie
30-06-2017
Zaaknummer
23-002182-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging behalve t.a.v. de strafoplegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002182-16

datum uitspraak: 28 juni 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 juni 2016 in de strafzaak onder parketnummer
96-043605-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
14 juni 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging - in zoverre zal het vonnis worden vernietigd - en met dien verstande dat het hof onderstaande strafmotivering in de plaats stelt van de strafmotivering van de politierechter. Voorts completeert het hof de toepasselijke wettelijke voorschriften met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Een kopie van het vonnis van de politierechter wordt aan dit arrest gehecht.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van 1000,00 euro, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis, een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 maanden en een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van 500,00 euro, subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis,

een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 maanden en een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het besturen van een motorvoertuig na zodanig gebruik van alcohol dat het alcoholgehalte in zijn adem (veel) te hoog was. Door aldus te handelen heeft de verdachte zichzelf en andere deelnemers aan het verkeer ernstig in gevaar gebracht. Voorts heeft hij dat motorvoertuig bestuurd zonder dat hij daartoe een geldig rijbewijs in zijn bezit had. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 1 juni 2017 is hij eerder voor een soortgelijk feit onherroepelijk veroordeeld. De verdachte heeft hiermee blijk gegeven zich niets aan te trekken van beslissingen van bevoegde autoriteiten.

Het hof houdt echter in het voordeel van de verdachte rekening met zijn persoonlijke omstandigheden, zoals ter terechtzitting in hoger beroep gebleken, in die zin dat de verdachte een maagbloeding heeft gehad en zich nu bewust is van de gevaren van overmatig alcoholmisbruik en om die reden geen alcohol meer nuttigt. Het hof zal een ontzegging van de rijbevoegdheid in voorwaardelijk vorm opleggen, maar gezien de ernst van de feiten naast een geldboete ook een taakstraf opleggen. Het hof acht, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, een geldboete, een taakstraf en een bijkomende straf van na te melden hoogte en duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en bijkomende straf zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24, 24c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 9 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en de motivering daarvan en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 (negen) maanden.

Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.A. Hartsuiker, mr. N.A. Schimmel en mr. A.M. Ruige, in tegenwoordigheid van
S.E.F. Rahimbaks, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
28 juni 2017.

Mr. A.M. Ruige is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.