Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:2476

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-06-2017
Datum publicatie
27-06-2017
Zaaknummer
23-004364-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte overleden. Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004364-16

datum uitspraak: 12 juni 2017

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 september 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-003947-14 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1957,

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
12 juni 2017.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in zijn vervolging

Het hof heeft van de advocaat-generaal ontvangen een afschrift van een akte van overlijden, op 5 april 2017 opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam, waaruit blijkt dat de verdachte op 1 april 2017 te Amsterdam is overleden.

Ingevolge artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht is het recht tot strafvordering tegen deze verdachte vervallen en dient het Openbaar Ministerie - overeenkomstig zijn vordering - niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging van de verdachte.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het Openbaar Ministerie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L. Leenaers, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. S.J. Riem, in tegenwoordigheid van
V.C. Langenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
12 juni 2017.