Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:2429

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-06-2017
Datum publicatie
26-06-2017
Zaaknummer
23-001195-15
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2018:777, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mega Andes. Veroordeling voor het leiding geven aan een criminele organisatie die zich op grote schaal bezighield met het witwassen van aanzienlijke geldbedragen en met ernstige geweldsdelicten. Witwassen, bedreiging, dwang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-001195-15

datum uitspraak: 22 juni 2017

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, door de verdachte en de officier van justitie ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 5 maart 2015 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-741337-10 (A) en 15-973742-13 (B) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 januari 2017, 22 en 28 februari 2017, 3 en 7 maart 2017, 12 april 2017, 8 juni 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijzigingen is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

Zaak A:

1


hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 oktober 2009 tot en met 27 mei 2013 te Hilversum en/of Amsterdam en/of Huizen en/of Beverwijk en/of (elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of één of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

  • -

    (een gewoonte maken van het plegen van) witwassen, en/of

  • -

    valsheid in geschrift, en/of

  • -

    een feit als bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voorbereiden of bevorderen door te trachten een ander te bewegen om dat feit te plegen, mede te plegen of uit te lokken, en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen, en/of door te trachten zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit te verschaffen, en/of door voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, en/of

  • -

    opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder A en/of onder B en/of onder C van de Opiumwet gegeven verbod, en/of

  • -

    afpersing en/of

  • -

    bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, en/of

  • -

    (zware) mishandeling en/of

  • -

    een ander door geweld of enige andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid, gericht hetzij tegen die ander hetzij tegen derden, wederrechtelijk dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, en/of

  • -

    handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie,

terwijl hij, verdachte, (mede) oprichter en/of leider en/of bestuurder van die organisatie was;

2


hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 december 2001 tot en met 27 mei 2013 te Amsterdam en/of Huizen en/of Hilversum en/of Ouderkerk aan de Amstel en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, in elk geval zich één of meermalen schuldig heeft gemaakt aan witwassen, althans aan schuld-witwassen, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) (telkens):

A

(van) een (contant) geldbedrag ad (ongeveer) 3.200.000 euro althans (ongeveer) 2.700.000 euro, in elk geval (van) een (aanzienlijk) (contant) geldbedrag,

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, en/of

verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat (contante) geldbedrag was en/of wie dat (contante) geldbedrag voorhanden had(den), en/of

verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit (contante) geldbedrag onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig was;

EN/OF

B

één of meermalen (van) een (contant) geldbedrag ad (ongeveer) 3.500 euro, in elk geval een (contant)

geldbedrag, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen (aan [medeverdachte 2] ) en/of omgezet en/of gebruik gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/die (contante) geldbedrag(en) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig was/waren;

EN/OF

C

(van) één of meer voertuigen (te weten een Fiat Seicento met kenteken [kenteken 1] en/of een Audi A3 met kenteken [kenteken 2] en/of een Mercedes-Benz C180 met kenteken [kenteken 3] en/of een Fiat 500 met kenteken [kenteken 4] en/of één of meer andere voertuigen) en/of (van) één of meer geldbedragen waarmee dit/die voertuigen werd(en) betaald, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/die (contante) geldbedrag(en) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig was/waren;

EN/OF

D

(van) een of meer vakantiereizen (naar Dubai en/of Euro Disney en/of Porto en/of Portugal en/of één of meer andere plaatsen) en/of (van) één of meer geldbedragen waarmee deze vakantiereis/vakantiereizen (en/of de daaraan te relateren kosten van verblijf en levens-onderhoud) (telkens) werd(en) betaald, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen (aan [medeverdachte 2] ) en/of omgezet en/of gebruik gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat deze vakantiereis/vakantiereizen en/of dit/die geldbedrag(en) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig was/waren;

EN/OF

E

(van) één of meer (andere) voorwerpen, te weten kleding en/of video-/audio-/auto-apparatuur en/of een boot en/of huisraad en/of een personenauto (van het merk BMW) en/of een grafsteen en/of één of meer spelcomputers (van het merk Wii en/of Playstation en/of Nintendo) en/of één of meer televisies en/of één of meer Ipods en/of een telefoon, en/of (van) één of meer (contante) geldbedragen waarmee dit/deze voorwerp(en) werd(en) betaald, en/of (van) één of meer (contante) geldbedragen welke zij en/of haar mededader(s) ter compensatie van de aanschaf en/of betaling van dit/deze voorwerp(en) ontvingen, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt,

en/of

(van) één of meer (contante) geldbedrag(en) ter betaling van één of meer evenementen en/of één of meer feesten en/of één of meer abonnementen en/of één of meer bekeuringen en/of één of meer bijlessen en/of onderhoudskosten van een graf, en/of (van) één of meer (contante) geldbedragen welke zij en/of haar mededader(s) ter compensatie van de aanschaf en/of betaling van dit/deze voorwerp(en) ontvingen, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt,

en/of

(van) één of meer (contante) geldbetalingen ten gunste van [naam 1] en/of ‘ [naam 2] ’ en/of ‘ [naam 3] ’ en/of ‘ [naam 4] ’ en/of ‘ [naam 5] ’ en/of ‘ [naam 6] ’ en/of ‘ [naam 7] ’ en/of ‘ [naam 8] ’, en/of (van) één of meer (contante) geldbedragen welke zij en/of haar mededader(s) ter compensatie van deze (contante) geldbetaling(en) ontvingen, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat/die (contante) geldbedrag(en) was en/of wie dat/die (contante) geldbedrag(en) voorhanden had(den), en/of verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/die voorwerp(en) en/of dit/die (contante) geldbedrag(en) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig was/waren;

3

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2011 tot en met 1 juli 2012 in Amsterdam en/of Ouderkerk aan de Amstel en/of Huizen en/of Hilversum en/of (elders) in Nederland, (telkens) [medeverdachte 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft hij die [medeverdachte 2] (telkens) op dreigende toon en/of wijze:

  • -

    (middels een sms-bericht) toegevoegd dat ‘ze moet zorgen dat ze snel thuis is anders heeft ze echt een probleem’ en/of

  • -

    toegevoegd dat ‘hij haar uit de weg zou ruimen als er iets was’ en/of

  • -

    (middels een sms-bericht) toegevoegd: “vieze hoer ik weet meer dan je denkt neukertjes geld lenen. dat ze hun klokkies kunne houden over mijn rug. jou leventje in oude kerk gaat nooit meer gebeuren” en/of

  • -

    (middels een sms-bericht) toegevoegd: “vieze kanker slet. komt hier nooooit mee weg ben geslacht nu” en/of

  • -

    (middels een sms-bericht) toegevoegd: “wat ben jij vies smerig doortrapt. ik ga hier voor zitten” en/of

  • -

    (middels een sms-bericht) toegevoegd: “wat en lef heb jij. nu nog mee wegkomen. noooooooit” en/of

  • -

    (middels een sms-bericht) toegevoegd: “Jij kapot kapot kapot hoer”,

althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

4


hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2006 tot en met 27 mei 2013 te Eindhoven en/of Nuenen en/of Huizen en/of Hilversum en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van witwassen, in elk geval zich één of meermalen schuldig heeft gemaakt aan witwassen, althans aan schuld-witwassen, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) (telkens):

A

(van) één of meerdere (contante) geldbedragen die werden aangewend ter betaling van huurkosten en/of woonlasten en/of inrichtingskosten en/of huisraad (vloeren en/of vloerbedekking en/of gordijnen en/of matrassen en/of dekbedden en/of kussens en/of één of meer televisies en/of een playstation en/of video- en/of audio-apparatuur en/of een wasmachine en/of een wasdroger) en/of overige kosten van de woning aan het [adres 2]

en/of

(van) één of meerdere (contante) geldbedragen die werden aangewend ter betaling van huurkosten

en/of woonlasten en/of inrichtingskosten en/of overige kosten van de woning aan de [adres 3]

,

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, en/of

verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dit/deze (contante) geldbedrag(en) was en/of wie dit/deze (contante) geldbedrag(en) voorhanden had(den), en/of

verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/deze (contante) geldbedrag(en) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig was/waren;

EN/OF

B

(van) een of meer vakantiereizen (naar Sardinië en/of de Malediven en/of Milaan en/of Aruba en/of de Nederlandse Antillen en/of Eurodisney en/of Parijs en/of één of meer andere plaatsen) en/of (van) één of meer geldbedragen waarmee deze vakantiereis/vakantiereizen (en/of de daaraan te relateren kosten van verblijf en levensonderhoud) (telkens) werd(en) betaald, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat deze vakantiereis/vakantiereizen en/of dit/die (contante) geldbedrag(en) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig was/waren;

EN/OF

C

(van) één of meerdere voertuigen (te weten een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 5] en/of een BMW 320i met kenteken [kenteken 6] en/of een Seat Ibiza met kenteken [kenteken 7] en/of een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 8] en/of één of meer andere voertuigen) en/of (van) één of meer (contante) geldbedragen waarmee dit/deze voertuig(en) werden betaald, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/deze voertuig(en) en/of dit/deze geldbedrag(en) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig was/waren;

EN/OF

D

(van) één of meerdere (beweerdelijke) (loon)betalingen door [bedrijf 1] en/of (van) één of meer (contante) geldbedragen waarmee deze (beweerdelijke) (loon)betaling(en) werd(en) gedaan, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, en/of

verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dit/die (beweerdelijke) (loon)betalingen en/of dit/deze (contante) geldbedrag(en) was en/of wie dit/deze (contante) geldbedrag(en) voorhanden had (den), en/of

verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die (beweerdelijke) (loon)betalingen en/of dit/deze (contante) geldbedrag(en) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig was/waren;

EN/OF

E

(van) één of meer voorwerpen, te weten kleding en/of schoenen en/of één of meer horloges (van het merk Audemars Piguet en/of Cartier en/of Rolex en/of enig ander merk) en/of één of meer siera(a)d(en) en/of een Ipad en/of een Ipod en/of één of meer (andere) voorwerpen, en/of (van) één of meer (contante) geldbedrag(en) waarmee die kleding en/of schoenen en/of dit/die horloge(s) en/of siera(a)d(en) en/of die Ipad en/of die Ipod en/of dit/die (andere) voorwerp(en) (telkens) is/zijn betaald,

verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die kleding en/of schoenen en/of dit/die horloge(s) en/of siera(ad(en) en/of die Ipad en/of die Ipod en/of dit/die (andere) voorwerp(en) en/of dit/die geldbedrag(en) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig was/waren;

5


hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 juli 2012 tot en met 2 november 2012 te Amsterdam en/of Hilversum en/of Eindhoven, en/of (elders) in Nederland, (telkens) [medeverdachte 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft hij die [medeverdachte 3] (telkens) op dreigende toon en/of wijze:

  • -

    toegevoegd: “ik zal je nu wat zeggen......luister...volgende week hoor ik dat jij daar weg bent...ben jij daar niet weg...komt daar zo een groot probleem, dat heb jij nog nooit meegemaakt, daar in Eindhoven...want ik ben het nu echt zat met je” en/of “hoor dan je heb één week de tijd, goed, na die week ga jij van mij horen. Ik ben klaar met jou. Ik ga jou nou zo tegenwerken. Jij gaat echt wat meemaken. En hoor dan, onderschat het niet hè. Ik waarschuw jou echt bij deze” en/of

  • -

    toegevoegd: “hoor dan, jij gaat echt zien, geloof mij nou maar. Ik heb d’r net gesproken, ik heb het haar uitgelegd, en geloof mij nou maar, als jij daar nog werkt na die tijd, moet je opletten wat er gebeurd. Ik ben het helemaal spuugzat met jou” en/of “ik ga zo gas op jou geven, geloof mij nou maar” en/of “let maar goed op, doei” en/of

  • -

    toegevoegd dat ‘als hij het wil het vandaag haar laatste dag is’ en/of dat ‘ze maar moet proberen om daar te werken, dan zal ze het wel merken’ en/of ‘dat dit pas het begin is wat ze mee zal maken’ en/of dat ‘ hij vindt dat hij schappelijk is, dat ze nog twee weken daar mag werken en dat ze haar kop moet houden anders komt hij vandaag nog daar naar toe, dan is het echt afgelopen, dan zal ie die [naam 9] bellen’ en/of dat ‘hij niet meer wil horen die [bedrijf 2] , echt, want dan komt ie er heel snel naar toe, of ze dat heeft begrepen of wil dat hij morgen even komt’ en/of “wil je het een keer zien dat je mij gelooft...wil je het zien....en die [naam 9] gaat mij zeker geloven, want anders gaan jullie wat meemaken daaro. Ik ben er echt helemaal klaar mee” en/of “die is niet van slag, die is pas van slag als ik gas ga geven” en/of dat hij ‘hoopt dat ze hem uitprobeert, en daar nog een dag langer blijft werken, dan zal ze wat zien’ en/of

  • -

    toegevoegd: “wou je mij uitproberen, wil je het uitproberen daarzo en nou heel snel je spullen pakken en oprotten daaro want ik kom er morgen echt naar toe met je grote bek vieze kankerhoer, met je liegen.....wou je mij uitproberen, ik hoop het.....want jou moet ik het echt laten zien, dat weet ik al jaren, en dit is het moment geloof me nou maar” en/of

  • -

    toegevoegd: “jij gaat nergens meer werken, geloof mij nou maar” en/of “wou je me uitproberen, dan ga ik ophangen en dan ga ik je het laten zien. Weet jij hoe die homo daar door de zaak heen gaat. Weet je wat ze daar gaan meemaken” en/of “geloof me, het gas gaat erop” en/of

  • -

    toegevoegd: “laat die gore flikker maar aan de telefoon, zal ik hem ook even uitleggen wat ie mee gaat maken” en/of geef mij heel snel iemand aan de lijn daar, want jullie gaan wat meemaken daaro” en/of “pak je spullen en rot op daaro” en/of

  • -

    toegevoegd: “ik ben toch duidelijk geweest, je spullen pakken en oprotten, want ik ben er morgen” en/of “en dan gaat het nog veel erger worden” en/of dat ‘hij niet klaar is met haar” en/of

  • -

    toegevoegd dat ‘het nog veel erger wordt’ en/of “dit is nog niks, het is pas erg als ik daar binnen kom, dan is het echt te laat” en/of dat ‘er nog veel meer komt’ en/of dat ‘hij het nog goed duidelijk gaat maken aan die [naam 9] , dat ie ermorgen staat’ en/of dat ‘als ie morgen langs komt dat dan pas de shock komt’ en/of dat ‘zij geen baan meer heeft en nergens meer zal werken’ en/of dat ‘hij nog niet klaar is met haar en dat er nog veel meer komt’ en/of “oprotten kankerhoer dat je er bent, want ik ga morgen echt naar [bedrijf 2] toe hoor” en/of “jij gaat daar geen uur meer werken” en/of “wil jij die mensen daar echt in een probleem trekken” en/of

  • -

    toegevoegd: “luister, geloof mij nou..echt als jij nog één uurtje daar staat, dan zal je het zien, geloof mij nou maar” en/of “dan zal je het echt meemaken” en/of

  • -

    toegevoegd: “heel snel je spullen pakken en oprotten stinkhoer” en/of “wil je die mensen echt in de problemen helpen” en/of “ik zweer het op [naam 11] , als jij daar nog één uur werkt...en geloof me he...probeer me niet uit...want echtje gaat echt namaken in Eindhoven..echt” en/of

  • -

    (middels één of meer sms-berichten) toegevoegd: “wat een drama gaat dit worden voor [naam 11] , maak je kapot” en/of “politie, geloof me kapot”

althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

EN/OF

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 juli 2012 tot en met 2 november 2012 te Amsterdam en/of Hilversum en/of Eindhoven, en/of (elders) in Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om [medeverdachte 3] door geweld en/of enig andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enig andere feitelijkheid, gericht tegen die [medeverdachte 3] en/of één of meer andere personen, te dwingen iets te doen en/of niet te doen, namelijk om ontslag te nemen bij het bedrijf [bedrijf 2] en/of om niet langer bij dat bedrijf te werken en/of om het winkelpand van dat bedrijf te verlaten, op dreigende toon en/of wijze heeft

  • -

    toegevoegd: “ik zal je nu wat zeggen...luister...volgende week hoor ik dat jij daar weg bent...ben jij daar niet weg...komt daar zo een groot probleem, dat heb jij nog nooit meegemaakt, daar in Eindhoven...want ik ben het nu echt zat met je” en/of “hoor dan je heb één week de tijd, goed, na die week ga jij van mij horen. Ik ben klaar met jou. Ik ga jou nou zo tegenwerken. Jij gaat echt wat meemaken. En hoor dan, onderschat het niet hè. Ik waarschuw jou echt bij deze” en/of

  • -

    toegevoegd: “hoor dan, jij gaat echt zien, geloof mij nou maar. Ik heb d’r net gesproken, ik heb het haar uitgelegd, en geloof mij nou maar, als jij daar nog werkt na die tijd, moet je opletten wat er gebeurd. Ik ben het helemaal spuugzat met jou” en/of “ik ga zo gas op jou geven, geloof mij nou maar” en/of “let maar goed op, doei” en/of

  • -

    toegevoegd dat ‘als hij het wil het vandaag haar laatste dag is’ en/of dat ‘ze maar moet proberen om daar te werken, dan zal ze het wel merken’ en/of ‘dat dit pas het begin is wat ze mee zal maken’ en/of dat ‘ hij vindt dat hij schappelijk is, dat ze nog twee weken daar mag werken en dat ze haar kop moet houden anders komt hij vandaag nog daar naar toe, dan is het echt afgelopen, dan zal ie die [naam 9] bellen’ en/of dat ‘hij niet meer wil horen die [bedrijf 2] , echt, want dan komt ie er heel snel naar toe, of ze dat heeft begrepen of wil dat hij morgen even komt’ en/of “wil je het een keer zien dat je mij gelooft...wil je het zien...en die [naam 9] gaat mij zeker geloven, want anders gaan jullie wat meemaken daaro. Ik ben er echt helemaal klaar mee” en/of “die is niet van slag, die is pas van slag als ik gas ga geven” en/of dat hij ‘hoopt dat ze hem uitprobeert, en daar nog een dag langer blijft werken, dan zal ze wat zien’ en/of

  • -

    toegevoegd: “wou je mij uitproberen, wil je het uitproberen daarzo en nou heel snel je spullen pakken en oprotten daaro want ik kom er morgen echt naar toe met je grote bek vieze kankerhoer, met je liegen...wou je mij uitproberen, ik hoop het...want jou moet ik het echt laten zien, dat weet ik al jaren, en dit is het moment geloof me nou maar” en/of

  • -

    toegevoegd: “jij gaat nergens meer werken, geloof mij nou maar” en/of”wou je me uitproberen, dan ga ik ophangen en dan ga ik je het laten zien. Weet jij hoe die homo daar door de zaak heen gaat. Weet je wat ze daar gaan meemaken” en/of “geloof me, het gas gaat erop” en/of

  • -

    toegevoegd: “laat die gore flikker maar aan de telefoon, zal ik hem ook even uitleggen wat ie mee gaat maken” en/of geef mij heel snel iemand aan de lijn daar, want jullie gaan wat meemaken daaro” en/of “pak je spullen en rot op daaro” en/of

  • -

    toegevoegd: “ik ben toch duidelijk geweest, je spullen pakken en oprotten, want ik ben er morgen” en/of “en dan gaat het nog veel erger worden” en/of dat ‘hij niet klaar is met haar’ en/of

  • -

    toegevoegd dat ‘het nog veel erger wordt’ en/of “dit is nog niks, het is pas erg als ik daar binnen kom, dan is het echt te laat” en/of dat ‘er nog veel meer komt’ en/of dat ‘hij het nog goed duidelijk gaat maken aan die [naam 9] , dat ie er morgen staat’ en/of dat ‘als ie morgen langs komt dat dan pas de shock komt’ en/of dat ‘zij geen baan meer heeft en nergens meer zal werken’ en/of dat ‘hij nog niet klaar is met haar en dat er nog veel meer komt’ en/of “oprotten kankerhoer dat je er bent, want ik ga morgen echt naar [bedrijf 2] toe hoor” en/of “jij gaat daar geen uur meer werken” en/of “wil jij die mensen daar echt in een probleem trekken” en/of

  • -

    toegevoegd: “luister, geloof mij nou...echt als jij nog één uurtje daar staat, dan zal je het zien, geloof mij nou maar” en/of “dan zal je het echt meemaken” en/of

  • -

    toegevoegd: “heel snel je spullen pakken en oprotten stinkhoer” en/of “wil je die mensen echt in de problemen helpen” en/of “ik zweer het op [naam 11] , als jij daar nog één uur werkt...en geloof me he...probeer me niet uit...want echt ..je gaat echt namaken in Eindhoven...echt”

althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6


hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 juli 2012 tot en met 9 september 2012 te Amsterdam en/of Hilversum en/of Eindhoven en/of (elders) in Nederland, (telkens) [naam 9] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft hij die [naam 9] (telkens) op dreigende toon en/of wijze:

  • -

    toegevoegd: “ik wil niet meer dat zij bij je werkt....als zij vanaf volgende week nog bij je werkt dan hebben we echt een groot probleem” en/of “ik wil dat ze niet meer daar werkt...dus ik ga nu tegen jou zeggen kijk maar hoe je het oplost...als zij volgende week er nog werkt, hebben wij een groot probleem. En als jij dit wil aanhalen met me...moet je dat zelf weten...maar ik zeg je dat je een groot probleem hebt” en/of “vanaf volgende week als ik hoor dat ze er nog werkt, dan hebben we echt een groot probleem. En onderschat me niet. Dus eh...kijk zelf maar wat je eh...d’r zelf aan wil doen. als je d’r spijt van wil hebben, dan moet je dat lekker doen...dan eh...maak je het wel even mee” en/of “laat je goed informeren over me....onderschat me nou echt niet” en/of “want daar heb je niks aan. Dat wil ik ook liever niet” en/of “er valt niets te bespreken, het is gewoon klaar” en/of “ik ga het je zo zeggen [naam 9] , na die twee weken, als ik dan hoor dat ze nog bij je werkt, dan heb je gewoon echt een probleem en dat wil ik niet met je. Onderschat me nou niet....want ik ben er helemaal klaar mee” en/of

  • -

    toegevoegd: “het is vandaag echt de laatste dag geweest. Ik kom morgen echt naar binnen stormen, ik heb haar nou gewaarschuwd” en/of “als zij morgen nog bij jou werkt, dan heb jij echt een groot probleem” en/of “luister, ik ga jou dit zeggen [naam 9] , ik zweer jou op alles...jij hebt het grootste probleem..wat je ooit in je leven hebt gehad” en/of “hoor dan..na vandaag..nog bij jou werkt” en/of “sloop ik echt allebei jouw tent. Ik kom morgen met 20 man naar binnen” en/of “ik ga je dit zeggen..onderschat mij nou niet..vieze vuile kankerhoer dat je er bent” en/of “als jij morgen nog [..] ga jij morgen wat meemaken, wat jij in je hele leven nog nooit heb meegemaakt. Ga niet met mij in discussie..man, vieze vuile kankerhoer, ik ben duidelijk geweest. Probeer me uit” en/of

  • -

    (middels één of meer sms-berichten) toegevoegd: “probeer me maar uit” en/of “laat ik niet horen dat ze na vandaag nog een uurtje bij je werkt” en/of

  • -

    toegevoegd: “hoe lang wou je het nou volhouden? Je hebt lang genoeg de tijd gehad. Ik heb lang genoeg gekeken. Ze blijft werken bij jou. Ik ben het spuugzat” en/of “het is voor mij nou klaar. Ik ga mijn maatregelen nemen” en/of “ik ga jou dit vertellen. Zij gaat echt niet meer bij jou werken. Het is afgelopen. Of jij nou meewerkt of niet. Het is goed. Maar nu zullen jullie zien. Ik ben nu terug. Veel weggeweest van de zomer. Ik ben er klaar mee” en/of dat ‘hij vindt dat zij hem onderschat’ en/of “Nu bel ik niet meer. Nu ga ik mijn maatregelen nemen”,

althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

EN/OF

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 juli 2012 tot en met 9 september 2012 te Amsterdam en/of Hilversum en/of Eindhoven, en/of (elders) in Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om [naam 9] door geweld en/of enig andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enig andere feitelijkheid, gericht tegen die [naam 9] en/of één of meer andere personen, te dwingen iets te doen en/of niet te doen, namelijk om [medeverdachte 3] te ontslaan en/of om die [medeverdachte 3] niet langer in de winkel van en/of bij het bedrijf [bedrijf 2] te laten werken, op dreigende toon en/of wijze heeft

  • -

    toegevoegd: “ik wil niet meer dat zij bij je werkt..als zij vanaf volgende week nog bij je werkt dan hebben we echt een groot probleem” en/of “ik wil dat ze niet meer daar werkt...dus ik ga nu tegen jou zeggen kijk maar hoe je het oplost..als zij volgende week er nog werkt, hebben wij een groot probleem. En als jij dit wil aanhalen met me..moet je dat zelf weten..maar ik zeg je dat je een groot probleem hebt” en/of “vanaf volgende week als ik hoor dat ze er nog werkt, dan hebben we echt een groot probleem. En onderschat me niet. Dus eh..kijk zelf maar wat je eh..d’r zelf aan wil doen. als je d’r spijt van wil hebben, dan moet je dat lekker doen..dan eh..maak je het wel even mee” en/of “laat je goed informeren over me..onderschat me nou echt niet” en/of “want daar heb je niks aan. Dat wil ik ook liever niet” en/of “er valt niets te bespreken, het is gewoon klaar” en/of “ik ga het je zo zeggen [naam 9] , na die twee weken, als ik dan hoor dat ze nog bij je werkt, dan heb je gewoon echt een probleem en dat wil ik niet met je. Onderschat me nou niet..want ik ben er helemaal klaar mee” en/of

  • -

    toegevoegd: “het is vandaag echt de laatste dag geweest. Ik kom morgen echt naar binnen stormen, ik heb haar nou gewaarschuwd” en/of “als zij morgen nog bij jou werkt, dan heb jij echt een groot probleem” en/of “luister, ik ga jou dit zeggen [naam 9] , ik zweer jou op allesjij hebt het grootste probleem..wat je ooit in je leven hebt gehad” en/of “hoor dan...na vandaag...nog bij jou werkt” en/of “sloop ik echt allebei jouw tent. Ik kom morgen met 20 man naar binnen” en/of “ik ga je dit zeggen...onderschat mij nou niet...vieze vuile kankerhoer dat je er bent” en/of “als jij morgen nog [...] ga jij morgen wat meemaken, wat jij in je hele leven nog nooit heb meegemaakt. Ga niet met mij in discussie..man, vieze vuile kankerhoer, ik ben duidelijk geweest. Probeer me uit” en/of

  • -

    (middels één of meer sms-berichten) toegevoegd: “probeer me maar uit” en/of “laat ik niet horen dat ze na vandaag nog een uurtje bij je werkt” en/of

  • -

    toegevoegd: “hoe lang wou je het nou volhouden? Je hebt lang genoeg de tijd gehad. Ik heb lang genoeg gekeken. Ze blijft werken bij jou. Ik ben het spuugzat” en/of “het is voor mij nou klaar. Ik ga mijn maatregelen nemen” en/of “ik ga jou dit vertellen. Zij gaat echt niet meer bij jou werken. Het is afgelopen. Of jij nou meewerkt of niet. Het is goed. Maar nu zullen jullie zien. Ik ben nu terug. Veel weggeweest van de zomer. Ik ben er klaar mee” en/of dat ‘hij vindt dat zij hem onderschat’ en/of “Nu bel ik niet meer. Nu ga ik mijn maatregelen nemen”,

althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking; terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7


hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 oktober 2009 tot en met 31 mei 2013 te Amsterdam en/of Huizen en/of Hilversum en/of Loosdrecht, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van witwassen, in elk geval zich één of meermalen schuldig heeft gemaakt aan witwassen, althans aan schuldwitwassen, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) (telkens):

  • -

    (van) een of meerdere (contante) geldbedragen die werden aangewend ter betaling van huurkosten en/of woonlasten van de woning aan de [adres 4] en/of de woning aan de [adres 3] en/of ter betaling van verhuiskosten en/of

  • -

    (van) (ten behoeve van de woning aan de [adres 4] aangeschafte) meubels en/of inboedel en/of huisraad en/of televisies en/of (van) één of meer (contante) geldbedragen die werden aangewend ter betaling van deze meubels en/of inboedel en/of huisraad en/of televisies en/of

  • -

    (van) een (ten behoeve van de woning aan de [adres 4] aangeschaft) airconditioningsysteem en/of (van) één of meer (contante) geldbedragen die werden aangewend ter betaling van de aanschaf en/of installatie en/of reparatie van dit airconditioningsysteem en/of

  • -

    (van) één of meer (contante) geldbedragen welke hij en/of zijn mededader(s) ter compensatie van de aanschaf en/of betaling van dit/deze voorwerp(en) ontving(en),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, en/of

verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dit/deze voorwerp (en) en/of dit/deze (contante) geldbedrag(en) was en/of wie dit/deze voorwerp(en) en/of dit/deze (contante) geldbedrag(en) voorhanden had(den), en/of

verworven en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt en/of voorhanden gehad,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/deze voorwerp(en) en/of dit/deze (contante) geldbedrag(en) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig was/waren;

EN/OF

B

(van) een of meer vakantiereizen (naar de Malediven en/of Dubai en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Aruba en/of Ibiza en/of Barcelona en/of Parijs en/of Arzachena en/of Saint Tropez en/of Romazzino) en/of (van) één of meer geldbedragen waarmee deze vakantiereis/vakantiereizen (en/of de daaraan te relateren kosten van verblijf en levensonderhoud) (telkens) werd(en) betaald en/of (van) één of meer (contante) geldbedragen welke hij en/of zijn mededader(s) ter compensatie van de aanschaf en/of betaling van dit/deze voorwerp(en) ontving(en)

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, en/of

verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dit/deze voorwerp(en) en/of dit/deze (contante) geldbedrag(en) was en/of wie dit/deze voorwerp(en) en/of dit/deze (contante) geldbedrag(en) voorhanden had(den), en/of

verworven en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt en/of voorhanden gehad,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/deze voorwerp(en) en/of dit/deze (contante) geldbedrag(en) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig was/waren;

EN/OF

C

(van) een stacaravan en/of bungalow (aan de [adres 5] ) en/of (van) een vaartuig (te weten een Interboot) en/of (van) één of meer (contante) geldbedragen die werden aangewend ter betaling van de aanschaf van die stacaravan en/of die bungalow en/of ter betaling van de aanschaf en/of stalling en/of het onderhoud van dat vaartuig en/of (van) één of meer (contante) geldbedragen welke hij en/of zijn mededader(s) ter compensatie van de aanschaf en/of betaling van dit/deze voorwerp(en) ontving(en),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, en/of

verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dit/deze voorwerp(en) en/of dit/deze (contante) geldbedrag(en) was en/of wie dit/deze voorwerp(en) en/of dit/deze (contante) geldbedrag(en) voorhanden had(den), en/of

verworven en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt en/of voorhanden gehad,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/deze voorwerp(en) en/of dit/deze (contante) geldbedrag(en) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig was/waren;

EN/OF

D

(van) een of meer telefoons en/of (heren)horloge(s) (van het merk Rolex) en/of een (witgouden) ring met diamanten en/of een voertuig (merk Porsche, kenteken [kenteken 9] ) en/of één of meer (contante) geldbedragen waarmee eerdergenoemde telefoon(s), horloge(s), ring en/of voertuig werd(en) betaald en/of (van) één of meer (contante) bedragen waarmee een skybox en/of parkeerplaatsen (van de Amsterdam Arena) en/of één of meer toegangskaarten (voor een concert van ‘De Toppers’) werden betaald en/of (van) één of meer (contante) geldbedragen welke zij en/of haar mededader(s) ter compensatie van de aanschaf en/of betaling van dit/deze voorwerp(en) ontving(en),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, en/of

verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dit/deze voorwerp(en) en/of dit/deze (contante) geldbedrag(en) was en/of wie dit/deze voorwerp(en) en/of dit/deze (contante) geldbedrag(en) voorhanden had(den), en/of

verworven en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt en/of voorhanden gehad,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/die voorwerp(en) en/of dit/die geldbedrag(en) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig was/waren;

8

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2011 tot en met 31 januari 2012 te Amsterdam en/of Hilversum en/of Huizen en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) (telkens): (van) een (witgouden) ring met diamanten (ter waarde van 3.950 euro) en/of een (witgouden) ring met briljant (ter waarde van 81.450 euro) en/of een (witgouden/bloemvormig) collier met diamanten (ter waarde van 10.234 euro) en/of een (rosé-gouden) ketting met één of meer briljanten (ter waarde van 9.143 euro) en/of een (witgouden) armband (van het merk Cartier) en/of een (rosé-gouden) armband met briljant (ter waarde van 447 euro) en/of één of meer (wit- en/of rosé-gouden) sieraden en/of (van) één of meer (contante) geldbedragen waarmee dit/deze sieraden werd(en) betaald

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dit/deze siera(a)d(en) en/of dit/deze (contante) geldbedrag(en) was/waren en/of wie dat dit/deze siera(a)d(en) en/of dit/deze (contante) geldbedrag(en) voorhanden had(den), en/of

verworven en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt en/of voorhanden gehad,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat dit/deze siera(a)d(en) en/of dit/deze (contante) geldbedrag(en) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig was/waren;

9


primair:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2013 tot en met 27 mei 2013 te Amsterdam en/of Hilversum en/of Huizen en/of Beverwijk en/of Zandvoort, en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of één of meer anderen wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld een ander, namelijk [slachtoffer 1] , heeft gedwongen tot afgifte van één of meer geldbedragen (van 100.000 euro en/of 2.000 euro en/of 1.000 euro in elk geval enig geldbedrag), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of één of meer van zijn mededader(s):

  • -

    met die [slachtoffer 1] heeft/hebben afgesproken om elkaar te ontmoeten (in en/of bij het pand aan de [adres 6] ); en/of

  • -

    (vervolgens) die [slachtoffer 1] (nabij het pand aan de [adres 6] ) heeft/hebben geconfronteerd met het feit dat hij een geldbedrag niet juist had of zou hebben verdeeld en/of had of zou hebben gelogen over (de verdeling van) een geldbedrag en/of die [slachtoffer 1] (op dreigende toon) heeft/hebben medegedeeld: “al had je 800 ruggen, liever had je 800 ruggen, dan had je er beter voor gestaan, daar ging het niet om, alleen zet me niet voor schut”, althans woorden van soortgelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of die [slachtoffer 1] (op dreigende toon) heeft/hebben toegevoegd dat hij eerlijk moest zijn; en/of

  • -

    (daarbij) die [slachtoffer 1] (nabij het pand aan de [adres 6] ) op enig moment (met kracht) tegen diens hoofd en/of lichaam heeft/hebben gestompt en/of geslagen; en/of

  • -

    (daarbij en/of bij één of meer andere gelegenheden) die [slachtoffer 1] (op dreigende toon) (al dan niet via anderen) heeft/hebben medegedeeld dat die [slachtoffer 1] één of meer geldbedragen (van 100.000 euro en/of 2.000 euro en/of 1.000 euro, in elk geval enig geldbedrag) aan hem, verdachte, en/of één of meer andere personen diende af te geven en/of moest betalen; en/of

  • -

    door voornoemde handeling(en) een dermate dreigende situatie voor die [slachtoffer 1] heeft/hebben gecreëerd en in stand gehouden, dat de vrees van die [slachtoffer 1] voor (verder) geweld van de zijde van verdachte en/of één of meer van zijn mededaders gerechtvaardigd was; [Sr artikel 317]

subsidiair:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2013 tot en met 27 mei 2013 te Amsterdam en/of Hilversum en/of Huizen en/of Beverwijk en/of Zandvoort, en/of (elders) in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of één of meer anderen wederrechtelijk te bevoordelen door met geweld en/of bedreiging met geweld een ander, namelijk [slachtoffer 1] , te dwingen tot de afgifte van één of meer geldbedragen (van 100.000 euro en/of 2.000 euro en/of 1.000 euro, in elk geval van enig geldbedrag), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) tezamen en in vereniging met één of meer van zijn mededaders, althans alleen

  • -

    met die [slachtoffer 1] heeft afgesproken om elkaar te ontmoeten (in en/of bij het pand aan de [adres 6] ); en/of

  • -

    (vervolgens) die [slachtoffer 1] (nabij het pand aan de [adres 6] ) heeft geconfronteerd met het feit dat hij een geldbedrag niet juist had of zou hebben verdeeld en/of had of zou hebben gelogen over (de verdeling van) een geldbedrag en/of die [slachtoffer 1] (op dreigende toon) heeft medegedeeld: “al had je 800 ruggen, liever had je 800 ruggen, dan had je er beter voor gestaan, daar ging het niet om, alleen zet me niet voor schut”, althans woorden van soortgelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of die [slachtoffer 1] (op dreigende toon) heeft toegevoegd dat hij eerlijk moest zijn; en/of

  • -

    (daarbij) die [slachtoffer 1] (nabij het pand aan de [adres 6] ) op enig moment (met kracht) tegen diens hoofd en/of lichaam heeft gestompt en/of geslagen; en/of

  • -

    (daarbij en/of bij één of meer andere gelegenheden) die [slachtoffer 1] (op dreigende toon) heeft medegedeeld dat die [slachtoffer 1] één of meer geldbedragen (van 100.000 euro en/of 2.000 euro en/of 1.000 euro, in elk geval van enig geldbedrag) diende af te geven en/of moest betalen (aan hem, verdachte, en/of één of meer anderen) en/of

  • -

    door voornoemde handelingen een dermate dreigende situatie voor die [slachtoffer 1] heeft gecreëerd en in stand gehouden, dat de vrees van die [slachtoffer 1] voor (verder) geweld van de zijde van verdachte en/of één of meer van zijn mededaders gerechtvaardigd was; terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 22 maart 2013 te Amsterdam, en/of (elders) in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, aan een ander, te weten [slachtoffer 1] , opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk toe te brengen met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg tezamen en in vereniging met één of meer van zijn mededader(s), althans alleen, één of meermalen (met kracht) tegen het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gestompt en/of geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

10


hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 december 2001 tot en met 27 mei 2013 te Amsterdam en/of Hilversum en/of te Huizen en/of Axel en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) (telkens) (van) één of meer (contant) geldbedragen ad (in totaal) (ongeveer) 850.000 euro, in elk geval van één of meer (contante) geldbedragen,

de werkelijke aard, herkomst, de vindplaats en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of

verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dit/deze (contante) geldbedrag(en) was/waren en/of wie dit/deze (contante) geldbedrag(en) voorhanden had/hadden, en/of

verworven en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik heeft gemaakt en/of voorhanden heeft gehad

terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wisten dat dit/deze geldbedrag(en) onmiddellijk en/of middellijk uit enig misdrijf afkomstig was/waren;

11


hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2010 tot en met 9 januari 2012 te Amsterdam en/of Hilversum en/of te Huizen en/of te Axel en/of te Den Ilp en/of te Beverwijk en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of één of meer anderen wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld een ander, [slachtoffer 2] , heeft gedwongen tot de afgifte van één of meer (contante) geldbedrag(en) ad (in totaal) (ongeveer) 850.000 euro, in elk geval van één of meer (contante) geldbedragen en/of één of meer horloges, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan hem, verdachte, en/of één of meer van zijn mededaders, en/of een ander, [slachtoffer 3] , heeft gedwongen tot de afgifte van één of meer (contante) geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan hem, verdachte, en/of één of meer van zijn mededaders, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (telkens) hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) dreigend:

  • -

    die [slachtoffer 2] (op 7 januari 2011) een sms bericht heeft/hebben gestuurd met de tekst: “hoop niet dat het waar was wat ik heb gehoord” en/of

  • -

    (daarna) een sms bericht heeft/hebben gestuurd met de tekst: “Bel me. d” en/of - (op 10 januari 2011) meermalen naar de telefoon van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gebeld (waarbij telkens geen gesprek tot stand is gekomen) en/of

  • -

    (vervolgens) naar de woonplaats van die [slachtoffer 2] is/zijn gereden en/of

  • -

    (op enig moment in de maand december 2011) die [slachtoffer 2] heeft/hebben laten ophalen en brengen naar een locatie waar hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 2] (dreigend) kon(den) toespreken en/of heeft/hebben toegesproken en/of

  • -

    (aldus) (telkens) al dan niet met gebruikmaking van zijn/hun fysieke overwicht op die [slachtoffer 2] een zodanig bedreigende sfeer voor die [slachtoffer 2] heeft/hebben doen ontstaan, dat die [slachtoffer 2] niet in staat was zich daaraan te onttrekken en/of dat die [slachtoffer 2] zich gedwongen zag tot de afgifte van vorenbedoelde geldbedrag(en).

Zaak B:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 november 2010 tot en met 26 november 2010 te Amsterdam en/of Amstelveen en/of Ouderkerk aan de Amstel en/of Huizen en/of Hilversum en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, [slachtoffer 4] en/of [medeverdachte 2] door geweld en/of enig andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enig andere feitelijkheid, gericht tegen die [slachtoffer 4] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer andere personen, heeft gedwongen iets te doen en/of niet te doen, namelijk om hun relatie en/of omgang met elkaar te beëindigen, door die [slachtoffer 4] (telkens (op dreigende toon en/of wijze) toe te voegen:

  • -

    “luister goed wat ikje nu zeg. Als ik één keer hoor als jij met [medeverdachte 2] bent gezien of in de buurt bent geweest grijp ik je echt dus kijk maar wat je doet iedereen mag het ook gewoon weten” en/of “jongen. ik vind het helemaal niet erg ik heb geen zin om zo’n iemand in de buurt bij mijn kind te hebben. Oprotten” en/of

  • -

    dat hij niet wil dat die [slachtoffer 4] een relatie en/of omgang heeft met die [medeverdachte 2] en/of dat die [slachtoffer 4] zijn relatie en/of omgang met die [medeverdachte 2] moet beëindigen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking; en/of

door die [medeverdachte 2] (telkens) (op dreigende toon en/of wijze) toe te voegen:

  • -

    “ [slachtoffer 4] is nu echt over, ben er klaar mee vieze kankerhoer

  • -

    Staat er bij mijn nummer mongool of zo.

  • -

    Praat ik chinees? Ga niet lang nog wachten

  • -

    Denk je dat ik [medeverdachte 1] nodig heb voor zo een druiloor je moet oppassen stronthoer met je grote bek

  • -

    Niet opnemen. [slachtoffer 4] is over. let maar op – Dat jij dit zelf wilde je bent een grote imbeciel. misschien is het beter als [naam 12] bij mij komt wonen

  • -

    Jankert. je ziet toch dat ik het bepaal, anders probeer me uit zou ik zeggen - Vieze schijnheil. ik hoop dat jullie me uit gaan proberen

  • -

    Probeer me uit zou ik zeggen doei

  • -

    Als je nog een keer de naam van die poot noemt waar [naam 12] bij is moet jij eens opletten. als ik vanaf nu nog een jank sms krijg, moet je kijken wat er gaat gebeuren, die [slachtoffer 4] nooit duidelijk, je begint me heel pissig te maken. pas op

  • -

    Het interesseert me niet wat jij denkt. Heb je dat nog niet door. doe het dan met die [slachtoffer 4] . hoop het kan niet wachten. Schijnheil

  • -

    Jij hebt hem jou versie verteld plus foto’s van hem laten zien aan [naam 12] . jij moet nu zo gaan oppassen. maak geen grapjes

  • -

    [slachtoffer 4] gaat nooooit gebeuren dus is het nu duidelijk? Anders rij wel even naar hem toe. dat hij het je duidelijk maakt. laat maar weten. Noooit

  • -

    je zegt dat jij bepaalt wat je doet en met wie nou doe dat dan met die [slachtoffer 4] . kan echt niet wachten en/of

  • -

    “ik zal hem deze week eens gaan bezoeken misschien even goed aan ze verstand brengen” en/of

  • -

    “ben er klaar mee vieze kankerhoer. je moet oppassen stronthoer met je grote bek. je bent een grote imbeciel. Vieze schijnheil. jij moet nu zo gaan oppassen. maak geen grapjes. Ben 8 jaar niet op vakantie geweest zeker niet met [naam 12] . als jij niet met zo’n randdebiel aankomt gun ik je alle geluk. Die [slachtoffer 4] nooit van me leven. En ik ben er ook weer goed klaar mee. Probeer het dan met die [slachtoffer 4] . zal ik je laten zien. Rot op kankerhoer. Krijg de kanker. doe wat ik wil imbecieltje. Jij hebt niks te willen.” en/of

  • -

    dat “hij klaar is met deze [slachtoffer 4] en hier geen trek in heeft. Want over een jaar of twee gaat het af en dan gaat hij er open en bloot naartoe en hij heeft geen zin om tien jaar te gaan zitten door die Hangjas. Wegwezen met deze”; en/of

  • -

    dat “hij niet wil dat [slachtoffer 4] bij haar in de buurt komt” en/of

  • -

    dat hij niet wil dat die [medeverdachte 2] een relatie en/of omgang heeft met die [slachtoffer 4] en/of dat die [medeverdachte 2] haar relatie en/of omgang met die [slachtoffer 4] moet beëindigen,

althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Omvang van het hoger beroep

De verdachte

De verdachte is door rechtbank vrijgesproken van hetgeen aan hem in zaak-A onder 6 als eerste cumulatief/alternatief (bedreiging) en onder 11 is ten laste gelegd.

Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, Sv staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken.

De officier van justitie

Door de officier van justitie is eveneens onbeperkt hoger beroep ingesteld. De schriftuur bevat geen grieven tegen voornoemde in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Nu geen grieven zijn gericht tegen de in eerste aanleg ten aanzien van de in zaak-A onder 6 en 11 tenlastegelegde feiten gegeven beslissingen tot vrijspraak, de advocaat-generaal ter terechtzitting in hoger beroep heeft medegedeeld dat het beroep niet is gericht tegen voornoemde beslissingen van de rechtbank en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen beland dat is gediend met enig onderzoek van die feiten zelf, zal de officier van justitie gelet op het bepaalde in artikel 416, derde lid Sv niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep ten aanzien van die feiten.

Omvang

Gelet op het voorgaande liggen in hoger beroep in zaak-A de feiten 1, 2, 3, 4, 5, 6 (tweede cumulatief/alternatief), 7, 8, 9 en 10 alsmede het in zaak-B tenlastegelegde ter beoordeling aan het hof voor.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Ter terechtzitting gevoerde verweren

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep verweren gevoerd als weergegeven in de pleitnota. Deze verweren zien in de eerste plaats op vermeende vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek. De verweren op dit punt vormen een herhaling en op onderdelen een nadere onderbouwing van hetgeen in eerste aanleg is aangevoerd en strekken ertoe dat het hof de officier van justitie in de vervolging niet ontvankelijk zal verklaren, althans een aantal onderzoeksbevindingen van de bewijsvoering zal uitsluiten en de verdachte ten aanzien van de hem ten laste gelegde feiten zal vrijspreken. De verweren zien voorts op de bewijswaarde en de betrouwbaarheid van de inhoud van onderschepte communicatie. Tenslotte heeft de verdediging ten aanzien van de afzonderlijk aan de verdachte ten laste gelegde feiten bewijsverweren gevoerd als hierna te melden.

Ten aanzien van verzuimen in het voorbereidend onderzoek heeft de verdediging naar voren gebracht dat hetgeen hieromtrent door de rechtbank is overwogen weliswaar onjuist is of tekortschiet, maar dat de weergave van de gevoerde verweren op zichzelf correct in het vonnis waarvan beroep is opgenomen. Het hof zal in het navolgende de verweren bespreken aan de hand van de, ook door de raadsvrouw bij pleidooi in hoger beroep aangehouden, weergave daarvan in het vonnis.

Bij de beoordeling van de verweren die zien op schending van vormverzuimen als bedoeld in artikel 359a Sv, neemt het hof het navolgende in aanmerking.

Ingevolge de rechtspraak van de Hoge Raad dient bij de beoordeling van een verweer strekkende tot het verbinden van rechtsgevolgen aan vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek, te worden voorop gesteld dat indien binnen de door artikel 359a Sv bepaalde grenzen sprake is van een vormverzuim en de rechtsgevolgen daarvan niet uit de wet blijken, de rechter moet beoordelen of aan dat vormverzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de in het tweede lid van artikel 359a Sv genoemde factoren. Het rechtsgevolg zal immers door deze factoren moeten worden gerechtvaardigd.

De eerste factor is ‘het belang dat het geschonden voorschrift dient’. De tweede factor is ‘de ernst van het verzuim’. De derde factor is ‘het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt’. Bij de beoordeling daarvan is onder meer van belang of en in hoeverre de verdachte door het verzuim daadwerkelijk in zijn verdediging is geschaad. Opmerking verdient dat, indien het niet de verdachte is die door de niet-naleving van het voorschrift is getroffen in het belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen, in de te berechten zaak als regel geen rechtsgevolg zal behoeven te worden verbonden aan het verzuim.

Niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie in de vervolging kan slechts in uitzonderlijke gevallen aan de orde komen, namelijk alleen als het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesvoering waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is geschonden.

Bewijsuitsluiting op grond van artikel 359a, eerste lid, Sv kan uitsluitend aan de orde komen, indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen en komt slechts in aanmerking, indien door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. Wat dat laatste betreft geldt dat een schending van het in artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) gegarandeerde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer niet zonder meer een inbreuk oplevert op de in artikel 6 EVRM vervatte waarborg van een eerlijk proces en dat aan een niet gerechtvaardigde inbreuk op het door het eerste lid van artikel 8 EVRM gewaarborgde recht in de strafprocedure tegen de verdachte geen rechtsgevolgen behoeven te worden verbonden, mits zijn recht op een eerlijk proces zoals bedoeld in artikel, 6, eerste lid EVRM wordt gewaarborgd. Daarbij geldt dat het belang van de verdachte dat het gepleegde feit niet wordt ontdekt, niet kan worden aangemerkt als een rechtens te respecteren belang. Een eventuele schending van dit belang levert dus niet een nadeel op als bedoeld in artikel 359a, tweede lid, Sv. Toepassing van bewijsuitsluiting kan noodzakelijk zijn ter verzekering van het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM. Voorts kan ook als het recht van de verdachte op een eerlijk proces niet (rechtstreeks) aan de orde is, maar een ander belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden, toepassing van bewijsuitsluiting noodzakelijk worden geacht als middel om toekomstige vergelijkbare vormverzuimen die onrechtmatige bewijsgaring tot gevolg hebben, te voorkomen en een krachtige stimulans te laten bestaan tot handelen in overeenstemming met de voorgeschreven norm. Een dergelijke toepassing van bewijsuitsluiting als rechtsstatelijke waarborg en als middel om met de opsporing en vervolging belaste ambtenaren te weerhouden van onrechtmatig optreden kan in beeld komen, als sprake is van een vormverzuim dat resulteert in een zeer ingrijpende inbreuk op een grondrecht van de verdachte. Toepassing van bewijsuitsluiting is voorts niet uitgesloten als sprake is van de – zeer uitzonderlijke – situatie dat het desbetreffende vormverzuim, naar uit objectieve gegevens blijkt, zozeer bij herhaling voorkomt dat zijn structureel karakter vaststaat en de verantwoordelijke autoriteiten zich onvoldoende inspanningen hebben getroost overtredingen van het desbetreffende voorschrift te voorkomen. (HR 19 februari 2013, NJ 2013, 308)

Ingevolge de rechtspraak van de Hoge Raad mag voorts van de verdediging die een beroep doet op schending van een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv, worden verlangd dat duidelijk en gemotiveerd aan de hand van de factoren die in het tweede lid van het artikel zijn genoemd, wordt aangegeven tot welk in art. 359a Sv omschreven rechtsgevolg dit dient te leiden. (HR 30 maart 2004, NJ 2004, 376)

In de door de verdediging in dit verband gevoerde verweren is aangegeven dat de gestelde verzuimen dienen te leiden tot niet-ontvankelijkverklaring, subsidiair bewijsuitsluiting, maar over het belang van de, naar het inzicht van de verdediging geschonden, voorschriften, de ernst van de verzuimen en het daardoor veroorzaakte nadeel is niet of onvoldoende aangevoerd, zodat de verweren reeds om die reden worden verworpen.

Echter, ook om andere reden treffen deze verweren geen doel. Ten overvloede overweegt het hof over de afzonderlijke in dit verband gevoerde verweren nog het volgende.

Door de verdediging is aangevoerd, kort gezegd, dat de start van het onderzoek tegen de verdachte en zijn medeverdachte(n) gebreken vertoont, nu er onvoldoende grondslag was voor enige verdenking tegen de verdachte en/of de medeverdachte(n) die redelijkerwijs tot de inzet of voortzetting van de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden had kunnen leiden, dat ten aanzien van de start van het onderzoek de verslaglegging tekortschiet, de rechter-commissaris bij de aanvraag van machtigingen tot het inzetten van deze bevoegdheden opzettelijk is misleid, databestanden onrechtmatig zijn bewaard, de officier van justitie bij de inzet van opsporingsmiddelen en de vervolging ter zake van witwassen het vertrouwensbeginsel en het ne bis in idem beginsel heeft geschonden en het recht van de verdachte op rechtsbijstand is geschonden doordat deze buiten de aanwezigheid van een advocaat als verdachte is gehoord.

Ten aanzien van de grondslag van de verdenking tegen de verdachte is door de verdediging naar voren gebracht dat, kort gezegd, tegen de verdachte onvoldoende feiten en omstandigheden waren gebleken om de inzet van bijzondere opsporingsmiddelen te rechtvaardigen en voorts dat de tegen de verdachte opgeworpen – en ontoereikend gefundeerde – verdenkingen waren gebaseerd op feiten en omstandigheden die ter kennis van de opsporingsambtenaren waren gekomen als gevolg van de inzet van bijzondere opsporingsmiddelen tegen de medeverdachte [medeverdachte 1] , terwijl er tegen deze medeverdachte geen feiten en omstandigheden waren die die inzet konden rechtvaardigen. Door de verdediging is op dit punt de stelling ingenomen dat het de opsporingsinstanties te doen was om het inzetten van opsporingsmiddelen tegen de verdachte en dat, bij gebreke van voldoende aanleiding daartoe, de inzet tegen personen in zijn omgeving werd geëntameerd, zulks met het ingecalculeerde gevolg dat aan de verdachte de mogelijkheid zou worden ontnomen om deze inzet met succes te bekritiseren.

De rechtbank heeft in het vonnis waarvan beroep onder 2.2 aangegeven dat slechts onder uitzonderlijke omstandigheden aanleiding kan bestaan om een beroep te kunnen doen op eventuele onregelmatigheden die kleven aan de machtigingen en bevelen leidende tot de inzet van (bijzondere) opsporingsmiddelen tegen een ander dan de verdachte. Door de rechtbank is voorts aan de hand van de stukken in het dossier aangegeven dat aan informatie van de Criminele Inlichtingen Eenheid en aan restinformatie uit een eerder onderzoek en aan informatie uit openbare bronnen een redelijk vermoeden van schuld aan strafbare feiten kon worden ontleend ten aanzien van de medeverdachte [medeverdachte 1] en ook de medeverdachte [medeverdachte 4] .

Het hof onderschrijft het aldus verwoorde uitgangspunt ten aanzien van de toetsing van tegen een ander dan de verdachte ingezette opsporingsmiddelen. Met de rechtbank is het hof voorts van oordeel dat op grond van het hieromtrent overwogene, aan de inzet van meergenoemde opsporingsmiddelen tegen de medeverdachte [medeverdachte 1] (en/of [medeverdachte 4] ) geen gebreken zijn gebleken.

Nu de inzet van bijzondere opsporingsmiddelen tegen medeverdachte [medeverdachte 1] (en/of [medeverdachte 4] ) zijn rechtvaardiging kon vinden in de tegen deze medeverdachte(n) gerezen verdenkingen en ook overigens het hof niet is gebleken van omstandigheden die zouden meebrengen dat aan deze inzet motieven ten grondslag hebben gelegen die ten doel hadden aan de verdachte het recht op een eerlijk proces te ontnemen, dan wel dat die inzet daartoe heeft geleid, is een beoordeling van de gerechtvaardigdheid van die inzet verder niet aan de orde.

Ten aanzien van de verslaglegging heeft de rechtbank in het vonnis waarvan beroep onder 2.1 het verweer van de raadsvrouw samengevat en verworpen. Deze verwerping komt er op neer dat in het proces-verbaal van 25 november 2010 de tegen de verdachte gerezen verdenkingen zijn weergegeven en onderbouwd en dat dit proces-verbaal vervolgens ten grondslag heeft gelegen aan de eerste aanvragen tot de inzet van bijzondere opsporingsmiddelen tegen de verdachte. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat daarmee de start van het onderzoek tegen de verdachte voldoende is vastgelegd. Met de rechtbank is het hof voorts van oordeel dat vermeende gebreken in de verslaglegging van de start van het onderzoek tegen de medeverdachte [medeverdachte 1] de verdachte in beginsel niet regarderen en niet is gebleken van redenen waarom dat in het onderhavige geval anders zou moeten zijn.

Ten aanzien van de gestelde misleiding van de rechter-commissaris en de door deze verleende machtigingen tot het inzetten van bijzondere opsporingsbevoegdheden heeft de verdediging, kort gezegd, het volgende naar voren gebracht. In processen-verbaal die aan de rechter-commissaris zijn voorgelegd als grond voor een te verlenen machtiging tot de inzet van de bijzondere opsporingsmiddelen, zijn onjuistheden of onvolledigheden opgenomen van zodanige aard en omvang, dat deze als misleidend moeten worden aangemerkt. De machtigingen die door de rechter-commissaris zijn verleend moeten dan ook als de vrucht van misleiding althans ongenoegzame voorlichting terzijde worden gesteld met, zo begrijpt het hof de raadsvrouw, als gevolg dat het de officier van justitie niet vrij stond de inzet van deze middelen te bevelen.

Voorts is door de verdediging aangevoerd dat de in de processen-verbaal opgesomde feiten en omstandigheden wegens de onbeduidendheid of betekenisloosheid daarvan niet tot de geformuleerde verdenkingen aanleiding hadden kunnen geven en derhalve evenmin tot de machtigingen hadden mogen leiden.

De rechtbank heeft in het vonnis waarvan beroep, eveneens onder 2.2, op dit verweer gerespondeerd. Door de rechtbank is aangegeven dat in meergenoemd proces-verbaal van 25 november 2010 beschreven feiten en omstandigheden de tegen de verdachte gerezen verdenkingen redelijkerwijs konden rechtvaardigen en de rechter-commissaris redelijkerwijs tot de verlening van de gevraagde machtigingen tot de toepassing van bijzondere opsporingsbevoegdheden konden brengen. Het hof onderschrijft dit oordeel, en sluit zich aan bij de door de rechtbank gegeven motivering.

Met de rechtbank is het hof voorts van oordeel dat de omstandigheid dat in processen-verbaal die aan de verleende machtigingen ten grondslag hebben gelegen verdenkingen zijn opgenomen, die uiteindelijk niet tot vervolging hebben geleid, niet meebrengt dat de rechter-commissaris is misleid. De stelling dat aan de opgevoerde feiten en omstandigheden geen strafrechtelijk relevante duiding of betekenis kan of kon worden toegekend wordt, bij gebreke van een deugdelijk onderbouwing, door het hof verworpen. Ook overigens heeft het hof in het aangevoerde geen elementen aangetroffen die tot een ander oordeel aanleiding geven.

Nu aan de totstandkoming van de machtigingen van de rechter-commissaris geen gebreken kleven, faalt ook op deze grond het verweer dat het de officier van justitie niet vrij zou staan om de bevelen tot de toepassing van bijzondere opsporingsbevoegdheden, waartoe deze machtigingen waren verleend, te geven.

De verdediging heeft voorts aangevoerd dat sprake is geweest van een onrechtmatige opslag en gebruik van historische datagegevens ten behoeve van de audiomachtigingen.

De rechtbank heeft in het vonnis waarvan beroep, na een beschouwing omtrent de geldigheid van de betreffende regelgeving en van de omstandigheden waaronder de in artikel 395a Sv genoemde rechtsgevolgen aan de orde kunnen komen, het verweer verworpen met de vaststelling dat door de verdediging niet is aangegeven welke databestanden onrechtmatig zouden zijn bewaard, niet is aangegeven in welk opzicht de belangen van de verdachte door toepassing van dataretentie zouden zijn geschonden en niet is aangegeven in welk opzicht aan het recht van de verdachte op een eerlijke berechting ex artikel 6 EVRM te kort zou zijn gedaan.

In hoger beroep is op deze punten door de verdediging geen nadere toelichting gegeven. De verdediging heeft zich beperkt tot een in algemene bewoordingen geformuleerd belang dat inbreuken op de aan artikel 8 EVRM te ontlenen rechten zorgvuldig, terughoudend en eindig dienen te zijn en ook dat met de verwerping door de rechtbank een onterechte omkering van de bewijslast wordt gecreëerd ten aanzien van de vraag in welke mate de dataretentieregeling was nageleefd.

Het hof is, met de rechtbank, van oordeel dat (ook) wegens onvoldoende onderbouwing het verweer geen doel treft

Ook heeft de verdediging aangevoerd dat, nu de officier van justitie heeft gehandeld in strijd met:

  • -

    het beginsel dat een tweede vervolging voor hetzelfde feit is uitgesloten (‘ne bis in idem’) en met

  • -

    het vertrouwensbeginsel, omdat de verdachte er op mocht vertrouwen dat betalingen die door de verdachte in het kader van een ontnemingsmaatregel aan het CJIB zouden worden gedaan, niet zouden worden gebruikt om een nieuwe verdenking van witwassen te construeren,

een onjuiste onderbouwing van een verdenking van witwassen aan (de aanvraag tot) machtigingen tot de toepassing van bijzondere opsporingsbevoegdheden is gelegd.

De rechtbank heeft dit verweer onder 2.4 samengevat en verworpen, kort gezegd, omdat uit de stukken van het dossier blijkt dat de machtigingen van de rechter-commissaris evenmin als de processen-verbaal die daaraan ten grondslag waren gelegd louter op witwasfeiten vanwege voormelde betalingen aan het CJIB waren gebaseerd, doch ook op andere feiten (het hof begrijpt: zoals overtreding van de Opiumwet, afpersing en/of het lidmaatschap van een criminele organisatie). Ook heeft de rechtbank overwogen dat het vertrouwen van de verdachte dat hij niet zou worden vervolgd ter zake van feiten uit het zogeheten Ludovica-onderzoek niet het gevolg van enig actief handelen van een lid van het openbaar ministerie is geweest. Nu gezien de aard en de ernst de feiten waarvan de verdachte in 2007 werd verdacht (witwassen) en het feit dat de verdachte wederom van witwaspraktijken werd verdacht in het onderzoek Andes, heeft het openbaar ministerie in redelijkheid tot het voortzetten van de vervolging ter zake van de feiten uit 2007 kunnen komen, aldus de rechtbank. Het hof schaart zich achter deze verwerping van dit in hoger beroep herhaalde verweer.

De verdediging heeft in hoger beroep hieromtrent nog aangevoerd dat de verdachte in 2009 door officier van justitie mr. [naam 13] is medegedeeld dat het onderzoek in het kader van witwassen “van de baan” was (het hof begrijpt: ter zake van de betalingen die hij had gedaan aan het CJIB in het kader van de aan hem opgelegde ontnemingsmaatregel). Het hof begrijpt de raadsvrouw aldus dat de betreffende officier van justitie daarmee zou hebben aangegeven dat de verdachte op dit punt verder niet meer vervolgd zou worden. In het geval het hof mocht menen dat er geen toezegging zou zijn gedaan dat de betaling van de ontnemingsmaatregel niet zou leiden tot een verdenking van witwassen, heeft de verdediging verzocht toenmalig advocaat-generaal mr. [naam 14] , officier van justitie mr. [naam 15] en de heren [naam 16] en [naam 17] van het CJIB als getuige te horen.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende. Zo al de, inmiddels overleden, officier van justitie mr. [naam 13] zou hebben gezegd dat het onderzoek in het kader van het witwassen (ter zake van de betalingen die de verdachte had gedaan aan het CJIB in het kader van de opgelegde ontnemingsmaatregel) “van de baan was”, kan op grond van die enkele mededeling nog niet conclusie worden getrokken dat daarmee ook werd afgezien van een eventuele latere vervolging ter zake van dit feit, en kon de verdachte er dan ook niet op vertrouwen dat hij op een later tijdstip niet alsnog voor dit feit zou worden vervolgd. Ook overigens is niet aannemelijk geworden dat bij de verdachte op enig moment door het handelen van een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie dit vertrouwen kon postvatten. Gelet op het voorgaande is de noodzaak van het horen van de door de raadsvrouw genoemde getuigen niet gebleken, en wordt dit verzoek afgewezen.

De raadsvrouw heeft voorts aangevoerd dat sprake is geweest van schending van artikel 6 EVRM, nu de verdachte zijn recht op bijstand van een raadsvrouw of raadsman tijdens het politieverhoor en de overige verhoren is ontnomen. Nu de wetgever nog steeds heeft verzuimd de richtlijn 2013/48/EU in wetgeving om te zetten dient de jurisprudentie van het EHRM te worden gevolgd, die inhoudt dat in een dergelijk geval artikel 6 EVRM is geschonden.

Allereerst merkt het hof op dat de raadsvrouw miskent dat voornoemde richtlijn inmiddels in wetgeving is omgezet, en dat de betreffende wettelijke regeling op 1 maart 2017 in werking is getreden (staatsblad 2017, 66). Voorts heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 6 september 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2018) aangegeven dat het in zijn arrest van 22 december 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3608) neergelegde recht op rechtsgeleerde bijstand tijdens verhoren door de politie niet met terugwerkende kracht geldt. Dat een aangehouden verdachte het recht heeft op bijstand van een raadsman tijdens zijn verhoor door de politie, behoudens bij het bestaan van dringende redenen om dat recht te beperken, geldt voor toekomstige gevallen, dus vanaf het wijzen van het arrest op 22 december 2015 (arrest van 6 september 2016, rechtsoverweging 2.7).

Nu de verhoren van de verdachte, waarop de raadsvrouw doelt, hebben plaatsgevonden voor 22 december 2015, had hij, gelet op het voorgaande en anders dan door de raadsvrouw bepleit, geen recht op bijstand door een raadsvrouw of raadsman tijdens zijn verhoren door de politie, faalt ook dit verweer.

Gelet op het voorgaande worden alle verweren die zijn gevoerd met betrekking tot het voorbereidend onderzoek verworpen.

Vrijspraak van feit 4, onderdeel B

Het hof zal de verdachte vrijspreken van witwashandelingen met betrekking tot alle in de tenlastelegging onder B genoemde vakantiereizen.

Met betrekking tot de bestemmingen Sardinië, Malediven, Milaan, de Nederlandse Antillen en Parijs komt het hof tot het oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte witwashandelingen heeft verricht.

Met betrekking tot de bestemming Aruba komt het hof tot een vrijspraak, aangezien weliswaar bewijs voorhanden is dat de verblijfskosten van de medeverdachte [medeverdachte 3] op Aruba door de verdachte werden vergoed, maar niet dat hij deze vakantiereis heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen, omgezet of daarvan gebruik heeft gemaakt in één van de aan de verdachte tenlastegelegde pleegplaatsen in Nederland. Hierbij is van belang, dat het hof niet bewezen acht dat de vliegtickets geheel of gedeeltelijk door de verdachte zijn gefinancierd.

Met betrekking tot de bestemming Eurodisney zal het hof de verdachte vrijspreken, nu uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat deze reis niet door de verdachte maar door de medeverdachte [medeverdachte 1] is gefinancierd, en de verdachte niet aan deze reis heeft deelgenomen.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Witwassen

Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt, dat de verdachte volgens gegevens van de Belastingdienst enkel in de maand januari 2003 een inkomen van in totaal € 1.648 ,- heeft genoten en dat hij in de voorafgaande jaren noch in de jaren erna inkomsten heeft genoten. Bij de Belastingdienst is voorts geen vermogen van hem bekend. Hij komt niet voor in de gegevens van de Kamer van Koophandel, hij heeft volgens de gegevens van het Kadaster geen onroerende zaken op zijn naam staan en hij beschikt niet over een bankrekening in Nederland.

Op 21 februari 1989 is de verdachte door het gerechtshof in Leeuwarden veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf ter zake van diefstal in vereniging en gewoonteheling. Op 15 mei 1992 is hij door het gerechtshof in Amsterdam tot 4 jaar gevangenisstraf veroordeeld ter zake van een overval op een Rabobank in Vinkeveen. Op 19 juni 2003 is hij door laatstgenoemd hof ter zake van poging tot gekwalificeerde doodslag en gekwalificeerde diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar. Deze veroordeling betrof een overval op een pand van Geldnet, waarbij een aanzienlijk geldbedrag werd buitgemaakt. Bij beslissing van meergenoemd hof van 20 maart 2006 werd verdachte een ontnemingsmaatregel opgelegd ter hoogte van € 400.752, 14. De detentie van de verdachte duurde van 19 oktober 2004 tot 24 maart 2011, op welke dag hij vrijkwam. Uit de inhoud van de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte in de tenlastegelegde periode de beschikking had over geldbedragen van aanzienlijke omvang.

Namens de verdachte is aangevoerd dat hij legale inkomsten had uit een handel in horloges. Deze stelling is evenwel in geen enkel opzicht onderbouwd en ook overigens niet aannemelijk geworden.

Gelet op bovenstaande omstandigheden gaat het hof ervan uit dat bij de verdachte geen sprake is geweest van legale inkomsten en dat de aanzienlijke bedragen waarover hij beschikte en waarvan hij een deel in bewaring heeft gegeven en/of heeft overgedragen aan anderen niet anders dan van misdrijf afkomstig kunnen zijn geweest.

Criminele organisatie

Door de advocaat-generaal is geconcludeerd tot bewezenverklaring van het aan de verdachte ten laste gelegde. Daarbij heeft de advocaat-generaal naar voren gebracht dat het oogmerk van de criminele organisatie meer omvattend is geweest dan de rechtbank in aanmerking heeft genomen en dat ook de in de tenlastelegging opgenomen afpersing, bedreiging en/of (zware) mishandeling en/of dwang daartoe behoren.

Ten aanzien van de deelneming van de verdachte aan deze criminele organisatie heeft de advocaat-generaal aansluiting gezocht bij het oordeel van de rechtbank dienaangaande.

Door de verdediging is vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Het hof stelt voorop dat onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht een samenwerkingsverband van twee of meer personen wordt verstaan, met een zekere duurzaamheid en structuur, dat het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft.

Voor deelneming in de zin van dit artikel is vereist dat de betrokkene tot het samenwerkingsverband behoort en een aandeel heeft in gedragingen die strekken tot de verwezenlijking van het in dit artikel bedoelde oogmerk of met die verwezenlijking rechtstreeks verband houden, dan wel deze gedragingen ondersteunt.

Het hof stelt op grond van de stukken in het dossier vast dat tussen in ieder geval de [verdachte] en [medeverdachte 1] een dergelijk samenwerkingsverband heeft bestaan en was gericht op het plegen van misdrijven van diverse aard, te weten (gewoonte)witwassen, afpersing, bedreiging, dwang en/of (zware) mishandeling. [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben zich schuldig gemaakt aan gedragingen die op deze misdrijven gericht waren.

Uit de bewijsmiddelen vloeit immers voort dat de verdachte gedurende een lange periode zeer veelvuldig in het gezelschap van [medeverdachte 1] verkeerde. Dat dit samenzijn (mede) het begaan van misdrijven tot strekking had, blijkt uit de inhoud van de conversatie tussen beiden, waarbij de verdeling van geld, waaromtrent het hof hiervoor heeft overwogen dat dit door misdrijf was verkregen, aan de orde kwam. Ook blijkt daaruit dat een intensief contact met een handelaar in horloges van het duurdere segment een element vormde in de besteding dan wel omzetting van het, kennelijk door misdrijf verworven, geld. Voorts blijkt daaruit van het voornemen tot het plegen van geweldshandeling jegens derden, waarbij een rolverdeling valt vast te stellen in die zin dat het [medeverdachte 1] was die tot fysiek geweld overging, indien dat uit de afspraken voortvloeide en [verdachte] degene was die daartoe de opdrachten gaf. Tenslotte werden af en toe een bepaald soort telefoons gebruikt, waarmee alleen email berichten konden worden verstuurd en ontvangen, was men zeer op zijn hoede voor het mogelijk afluisteren door de politie van gesprekken, waarbij nog al eens werd besloten besprekingen in de open lucht met achterlating van de telefoons in de auto te houden (zodat men niet kon worden afgeluisterd), was sprake van vaste ontmoetingspunten (zoals op het kantoor van [bedrijf 3] of een bepaalde tandartsenpraktijk), beschikte men over geheime bergplaatsen in brandblussers, om daarin geld te bewaren, werd een op naam van [medeverdachte 1] staande gepantserde BMW gebruikt door de verdachte

en werd in veel gesprekken kennelijk versluierd taalgebruik gebezigd.

Gelet op de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen wordt aan de verdachte in deze criminele organisatie een leidinggevende rol toegekend, nu hij degene was die de opdrachten uitdeelde, bepaalde hoe de verdeling van geld uitviel en degene was in wiens als dan niet vermeend belang, door [medeverdachte 1] geweld werd toegepast of daarmee werd gedreigd.

ten aanzien van de feiten 1, 2 4, 7, 8 en 10

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de door de rechtbank voor het bewijs gebezigde gesprekken waarin de verdachte spreekt over door hem verdiende geldbedragen en door hem uitgegeven geldbedragen ten behoeve van onder meer vakanties gebaseerd zijn op grootspraak, en niet conform de waarheid zijn nu de verdachte zich ervoor schaamde afhankelijk te zijn van het geld dat zijn partner [medeverdachte 5] ten behoeve van hem uitgaf.

Het hof verwerpt dit verweer, reeds nu dit onvoldoende gemotiveerd is. In diverse voor het bewijs gebezigde gesprekken, waaraan de verdachte deelneemt maakt de verdachte melding van aanzienlijke geldbedragen waarover hij beschikte, en van grote geldsommen die hij heeft betaald voor onder meer inrichting van het door hem bewoonde appartement en vakanties, terwijl niet aannemelijk is geworden dat hij dit zegt enkel om zijn gesprekspartners daarmee te imponeren.

Zo maakt hij in het gesprek van 17 december 2011 aan [medeverdachte 6] expliciet melding van 6, 7, 8 miljoen gulden, welk bedrag na de eurowissel zo’n (het hof begrijpt) 3,2 miljoen euro zou betreffen, welk bedrag overeenkomst met ruim 7 miljoen gulden. Voorts geeft de verdachte in dit gesprek aan dat hij van het bedrag nog een aantal tonnen heeft afgehaald, zodat 2,7 miljoen euro overbleef en dat [medeverdachte 2] kennelijk 270 ruggen per jaar opmaakte. In een gesprek met zijn zoon geeft de verdachte aan dat [medeverdachte 2] tien jaar als een gek heeft geleefd. Een en ander in samenhang bezien leidt het hof tot de conclusie dat de verdachte in het gesprek van 17 december 2011 de waarheid spreekt en niet opschept over de grootte van het bedrag. Dat hij [medeverdachte 2] een veel kleiner bedrag zou hebben gegeven om voor hem te bewaren, zoals hij ter terechtzitting in eerste aanleg heeft verklaard, acht het hof gelet op het voorgaande ongeloofwaardig.

Verder verklaart de verdachte in een gesprek op 31 oktober 2011 met [medeverdachte 6] dat hij het appartement in Hilversum voor 220 ruggen door [naam 18] heeft laten (het hof begrijpt:) inrichten. Hij geeft daarbij aan dat hij het niet kan verantwoorden en zijn vriendin naar hij gelooft “een veertig” (een deel van het verschuldigde bedrag) heeft overgemaakt en dat hij de rest cash heeft betaald. Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 5] op 24 november 2011 twee maal een bedrag van € 38.750 heeft overgemaakt naar de rekening van [bedrijf 4], hetgeen de mededelingen van de verdachte aan [medeverdachte 6] in ieder geval deels bevestigt. De verdachte noemt zichzelf in dit gesprek verder (het hof begrijpt gekscherend) een oude gigolo. Ook dit gesprek heeft veeleer de strekking van een normaal gesprek over door hem gedane uitgaven dan een gesprek dat is bedoeld om op te scheppen over (door de verdachte niet in die omvang gedane) uitgaven.

ten aanzien van feit 2 onder A (circa € 3,2 miljoen)

Op grond van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen staat vast dat de verdachte op enig moment bij [medeverdachte 2] een van misdrijf afkomstig bedrag van circa 3,2 miljoen euro heeft ondergebracht, waarvan circa 2,7 miljoen euro in de ten laste gelegde periode. Hij heeft dit bedrag aan haar overgedragen kennelijk met het doel daar op elk gewenst moment over te kunnen beschikken.

ten aanzien van feit 2 onder C (auto’s)

Gelet op de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen gaat het hof ervan uit dat de verdachte het geld voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, waarmee de in de bewezenverklaring genoemde Audi A3, Mercedes Benz C 180 en Fiat 500 zijn betaald (al dan niet na inruiling van een andere auto). Immers, uit de afschriften van de rekening van [medeverdachte 2] blijkt niet dat zij steeds de koopsom van de betreffende auto’s heeft betaald, terwijl dit gelet op de hoogte van haar toenmalige inkomen (ook indien rekening wort gehouden met het feit dat tweemaal bij de koop van een nieuwe auto een andere auto is ingeruild) ook onaannemelijk is, nu van verder vermogen in die tijd niet is gebleken. Voorts geeft de verdachte in een OVC-gesprek van 17 december 2011 aan dat [medeverdachte 2] om de twee jaar een nieuwe auto kreeg, waarbij andere auto’s werden ingeruild en hij er elke keer 30 ruggen bij moest doen (hetgeen in zoverre wordt ondersteund door het feit dat uit de bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 2] elke twee jaar een nieuwe auto aanschafte, waarbij in het geval van de Mercedes en de Fiat een eerdere auto werd ingeruild) en eist hij als [medeverdachte 2] naar Spanje is gevlucht haar Fiat 500 met kentekenbewijs op. Tenslotte is de factuur van de Mercedes bij [verdachte] thuis aangetroffen (zie proces-verbaal van relaas, zaakdossier 2, pagina 16). Gelet op het voorgaande kan het niet anders zijn dan dat de drie in de bewezenverklaring genoemde auto’s door de verdachte aan het autobedrijf dat de auto’s verkocht zijn betaald, waarna de auto’s aan [medeverdachte 2] ter beschikking zijn gesteld.

ten aanzien van feit 2, gewoontewitwassen

Uit de inhoud van de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte gedurende een jarenlange periode zich heeft schuldig gemaakt aan het witwassen van zeer vele geldbedragen, alsmede aan het witwassen van een drietal auto‘s en een aantal vakantiereizen. Gelet hierop acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen.

ten aanzien van feit 4, gewoontewitwassen

Uit de inhoud van de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte gedurende een jarenlange periode zich heeft schuldig gemaakt aan het witwassen van vele geldbedragen, alsmede aan het witwassen van een aantal goederen. Gelet hierop acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen.

Ambtshalve overweging ten aanzien van de feiten 5 en 6

Op grond van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen stelt het hof vast dat de verdachte met zijn mededelingen aan [medeverdachte 3] (feit 5) en [naam 9] (feit 6) [medeverdachte 3] wilde dwingen tot het stoppen met het werken bij het bedrijf van [naam 9] en [naam 9] tot het ontslaan van [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] is op enig moment daadwerkelijk gestopt met het werken bij dit bedrijf. De vraag is nu of dit het direct gevolg is geweest van de aan de verdachte onder 5. en 6. ten laste gelegde handelingen. Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de laatste dwanghandeling van de verdachte plaatsvond op 9 september 2012. [medeverdachte 3] is ontslagen op of kort na 1 augustus 2013, en eerst toen is zij gestopt met het werken voor het bedrijf van [naam 9] . Over de reden van het ontslag verklaart [naam 9] (verhoor bij de politie op 7 augustus 2013): “Het is vorig jaar begonnen met die telefonische bedreigingen. Toen kwam het moment dat ze werd aangehouden en toen was daar verleden week weer het bezoek van de politie in de winkel. Toen besefte ik dat ik hier niet op zat te wachten en dat ik moest kiezen voor mijn bedrijf.”

De aanhouding van [medeverdachte 3] vond plaats op 27 mei 2013 (bij haar thuis) en op 30 mei 2013 werd zij door de rechter-commissaris weer vrijgelaten. Op 31 juli 2013 hebben de rechercheurs [naam 9] in de winkel opgezocht om haar te horen over de bedreigingen aan het adres van [medeverdachte 3] door de verdachte. Ook wilden ze daar [medeverdachte 3] horen. Vervolgens is (kort daarop) [medeverdachte 3] ontslagen.

Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 3] als getuige op 4 december 2013 verklaard: “Ja, zij (het hof begrijpt: : de recherche) kwamen ook op een moment (het hof begrijpt: 31 juli 2013) langs dat er veel klanten in de winkel waren. Tijdens het dicteren wil ik graag opmerken dat dit bezoek ook de reden is geweest dat ik uiteindelijk ontslag heb gekregen.”

Gelet op het voorgaande staat voor het hof vast dat [medeverdachte 3] niet is ontslagen door [naam 9] omdat deze zich daartoe door [verdachte] gedwongen voelde, maar was het bezoek van de recherche aan de zaak daar de directe oorzaak van. Daarbij overweegt het hof tevens dat tussen de laatste dwanghandeling door de verdachte en het uiteindelijk ontslag bijna een jaar is verstreken.

Hieruit volgt dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt een poging tot dwang ten aanzien van [medeverdachte 3] en [naam 9] .

Voor zover in de tenlastelegging van feit 5 staat: “je gaat echt namaken in Eindhoven”, begrijpt het hof, gelet op een eerdere uitlating van de verdachte die is opgenomen in de tenlastelegging, dat bedoeld is: “je gaat (het) echt meemaken in Eindhoven”.

ten aanzien van feit 8:

Gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen, onder meer inhoudende dat (een deel van) de in de bewezenverklaring genoemde sieraden door de verdachte zijn aangeschaft voor de medeverdachte [medeverdachte 5] en de betreffende aankoopcertificaten van alle in de bewezenverklaring genoemde sieraden in de kluis van [medeverdachte 5] zijn aangetroffen, gaat het hof ervan uit dat de betreffende sieraden door de verdachte aan [medeverdachte 5] zijn overgedragen.

Voorts volgt uit de bewijsmiddelen dat de verdachte gedurende een aantal maanden zich heeft schuldig gemaakt aan het witwassen van een drietal sieraden. Gelet hierop acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen.

ten aanzien van feit 9

Zoals gevorderd door de advocaat-generaal en bepleit door de raadsvrouw zal het hof de verdachte vrijspreken van het onder 9 primair en subsidiair tenlastegelegde, nu noch uit het dossier, noch uit het verhandelde ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep met voldoende mate van zekerheid is komen vast te staan dat de verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 1] op 22 maart 2013 [slachtoffer 1] heeft afgeperst dan wel [slachtoffer 1] heeft geprobeerd af te persen. Gelet op de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte met medeverdachte [medeverdachte 1] vooraf het plan heeft opgevat [slachtoffer 1] ernstig te mishandelen. Toen op 22 maart 2013 een gesprek plaatsvond tussen de verdachte, [medeverdachte 1] en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 1] begon te hakkelen (en, zo begrijpt het hof, in de visie van de verdachte en [medeverdachte 1] nog steeds aan het liegen was) heeft [medeverdachte 1] , terwijl de verdachte nog met [slachtoffer 1] in gesprek was, [slachtoffer 1] een zware stomp tegen het hoofd gegeven, waardoor deze zelfs uit zijn oor begon te bloeden. Het hof is van oordeel dat bij het door [medeverdachte 1] geven van deze stomp sprake is van nauwe en bewuste samenwerking met de verdachte, gelet op de door hen eerder gemaakte afspraak jegens [slachtoffer 1] geweld te plegen.

Door [slachtoffer 1] op deze wijze tegen het hoofd, een kwetsbaar onderdeel van het menselijk lichaam, tegen het hoofd te stompen hebben [medeverdachte 1] en de verdachte willens en weten de aanmerkelijke kans op de koop toegenomen dat [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Nu de verdachte en [medeverdachte 1] vooraf al hadden afgesproken dat [slachtoffer 1] in elkaar te trappen en de straat op te schoppen, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat in dit geval sprake is geweest van zware mishandeling met voorbedachte raad.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak-A onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 meer subsidiair en 10 en in zaak-B ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak A:

1


hij in de periode van 15 oktober 2009 tot en met 27 mei 2013 te Hilversum en Amsterdam en Huizen en Beverwijk en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte, en [medeverdachte 1] en een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

  • -

    witwassen en

  • -

    valsheid in geschrift, en

  • -

    afpersing, en

  • -

    bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, en

  • -

    (zware) mishandeling, en

  • -

    een ander door geweld of enige andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid, gericht hetzij tegen die ander hetzij tegen derden, wederrechtelijk dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden,

terwijl hij, verdachte, leider van die organisatie was;

2


hij in de periode van 14 december 2001 tot en met 27 mei 2013 te Amsterdam en/of Huizen en/of Hilversum en/of Ouderkerk aan de Amstel en/of elders in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij:

A

een contant geldbedrag ad (ongeveer) 3.200.000 euro voorhanden gehad en overgedragen,

terwijl hij wist dat dit contante geldbedrag onmiddellijk uit enig misdrijf afkomstig was,

voorhanden gehad en overgedragen

EN

B

meermalen een (contant) geldbedrag voorhanden gehad en overgedragen aan [medeverdachte 2] , terwijl hij telkens wist, dat die (contante) geldbedragen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren;

EN

C

geldbedragen waarmee een Audi A3 met kenteken [kenteken 2] en een Mercedes-Benz C180 met kenteken [kenteken 3] en een Fiat 500 met kenteken [kenteken 4] werden betaald, voorhanden gehad en overgedragen, terwijl hij telkens wist, dat die geldbedragen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren;

EN

D

een vakantiereis naar Dubai (en de daaraan te relateren kosten van verblijf) voorhanden gehad en overgedragen aan [medeverdachte 2] , terwijl hij wist, dat deze vakantiereis onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig was;

EN

E

(contante) geldbedragen ter compensatie van de aanschaf en/of betaling van kleding en video-/audio-/auto-apparatuur en een boot en huisraad en een personenauto (van het merk BMW) en een grafsteen en spelcomputers (van het merk Wii en/of Playstation en/of Nintendo) en televisies en Ipods en een telefoon voorhanden gehad en overgedragen

en (contante) geldbedragen ter compensatie van de aanschaf en/of betaling van een feest en abonnementen en bekeuringen en bijlessen en onderhoudskosten van een graf voorhanden gehad en overgedragen,

EN

(contante) geldbedragen ter compensatie van (contante) geldbetalingen ten gunste van [naam 1] en ‘ [naam 2] ’ en ‘ [naam 3] ’ en ‘ [naam 4] ’ en ‘ [naam 5] ’ en ‘ [naam 6] ’ en ‘ [naam 7] ’ en ‘E.L.’ voorhanden gehad en overgedragen,

terwijl hij telkens wist, dat die (contante) geldbedragen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren;

3

hij in de periode van 31 oktober 2011 tot en met 6 december 2011 in Nederland, (telkens) [medeverdachte 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, immers heeft hij die [medeverdachte 2] (telkens) op dreigende toon en/of wijze:

  • -

    (middels een sms-bericht) toegevoegd dat ze moet zorgen dat ze snel thuis is anders heeft ze echt een probleem‘ en

  • -

    toegevoegd dat hij haar uit de weg zou ruimen als er iets was‘ en

  • -

    (middels een sms-bericht) toegevoegd: “vieze hoer ik weet meer dan je denkt neukertjes geld lenen. dat ze hun klokkies kunne houden over mijn rug. jou leventje in oude kerk gaat nooit meer gebeuren“ en

  • -

    (middels een sms-bericht) toegevoegd: “vieze kanker slet. komt hier nooooit mee weg ben geslacht nu“ en

  • -

    (middels een sms-bericht) toegevoegd: “wat ben jij vies smerig doortrapt. ik ga hier voor zitten“ en

  • -

    (middels een sms-bericht) toegevoegd: “wat en lef heb jij. nu nog mee wegkomen. noooooooit“ en

  • -

    (middels een sms-bericht) toegevoegd: “Jij kapot kapot kapot hoer“;

4


hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 27 mei 2013 in Nederland, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van witwassen, immers heeft hij telkens:

A

(contante) geldbedragen die werden aangewend ter betaling van huurkosten en inrichtingskosten van de woning aan het [adres 2]

voorhanden gehad en overgedragen, terwijl hij telkens wist dat deze (contante) geldbedragen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren;

EN

C

(contante) geldbedragen waarmee een BMW 320i met kenteken [kenteken 6] en een Seat Ibiza met kenteken [kenteken 7] werden betaald, voorhanden gehad en overgedragen, terwijl hij telkens wist, dat deze geldbedragen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren;

EN

D

van (contante) geldbedragen waarmee (beweerdelijke) (loon)betalingen door [bedrijf 1] werden gedaan de werkelijke aard en herkomst verhuld en deze geldbedragen voorhanden gehad en overgedragen,

terwijl hij wist dat deze (contante) geldbedragen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren;

EN

E

kleding en schoenen en een horloge (van het merk Cartier) en een sieraad,

voorhanden gehad en overgedragen, terwijl hij telkens wist dat die kleding en schoenen en dat horloge en dat sieraad onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren;

5


hij in de periode van 17 juli 2012 tot en met 9 september 2012 te Eindhoven en/of elders in Nederland, telkens [medeverdachte 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, immers heeft hij die [medeverdachte 3] telkens op dreigende toon en/of wijze: -toegevoegd:

  • -

    “ik zal je nu wat zeggen......luister...volgende week hoor ik dat jij daar weg bent...ben jij daar niet weg...komt daar zo een groot probleem, dat heb jij nog nooit meegemaakt, daar in Eindhoven...want ik ben het nu echt zat met je” en “hoor dan je heb één week de tijd, goed, na die week ga jij van mij horen. Ik ben klaar met jou. Ik ga jou nou zo tegenwerken. Jij gaat echt wat meemaken. En hoor dan, onderschat het niet hè. Ik waarschuw jou echt bij deze” en

  • -

    “hoor dan, jij gaat echt zien, geloof mij nou maar. Ik heb d’r net gesproken, ik heb het haar uitgelegd, en geloof mij nou maar, als jij daar nog werkt na die tijd, moet je opletten wat er gebeurt. Ik ben het helemaal spuugzat met jou” en “ik ga zo gas op jou geven, geloof mij nou maar” en of “let maar goed op, doei” en

  • -

    dat ‘als hij het wil het vandaag haar laatste dag is en dat ze maar moet proberen om daar te werken, dan zal ze het wel merken en dat dit pas het begin is wat ze mee zal maken en dat hij vindt dat hij schappelijk is, dat ze nog twee weken daar mag werken en dat ze haar kop moet houden anders komt hij vandaag nog daar naar toe, dan is het echt afgelopen, dan zal ie die [naam 9] bellen’ en dat hij niet meer wil horen die [bedrijf 2] , echt, want dan komt ie er heel snel naar toe, of ze dat heeft begrepen of wil dat hij morgen even komt en “wil je het een keer zien dat je mij gelooft...wil je het zien....en die [naam 9] gaat mij zeker geloven, want anders gaan jullie wat meemaken daaro. Ik ben er echt helemaal klaar mee” en dat hij hoopt dat ze hem uitprobeert, en daar nog een dag langer blijft werken, dan zal ze wat zien’ en

  • -

    “wou je mij uitproberen, wil je het uitproberen daarzo en nou heel snel je spullen pakken en oprotten daaro want ik kom er morgen echt naar toe met je grote bek vieze kankerhoer, met je liegen.....wou je mij uitproberen, ik hoop het.....want jou moet ik het echt laten zien, dat weet ik al jaren, en dit is het moment geloof me nou maar” en

  • -

    “jij gaat nergens meer werken, geloof mij nou maar” en “wou je me uitproberen, dan ga ik ophangen en dan ga ik je het laten zien. Weet jij hoe die homo daar door de zaak heen gaat. Weet je wat ze daar gaan meemaken” en “geloof me, het gas gaat erop” en

  • -

    “laat die gore flikker maar aan de telefoon, zal ik hem ook even uitleggen wat ie mee gaat maken” en geef mij heel snel iemand aan de lijn daar, want jullie gaan wat meemaken daaro” en ”pak je spullen en rot op daaro” en

  • -

    “ik ben toch duidelijk geweest, je spullen pakken en oprotten, want ik ben er morgen” en “en dan gaat het nog veel erger worden” en dat hij niet klaar is met haar en

  • -

    dat ‘‘het nog veel erger wordt en “dit is nog niks, het is pas erg als ik daar binnen kom, dan is het echt te laat” en dat er nog veel meer komt en dat hij het nog goed duidelijk gaat maken aan die [naam 9] , dat ie er morgen staat en dat als ie morgen langs komt dat dan pas de shock komt en dat zij geen baan meer heeft en nergens meer zal werken en dat hij nog niet klaar is met haar en dat er nog veel meer komt en “oprotten kankerhoer dat je er bent, want ik ga morgen echt naar [bedrijf 2] toe hoor” en “jij gaat daar geen uur meer werken” en “wil jij die mensen daar echt in een probleem trekken” en

  • -

    “heel snel je spullen pakken en oprotten stinkhoer” en ”wil je die mensen echt in de problemen helpen” en ”ik zweer het op [naam 11] , als jij daar nog één uur werkt...en geloof me he...probeer me niet uit...want echt je gaat echt namaken in Eindhoven..echt” en

  • -

    (middels -berichten): “wat een drama gaat dit worden voor [naam 11] , maak je kapot” en “politie, geloof me kapot”

EN

hij in de periode van 17 juli 2012 tot en met 9 september 2012 te Eindhoven en/of elders in Nederland, telkens ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om [medeverdachte 3] door bedreiging met geweld of enig andere feitelijkheid, gericht tegen die [medeverdachte 3] en/of één of meer andere personen, te dwingen iets te doen en niet te doen, namelijk om ontslag te nemen bij het bedrijf [bedrijf 2] en om niet langer bij dat bedrijf te werken en om het winkelpand van dat bedrijf te verlaten, op dreigende toon en/of wijze heeft toegevoegd:

  • -

    “ik zal je nu wat zeggen...luister...volgende week hoor ik dat jij daar weg bent...ben jij daar niet weg...komt daar zo een groot probleem, dat heb jij nog nooit meegemaakt, daar in Eindhoven...want ik ben het nu echt zat met je” en “hoor dan je heb één week de tijd, goed, na die week ga jij van mij horen. Ik ben klaar met jou. Ik ga jou nou zo tegenwerken. Jij gaat echt wat meemaken. En hoor dan, onderschat het niet hè. Ik waarschuw jou echt bij deze” en

  • -

    “hoor dan, jij gaat echt zien, geloof mij nou maar. Ik heb d’r net gesproken, ik heb het haar uitgelegd, en geloof mij nou maar, als jij daar nog werkt na die tijd, moet je opletten wat er gebeurd. Ik ben het helemaal spuugzat met jou” en “ik ga zo gas op jou geven, geloof mij nou maar” en “let maar goed op, doei” en

  • -

    dat ‘als hij het wil het vandaag haar laatste dag is’ en dat ze maar moet proberen om daar te werken, dan zal ze het wel merken en dat dit pas het begin is wat ze mee zal maken en dat hij vindt dat hij schappelijk is, dat ze nog twee weken daar mag werken en dat ze haar kop moet houden anders komt hij vandaag nog daar naar toe, dan is het echt afgelopen, dan zal ie die [naam 9] bellen en dat hij niet meer wil horen die [bedrijf 2] , echt, want dan komt ie er heel snel naar toe, of ze dat heeft begrepen of wil dat hij morgen even komt’ en “wil je het een keer zien dat je mij gelooft...wil je het zien...en die [naam 9] gaat mij zeker geloven, want anders gaan jullie wat meemaken daaro. Ik ben er echt helemaal klaar mee” enen dat hij ‘hoopt dat ze hem uitprobeert, en daar nog een dag langer blijft werken, dan zal ze wat zien’ en

  • -

    “wou je mij uitproberen, wil je het uitproberen daarzo en nou heel snel je spullen pakken en oprotten daaro want ik kom er morgen echt naar toe met je grote bek vieze kankerhoer, met je liegen...wou je mij uitproberen, ik hoop het...want jou moet ik het echt laten zien, dat weet ik al jaren, en dit is het moment geloof me nou maar” en

  • -

    “jij gaat nergens meer werken, geloof mij nou maar” en “wou je me uitproberen, dan ga ik ophangen en dan ga ik je het laten zien. Weet jij hoe die homo daar door de zaak heen gaat. Weet je wat ze daar gaan meemaken” en/of “geloof me, het gas gaat erop” en

  • -

    “laat die gore flikker maar aan de telefoon, zal ik hem ook even uitleggen wat ie mee gaat maken” en geef mij heel snel iemand aan de lijn daar, want jullie gaan wat meemaken daaro” en “pak je spullen en rot op daaro” en

  • -

    “ik ben toch duidelijk geweest, je spullen pakken en oprotten, want ik ben er morgen” en “en dan gaat het nog veel erger worden” en dat ‘hij niet klaar is met haar’ en

  • -

    dat ‘‘het nog veel erger wordt’ en “dit is nog niks, het is pas erg als ik daar binnen kom, dan is het echt te laat” en dat ‘er nog veel meer komt’ en dat ‘hij het nog goed duidelijk gaat maken aan die [naam 9] , dat ie er morgen staat’ en dat ‘als ie morgen langs komt dat dan pas de shock komt’ en dat ‘zij geen baan meer heeft en nergens meer zal werken’ en dat ‘hij nog niet klaar is met haar en dat er nog veel meer komt’ en “oprotten kankerhoer dat je er bent, want ik ga morgen echt naar [bedrijf 2] toe hoor” en “jij gaat daar geen uur meer werken” en “wil jij die mensen daar echt in een probleem trekken” en

  • -

    “heel snel je spullen pakken en oprotten stinkhoer” en “wil je die mensen echt in de problemen helpen” en “ik zweer het op [naam 11] , als jij daar nog één uur werkt...en geloof me he...probeer me niet uit...want echt ..je gaat echt namaken in Eindhoven...echt”

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6


hij in de periode van 17 juli 2012 tot en met 9 september 2012 te Eindhoven en/of elders in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om [naam 9] door bedreiging met geweld of enig andere feitelijkheid, gericht tegen die [naam 9] en één andere persoon, te dwingen iets te doen en niet te doen, namelijk om [medeverdachte 3] te ontslaan en om die [medeverdachte 3] niet langer in de winkel van en/of bij het bedrijf [bedrijf 2] te laten werken, op dreigende toon en/of wijze heeft toegevoegd:

  • -

    “ik wil niet meer dat zij bij je werkt..als zij vanaf volgende week nog bij je werkt dan hebben we echt een groot probleem“ en “ik wil dat ze niet meer daar werkt...dus ik ga nu tegen jou zeggen kijk maar hoe je het oplost..als zij volgende week er nog werkt, hebben wij een groot probleem. En als jij dit wil aanhalen met me..moet je dat zelf weten..maar ik zeg je dat je een groot probleem heb” en

  • -

    “het is vandaag echt de laatste dag geweest. Ik kom morgen echt naar binnen stormen, ik heb haar nou gewaarschuwd” en “als zij morgen nog bij jou werkt, dan heb jij echt een groot probleem” en “luister, ik ga jou dit zeggen [naam 9] , ik zweer jou op alles…jij hebt het grootste probleem..wat je ooit in je leven hebt gehad” en “hoor dan...na vandaag...nog bij jou werkt” en “sloop ik echt allebei jouw tent. Ik kom morgen met 20 man naar binnen” en “ik ga je dit zeggen...onderschat mij nou niet...vieze vuile kankerhoer dat je er bent” en “als jij morgen nog [...] ga jij morgen wat meemaken, wat jij in je hele leven nog nooit heb meegemaakt. Ga niet met mij in discussie..man, vieze vuile kankerhoer, ik ben duidelijk geweest. Probeer me uit” en

  • -

    (middels één sms-bericht) toegevoegd: “laat ik niet horen dat ze na vandaag nog een uurtje bij je werkt“ en

  • -

    “ik ga jou dit vertellen. Zij gaat echt niet meer bij jou werken. Het is afgelopen. Of jij nou meewerkt of niet. Het is goed. Maar nu zullen jullie zien. Ik ben nu terug. Veel weggeweest van de zomer. Ik ben er klaar mee” en dat hij vindt dat zij hem onderschat en “Nu bel ik niet meer. Nu ga ik mijn maatregelen nemen”,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7

hij in de periode van 15 oktober 2009 tot en met 31 mei 2013 te Amsterdam en/of Huizen en/of Hilversum, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van witwassen, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader telkens:

(contante) geldbedragen die werden aangewend ter betaling van huurkosten en/of woonlasten van de woning aan de [adres 4] en de woning aan de [adres 3] en

(ten behoeve van de woning aan de [adres 4] aangeschafte) meubels en/of inboedel en/of huisraad en/of televisies en/of van geldbedragen die werden aangewend ter betaling van deze meubels en/of inboedel en/of huisraad en/of televisies en

een (ten behoeve van de woning aan de [adres 4] aangeschaft) airconditioningsysteem en/of geldbedragen die werden aangewend ter betaling van de aanschaf en/of installatie en/of reparatie van dit airconditioningsysteem en/of

(contante) geldbedragen welke zijn mededader ter compensatie van de aanschaf en/of betaling van deze voorwerpen ontving

overgedragen en voorhanden gehad,

terwijl hij en zijn mededader telkens wisten, dat deze voorwerpen en/of deze (contante) geldbedragen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren;

EN

vakantiereizen naar de Malediven en Dubai en Aruba en Ibiza en Barcelona en Parijs en/of geldbedragen waarmee deze vakantiereizen (en/of de daaraan te relateren kosten van verblijf) telkens werden betaald en/of (contante) geldbedragen welke zijn mededader ter compensatie van de aanschaf en/of betaling deze voorwerpen ontving

overgedragen en voorhanden gehad,

terwijl hij en zijn mededader telkens wisten, dat deze voorwerpen en/of deze (contante) geldbedragen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren;

8

hij op tijdstippen in de periode van 1 juli 2011 tot en met 31 januari 2012 te Amsterdam van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij telkens:

een (witgouden) ring (ter waarde van 3.950 euro) en

een (witgouden/bloemvormig) collier (ter waarde van 10.234 euro) en

een (rosé-gouden) ketting (ter waarde van 9.143 euro)

verworven en overgedragen en voorhanden gehad,

terwijl hij wist dat deze sieraden onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren;

9

meer subsidiair:

hij op 22 maart 2013 te Amsterdam ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander aan een ander, te weten [slachtoffer 1] , opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk toe te brengen met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg tezamen en in vereniging met zijn mededader met kracht tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

10


hij in de periode van 14 december 2001 tot en met 27 mei 2013 te Axel en/of (elders) in Nederland, één contant geldbedrag ad 850.000 euro, heeft overgedragen en voorhanden gehad terwijl hij wist dat dit geldbedrag onmiddellijk uit enig misdrijf afkomstig was.

Zaak B:

hij in de periode van 22 november 2010 tot en met 26 november 2010 in Nederland, telkens [slachtoffer 4] en [medeverdachte 2] door bedreiging met geweld of enig andere feitelijkheid, gericht tegen die [slachtoffer 4] en [medeverdachte 2] , heeft gedwongen iets te doen, namelijk om hun relatie en/of omgang met elkaar te beëindigen, door die [slachtoffer 4] telkens op dreigende toon en/of wijze toe te voegen:

  • -

    “luister goed wat ik je nu zeg. Als ik éen keer hoor als jij met [medeverdachte 2] bent gezien of in de buurt bent geweest grijp ik je echt dus kijk maar wat je doet iedereen mag het ook gewoon weten” en/” jongen. ik vind het helemaal niet erg ik heb geen zin om zo’n iemand in de buurt bij mijn kind te hebben. Oprotten” en

  • -

    dat hij niet wil dat die [slachtoffer 4] een relatie en/of omgang heeft met die [medeverdachte 2] en dat die [slachtoffer 4] zijn relatie en/of omgang met die [medeverdachte 2] moet beëindigen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

en

door die [medeverdachte 2] telkens op dreigende toon en/of wijze toe te voegen:

  • -

    “ [slachtoffer 4] is nu echt over, ben er klaar mee vieze kankerhoer

  • -

    Staat er bij mijn nummer mongool of zo.

  • -

    Praat ik chinees? Ga niet lang nog wachten

  • -

    Denk je dat ik [medeverdachte 1] nodig heb voor zo een druiloor je moet oppassen stronthoer met je grote bek

  • -

    Niet opnemen. [slachtoffer 4] is over. let maar op – Dat jij dit zelf wilde je bent een grote imbeciel. misschien is het beter als [naam 12] bij mij komt wonen

  • -

    Jankert. je ziet toch dat ik het bepaal, anders probeer me uit zou ik zeggen - Vieze schijnheil. ik hoop dat jullie me uit gaan proberen

  • -

    Probeer me uit zou ik zeggen doei

  • -

    Als je nog een keer de naam van die poot noemt waar [naam 12] bij is moet jij eens opletten. als ik vanaf nu nog een jank sms krijg, moet je kijken wat er gaat gebeuren, die [slachtoffer 4] nooit duidelijk, je begint me heel pissig te maken. pas op

  • -

    Het interesseert me niet wat jij denkt. Heb je dat nog niet door. doe het dan met die [slachtoffer 4] . hoop het kan niet wachten. Schijnheil

  • -

    Jij hebt hem jou versie verteld plus foto’s van hem laten zien aan [naam 12] . jij moet nu zo gaan oppassen. maak geen grapjes

  • -

    [slachtoffer 4] gaat nooooit gebeuren dus is het nu duidelijk? Anders rij wel even naar hem toe. dat hij het je duidelijk maakt. laat maar weten. Noooit

  • -

    je zegt dat jij bepaalt wat je doet en met wie nou doe dat dan met die [slachtoffer 4] kan echt niet wachten en

  • -

    “ik zal hem deze week eens gaan bezoeken misschien even goed aan ze verstand brengen” en/of

  • -

    “ben er klaar mee vieze kankerhoer. je moet oppassen stronthoer met je grote bek. je bent een grote imbeciel. Vieze schijnheil. jij moet nu zo gaan oppassen. maak geen grapjes. Ben 8 jaar niet op vakantie geweest zeker niet met [naam 12] . als jij niet met zo’n randdebiel aankomt gun ik je alle geluk. Die [slachtoffer 4] nooit van me leven. En ik ben er ook weer goed klaar mee. Probeer het dan met die [slachtoffer 4] . zal ik je laten zien. Rot op kankerhoer. Krijg de kanker. doe wat ik wil imbecieltje. Jij hebt niks te willen.” en

  • -

    dat hij klaar is met deze [slachtoffer 4] en hier geen trek in heeft. Want over een jaar of twee gaat het af en dan gaat hij er open en bloot naartoe en hij heeft geen zin om tien jaar te gaan zitten door die Hangjas. “Wegwezen met deze” en

  • -

    dat hij niet wil dat [slachtoffer 4] bij haar in de buurt komt.

Hetgeen in zaak A onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 meer subsidiair en 10 en in zaak B meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen zijn opgenomen in de bijlage die bij dit arrest is gevoegd en daarvan deel uitmaakt.

Voorwaardelijk verzoek

Het hof heeft ter zitting van 25 november 2015 ambtshalve beslist dat de heer [getuige] in de zaak van de verdachte als getuige zou worden gehoord. Dit verhoor heeft ter terechtzitting van het hof van 27 januari 2017 plaatsgevonden. De verdachte noch zijn beide raadslieden waren bij dit verhoor aanwezig.

Namens de verdachte is verzocht om het wederom horen van de getuige [getuige] ter zitting van het hof, tenzij uit de beraadslaging van het hof geen bewezenverklaring van (medeplegen van) gewoontewitwassen door de verdachte voortkomt. Gelet op het eerder overwogene is de aan het verzoek verbonden voorwaarde vervuld, zodat het hof gehouden is uitdrukkelijk op het verzoek te beslissen.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.

Oordeel van het hof

Het verzoek de getuige te horen, dient, gelet op het tijdstip waarop het verzoek is gedaan, te worden getoetst aan het noodzakelijkheidscriterium.

Aan het verzoek om de getuige wederom te horen en daartoe op te roepen, is door de verdediging ten grondslag gelegd dat de getuige mogelijk niet (geheel) naar waarheid heeft verklaard, omdat hij, anders dan hij heeft verklaard, moet hebben beschikt over aanzienlijke hoeveelheden contant geld. De getuige heeft immers, zo blijkt uit het dossier, aan de verdachte 20.000 of 25.000 euro betaald en uit recente perspublicaties is gebleken dat hij gokschulden heeft gemaakt, die namens hem tot een bedrag van 135.000 euro zijn voldaan. Het hof begrijpt het achterliggende belang van de verdachte aldus, dat indien alsnog aannemelijk zou worden dat de getuige in de voor de verdachte relevante periode van de tenlastelegging over grote bedragen contant geld (naar de verdediging aanneemt) uit de verkoop van [club] heeft kunnen beschikken, dat ook voor de medeverdachte [medeverdachte 5] geldt, nu de verkoopopbrengst onder [medeverdachte 5] en [getuige] is verdeeld, en derhalve in zoverre geen sprake is geweest van (gewoonte)witwassen door [medeverdachte 5] en de verdachte.

Het hof acht het wederom oproepen van deze getuige niet noodzakelijk.

Het hof stelt voorop dat de getuige, reeds onder ede een verklaring heeft afgelegd die er toe strekt dat uit de verkoop van [club] geen grote bedragen – hier te verstaan: tienduizenden euro’s – contant geld ter beschikking zijn gekomen, in het bijzonder niet een extra ton euro aan contant geld. Het gokschulden-verhaal biedt onvoldoende aanknopingspunten om voornoemde noodzaak aanwezig te achten, aangezien er geen directe aanwijzingen zijn voor de juistheid van de impliciete stelling dat de getuige een deel van zijn gokschulden met contant geld zou hebben voldaan, nog daargelaten dat dat geld dan ook nog eens afkomstig zou moeten zijn uit de verkoop van [club] , waarvoor door de verdediging geen aanknopingspunten zijn aangereikt. Het hof acht tot slot de relevantie van de opname van de 20.000 of 25.000 euro door de getuige onvoldoende onderbouwd, aangezien het hier een opname van de getuige van een van zijn rekeningen betreft en daarvan geen verband is aangegeven met de besteding van eventueel ontvangen contant geld uit de verkoop van [club] .

Het hof wijst het verzoek af.

Strafbaarheid van het in zaak-A onder 2 sub A bewezenverklaarde

Door de verdediging is aangevoerd dat, zo bewezen zou zijn dat de verdachte dit bedrag bij [medeverdachte 2] heeft ondergebracht, en het hof aanneemt dat dit geld van misdrijf afkomstig is, tevens aan te nemen moet zijn dat het gaat om geld van enig door de verdachte zelf begaan strafbaar feit en zijn handelen ten aanzien van dat geld dan niet als witwassen kan worden aangemerkt en te dien aanzien (het hof begrijpt) ontslag van rechtsvervolging dient te volgen.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

De regels die zien op gevallen waarin slechts het verwerven onderscheidenlijk voorhanden hebben van voorwerpen verkregen uit eigen misdrijf is bewezenverklaard, hebben in beginsel geen betrekking op het “overdragen” en het “gebruik maken” van zulke voorwerpen, en evenmin op het begrip “omzetten”, “in beginsel”, omdat niet valt uit te sluiten dat anders moet worden geoordeeld in het bijzondere geval dat zulk “overdragen”, “gebruik maken” of “omzetten” van door eigen misdrijf verkregen voorwerpen plaatsvindt onder omstandigheden die niet wezenlijk verschillen van gevallen waarin een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die daarmee de door dat misdrijf verkregen voorwerpen verwerft of voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig zou maken aan het witwassen van die voorwerpen. In zo een bijzonder geval geldt eveneens dat, wil het handelen kunnen worden aangemerkt als “witwassen”, sprake dient te zijn van een gedraging die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die voorwerpen gericht karakter heeft.

Van dit laatste is evenwel geen sprake, nu het betreffende bedrag enkel is overgedragen ter bewaring, waarbij het (al dan niet geheel) op ieder door de verdachte gewenst moment kon worden opgeëist. Bij die stand van zaken vond het overdragen van een door eigen misdrijf verkregen geldbedrag plaats onder omstandigheden die niet wezenlijk verschillen van gevallen waarin een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die daarmee de door dat misdrijf verkregen voorwerpen verwerft of voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig zou maken aan het witwassen van die voorwerpen. Het jegens de verdachte bewezen geachte feit kan derhalve niet worden gekwalificeerd als witwassen, zodat hij ter zake zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Strafbaarheid van het in zaak-A onder 10 bewezen verklaarde

Bewezen is dat de verdachte zich samen met een ander of anderen schuldig heeft gemaakt aan het bij [slachtoffer 2] in Axel onderbrengen van een geldbedrag van € 850.000. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, moet dit bedrag, nu van legale inkomsten of vermogen bij verdachte geen sprake is (geweest), van misdrijf afkomstig zijn geweest.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte genoemd bedrag bij [slachtoffer 2] onder heeft gebracht met de kennelijke bedoeling dat dit bedrag elk moment door hem kon worden opgeëist. Deze situatie verschilt niet wezenlijk van de situatie dat de verdachte het geld zelf voorhanden had. Door te handelen als hij heeft gedaan is evenwel niet sprake geweest van een gedraging die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die voorwerpen gericht karakter had. Bij die stand van zaken kan het bewezenverklaarde niet als (gewoonte)witwassen worden gekwalificeerd. De verdachte dient derhalve in zoverre te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Strafbaarheid van het voor het overige bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in zaak A onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 meer subsidiair en in zaak B bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in zaak A onder 1 bewezen verklaarde levert op:

als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Het in zaak A onder 2 sub B, C, D en E, 4 en 8 bewezen verklaarde levert op:

telkens: gewoontewitwassen.

Het in zaak A onder 3 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermalen gepleegd.

Het in zaak A onder 5 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

en

de eendaadse samenloop van:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling

en

poging tot een ander door bedreiging met geweld, gericht tegen die ander, wederrechtelijk te dwingen iets te doen en niet te doen, meermalen gepleegd.

Het in zaak A onder 6 bewezen verklaarde levert op:

poging tot een ander door bedreiging met geweld, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen en niet te doen, meermalen gepleegd.

Het in zaak A onder 7 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van gewoontewitwassen.

Het in zaak A onder 9 meer subsidiair bewezen verklaarde levert op:

poging tot het medeplegen van zware mishandeling met voorbedachte raad.

Het in zaak B bewezen verklaarde levert op:

een ander door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in zaak A onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 meer subsidiair en in zaak B bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg ten aanzien van het in zaak A onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 meer subsidiair, 10 en in zaak B bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierenvijftig maanden met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten aanzien van het in zaak A onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 subsidiair, 10 en in zaak B ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft gedurende een periode van ruim drieënhalf jaar als leidinggevende deelgenomen aan een organisatie die zich op grote schaal bezighield met het witwassen van uit misdrijf verkregen geldbedragen, alsmede met ernstige geweldsdelicten. Om zijn – veelal uit eigen misdrijf verkregen – geld wit te wassen heeft de verdachte personen om zich heen verzameld om er daarmee in gestructureerd verband voor te zorgen dat hij kon profiteren van zijn criminele vermogen. De medeverdachte [medeverdachte 1] ontfermde zich daarbij als zelfbenoemd deurwaarder over het innen voor de verdachte van gelden bij derden. Ook de (ex)-partner(s) van de verdachte zijn door de verdachte ingezet voor de verwezenlijking van zijn luxe levensstijl, waarbij de verdachte niet schroomde hen ernstig onder druk te zetten teneinde zijn doel te behalen. Zo stelde de verdachte zijn ex-partners in de gelegenheid zelf ook een luxe leven te kunnen leiden, echter onder de voorwaarde dat hij hen, alsmede hun ogenschijnlijk legale vermogensbestanddelen en inkomstenbronnen, kon aanwenden om zijn criminele vermogen buiten beeld van justitie en de Belastingdienst te houden. Voorts trachtte de verdachte deze ex-partners te belemmeren om zelf arbeid in loondienst te verrichten, dan wel nieuwe relaties aan te gaan, zolang de verdachte hen financieel onderhield. Door opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie te onttrekken en daaraan een schijnbaar legale herkomst te verschaffen, wordt de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast.

De bewezenverklaarde feiten schetsen een beeld hoe de verdachte met behulp van zijn criminele vermogen zijn omgeving naar zijn hand zette en bleef zetten, al dan niet door gebruikmaking van bedreiging en dwang. De verdachte heeft op deze manier geprobeerd buiten beeld van politie en justitie te blijven met behoud van een zichzelf met criminele bronnen aangemeten luxe levenspatroon. Door deze handelwijze, waarbij de verdachte onder meer gebruik maakte van woningen op naam van zijn (ex)partners inschrijvingen en bankrekeningen van zijn ex-partners, heeft hij gedurende lange tijd moedwillig geprobeerd zo onzichtbaar mogelijk te blijven voor de autoriteiten, zonder op enigerlei wijze rekening te houden met de gevolgen daarvan voor anderen. De ex-partners van de verdachte voelden zich door het handelen van de verdachte in ernstige mate bedreigd en werden aanzienlijk beperkt in hun bewegingsvrijheid, aangezien de verdachte voor hen bepaalde – en na beëindiging van hun relatie bleef bepalen – hoe zij hun levens in moesten richten, te weten zo veel mogelijk in dienst van de verdachte en het witwassen van zijn vermogen.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 12 januari 2017 is hij eerder ter zake van gewelds- en vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld tot gevangenisstraffen van langere duur.

Gelet hierop acht het hof slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf zoals opgelegd door de rechtbank passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 47, 55, 57, 63, 140, 284, 285, 303 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in zaak-A onder 6 als eerste cumulatief/alternatief (bedreiging) en het onder 11 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in zaak-A onder 9 primair en 9 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in zaak-A onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 meer subsidiair en 10 en in zaak-B ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in zaak-A onder 2 sub A en het in zaak-A onder 10 bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Verklaart het in zaak-A onder 1, 2 sub B, C, D en E, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 meer subsidiair en in zaak-B bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 (vierenvijftig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E. Mijnsberge, mr. P.A.M. Hoek en mr. H.A. van Eijk, in tegenwoordigheid van mr. F.A. Dudok van Heel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 juni 2017.