Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:2375

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-02-2017
Datum publicatie
26-06-2017
Zaaknummer
23-003947-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Strafmotivering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 23-003947-15

Datum uitspraak: 17 februari 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 23 september 2015 in de strafzaak onder parketnummer 96-038633-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 februari 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof onderstaande strafmotivering in de plaats stelt van de strafmotivering van de politierechter.

Oplegging van straf en maatregel

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 850,00, te betalen in 2 twee maandelijkse termijnen van elk € 425,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 17 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 7 maanden, verminderd met de tijd dat het rijbewijs vóór het tijdstip waarop de straf ingaat, ingevorderd en ingehouden is geweest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 850,00 te betalen in 8 termijnen, inhoudende 1 termijn van € 150,00 en 7 termijnen van € 100,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 17 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 7 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en verminderd met de tijd dat het rijbewijs vóór het tijdstip waarop de straf ingaat, ingevorderd en ingehouden is geweest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het besturen van een personenauto onder invloed van alcoholhoudende drank. Het alcoholgehalte van zijn adem was ruim drie keer zo hoog als toegestaan, te weten 665 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht. Alcohol in het verkeer leidt jaarlijks tot vele ongelukken, waaronder ongelukken die (zware) lichamelijke beperkingen of zelfs de dood tot gevolg hebben. Met zijn gedrag heeft de verdachte de veiligheid van andere weggebruikers in gevaar gebracht.

In dit verband weegt in het nadeel van de verdachte dat uit een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 17 januari 2017 blijkt dat hij eerder onherroepelijk wegens soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld, terwijl de toen opgelegde straffen hem er kennelijk niet van hebben weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan een dergelijk misdrijf.

Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals toegelicht ter zitting en met name in het feit dat zijn rijbewijs van groot belang is voor (het behoud van) zijn werkzaamheden, aanleiding om de ontzegging van de rijbevoegdheid gedeeltelijk in voorwaardelijke vorm op te leggen. Het voorwaardelijke deel dient ertoe te voorkomen dat de verdachte zich in de toekomst nogmaals schuldig zal maken aan een soortgelijk strafbare feit.

Het hof acht, alles afwegende, een geldboete en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van na te melden duur dan wel hoogte passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 850,00 (achthonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 17 (zeventien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 5 (vijf) termijnen van 2 maanden, elke termijn groot € 170,00 (honderdzeventig euro).

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 7 (zeven) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. C.N. Dalebout en mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt, in tegenwoordigheid van A. Stronkhorst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 februari 2017.

Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]