Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:2366

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-06-2017
Datum publicatie
26-06-2017
Zaaknummer
23-003887-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne, verdachte zat samen met een vriend in de auto van die vriend, verdachte ontkent te hebben geweten dat er cocaïne in die auto lag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003887-16

datum uitspraak: 21 juni 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 4 oktober 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-026884-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 juni 2017.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 10 januari 2015 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3,07 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van 400 euro, eventueel te betalen in termijnen.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Daartoe overweegt het hof als volgt.

De verdachte is op 10 januari 2015 samen met een vriend aangetroffen in een auto ter hoogte van perceel [adres 2] , te Amsterdam. In de auto bevonden zich zeven wikkels met daarin een witte poeder, zijnde cocaïne. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de auto van zijn vriend was, dat hij vlak voor zijn aanhouding en voor het eerst die avond in die auto was gestapt en dat hij niet wist dat er cocaïne in die auto lag.

Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel dat de inhoud van het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt voor een veroordeling van de verdachte van het ten laste gelegde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.J.M.W. Paridaens, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. A. van Verseveld, in tegenwoordigheid van N. Hannaart, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 juni 2017.