Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:2177

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-06-2017
Datum publicatie
14-06-2017
Zaaknummer
23-003028-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft niet uiterlijk binnen 13 maanden na afloop van het boekjaar 2012 de jaarrekening van dat boekjaar openbaar gemaakt. Bevestiging m.u.v. de straf.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 394
Wet op de economische delicten
Wet op de economische delicten 8
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/3102
V-N Vandaag 2017/2313
V-N 2017/60.23 met annotatie van Redactie
AR 2017/5696
JONDR 2017/896
JOR 2017/225 met annotatie van mr. drs. C.M. Harmsen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003028-16

datum uitspraak: 7 juni 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 juli 2016 in de strafzaak onder parketnummer 82-102331-15 tegen

[bedrijf] ,

gevestigd te [appellant] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 mei 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 900,00 waarvan € 450,00 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en, ingevolge artikel 8c Wet op de Economische Delicten (WED), met oplegging van de verplichting om binnen drie maanden na onherroepelijk worden van het vonnis de jaarrekeningcijfers te deponeren, ten kantore van het handelsregister dat wordt gehouden door de Kamer van Koophandel.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de economische politierechter in eerste aanleg opgelegd.

De verdachte heeft niet uiterlijk binnen 13 maanden na afloop van het boekjaar 2012 de jaarrekening van dat boekjaar openbaar gemaakt. Door aldus te handelen heeft de verdachte derden de kans ontnomen zelfstandig enig inzicht te krijgen in de vermogenspositie van het bedrijf.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 8 mei 2017 is zij niet eerder strafrechtelijk onherroepelijk veroordeeld.

Het hof ziet geen meerwaarde in het opleggen van de verplichting tot alsnog publiceren van de jaarrekening over het boekjaar 2012, zoals door de economische politierechter opgelegd en door de advocaat-generaal gevorderd. Nu duidelijk is dat de verdachte in elk geval aan enige publicatieplicht moet voldoen, gaat het hof ervan uit dat zij haar verplichting terzake zal nakomen. Vooralsnog is onduidelijk welke gegevens de verdachte precies moet publiceren. Daarom zal van het opleggen van de maatregel ingevolge artikel 8c WED worden afgezien.

Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 394 van het Burgerlijk Wetboek (Boek 2) en de artikelen 1, 2, 6 WED en de artikelen 14a, 14b, 14c, 23 en 24 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 900,00 (negenhonderd euro).

Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot € 450,00 (vierhonderdvijftig euro), niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. P.C. Römer en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. A.T. de Muinck - Dezentje, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 juni 2017.

Mr. A. Dantuma-Hieronymus is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.