Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:2172

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-06-2017
Datum publicatie
14-06-2017
Zaaknummer
23-003027-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft niet voldaan aan de verplichting opdracht te geven aan zijn rechtspersoon om uiterlijk twaalf maanden na afloop van het boekjaar 2012 de jaarrekening openbaar te maken.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 394
Burgerlijk Wetboek Boek 2 395a
Wet op de economische delicten
Wet op de economische delicten 8
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2017/2314
AR 2017/5226
V-N 2017/60.22 met annotatie van Redactie
AR 2017/5695
JONDR 2017/895
JOR 2017/224 met annotatie van mr. drs. C.M. Harmsen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003027-16

datum uitspraak: 7 juni 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 juli 2016 in de strafzaak onder parketnummer 82-102330-15 tegen

[naam] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 mei 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof het in hoger beroep door de verdachte gevoerde verweer zal bespreken.

Bespreking van ter terechtzitting in hoger beroep gevoerd verweer

De verdachte heeft het verweer gevoerd dat hij in aanmerking komt voor vrijstelling van de publicatieplicht van de jaarrekening van zijn bedrijf [bedrijf] , omdat hij voldoet aan de vereisten van artikel 2:395a, eerste lid onder b en c van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Anders evenwel dan de verdachte betoogt, biedt de wet geen mogelijkheid tot een algehele vrijstelling van de publicatieplicht van de jaarrekening. Wel kan een onderneming in aanmerking komen voor het publiceren van een beperkte balans, zoals bedoeld in artikel 2:395a BW. Indien een onderneming hiervoor in aanmerking komt (de zogenaamde micro-onderneming), kan de betreffende onderneming vrijstelling krijgen tot opgave van bepaalde onderdelen van de volledige jaarrekening. Er bestaat ook dan nog steeds een publicatieplicht van de jaarrekening, maar deze is beperkt tot de balansinformatie die ingevolge het derde en vierde lid van artikel 2:395a BW opgesteld dient te worden.1

Nog daargelaten of de verdachte voldoet aan de vereisten die in artikel 2:395a eerste lid BW zijn opgenomen, bestaat voor de verdachte als feitelijk leidinggever van [bedrijf] de verplichting opdracht te geven tot het publiceren van de jaarrekening, volledig dan wel verkort. De keuze om de onderneming onder te brengen in een Besloten Vennootschap brengt zowel voordelen als verplichtingen met zich mee. Eén van die verplichtingen betreft het publiceren van de jaarrekening. De verdachte heeft echter de welbewuste keuze gemaakt de jaarrekening van zijn B.V. in het geheel niet te publiceren. Daarmee heeft hij niet voldaan aan de verplichting opdracht te geven aan zijn rechtspersoon om uiterlijk twaalf maanden na afloop van het boekjaar 2012 de jaarrekening op de in het eerste lid van dat artikel voorgeschreven wijze openbaar te maken. Het hof verwerpt het verweer van de verdachte.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. P.C. Römer en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. A.T. de Muinck - Dezentje, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 juni 2017.

Mr. A. Dantuma-Hieronymus is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Kamerstukken II 2014/15, 34 176, 3, p. 34-36 (Memorie van Toelichting).