Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:2169

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-06-2017
Datum publicatie
14-06-2017
Zaaknummer
23-002604-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontneming. Transactiemethode.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002604-16 (ontneming)

datum uitspraak: 7 juni 2017

VERSTEK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 17 juni 2016 op de vordering van het Openbaar Ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer

15-710130-14 tegen de veroordeelde

[naam] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

adres: [adres] .

Procesgang

Het Openbaar Ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 24.831,64.

De veroordeelde is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 17 juni 2016 -kort gezegd- veroordeeld ter zake van het telen van hennepplanten en diefstal van elektriciteit, beide in de periode van 28 augustus 2012 tot en met 6 november 2012 te Hoofddorp.

Voorts heeft de politierechter in de rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 17 juni 2016 de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 24.831,64 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De veroordeelde heeft hoger beroep ingesteld tegen laatstgenoemd vonnis.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 mei 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg en de door de rechtbank gehanteerde bewijsmiddelen niet zijn uitgewerkt.

Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van € 24.831,64 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Het hof is van oordeel dat op grond van de stukken in het dossier, alsmede op grond van het onderzoek ter terechtzitting, aannemelijk is geworden dat de veroordeelde door middel of uit baten van de hennepteelt wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Het hof ontleent de schatting van dat op na te melden geldbedrag gewaardeerde voordeel aan de inhoud van de bewijsmiddelen.

Het hof heeft bij de vaststelling van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat mede aansluiting gezocht bij de inhoud van de voordeelsrapportage, met dien verstande dat het hof uitgaat van 1 eerdere oogst.

Het hof heeft bij die vaststelling voorts betrokken de algemene uitgangspunten die door het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie zijn opgesteld en vervat in het rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van 1 november 2010 (hierna te noemen: het BOOM-rapport).

Het hof komt tot de volgende berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Opbrengst

Het onderzoek ter terechtzitting bevat geen aanwijzingen voor de in dit geval concreet behaalde opbrengsten van de oogst. Bij gebreke daarvan zal het hof uitgaan van voormeld rapport van BOOM. Hierin worden de volgende kerngetallen gehanteerd:

- indien het aantal planten per vierkante meter onbekend is, wordt uitgegaan van 15 planten per vierkante meter (de mediaan) en de daarbij behorende opbrengst van 28,2 gram per plant;

- indien er geen aanwijzingen zijn voor de opbrengst wordt aangenomen dat de verkoopprijs € 3.280,00 per kilogram bedraagt.

In de kwekerij stonden minimaal 290 planten. Bij een hoeveelheid van 290 planten bedraagt de geldelijke hennep opbrengst bij één oogst:

(290 planten x 28,2 gram =) 8178 gram x € 3,28 = € 26.823,84

Kosten

Afschrijvingskosten: € 200,--

Inkoopprijs per stek: € 2,85 x 290 = € 826,50

Variabele kosten: 3,33 x 290 = € 965,70 +

Totale kosten: € 1.992,20

Het wederrechtelijk verkregen voordeel komt hiermee (afgerond) op € 26.823,84 - € 1.992,20 =

€ 24.831,00.

Verplichting tot betaling aan de Staat

Aan de veroordeelde dient, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting te worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 24.831,00.

Toepasselijk wettelijk voorschrift

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 24.831,00 (vierentwintigduizend achthonderdeenendertig euro).

Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 24.831,00 (vierentwintigduizend achthonderdeenendertig euro).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. P.C. Römer en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. A.T. de Muinck - Dezentje, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 juni 2017.

Mr. A. Dantuma-Hieronymus is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.