Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:2140

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-05-2017
Datum publicatie
20-12-2017
Zaaknummer
200.205.417/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; enquêterecht; afwijzing van het verzoek tot het bevelen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken en tot het treffen van bepaalde onmiddellijke voorzieningen

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 345
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/6671
ARO 2017/131
JONDR 2017/914
OR-Updates.nl 2018-0013
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.205.417/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 24 mei 2017

inzake

1. de stichting

Stichting administratiekantoor CLF,

gevestigd te Amsterdam,

2. [A] ,

wonende te [....] ,

VERZOEKERS,

advocaten: mr. A.G. de Neve en mr. M.J. Sturm, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CL INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER,

advocaten: mr. E.E.U. Vroom en mr. M.J. Ubbens, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EGERIA PRIVATE EQUITY FUND III GP B.V.,

2. de coöperatieve vereniging

EPEF III CO-INVEST COÖPERATIEF U.A.,

beide gevestigd te Amsterdam,

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: mr. G.C. van Daal en mr. I.A.J. Deijkers, beiden kantoorhoudende te Den Haag.

1. Het verloop van het geding

1.1 In het vervolg zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:

  • -

    verzoekster 1. met STAK;

  • -

    verzoeker 2. met [A] ;

  • -

    verzoekers tezamen met [B c.s.] ;

  • -

    verweerster met CLI;

  • -

    belanghebbenden ieder afzonderlijk met Fund III en EPEF, en gezamenlijk met Egeria;

  • -

    CLI en haar dochtervennootschappen en kleindochtervennootschappen tezamen met de Groep;

  • -

    [C] met [C] ;

  • -

    [D] met [D] ;

  • -

    ACE Partners B.V. met ACE.

1.2 [B c.s.] heeft bij op 13 december 2016 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van CLI over de periode vanaf 2015 en bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding:

  1. de door Egeria gehouden aandelen in het kapitaal van CLI ten titel van beheer over te dragen aan een door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder;

  2. een derde persoon te benoemen tot bestuurder van CLI;

  3. twee personen te benoemen tot commissaris van CLI en te bepalen dat aan deze commissarissen de bevoegdheden toekomen als bedoeld in afdeling 6, titel 5, boek 2 BW;

  4. an wel andere voorzieningen te treffen die de Ondernemingskamer juist acht;

alsmede om CLI te veroordelen in de kosten van het geding.

1.3 CLI heeft bij op 26 januari 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht het verzoek af te wijzen en [B c.s.] te veroordelen in de kosten van het geding.

1.4 Egeria heeft bij op 26 januari 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek, met hoofdelijke veroordeling van [B c.s.] in de kosten van het geding.

1.5 Bij op 15 februari 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen akte wijziging verzoek heeft [B c.s.] het verzoek gewijzigd en aanvullend verzocht bij wijze van onmiddellijke voorzieningen – zakelijk weergegeven –:

te bepalen, zo nodig in afwijking van de statuten, dat de door de Ondernemingskamer te benoemen bestuurder zelfstandig bevoegd is CLI te vertegenwoordigen en dat deze bestuurder besluiten kan nemen zonder toestemming van [C] en [D] ;

te bepalen, zo nodig in afwijking van de statuten, dat [C] en [D] geen besluiten en vertegenwoordigingshandelingen kunnen uitvoeren zonder de goedkeuring van de door de Ondernemingskamer te benoemen bestuurder en/of commissarissen;

de te benoemen bestuurder en de te benoemen commissarissen nader omschreven taken op te dragen.

1.6 Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 16 februari 2017. Bij die gelegenheid hebben de onderscheiden partijen hun standpunten doen toelichten, [B c.s.] door mr. De Neve en mr. Y.A. Wehrmeijer, advocaat te Amsterdam, en CLI en Egeria door hun onderscheidenlijke advocaten, allen aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de andere partijen overgelegde – aantekeningen en wat mrs. De Neve en Wehrmeijer betreft onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de andere partijen gezonden nadere producties 47 tot en met 55. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.

2 De feiten

2.1

CLI drijft – met haar (klein)dochtervennootschappen – een onderneming met ruim 1.400 werknemers, die zich bezighoudt met het reinigen en verhuren van textiel in Nederland en België. De onderneming komt voort uit een wasserij die in 1910 door de [famlie E] is opgericht. [A] heeft tot april 2009 bestuursfuncties bekleed bij (vennootschappen die zeggenschap uitoefenden over) de onderneming.

2.2

In november 2010 heeft Egeria een meerderheidsbelang in CLI verworven en nadien werden de aandelen in haar kapitaal gehouden door Egeria (82,5%), [A] (5%) en STAK (12,5%).

2.3

In de periode vanaf 1 november 2010 hebben zich in het bestuur van CLI verscheidene wijzigingen voorgedaan, die voor zover nodig hierna zullen worden vermeld. CLI heeft een raad van commissarissen. Vanaf 16 december 2015 waren er geen commissarissen in functie.

2.4

In het kader van de hiervoor bedoelde toetreding van Egeria heeft CLI een vrijwaring verkregen van een aan [A] gelieerde vennootschap voor een hierna in 2.6 te vermelden boete van de ACM.

2.5

Op 8 november 2010 heeft CLI een kredietfaciliteit van € 85 miljoen (hierna aan te duiden met de kredietfaciliteit) afgesloten met een syndicaat van drie banken (hierna ook het bankensyndicaat te noemen).

2.6

Op 8 december 2011 heeft de NMa (thans ACM) aan CLI een boete van € 13.426.000 opgelegd wegens schending van het kartelverbod in de periode van 1 januari 1998 tot 1 december 2009.

2.7

Egeria, [A] , STAK en CLI hebben in een (gewijzigde) aandeelhoudersovereenkomst, gedateerd 12 juli 2013, afspraken vastgelegd, onder meer over de financiering van de Groep. De aandeelhoudersovereenkomst houdt als artikel 2.3 in:

Het uitgangspunt van de financiering van de Groep is dat deze in aanvulling op het beschikbaar gestelde eigen en vreemd vermogen, volledig wordt gefinancierd uit eigen middelen volgend uit de kasstroom van de Groep, dan wel uit leningen van derden. Indien verdere financiering noodzakelijk blijkt, onderzoeken [p]artijen eerst de mogelijkheid tot het doen van een storting op bestaande [a]andelen. Indien uitgifte van [a]andelen noodzakelijk is, zal dat volgens het ‘pay or dilute’ systeem plaatsvinden. (…) Alvorens tot uitgifte over te gaan stellen [p]artijen STAK in staat om de uitgifte van [a]andelen mee te financieren. (…)”.

Artikel 4.1 luidt, voor zover van belang:

(…) de [a]andeelhouders [zijn] slechts gerechtigd de door hen gehouden aandelen (…) aan een derde over te dragen dan wel een besluit tot uitgifte van [a]andelen te nemen, indien de desbetreffende verkrijger c.q. nemer van [a]andelen zich (…) schriftelijk verbindt alle verbintenissen uit deze [o]vereenkomst van degene die [a]andelen overdraagt dan wel ingeval van uitgifte van [a]andelen in [CLI], als eigen verbintenissen op zich te nemen. (...)”.

2.8

Op 1 september 2014 bestond het bestuur uit [F] (hierna: [F] ) en [G] (hierna: [G] ).

2.9

Op 18 december 2014 is [A] afgetreden als commissaris van CLI. De raad van commissarissen bestond toen nog uit [H] (hierna: [H] ) en [I] (hierna: [I] ).

2.10

[F] is afgetreden als bestuurder op 22 april 2015.

2.11

[J] is van 3 mei 2015 tot 28 oktober 2015 bestuurder geweest.

2.12

In de algemene vergadering van aandeelhouders van 20 augustus 2015 was [A] – blijkens de notulen zonder kennisgeving – niet aanwezig. De financiële ontwikkelingen zijn toegelicht. De notulen houden onder meer in: “De winstgevendheid van de vennootschap staat onder druk en holt achteruit”. Voorts is de financiering besproken. De kredietfaciliteit zou in november 2016 aflopen. Een voorstel tot het verstrekken door Egeria van een achtergestelde lening ten belope van € 2,4 miljoen aan CLI is, conform het statutair vereiste, in stemming gebracht. Het is aangenomen. STAK heeft tegen gestemd.

2.13

Op 7 oktober 2015 zijn [H] en [G] afgetreden als commissaris en zijn [K] (hierna: [K] ) en [L] (hierna: [L] ) als zodanig aangetreden.

2.14

[C] is op 15 oktober 2015 in functie getreden als bestuurder.

2.15

[G] is afgetreden als bestuurder op 1 december 2015.

2.16

Begin december 2015 heeft CLI – in het kader van een beoogde herfinanciering en herstructurering – aan het bankensyndicaat een transitieplan gepresenteerd.

2.17

Op 11 december 2015 heeft [C] [A] uitgenodigd om over het transitieplan van gedachten te wisselen.

2.18

[K] en [L] zijn afgetreden als commissaris op 16 december 2015.

2.19

Op 8 februari 2016 heeft CLI het transitieplan aan [A] gestuurd.

2.20

Op 25 maart 2016 heeft [C] des verzocht de managementrapportage over 2014 en 2015 aan [A] gestuurd.

2.21

Op de agenda van de algemene vergadering van aandeelhouders van 30 maart 2016 stond het onderwerp herfinanciering. De notulen houden onder meer in: “Er wordt momenteel samen met de adviseurs onverkort gewerkt aan een bijgesteld businessplan en dit plan zal – zodra beschikbaar – ook aan de AvA voorgelegd worden” en “(…) naast het opstellen van het verbeterde businessplan (wordt) tevens een structurele oplossing (…) verkend met als doel een herfinanciering/financiële injectie. Dit traject zal begeleid worden door een M&A adviseur”.

2.22

[C] heeft op 18 april 2016 de maandrapportage over maart 2016 en een rapport van de financiële adviseur van het bankensyndicaat aan de aandeelhouders gestuurd.

2.23

Tijdens een algemene vergadering van aandeelhouders op 4 mei 2016 is een update van het herfinancieringsproces gegeven. Tevens stond het transitieplan op de agenda. Egeria en STAK waren in deze vergadering vertegenwoordigd. [A] was aanwezig noch vertegenwoordigd.

2.24

De maandrapportage van CLI over april 2016 is op 18 mei 2016 aan alle aandeelhouders verzonden.

2.25

Op 1 juni 2016 heeft CLI op verzoek van het bankensyndicaat de corporate finance adviseur [N] aangesteld. [N] heeft ter uitvoering van haar opdracht door middel van een “financieringsuitvraag” € 7 miljoen aan vreemd vermogen gezocht. Zij heeft daartoe in juni en juli 2016 met een beperkt aantal geïnteresseerde partijen gesproken.

2.26

Op 28 juni 2016 is, in het kader van aan de aandeelhouders gestuurde maandrapportage over mei 2016 van CLI, aan de aandeelhouders gemeld: “Gesprekken met Refin kandidaten lopen”.

2.27

Begin juli 2016 heeft CLI met het oog op het verkrijgen van externe financiering een vendor due diligence traject opgezet. Stibbe en Deloitte zijn daartoe ingeschakeld.

2.28

In de maandrapportage over juni 2016, die CLI op 20 juli 2016 aan de aandeelhouders heeft doen toekomen, staat vermeld: “1e fase gesprekken met Refin kandidaten en potentiële co-investors afgerond. VDD (Finance-Tax-Legal) opgestart”.

2.29

In augustus 2016 heeft CLI van twee partijen investeringsvoorstellen ontvangen. Op 15 augustus 2016 ontving zij van ACE een gecommitteerde bieding om voor € 2,5 miljoen een belang van circa 20% in CLI te nemen. Op 16 augustus 2016 heeft Delta Lloyd voorgesteld een mezzanine faciliteit ter hoogte van € 5 miljoen te verstrekken.

2.30

In de op 24 augustus 2016 aan de aandeelhouders gestuurde maandrapportage over juli 2016 staat vermeld “Eerste harde commitments zijn binnen”.

2.31

Bij brief van 29 augustus 2016 zijn de aandeelhouders opgeroepen voor een algemene vergadering van aandeelhouders op 15 september 2016. Ter voorbereiding op de vergadering heeft CLI op 31 augustus 2016 de gecommitteerde voorstellen van ACE en Delta Lloyd aan de aandeelhouders gezonden.

2.32

[A] heeft op 5 september 2016 aan CLI geschreven dat hij een voorstel in voorbereiding heeft “wat zal zien op een substantiële investering middels enkel eigen vermogen, te verstrekken door een newco van AP Holding Zaanstroom B.V. en Nord Holding Direct Investments GmbH”. Voorts heeft hij verzocht om de informatie die aan andere potentiële investeerders is verstrekt.

2.33

[C] heeft op 6 september 2016 aan [A] , in antwoord op diens verzoek van 5 september 2016, een door Stibbe opgemaakt vendor due diligence rapport gezonden. In de begeleidende e-mail heeft [C] onder meer geschreven:

Je geeft (…) aan voornemens te zijn met een concreet en substantieel voorstel voor versterking van het eigen vermogen van de vennootschap te komen. (…) Wel vraag ik aandacht voor de in de thans voorliggende voorstellen genoemde deadlines en voor het feit dat [CLI] per ultimo september de alsdan voorliggende voorstellen met elkaar (moet) vergelijken. Om recht te doen aan jouw eventuele voorstel dient er voldoende tijd te zijn dat te kunnen beoordelen en bespreken, in eerste instantie op het niveau van de aandeelhouders”.

2.34

Op 9 september 2016 heeft [C] [A] het vendor due diligence rapport van Deloitte gestuurd.

2.35

STAK heeft op 11 september 2016 per e-mail aan CLI gevraagd om de vendor due diligence rapporten van Stibbe en Deloitte.

2.36

Op 14 september 2016 heeft [A] aan CLI een voorstel doen toekomen voor financiering, waaronder het verstrekken van eigen vermogen, door AP Holding Zaanstroom B.V. en Nord Holdings Direct Investments GmbH via een nieuw op te richten vennootschap (hierna ook het plan Newco te noemen). De brief houdt onder meer in:

Afhankelijk van de af te spreken stappen binnen ons Plan is Newco bereid om max EUR 7 miljoen in de onderneming te investeren, bestaande uit EUR 4 tot 5 miljoen eigen vermogen en EUR 1,5 tot 2 miljoen aan verzachting van huurpenningen voor de panden die via AP Holding Zaanstroom B.V. aan [CLI] worden verhuurd. Voor deze investering krijgt Newco (door uitgifte van nieuwe aandelen, post money) 80% van de aandelen in het kapitaal (van) [CLI] en verwateren de huidige aandeelhouders in beginsel naar 20%”.

2.37

Voorafgaand aan de algemene vergadering van aandeelhouders op 15 september 2016 heeft [C] per e-mail de rapporten van Stibbe en Deloitte aan STAK gezonden.

2.38

Op 29 september 2016 is de maandrapportage over augustus 2016 naar de aandeelhouders gestuurd. Hierin is vermeld “Harde commitments op het fundingsvraagstuk zijn binnen, LOI’s worden opgesteld”.

2.39

Begin oktober 2016 heeft [A] het plan Newco besproken met de banken.

2.40

CLI heeft overeenstemming bereikt met (een aan) ACE (gelieerde vennootschap, hierna eveneens ACE te noemen) en Delta Lloyd over equity and mezzanine funding. Die is vastgelegd in een binding term sheet, die op 17 oktober 2016 is ondertekend door ACE en Delta Lloyd.

2.41

Op 18 oktober 2016 heeft [A] aan CLI en Egeria laten weten dat CLI voorrang moet geven aan het plan Newco.

2.42

In reactie heeft [C] op 19 oktober 2016 aan [A] bericht dat CLI hem in de gelegenheid stelt om, in aanvulling op het voorgestelde plan Newco van 14 september 2016, een nader voorstel te doen voor financiering door de zittende aandeelhouders, met verzoek dit voorstel in te dienen voor 25 oktober 2016.

2.43

Op 26 oktober 2016 hebben CLI, Egeria en een vertegenwoordiger van [A] over het plan Newco gesproken.

2.44

In het door Egeria opgestelde verslag van het gesprek van 26 oktober 2016 staat onder meer:

(…) bij (emissie van aandelen) geldt dat aandeelhouders het recht hebben mee te doen om verwatering te voorkomen (“pay or dilute”). Dit principe zal bij de (door ons) beoogde aandelenemissie aan (ACE) gevolgd worden. STAK en [A] krijgen dus de kans hun belang op peil te houden door mee te doen in de emissie tegen betaling van de vastgestelde (markt)prijs”.

2.45

Op 27 oktober 2016 heeft [C] [A] uitgenodigd om verder te praten over diens voorstel en aangeboden informatie te verschaffen om [A] in staat te stellen zijn plan te finaliseren.

2.46

Op 27 oktober 2016 heeft [C] de aandeelhouders opgeroepen voor een algemene vergadering van aandeelhouders van CLI op 28 november 2016. Geagendeerd zijn onder meer besluitvorming over het plan Newco en besluitvorming over de uitvoering van het plan van ACE en Delta Lloyd. Bij de oproep is de binding term sheet van 17 oktober 2016 aan de aandeelhouders ter beschikking gesteld.

2.47

Op 30 oktober 2016 heeft [C] aan [A] meegedeeld dat de binding term sheet van 17 oktober 2016 is aangegaan onder voorwaarde van goedkeuring door de algemene vergadering van aandeelhouders van CLI, en met het oog daarop is geagendeerd voor de vergadering van 28 november 2016.

2.48

Op 7 november 2016 heeft het bankensyndicaat de kredietfaciliteit voorlopig met een maand verlengd. CLI heeft [A] daarvan op dezelfde dag op de hoogte gesteld en hem tevens de financieringsuitvraag van [N] doen toekomen.

2.49

[C] heeft op 11 november 2016, met het oog op besluitvorming ter vergadering van 28 november 2016 over “Senior facilities” met banken, aan de aandeelhouders een concept refinancing term sheet toegestuurd.

2.50

[A] heeft bij brief van zijn advocaat van 15 november 2016 zijn financieringsvoorstel nader geconcretiseerd. De brief houdt onder mee in:

(…) dat het voorstel gedaan wordt door [ [A] ] en derhalve niet door een Newco. (…) Nu [ [A] ] (…) EUR 7,5 miljoen (…) zal investeren wenst hij een daarmee corresponderend economisch belang in [CLI] te verkrijgen. Daarnaast stelt [ [A] ] als eis dat hij (…) meer dan 70% van de (…) stemrechten uit kan oefenen (…)”.

In de brief staat een overzicht van de aandelenbelangen na de door [A] voorgestelde uitgifte van aandelen. Hieruit blijkt dat het beoogde belang van [A] bestaat uit 76,51% gewone en 63,72% cumulatief preferente aandelen; de belangen van de andere aandeelhouders zullen verwateren.

2.51

Op 16 november 2016 hebben [A] en STAK in kort geding gevorderd, kort gezegd, dat CLI de voorstellen van ACE en Delta Lloyd laat rusten en meewerkt aan de op 15 november 2016 nader toegelichte financiering door [A] . De kortgedingrechter heeft de vordering op 25 november 2016 afgewezen.

2.52

Een bericht van ACE aan CLI en haar aandeelhouders, gedateerd 27 november 2016, houdt in: “Namens [ACE] bevestigen wij hierbij dat ACE zich bij een eventuele uitgifte van aandelen in [CLI] aan ACE zal committeren aan de Aandeelhoudersovereenkomst overeenkomstig artikel 4.1. van de Aandeelhoudersovereenkomst.

2.53

Tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders op 28 november 2016 is zowel het financieringsvoorstel van [A] als het plan van ACE en Delta Lloyd besproken en in stemming gebracht. Ter vergadering is besloten tot uitgifte van gewone aandelen in combinatie met preferente aandelen aan ACE (met als gevolg dat ACE een belang van 20,6 % zal verwerven in CLI, in ruil voor een investering van € 2,5 miljoen), goedkeuring voor het aangaan van de mezzanine faciliteit met Delta Lloyd en goedkeuring voor het aangaan van de Senior facilities met het bankensyndicaat.

2.54

In de algemene vergadering van aandeelhouders van 10 februari 2017 is [D] benoemd tot bestuurder.

3 De gronden van de beslissing

3.1

[B c.s.] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van CLI en dat gelet op de toestand van de vennootschap onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen. Ter toelichting heeft [B c.s.] naar voren gebracht dat i) CLI de minderheidsaandeelhouders niet op dezelfde wijze als de meerderheidsaandeelhouder heeft geïnformeerd over de herfinanciering, ii) CLI de statuten en de bepalingen uit de aandeelhoudersovereenkomst schendt, iii) [C] een met het belang van CLI tegenstrijdig belang heeft bij de besluitvorming omtrent de herfinanciering, en iv) de corporate governance structuur stelselmatig is afgebroken.

3.2

CLI en Egeria hebben bezwaar gemaakt tegen de in de akte van 15 februari 2017 vervatte wijziging van het verzoek. Zij achten de wijziging in strijd met de goede procesorde aangezien zij de akte minder dan 24 uur voor de mondelinge behandeling hebben ontvangen.

3.3

De Ondernemingskamer volgt CLI en Egeria hierin niet en verwerpt het bezwaar. De wijziging van het verzoek is niet op een zodanig laat tijdstip onder de aandacht van CLI gebracht dat zij geen adequaat verweer tegen het gewijzigde verzoek heeft kunnen voorbereiden. De Ondernemingskamer zal het gewijzigde verzoek beoordelen.

3.4

Voorts heeft CLI bezwaar gemaakt tegen het tijdens de mondelinge behandeling in het geding brengen van een overzicht “Schendingen van de Aandeelhoudersovereenkomst” van de zijde van [B c.s.]

3.5

De Ondernemingskamer is van oordeel dat bedoeld overzicht, dat [B c.s.] niet op voorhand aan haar en de andere partijen heeft toegezonden, niet tijdig in het geding is gebracht. Zij voegt het niet bij de processtukken en betrekt het niet in de beoordeling.

3.6

CLI heeft verder gemotiveerd verweer gevoerd tegen de in 3.1 weergegeven bezwaren van [B c.s.] Ook Egeria heeft verweer gevoerd. De Ondernemingskamer zal hieronder waar nodig op deze verweren ingaan.

3.7

Naar de kern genomen betreffen de in 3.1 sub i), ii) en iii) weergegeven bezwaren van [B c.s.] de gang van zaken betreffende de herfinanciering van CLI. [B c.s.] meent dat ten onrechte aan financiering door ACE en Delta Lloyd de voorkeur is gegeven boven het financieringsplan van [A] .

3.8

Ten aanzien van de klacht betreffende een tegenstrijdig belang van [C] overweegt de Ondernemingskamer het volgende. Het betoog van [B c.s.] dat [C] in kort geding stelling heeft genomen tegen het investeringsplan van [A] is, wat er ook van zij, onvoldoende om een tegenstrijdig belang van [C] uit af te leiden. Voorts heeft [B c.s.] niet weersproken dat de binnengekomen biedingen, inclusief het plan Newco, in september 2016 aan de banken zijn doorgestuurd. De stelling dat “het plan van [A] door [C] onder de pet is gehouden” is ook in het licht van de agendering van het plan Newco voor de algemene vergadering van aandeelhouders op 28 november 2016, waartoe [C] op 27 oktober 2016 heeft opgeroepen, niet overtuigend. De Ondernemingskamer beoordeelt dit bezwaar als onvoldoende toegelicht.

3.9

[B c.s.] heeft geklaagd dat CLI in de zomer van 2015 Egeria wel, en de minderheidsaandeelhouders niet, heeft benaderd om de benodigde liquiditeit te verschaffen, dat CLI behoefte had aan eigen vermogen in plaats van achtergesteld vreemd vermogen, en dat de gekozen wijze van financieren in strijd is met het bepaalde in artikel 2.3 van de aandeelhoudersovereenkomst. Aan deze stellingen gaat de Ondernemingskamer voorbij. Immers, de noodzaak van aanvullende financiering is onbetwist, de algemene vergadering van aandeelhouders heeft op 20 augustus 2015 overeenkomstig de statutaire regeling besloten tot de achtergestelde lening van Egeria, en onvoldoende is gebleken dat [A] dan wel STAK bereid was om tijdig op – ten minste – vergelijkbare voorwaarden aanvullende financiering te verschaffen.

3.10

Voor zover het betoog van [B c.s.] inhoudt dat aan hen informatie is onthouden, stelt de Ondernemingskamer het volgende voorop. Iedere aandeelhouder heeft het recht om in de algemene vergadering van aandeelhouders vragen te stellen en (het bestuur van) de vennootschap is in beginsel gehouden die vragen te beantwoorden. Daarbuiten hebben de aandeelhouders geen recht op het verstrekken van door hen afzonderlijk verlangde informatie. Tegen de achtergrond van dit uitgangspunt heeft [B c.s.] naar het oordeel van de Ondernemingskamer onvoldoende toegelicht dat de informatievoorziening aan de minderheidsaandeelhouders gebrekkig is geweest. Immers, CLI heeft de volgende documentatie gestuurd aan de aandeelhouders: op 25 maart, 18 april, 18 mei, 28 juni, 20 juli, 24 augustus, en 29 september 2016 telkens maandrapportages, op 18 april 2016 de financiële rapportage van het bankensyndicaat, op 31 augustus 2016 de bieding van ACE en de bieding van Delta Lloyd, op 6, 9 en 15 september de vendor due diligence rapporten van Stibbe en Deloitte, op 27 oktober 2016 de binding term sheet, en op 11 november 2016 een concept refinancing term sheet met de banken. Voorts heeft zij [A] op 8 februari 2016 het transitieplan gezonden. Op 7 november 2016 heeft ze hem de financieringsuitvraag aan [N] gestuurd alsmede bericht over de verlenging van de kredietfaciliteit door het bankensyndicaat. Dat [A] en STAK desalniettemin informatie is onthouden waar zij als aandeelhouder aanspraak op hadden is naar het oordeel van de Ondernemingskamer niet gebleken.

3.11

De klacht betreffende schending van statuten en aandeelhoudersovereenkomst komt – samengevat – erop neer dat CLI in de onderhandelingen met ACE en Delta Lloyd verregaande zeggenschapsrechten aan ACE in het vooruitzicht heeft gesteld. Daargelaten of de aangevoerde schending van de aandeelhoudersovereenkomst twijfel aan een juist beleid van CLI kan opleveren, kan naar het oordeel van de Ondernemingskamer in het midden blijven of CLI aan ACE (en Delta Lloyd) toezeggingen heeft gedaan die zich niet laten verenigen met de aandeelhoudersovereenkomst. Voor zover enige onvolkomenheid op dit punt dreigde, gaat de Ondernemingskamer ervan uit dat die dreiging is afgewend, aangezien uit de mededeling van ACE van 27 november 2016 en de nadere toelichting daarop van CLI ter terechtzitting blijkt dat ACE zich aan de aandeelhoudersovereenkomst zal houden.

3.12

Naar het oordeel van de Ondernemingskamer is voorts – los van de hierna in 3.14 te behandelen onderwerpen raad van commissarissen en samenstelling bestuur – van schending van de statuten van CLI niet gebleken, zodat de stellingen van [B c.s.] ook in zoverre niet leiden tot twijfel aan een juist beleid van CLI.

3.13

De vergadering van aandeelhouders van CLI heeft financiering door ACE en Delta Lloyd, zoals grofweg weergegeven in 2.29, verkozen boven financiering door [A] , zoals weergegeven in 2.36 en 2.50. Van omstandigheden ten aanzien van dat besluit die twijfel oproepen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van CLI is naar het oordeel van de Ondernemingskamer ook voor het overige niet gebleken. Zulks geldt te minder, gelet op het verschil in verwatering tussen enerzijds het financieringsvoorstel van [A] en anderzijds de voorstellen van ACE en Delta Lloyd en op de mogelijkheid die [A] en STAK in het plan van ACE en Delta Lloyd hadden om door deel te nemen aan de financiering verwatering te voorkomen (“pay or dilute”).

3.14

Met [B c.s.] stelt de Ondernemingskamer vast dat de governance van CLI te wensen over heeft gelaten. Vanaf december 2015 heeft een functionerende raad van commissarissen ontbroken. [B c.s.] heeft voorts onbestreden geklaagd dat sinds 2010 op CLI het structuurregime van toepassing is, maar dat CLI haar statuten niet heeft aangepast en geen opgave aan het Handelsregister heeft gedaan. Dat de governance bewust en stelselmatig is afgebroken, zoals [B c.s.] heeft betoogd, heeft de Ondernemingskamer evenwel niet kunnen constateren. Daarnaast is ter terechtzitting gebleken dat de omissies betreffende het structuurregime sinds de afronding van de herfinanciering in december 2016 zijn hersteld en dat maatregelen zijn getroffen om op korte termijn tot benoeming van commissarissen te komen. Voorts is in februari 2017 [D] als tweede bestuurder benoemd. Bij die stand van zaken acht de Ondernemingskamer de gebreken die zich hebben voorgedaan op het gebied van de governance onvoldoende voor het oordeel dat getwijfeld moet worden aan juist beleid van CLI.

3.15

[B c.s.] heeft nog aangevoerd dat [M] door CLI is ontslagen, nadat hij in zijn hoedanigheid van bestuurder van STAK een algemene vergadering van aandeelhouders van CLI had bijgewoond. Die omstandigheid volstaat in het licht van CLI’s niet betwiste stelling, dat [M] functie ten gevolge van de herstructurering verviel, niet om twijfel aan CLI’s beleid op te roepen.

3.16

De slotsom is dat het verzoek zal worden afgewezen. [A] en STAK zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten van het geding.

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

wijst het verzoek af;

veroordeelt Stichting Administratiekantoor CLF en [A] hoofdelijk in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van CL International B.V. begroot op € 3.398.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Faber, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. G.M. ter Huurne, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken door de oudste raadsheer ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 24 mei 2017.