Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:18

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-01-2017
Datum publicatie
17-01-2017
Zaaknummer
200.183.723/01
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2018:668, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uitleg van een cao vervoer, begrip nachtrit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/288
AR-Updates.nl 2018-0551
AR-Updates.nl 2017-0074
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.183.723/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : 3740103 CV EXPL 15-297

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 3 januari 2017

inzake

[X] TRANSPORT B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeente] ,

appellante,

advocaat: mr. R.A.A. Duk te ‘s-Gravenhage,

tegen

FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING,

gevestigd te Utrecht,

geïntimeerde,

advocaat: mr. J.H. Mastenbroek te Groningen.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [X] Transport en FNV genoemd.

[X] Transport is bij dagvaarding van 21 december 2015 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter) van 24 september 2015, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen FNV als eiseres en [X] Transport als gedaagde.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven;

- memorie van antwoord.

Partijen hebben de zaak ter zitting van het hof van 14 oktober 2016 doen bepleiten, [X] Transport door mr. Duk voornoemd en FNV door mr. Mastenbroek voornoemd, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd.

Ten slotte is arrest gevraagd.

[X] Transport heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog de vorderingen van FNV zal afwijzen met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van FNV in de kosten van het geding in beide instanties.

FNV heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [X] Transport in de kosten van het geding in hoger beroep.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

2 Feiten

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 1 de feiten vastgesteld die hij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof tot uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.

2.1

[X] Transport oefent een transportonderneming uit en is lid van de Vereniging Transport en Logistiek Nederland (TLN). [X] Transport heeft met FNV Bondgenoten reeds jarenlang Cao’s voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen (hierna: de CAO) afgesloten. De CAO die is gesloten voor de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013 (hierna: de CAO 2012/2014) is algemeen verbindend verklaard geweest van 1 februari 2013 tot 1 januari 2014. Met ingang van 1 januari 2014 hebben partijen een CAO afgesloten voor de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016. Deze CAO is algemeen verbindend verklaard met ingang van 12 februari 2015.

2.2

In de CAO zoals geldend van 1991 tot en met 1993 is in artikel 2 een definitie van het begrip “dagdienst” opgenomen:

“Het ingedeeld zijn voor werkzaamheden op de dagen van maandag t/m vrijdag, liggend in de periode van 06.00 tot 20.00 uur daaropvolgend.”

2.3

In de CAO 2012/2014 is onder meer het volgende bepaald:

“(...) Artikel 37 Toeslag ééndaagse nachtritten.

Per 1 januari 2012 wordt voor ééndaagse nachtritten voor de diensturen gelegen tussen 20.00 en 04.00 uur een vergoeding [...] toegekend.

(...)

Artikel 40¹ Vergoeding van verblijfkosten

(…)

3.a Bij ééndaagse ritten

(...)

Ad¹ Onder een ééndaagse rit wordt verstaan een rit waarbij het vertrek en de aankomst binnen 24 uur plaatsvinden (…)

In eerdere CAO’s is een soortgelijke bepaling opgenomen.

2.4

In het eindvonnis van de rechtbank Middelburg, locatie Terneuzen, van 18 oktober 2006 heeft de kantonrechter het volgende overwogen:

4. (…) De kantonrechter heeft in het vorig tussenvonnis deze uitleg gegeven en wel in de navolgende bewoordingen:

‘een rit die zich afspeelt binnen 24 uur en waarvan de uitvoering geheel of gedeeltelijk plaatsvindt in de periode gelegen tussen 00.00 en 06.00 uur. (...)“

2.5

In de brief van 28 maart 2012 van [A] , medewerkster van FNV Bondgenoten, aan TLN staat onder meer het volgende:

“(..) De toeslag eendaagse nachtritten is een ander verhaal. U geeft aan dat ik de mening ben toegedaan dat over alle diensturen tussen 20.00 en 04.00 uur een toeslag moet worden betaald. Deze vaststelling is niet helemaal correct. De toeslag eendaagse nachtritten dient betaald te worden wanneer de chauffeur na 24.00 uur nog aan het werk is. Eindigt hij de rit voor 24.00 uur dan heeft hij geen recht op toeslag. De uren tussen 20.00 en 23.59 uur hebben wij dan ook niet meegenomen in de berekening.”(...)”

2.6

In de brief van 1 oktober 2014 heeft FNV Bondgenoten [X] Transport gesommeerd om uiterlijk 8 oktober 2014 schriftelijk aan haar te bevestigen dat zij de nachttoeslag aan haar chauffeurs zal uitbetalen conform de uitleg die FNV Bondgenoten aan het desbetreffende cao-artikel geeft.

3 Beoordeling

3.1

FNV Bondgenoten vorderde - na wijziging van eis - dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. [X] Transport veroordeelt art. 37 CAO 2012/2013 (op de juiste wijze) na te leven, door haar chauffeurs over de uren gelegen tussen 20.00 en 04.00 uur (daaropvolgend) een nachttoeslag te betalen wanneer zij in de uren gelegen tussen 20.00 en 04.00 uur (daaropvolgend) werkzaamheden verrichten, ongeacht of hun dienst (ook) loopt tussen 0.00 en 06.00 uur, binnen zeven dagen na het in deze te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag en per keer dat [X] Transport daaraan geen gevolg geeft;

2. [X] Transport veroordeelt om binnen 60 dagen na het in deze te wijzen vonnis met afgifte van afschriften van loonspecificaties aan FNV aan te tonen dat aan de in dienst zijnde en in dienst geweest zijnde werknemers de toeslag van art. 37 CAO is nabetaald indien zij in de periode vanaf 1 oktober 2009 voor die toeslag in aanmerking kwamen en betaling daarvan ten onrechte uitbleef, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat [X] Transport daaraan geen gevolg geeft,

een en ander met veroordeling van [X] Transport in de kosten van de procedure.

FNV Bondgenoten legt aan haar vordering ten grondslag dat [X] Transport ten onrechte geen “nachttoeslag” betaalt aan werknemers die ten behoeve van een (niet-meerdaagse) nachtrit na 20.00 uur, maar voor 00.00 uur werkzaamheden hebben verricht. Dit is - aldus [X] Transport - in strijd met art. 37 CAO 2012/2014, welk artikel bepaalt dat voor alle diensturen gelegen tussen 20.00 en 04.00 uur een vergoeding wordt toegekend.

FNV Bondgenoten verwijst ook naar de cao’s van vóór 1994, waarin - aldus [X] Transport - hetzelfde is bepaald en waarin onder “dagdienst” werd verstaan de periode tussen 06.00 en 20.00 uur.

3.2

[X] Transport heeft het volgende verweer gevoerd. Zij stelt dat een puur grammaticale uitleg van art. 37 CAO te beperkt is. Zij meent dat onder een nachtrit in de zin van art. 37 CAO 2012/2014 moet worden verstaan een rit tussen 00.00 uur en 04.00 uur. Dit omdat onder het begrip “nachtrit” niet werkzaamheden tussen 20.00 en 00.00 uur kunnen worden verstaan. De nacht begint volgens [X] Transport om 00.00 uur en de werkzaamheden gedurende de uren tussen 20.00 en 00.00 uur dienen volgens haar te worden aangemerkt als avonddienst. De CAO 2012/2014 geeft weliswaar geen definitie van “nachtrit”, doch [X] Transport stelt dat moet worden aangesloten bij art. 1:7 lid 1 sub d Arbeidstijdenwet waarin onder het begrip “nachtdienst” wordt verstaan een dienst waarin meer dan een uur arbeid wordt verricht tussen 00.00 en 06.00 uur. [X] Transport is derhalve slechts verplicht de nachttoeslag te betalen indien er gewerkt wordt tussen 00.00 en 04.00 uur.

3.3

De kantonrechter heeft [X] Transport veroordeeld artikel 37 CAO 2012/2014 na te leven door haar chauffeurs vanaf 1 oktober 2009 een nachttoeslag te betalen, wanneer zij in de uren gelegen tussen 20.00 en 04.00 uur daarop volgend werkzaamheden verrichten, ongeacht of hun dienst (ook) loopt tussen 00.00 uur en 06.00. Voorts is [X] Transport veroordeeld tot afgifte van afschriften van loonspecificaties aan FNV om aan te tonen dat voornoemde toeslag aan de (ex-)werknemers is nabetaald. Beide veroordelingen telkens op verbeurte van een dwangsom van € 500,= per dag met een maximum van € 50.000,=. [X] Transport is in de proceskosten veroordeeld. De kantonrechter overwoog daartoe, samengevat, dat art. 37 CAO niet duidelijk is nu enerzijds daarin een tijdsperiode van 20.00 uur tot 04.00 uur is vermeld, terwijl anderzijds het artikel spreekt over “nachtrit”, zonder dat in het artikel zelf of elders in de CAO aangegeven wordt wat daaronder moet worden verstaan.

Omdat de tekst van de CAO niet duidelijk is, dient - vervolgt de kantonrechter - de vraag wat de betekenis moet zijn van het begrip nachtdienst “te worden beoordeeld aan de hand van de vraag hoe de werknemer de betreffende tekst in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht begrijpen. Daarbij dient acht geslagen te worden op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen van de CAO en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden” (in welk verband de kantonrechter verwijst naar de uitspraak van de Hoge Raad van 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:A01427).

Uit het begrip “nacht” in de definitie in de Dikke van Dale kan volgens de kantonrechter niet ondubbelzinnig worden afgeleid dat de nacht niet eerder dan om 00.00 uur begint. In de CAO die van 1991 tot en met 1993 gold, is wel een definitie van het begrip “dagdienst” gegeven, te weten de periode van 06.00 tot 20.00 uur, terwijl in het in die CAO opgenomen artikel 32 (voorganger van art. 37 CAO ) werd bepaald dat de nachttoeslag gold voor werkzaamheden verricht in de periode tussen 20.00 en 06.00 uur. Dit lijkt er - aldus de kantonrechter - op te duiden dat in deze CAO de werkdag verdeeld is in twee perioden: de dagdienst en de nachtdienst. De definitie van “dagdienst” is na 1993 weliswaar uit de CAO verdwenen, doch daarvoor is niet een andere indeling in soorten diensten en daarvoor geldende tijden in de plaats gekomen, terwijl de tekst van het huidige art. 37 CAO is gehandhaafd. Daarbij geldt eveneens - aldus vervolgt het vonnis - dat de onderhandelingspartners bij de CAO in art. 37 CAO (en daaraan voorafgaande gelijkluidende CAO-artikelen) uitdrukkelijk hebben opgenomen dat werknemers al vanaf 20.00 uur recht hebben op de nachttoeslag. Indien het de bedoeling was geweest dat zij alleen een toeslag vanaf 20.00 uur zouden ontvangen, indien er na 00.00 uur met werken wordt gestart, dan had het voor de hand gelegen om dat expliciet in art. 37 CAO of in een definitieartikel vast te leggen. Ondanks deze onduidelijkheid sedert 1991 hebben de bij de CAO betrokken partijen bij de onderhandelingen er kennelijk geen aanleiding in gezien om art. 37 CAO duidelijker te formuleren conform de door [X] Transport voorgestane uitleg. Een en ander komt echter voor risico van de werkgever. Om dezelfde reden gaat, bij gebrek aan verwijzing naar deze wet in de CAO, ook de verwijzing van [X] Transport naar het begrip “nachtdienst” in de Arbeidstijdenwet niet op. Aldus nog steeds de kantonrechter.

Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt [X] Transport met haar grieven op.

3.4.1

De eerste vijf grieven hebben de kennelijke strekking te betogen dat de door de kantonrechter gebezigde uitleg van artikel 37 van de CAO onjuist is en dat de uitleg van dat artikel als door [X] Transport voorgestaan dient te worden gevolgd. Ter toelichting heeft [X] Transport daarbij samengevat het volgende gesteld. De kantonrechter heeft ten onrechte betekenis toegekend aan de CAO’s tot 1994, nu sedertdien het begrip ‘dagdienst’ is geschrapt terwijl ook de tijden waarover voorheen een nachttoeslag betaald diende te worden zijn gewijzigd. Voorts is het door de kantonrechter gebezigde toetsingscriterium ‘hoe de werknemer de tekst in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs heeft mogen begrijpen’ onjuist. Voor zover daarbij is gedoeld op de Haviltex-uitlegmaatstaf dan wel een uitleg van de tekst ‘contra proferentem’ wordt beoogd, miskent de kantonrechter dat de toetsing uitsluitend aan de zogenoemde cao-norm dient plaats te vinden. Zelfs indien voor de uitleg van het betreffende artikel toch enig gewicht zou toekomen aan de cao’s tot 1994 dan sluit het in die cao’s gebezigde begrip dagdienst (06.00 tot 20.00 uur) noch aan bij het standpunt van FNV over wat dan een nachtdienst is (20.00 tot 04.00 uur) noch bij het standpunt van [X] Transport (00.00 tot 06.00 uur), zodat deze uitleg als zodanig niet van belang is voor het onderhavige geschil. Ten slotte is de kantonrechter eraan voorbijgegaan dat de rechtbank Middelburg, locatie Terneuzen, in zijn vonnis van 18 oktober 2006 reeds had geoordeeld dat de door [X] Transport voorgestane uitleg, te weten slechts uren vergoeden die in een eendaagse rit daadwerkelijk in de nacht vallen, derhalve na 00.00 uur, de juiste is. FNV heeft deze uitleg destijds ook omarmd.

3.4.2

Het hof overweegt als volgt. Artikel 37 CAO bepaalt dat een (extra) vergoeding is verschuldigd over de uren tussen 20.00 en 04.00 uur en voorts dat dit geldt voor nachtritten. De discussie tussen partijen spitst zich toe op de vraag of het verrichten van werkzaamheden (deels of geheel) vallend in de periode 20.00 tot 04.00 uur dient te worden beschouwd als een nachtrit (FNV) dan wel dat eerst van een nachtrit sprake is als (ook) in de periode 00.00 tot 04.00 uur is gewerkt ( [X] Transport). Nu een afzonderlijke definitie van het begrip nachtrit in de CAO ontbreekt dient de bepaling te worden uitgelegd. Als uitgangspunt voor de daarbij aan te leggen toets geldt het volgende.

Bij de uitleg van de bepalingen van een cao zijn de bewoordingen daarvan, gelezen in het licht van de gehele tekst van die overeenkomst, in beginsel van doorslaggevende betekenis. Dit betekent echter niet - de woorden 'in beginsel' duiden daarop - dat bij het bepalen van inhoud en strekking van een cao-bepaling onder alle omstandigheden alleen gelet mag worden op de letterlijke (grammaticale) betekenis van de bewoordingen. Een uitleg naar objectieve maatstaven houdt tevens in dat acht mag worden geslagen op de elders in de cao gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. Indien de bedoeling van de partijen bij de cao naar objectieve maatstaven volgt uit de cao-bepalingen en de eventueel daarbij behorende schriftelijke toelichting en dus voor de individuele werknemers en werkgevers die niet bij de totstandkoming van de overeenkomst betrokken zijn geweest kenbaar is, kan ook daaraan bij de uitleg betekenis worden toegekend (vergelijk HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1427).

3.4.3

Het hof stelt allereerst vast dat uit artikel 37 CAO in ieder geval volgt dat de werkzaamheden vallend tussen 20.00 en 04.00 in beginsel - het element “nachtrit” daargelaten - voor een toeslag in aanmerking komen. Het gaat daarbij naar zijn aard om een inconveniëntentoeslag. FNV stelt zich op het standpunt dat alle werkzaamheden vallend binnen dit tijdsbestek voor deze extra vergoeding in aanmerking komen, terwijl [X] Transport betoogt dat dit enkel geldt voor het geval de desbetreffende werkzaamheden - al dan niet ook - vallen binnen het tijdsbestek van 00.00 en 04.00 uur. Die laatste lezing kan niet worden gevolgd. Een dergelijke nadere voorwaarde komt in de CAO als zodanig niet voor en het ligt voorts meer voor de hand een rit die valt in het in de CAO genoemde tijdsbestek van 20.00 en 04.00 aan te merken als een nachtrit in de zin van de CAO waarover toeslag is verschuldigd. Deze uitleg strookt ook met de duidelijkheid (lees: de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen) in die zin dat de werkzaamheden verricht in de uren (niet enkel tussen 00.00 en 04.00 maar ook die) gelegen tussen 20.00 en 00.00 uur altijd worden vergoed, waar in de visie van [X] Transport de vergoeding voor laatstbedoelde werkzaamheden nog afhankelijk is van de vraag of tevens na 00.00 uur is gewerkt. Laatstbedoelde uitleg zou er bovendien toe leiden dat de uren gewerkt tussen 20.00 en 00.00 uur de ene keer wel en de andere keer niet voor vergoeding in aanmerking komen, hetgeen op gespannen voet staat met de hiervoor aangeduide aard van de toeslag.

3.4.4

Bij de aldus voorgestane uitleg heeft het hof tevens acht geslagen op de systematiek van de CAO’s geldend vóór 1994, waarin laatstelijk in artikel 32 van de desbetreffende CAO de uren tussen 06.00 en 20.00 uur werden aangeduid als dagdienst waarbij geen toeslag was verschuldigd in tegenstelling tot de uren gelegen tussen 20.00 en 06.00 uur waarvoor wel een toeslag gold. Partijen zijn het er over eens dat het terugbrengen van de eindtijd van 06.00 uur tot 04.00 uur slechts was ingegeven door de wens tegemoet te komen aan de economische realiteit van de 24-uurseconomie. Voor de uitleg van artikel 37 CAO is dat laatste overigens verder niet van belang. Voor de door [X] Transport bepleite uitleg van het element “nachtrit” in artikel 37 CAO aan de hand van de Arbeidstijdenwet (waarin het begrip ‘nachtdienst’ wordt gedefinieerd als arbeid gelegen tussen 00.00 en 06.00 uur) ziet het hof geen aanleiding, nu de CAO daarvoor geen enkel aanknopingspunt biedt.

3.4.5

De verwijzing naar het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Middelburg, locatie Terneuzen, kan [X] Transport niet baten nu de in dat vonnis gegeven uitleg van artikel 37 van de CAO niet strookt met hetgeen hiervoor is overwogen. Als in de brief van [B] , medewerkster van FNV, van 28 maart 2012 al een erkenning valt te lezen van de juistheid van het oordeel van de betreffende kantonrechter - FNV heeft dat gemotiveerd betwist - is dat gezien het karakter van een (overigens ook nog algemeen verbindend verklaarde) CAO niet van belang.

3.4.6

Het feit dat in de door het hof voorgestane uitleg de toevoeging “nacht” aan het begrip “eendaagse ritten” in artikel 37 CAO ook weggelaten had kunnen worden weegt onvoldoende op tegen de hiervoor gegeven argumentatie om tot een ander oordeel te komen. Het hof merkt in dit verband nog op dat het niet de eerste keer zal zijn dat CAO-partijen iets over het hoofd hebben gezien.

3.4.7

Dit alles betekent dat de eerste vijf grieven falen.

3.5.1

Grief 6 ziet op het opleggen van een dwangsom bij de veroordeling tot naleving door [X] Transport van artikel 37 van de cao 2012/2014 jegens haar (gewezen) chauffeurs vanaf 1 oktober 2009. [X] Transport betoogt dat het hierbij in wezen gaat om betaling van een geldsom, zodat daaraan ingevolge artikel 611a lid 1 laatste volzin Rv geen dwangsom verbonden kan worden.

3.5.2

De grief faalt. FNV vraagt in de kern beschouwd om nakoming van een verplichting uit de CAO. Uitgangspunt is dat een werknemersorganisatie die partij is bij een cao uit eigen hoofde gerechtigd is om van de werkgever naleving te vorderen van die cao, in het bijzonder wanneer het om in die cao opgenomen verplichtingen van die werkgever jegens zijn werknemers gaat (vergelijk HR 16 juni 1987, NJ 1988, 70). FNV vordert daarbij geen betaling aan haar van achterstallig loon, maar slechts nakoming van de verplichting van [X] Transport tot betaling van achterstallig loon aan haar werknemers. De in artikel 611a lid 1 aanhef Rv genoemde uitzondering doet zich niet voor. Immers, de hier bedoelde zinsnede is geschreven voor gevallen waarin voldoening van de hoofdveroordeling (lees: in dit geval de nakoming van een cao door betaling aan een derde) door middel van rechtstreekse executie kan worden verkregen. Dat is in deze zaak niet het geval nu FNV de met de veroordeling samenhangende, aan de werknemers van [X] Transport te betalen, geldsom immers niet zelfstandig kan executeren.

3.6.1

De zevende grief ziet op de veroordeling tot afgifte van salarisspecificaties aan FNV van de (ex)medewerkers van [X] Transport waaruit kan blijken van een nabetaling van de toeslag vanaf 1 oktober 2009 in de hiervoor bedoelde zin. Allereerst stelt [X] Transport dat in de CAO geen bepaling is aan te wijzen op grond waarvan FNV dwingend aan [X] Transport kan verzoeken tot het verstrekken van deze gegevens. Meer in het bijzonder is artikel 37 niet genoemd in artikel 78 lid 1 onder a van de CAO, waarin een verplichting tot het verstrekken van bepaalde gegevens aan een werknemersorganisatie is opgenomen. Voor zover de grondslag van de vordering van FNV is gelegen in artikel 843a Rv verzet artikel 8 onder a Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) zich er volgens [X] Transport tegen dat op naam gestelde loonspecificaties van alle desbetreffende werknemers aan FNV ter hand worden gesteld.

3.6.2

Ook deze grief faalt. De vordering van FNV tot afgifte van salarisspecificaties is gebaseerd op artikel 843a Rv en niet op de CAO zelve, zoals door de kantonrechter met juistheid is overwogen. Voor een weigering tot afgifte heeft [X] Transport in dit verband een beroep gedaan op artikel 8 onder a Wbp en zij beoogt daarmee kennelijk een gewichtige reden aan te voeren als bedoeld in artikel 843a lid 4 Rv. De bespreking hiervan kan bij gebrek aan belang verder echter achterwege blijven nu FNV bij gelegenheid van de zitting in hoger beroep heeft aangegeven genoegen te nemen met niet op naam gestelde salarisspecificaties, waardoor hoe dan ook de privacy van de individuele medewerkers niet in het geding is. Het hof begrijpt de opstelling van FNV aldus dat zij geen rechten wenst te ontlenen aan het bestreden vonnis op dit punt, zodat [X] Transport kan volstaan met het overleggen van geanonimiseerde salarisspecificaties.

3.7

[X] Transport heeft geen bewijs aangeboden van voldoende concrete feiten die, indien bewezen, tot andere beslissingen zouden leiden dan hiervoor genomen.

3.8

De grieven falen. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. [X] Transport zal als in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in appel.

4 Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van hetgeen onder 3.6.2 laatste volzin is overwogen;

veroordeelt [X] Transport in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van FNV begroot op € 718,= aan verschotten en € 2.682,= voor salaris;

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.A. Goslings, C.M. Aarts en M.L.D. Akkaya en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2017.